Hoofdstuk 7
7.1 Four things you didn’t know about (media) theory
4 dingen die je niet wist over media theorie
1. Het is een cumulatief proces
o Een theorie bestaat niet enkel binnen 1 plek of moment
o Theorieën kunnen naast elkaar bestaan
o In sommige periodes zijn specifieke theorieën misschien meer
aanwezig maar ze verdwijnen niet
2. Contingente en dynamische aard van een theorie
o Kennisproductie staat niet stil
o Ook studieobject blijft veranderen waardoor er telkens nieuwe
ontwikkelingen en innovaties zullen zijn
3. Theoretische benadering media geen of-of-verhaal
o Mediatheorie is een bril om ergens mee naar te kijken
o Met verschillende brillen naar 1 probleem kijken
o Brillen geven mogelijkheid om meer te zien
4. Diverse classificaties en categoriseringen in wetenschappelijke
literatuur
o 7 mogelijke tradities van communicatietheorieën:
sociaalpsychologisch, cybernetisch, retorisch, fenomenologisch,
sociaal-cultureel, kritisch en semiotisch
Elke traditie heeft een andere visie
Verschillende epistemologie: kennisleer, hoe men tot
kennis komt
Verschillende ontologie: zijnsleer, hoe iets ontstaat
Baran en Davis: classificatie 4 soorten klassen van metatheorieën
Postpositivis Kritische hermeneutiek Normatieve
tische mediatheorieën mediatheorieë
mediatheorie n
ën
doelstelling Representatie Representatie Bestaand sociaal Ideale
en werkelijkheid, werkelijkheid, systeem willen standaard
systeembevest systeembevestigen veranderen of stellen
igend, d, verwerpen waartegen
mainstreampa mainstreamparadig (emancipatie en media systemen
radigma ma verzet) moeten worden
beoordeeld
epistemolo Empirische Studie interpretatie Focus op Normen en
gie observatie en betekenis van dialectiek en idealen maken
systematisch teksten en sociale spanning tussen die stellen hoe
wetenschappel acties sociale media zou
ijk onderzoek structuren en moeten
volgens acties of agency functioneren en
, positivisme van een individu georganiseerd
zijn
4 klassen verschillen in
1. Doelstellingen
2. Epistemologie
3. Ontologie
4. Axiologie
7.2 sociaalwetenschappelijke metatheorieën: een beknopt overzicht
Veer verschillende, maar niet 1 universele communicatiewetenschappelijke
theorie
o Focus op theorieën met significante maatschappelijke en
wetenschappelijke impact
7.2.1 massamaatschappijtheorie
Opkomst/ hoogtepunt: ontstaan 2e helft 19e eeuw en grootste invloed i
beginfase van communicatiewetenschappen
Belangrijke auteur: Ortega y Gasset (= algemene theorie cultuur en
beschaving)
Kern: manipulerende almachtige media met passieve massa
Hoofdstuk 3
inhoud
Geen theorie, samenhangend geheel ideeën met unanieme consensus
Grote macht media
Negatieve visie op publiek
Multidisciplinaire voedingsbodem
o Sociologie, politicologie, (gedrags) psychologie
Invloed stimulus-respons theorie
Lineaire visie communicatieproces
Nieuwe massamedia
o Radio, telefonie, cinema, kranten …
Pessimistische visie
o Massamedia: omdat het door massa wordt geconsumeerd
Mainstreamparadigma
o Propagandabenadering Laswell
7.2.2 functionalistische mediatheorie
Opkomst/ hoogtepunt: 1940-1960
Belangrijke auteurs: Laswell, Lazersfeld, Merton en Wright
Kern: media heeft belangrijke functie in maatschappelijke integratie en
consensus
, Hoofdstuk 4
Invloed macrosociale systeemtheorie
o Structuralisme en functionalisme
Functie media
o Maatschappelijke integratie, cohesie, consensus
Rollen media
o Surveillancefunctie, correlatiefunctie, transmissiefunctie,
conformiteitsfunctie, status verlenende functie, narcotiserende
functie, ontspanningsfunctie, mobilisatiefunctie
o Eufuncties en disfuncties + manifeste en latente functies
Dominante mainstreamparadigma
Positieve visie
7.2.3 Frankfurter Schule
Opkomst/ hoogtepunt: 1920-1960
Belangrijke auters: Adorno, Benjamin, Habermas, Horkheimer en Marcuse
Kern: pessimistische visie op media die een ideologische rol vervult door
de massa aan te passen aan de heersende maatschappelijke verhouding +
notie van commodificatie
Hoofdstuk 5
inhoud
Eerste kritische theorie
Begin alternatieve paradigma
o Ook: politieke economie van communicatie en cultural studies
o Basis marxisme
o Collectief doel: status quo bediscussiëren en sociale verandering
brengen
o Centraal: ethische en normatieve vragen rond notie ideologie
o Massacommunicatie: manipulatief en onderdrukkend proces
o Media: instrument waarden en normen hogere klassen legitimeren
Rol media: in stand houden sociale ongelijkheden en maatschappelijke
problemen beklemtonen en problematiseren
2 dimensies
1. Culturele dimensie
o Centraal: cultuurindustrie = commercialisering cultuur →
standaardisatie en commodificatie
o Resultaat: massacultuur van lage kwaliteit
o Rol massacultuur: machtscentra om massa te domineren
o Ideologische rol: aanpassen massa aan heersende maatschappelijke
verhoudingen
, 2. Politieke context / publieke sfeer
o Plek maatschappelijke discussie
o Opkomst massamedia en reclame: negatieve politieke gevolgen
A. Terugtrekking mensen in private sfeer → minder deelname
publieke leven / publieke sfeer
B. Massamedia bericht individuele en emotionele topics → algemeen
belang niet langer prioriteit maatschappelijke discussie
C. Politieke discussiefunctie pers vervangen door commerciële
manipulatiefunctie (propaganda) → publieke opinie niet meer
spontaan en geïnformeerd maar gemanaged en gemanipuleerd
met private belangen maatschappelijke elites
7.2.4 de politieke economie van communicatie
Opkomst/ hoogtepunt: 1960 - nu
Belangrijke auteurs: Garnham, Golding, Mansell, Mattelart, Murdock,
Schiller, Smyte en Wasko
Kern: economische functies en structuren media en hun relatie met de
media-inhoud
Hoofdstuk 5
Inhoud
Kritische theorie tov ideologische media-inhoud
o Belangen politieke en economische machtshebbers in
mediabedrijven
Focus: economische structuren en functies van media
Centraal: complexe relatie algemene economische structuur, specificiteit
mediaproductie en ideologische inhoud mediaboodschappen
Studie invloed politieke en economische organisatie mediahuizen op
productie, distributie en consumptie van betekenis
o Mediahuizen werken volgens winstmaximalisatie en onderlinge
machtsverhoudingen
Roots van marxisme
Tegen pessimistische visie media
Kritisch-realistische aanpak
Empirische studie en verificatie van feiten
Kritiek andere metatheorieën
Media holistisch en historisch bestuderen
Relatie economische, sociale, culturele en politieke aspect
7.2.5 cultural studies
Opkomst/ hoogtepunt: 1960 - nu
Belangrijke auteurs: John Fiske, Stuart Hall, Raymond Williams
, Kern: media als cultureel betekenissysteem waar verschillende ideologieën
met elkaar in confrontatie gaan, focus op actieve ontvanger en verruimd
cultuurbegrip
Hoofdstuk 5
inhoud
Ontstaan in litteratuurwetenschappen, gegroeid in cultuurwetenschappen
en geïnspireerd door marxisme, structuralisme en semiotiek
Structuralistische (focus tekst) en culturalistische (focus ontvanger)
stroming
Verschillende rollen media in samenleving
o Individu: identiteit
o Collectief: ideologie
Centraal: macht
Onderzoek: betekenisstructuren in mediaproducten die bestaande
machtsrelaties bevestigen, reproduceren of er zich tegen verzetten
Tegen pessimistisch en elitair denken
Populaire cultuur: domein ideologische strijd tussen hegemonische
groepen in maatschappelijke domeinen
o Bv. klasse, gender en etniciteit
Positieve visie op ontvanger
o Actieve rol in creatie betekenis
7.2.6 postmodernisme
Opkomst/ hoogtepunt: 1980 - nu
Belangrijke auteurs: Baudrillard, Bauman, Lyotard
Kern: intertekstualiteit en vervagen grenzen tussen voorheen afgescheiden
entiteiten
Hoofdstuk 5
Inhoud
Postmodernisme: verzamelnaam benaderingen binnen verschillende
disciplines
Weg van ideologie, grote verhalen, …
o Hebben geen maatschappelijk belang
Realiteit: gefragmenteerd, divers en hybride
Vervaging grenzen genres
o Feit fictie
o Hoge cultuur lage cultuur
Intertekstualiteit: mediateksten verwijzen vooral naar andere, eerder
geproduceerde teksten
7.2.7 mediumtechnologische theorieën
Opkomst/ hoogtepunt: 1940 - 1960
, Belangrijke auteurs: Harold Innis, Marshall McLuhan
Kern: mediatechnologie als bron culturele en maatschappelijke verandering
Hoofdstuk 6
Inhoud
Inzichten Toronto School
Belichten sociale / maatschappelijke effecten mediatechnologie
Vorm > inhoud
7.2.8 informatiemaatschappijtheorie
Opkomst/ hoogtepunt: ontstaan in jaren 1960 – populair sinds jaren 1990
Belangrijke auteur: Manuel Castells
Kern: digitale informatie- en communicatietechnologieën leiden een nieuw
tijdperk in waarin alle maatschappelijke sferen een fundamentele
transformatie ondergaan
Hoofdstuk 6
Inhoud
Centraal: informatie- en communicatietechnologieën
o Motor van maatschappelijke transformatie
Landbouw → industrie → informatierevolutie → postindustriële of
informatiesamenleving
o Georganiseerd door structuur van een netwerk
Resultaat: debat tussen auteurs (= fundamentele breuk met verleden) en
anderen (= evolutie van een kapitalistische organisatievorm)
Verschillende domeinen
o Economie, politiek, cultuur, sociale relaties
Mediatization
7.2.9 new media theory
Opkomst/ hoogtepunt: eind jaren 1990
Belangrijke auteurs: Jenkins, Negroponte, Poster
Kern: nieuwe theorie om complexiteit en specificiteit genetwerkte vormen
van communicatie en de nieuwe digitale media te vatten
Hoofdstuk 6
Inhoud
21-eeuwste update mediumtechnologie theorie
o Extra: snelle expansie digitale media en sociale netwerken eind
jaren 1990
, Eigenschappen: convergentie, interoperabiliteit en actieve
publieksparticipatie
Centraal: monomediathese = alle bestaande media- en
communicatievormen zullen convergeren op 1 digitaal platform
Actieve ontvanger
7.2.10 practice theory
Opkomst/ hoogtepunt: ontstaan jaren 1970, pas in jaren 1990 in veld
communicatiewetenschappen
Belangrijke auteurs: Couldry en Reckwitz
Kern: alles wat mensen doen en zeggen in relatie tot media in alle
mogelijke situaties en contexten
Hoofdstuk 6
Inhoud
Geheel theoretische teksten
Invloed: filosofie en verschillende disciplines sociale wetenschappen
Dicht bij actiegerichte of interpretatieve benadering en symbolische
betekenisstructuren
Actieve rol communicator en ontvanger
Interesse in alle mediagerichte praktijken
7.2.11 Mediatization
Opkomst/ hoogtepunt: jaren 2000 - nu
Belangrijke auteurs: Hepp, Couldry, Hjavard, Krotz, Lundby
Kern: toenemende impact van media op en verwevenheid andere
maatschappelijke sectoren, media als bron van socioculturele verandering
of transformatie
Hoofdstuk 6
Inhoud
Focus macroprocessen sociale verandering gelinkt aan impact media en de
verwevenheid in onze maatschappij
o Binnen diverse sectoren
2 tradities aard en omvang impact media
1. Institutionele / autonome visie: media als autonome instelling in
relatie met andere instellingen en publieke rol (= politiek, justitie,
onderwijs en religie → beïnvloed door media)
2. Sociaal-constructivistische / inclusieve visie: focus invloed media
op elk mogelijk aspect in het leven
7.2.12 vier golven in het denken over media en ontvanger
,Inhoud
Relatie media en ontvanger
o Ontstaan 2 grote paradigma’s
1. Media-effectparadigma: theorieën over macht media en passieve
ontvanger
2. Culturalistische benadering: theorieën minder machtige media en
actieve ontvanger
4 fases theorievorming
1. Fase 1: almachtige fase
o Tot 1940
o Grote macht media
o Passieve en geïsoleerde massa
o Manipulerende media
o Bv. injectienaaldtheorie
2. Fase 2: beperkte effecten
o Vanaf 1940
o Genuanceerde visie
o Beperkte en indirecte impact media
o Ontvanger: lid sociale gemeenschap
o Bv. multi-step flow theory, mediating factors, uses and gratifications
…
3. Fase 3: sturende macht media
o Vanaf 1960
o Hernieuw geloof in machtige media
Wel nuances
o Powerful media – reconsdered
o Bv. agenda-setting en cultivatietheorie
o Opnieuw aandacht grote macht media
o Effecten: op lange termijn, latent en subtiel
4. Fase 4: ‘negotiated’ invloed media
o Sociaal-constructivistische bril
o Effect media: betekenis construeren en aanbieden aan publiek
Opnemen obv reeds bestaande betekenisstructuur en via
onderhandelingen over mediaboodschap (= negotiation)
o Bv. encoding-decoding-model
7.3 slotbedenking: 3 assen van mediatheorieën
2 assen mediatheorieën
1. Eerste as
o Positieve visie kritische visie
= maatschappelijke ontwikkeling in context media sociale
verandering tegen status quo in
, Bv. functionalistische mediatheorie politieke economie
2. Tweede as
o Maatschappij gecentreerde theorieën media gecentreerde
theorieën
= media gestuurd door maatschappij maatschappij
gestuurd door media
Bv. functionalistische mediatheorie new media theory
Jensen en Rosengren pleiten voor additionele derde as
3. Derde as
o Taalkunde en geesteswetenschappen psychologie en sociologie
Bv. cultural studies massamaatschappijtheorie
, Hoofdstuk 8:
8.1 Inleiding
Technologische ontwikkeling maatschappelijke ontwikkeling
Dit hoofdstuk focus op mediageschiedenis
o Sociale geschiedenis van media en communicatie
Centraal: overbrugging van tijd en ruimte
“Each major historical era took its overall cognitive style from the medium used
most widely at the time” - McLuhan
8.2 mediageschiedenis: media en / in maatschappelijke omwentelingen
Nuances in mediageschiedenis
1. Dichotomieën: vaak neiging om dingen 2 polen te maken, omgekeerde
van elkaar
2. Periodisering: Technologie ontstaan niet van de ene op de andere dag →
ontwikkelingen op lange termijn
o Braudel: “histoire de longue durée”
o Behoefte om alles in een tijdscategorie te duwen
3. Geen verhaal van grote namen: niet 1 persoon die iets uitvond
o Trail and error: verder bouwen op dingen die mislukten van
anderen
Resultaat is wat we kennen
8.3 voorlopers van communicatie- en media-technologieën: orale en
schriftelijke cultuur
We denken in revolutie terwijl het een evolutie is
1. Gesproken taal
2. Geschreven taal
3. Drukkunst
4. Dagbladpers
5. Registratie van beeld en geluid: fotografie, film en geluidsregistratie
6. Elektronische communicatie: telegraaf, telefoon, radio en televisie
7. Digitale communicatie
!!Cumulatief!! (cf. hfst 2)
8.3.1 orale cultuur: gesproken taal
7.1 Four things you didn’t know about (media) theory
4 dingen die je niet wist over media theorie
1. Het is een cumulatief proces
o Een theorie bestaat niet enkel binnen 1 plek of moment
o Theorieën kunnen naast elkaar bestaan
o In sommige periodes zijn specifieke theorieën misschien meer
aanwezig maar ze verdwijnen niet
2. Contingente en dynamische aard van een theorie
o Kennisproductie staat niet stil
o Ook studieobject blijft veranderen waardoor er telkens nieuwe
ontwikkelingen en innovaties zullen zijn
3. Theoretische benadering media geen of-of-verhaal
o Mediatheorie is een bril om ergens mee naar te kijken
o Met verschillende brillen naar 1 probleem kijken
o Brillen geven mogelijkheid om meer te zien
4. Diverse classificaties en categoriseringen in wetenschappelijke
literatuur
o 7 mogelijke tradities van communicatietheorieën:
sociaalpsychologisch, cybernetisch, retorisch, fenomenologisch,
sociaal-cultureel, kritisch en semiotisch
Elke traditie heeft een andere visie
Verschillende epistemologie: kennisleer, hoe men tot
kennis komt
Verschillende ontologie: zijnsleer, hoe iets ontstaat
Baran en Davis: classificatie 4 soorten klassen van metatheorieën
Postpositivis Kritische hermeneutiek Normatieve
tische mediatheorieën mediatheorieë
mediatheorie n
ën
doelstelling Representatie Representatie Bestaand sociaal Ideale
en werkelijkheid, werkelijkheid, systeem willen standaard
systeembevest systeembevestigen veranderen of stellen
igend, d, verwerpen waartegen
mainstreampa mainstreamparadig (emancipatie en media systemen
radigma ma verzet) moeten worden
beoordeeld
epistemolo Empirische Studie interpretatie Focus op Normen en
gie observatie en betekenis van dialectiek en idealen maken
systematisch teksten en sociale spanning tussen die stellen hoe
wetenschappel acties sociale media zou
ijk onderzoek structuren en moeten
volgens acties of agency functioneren en
, positivisme van een individu georganiseerd
zijn
4 klassen verschillen in
1. Doelstellingen
2. Epistemologie
3. Ontologie
4. Axiologie
7.2 sociaalwetenschappelijke metatheorieën: een beknopt overzicht
Veer verschillende, maar niet 1 universele communicatiewetenschappelijke
theorie
o Focus op theorieën met significante maatschappelijke en
wetenschappelijke impact
7.2.1 massamaatschappijtheorie
Opkomst/ hoogtepunt: ontstaan 2e helft 19e eeuw en grootste invloed i
beginfase van communicatiewetenschappen
Belangrijke auteur: Ortega y Gasset (= algemene theorie cultuur en
beschaving)
Kern: manipulerende almachtige media met passieve massa
Hoofdstuk 3
inhoud
Geen theorie, samenhangend geheel ideeën met unanieme consensus
Grote macht media
Negatieve visie op publiek
Multidisciplinaire voedingsbodem
o Sociologie, politicologie, (gedrags) psychologie
Invloed stimulus-respons theorie
Lineaire visie communicatieproces
Nieuwe massamedia
o Radio, telefonie, cinema, kranten …
Pessimistische visie
o Massamedia: omdat het door massa wordt geconsumeerd
Mainstreamparadigma
o Propagandabenadering Laswell
7.2.2 functionalistische mediatheorie
Opkomst/ hoogtepunt: 1940-1960
Belangrijke auteurs: Laswell, Lazersfeld, Merton en Wright
Kern: media heeft belangrijke functie in maatschappelijke integratie en
consensus
, Hoofdstuk 4
Invloed macrosociale systeemtheorie
o Structuralisme en functionalisme
Functie media
o Maatschappelijke integratie, cohesie, consensus
Rollen media
o Surveillancefunctie, correlatiefunctie, transmissiefunctie,
conformiteitsfunctie, status verlenende functie, narcotiserende
functie, ontspanningsfunctie, mobilisatiefunctie
o Eufuncties en disfuncties + manifeste en latente functies
Dominante mainstreamparadigma
Positieve visie
7.2.3 Frankfurter Schule
Opkomst/ hoogtepunt: 1920-1960
Belangrijke auters: Adorno, Benjamin, Habermas, Horkheimer en Marcuse
Kern: pessimistische visie op media die een ideologische rol vervult door
de massa aan te passen aan de heersende maatschappelijke verhouding +
notie van commodificatie
Hoofdstuk 5
inhoud
Eerste kritische theorie
Begin alternatieve paradigma
o Ook: politieke economie van communicatie en cultural studies
o Basis marxisme
o Collectief doel: status quo bediscussiëren en sociale verandering
brengen
o Centraal: ethische en normatieve vragen rond notie ideologie
o Massacommunicatie: manipulatief en onderdrukkend proces
o Media: instrument waarden en normen hogere klassen legitimeren
Rol media: in stand houden sociale ongelijkheden en maatschappelijke
problemen beklemtonen en problematiseren
2 dimensies
1. Culturele dimensie
o Centraal: cultuurindustrie = commercialisering cultuur →
standaardisatie en commodificatie
o Resultaat: massacultuur van lage kwaliteit
o Rol massacultuur: machtscentra om massa te domineren
o Ideologische rol: aanpassen massa aan heersende maatschappelijke
verhoudingen
, 2. Politieke context / publieke sfeer
o Plek maatschappelijke discussie
o Opkomst massamedia en reclame: negatieve politieke gevolgen
A. Terugtrekking mensen in private sfeer → minder deelname
publieke leven / publieke sfeer
B. Massamedia bericht individuele en emotionele topics → algemeen
belang niet langer prioriteit maatschappelijke discussie
C. Politieke discussiefunctie pers vervangen door commerciële
manipulatiefunctie (propaganda) → publieke opinie niet meer
spontaan en geïnformeerd maar gemanaged en gemanipuleerd
met private belangen maatschappelijke elites
7.2.4 de politieke economie van communicatie
Opkomst/ hoogtepunt: 1960 - nu
Belangrijke auteurs: Garnham, Golding, Mansell, Mattelart, Murdock,
Schiller, Smyte en Wasko
Kern: economische functies en structuren media en hun relatie met de
media-inhoud
Hoofdstuk 5
Inhoud
Kritische theorie tov ideologische media-inhoud
o Belangen politieke en economische machtshebbers in
mediabedrijven
Focus: economische structuren en functies van media
Centraal: complexe relatie algemene economische structuur, specificiteit
mediaproductie en ideologische inhoud mediaboodschappen
Studie invloed politieke en economische organisatie mediahuizen op
productie, distributie en consumptie van betekenis
o Mediahuizen werken volgens winstmaximalisatie en onderlinge
machtsverhoudingen
Roots van marxisme
Tegen pessimistische visie media
Kritisch-realistische aanpak
Empirische studie en verificatie van feiten
Kritiek andere metatheorieën
Media holistisch en historisch bestuderen
Relatie economische, sociale, culturele en politieke aspect
7.2.5 cultural studies
Opkomst/ hoogtepunt: 1960 - nu
Belangrijke auteurs: John Fiske, Stuart Hall, Raymond Williams
, Kern: media als cultureel betekenissysteem waar verschillende ideologieën
met elkaar in confrontatie gaan, focus op actieve ontvanger en verruimd
cultuurbegrip
Hoofdstuk 5
inhoud
Ontstaan in litteratuurwetenschappen, gegroeid in cultuurwetenschappen
en geïnspireerd door marxisme, structuralisme en semiotiek
Structuralistische (focus tekst) en culturalistische (focus ontvanger)
stroming
Verschillende rollen media in samenleving
o Individu: identiteit
o Collectief: ideologie
Centraal: macht
Onderzoek: betekenisstructuren in mediaproducten die bestaande
machtsrelaties bevestigen, reproduceren of er zich tegen verzetten
Tegen pessimistisch en elitair denken
Populaire cultuur: domein ideologische strijd tussen hegemonische
groepen in maatschappelijke domeinen
o Bv. klasse, gender en etniciteit
Positieve visie op ontvanger
o Actieve rol in creatie betekenis
7.2.6 postmodernisme
Opkomst/ hoogtepunt: 1980 - nu
Belangrijke auteurs: Baudrillard, Bauman, Lyotard
Kern: intertekstualiteit en vervagen grenzen tussen voorheen afgescheiden
entiteiten
Hoofdstuk 5
Inhoud
Postmodernisme: verzamelnaam benaderingen binnen verschillende
disciplines
Weg van ideologie, grote verhalen, …
o Hebben geen maatschappelijk belang
Realiteit: gefragmenteerd, divers en hybride
Vervaging grenzen genres
o Feit fictie
o Hoge cultuur lage cultuur
Intertekstualiteit: mediateksten verwijzen vooral naar andere, eerder
geproduceerde teksten
7.2.7 mediumtechnologische theorieën
Opkomst/ hoogtepunt: 1940 - 1960
, Belangrijke auteurs: Harold Innis, Marshall McLuhan
Kern: mediatechnologie als bron culturele en maatschappelijke verandering
Hoofdstuk 6
Inhoud
Inzichten Toronto School
Belichten sociale / maatschappelijke effecten mediatechnologie
Vorm > inhoud
7.2.8 informatiemaatschappijtheorie
Opkomst/ hoogtepunt: ontstaan in jaren 1960 – populair sinds jaren 1990
Belangrijke auteur: Manuel Castells
Kern: digitale informatie- en communicatietechnologieën leiden een nieuw
tijdperk in waarin alle maatschappelijke sferen een fundamentele
transformatie ondergaan
Hoofdstuk 6
Inhoud
Centraal: informatie- en communicatietechnologieën
o Motor van maatschappelijke transformatie
Landbouw → industrie → informatierevolutie → postindustriële of
informatiesamenleving
o Georganiseerd door structuur van een netwerk
Resultaat: debat tussen auteurs (= fundamentele breuk met verleden) en
anderen (= evolutie van een kapitalistische organisatievorm)
Verschillende domeinen
o Economie, politiek, cultuur, sociale relaties
Mediatization
7.2.9 new media theory
Opkomst/ hoogtepunt: eind jaren 1990
Belangrijke auteurs: Jenkins, Negroponte, Poster
Kern: nieuwe theorie om complexiteit en specificiteit genetwerkte vormen
van communicatie en de nieuwe digitale media te vatten
Hoofdstuk 6
Inhoud
21-eeuwste update mediumtechnologie theorie
o Extra: snelle expansie digitale media en sociale netwerken eind
jaren 1990
, Eigenschappen: convergentie, interoperabiliteit en actieve
publieksparticipatie
Centraal: monomediathese = alle bestaande media- en
communicatievormen zullen convergeren op 1 digitaal platform
Actieve ontvanger
7.2.10 practice theory
Opkomst/ hoogtepunt: ontstaan jaren 1970, pas in jaren 1990 in veld
communicatiewetenschappen
Belangrijke auteurs: Couldry en Reckwitz
Kern: alles wat mensen doen en zeggen in relatie tot media in alle
mogelijke situaties en contexten
Hoofdstuk 6
Inhoud
Geheel theoretische teksten
Invloed: filosofie en verschillende disciplines sociale wetenschappen
Dicht bij actiegerichte of interpretatieve benadering en symbolische
betekenisstructuren
Actieve rol communicator en ontvanger
Interesse in alle mediagerichte praktijken
7.2.11 Mediatization
Opkomst/ hoogtepunt: jaren 2000 - nu
Belangrijke auteurs: Hepp, Couldry, Hjavard, Krotz, Lundby
Kern: toenemende impact van media op en verwevenheid andere
maatschappelijke sectoren, media als bron van socioculturele verandering
of transformatie
Hoofdstuk 6
Inhoud
Focus macroprocessen sociale verandering gelinkt aan impact media en de
verwevenheid in onze maatschappij
o Binnen diverse sectoren
2 tradities aard en omvang impact media
1. Institutionele / autonome visie: media als autonome instelling in
relatie met andere instellingen en publieke rol (= politiek, justitie,
onderwijs en religie → beïnvloed door media)
2. Sociaal-constructivistische / inclusieve visie: focus invloed media
op elk mogelijk aspect in het leven
7.2.12 vier golven in het denken over media en ontvanger
,Inhoud
Relatie media en ontvanger
o Ontstaan 2 grote paradigma’s
1. Media-effectparadigma: theorieën over macht media en passieve
ontvanger
2. Culturalistische benadering: theorieën minder machtige media en
actieve ontvanger
4 fases theorievorming
1. Fase 1: almachtige fase
o Tot 1940
o Grote macht media
o Passieve en geïsoleerde massa
o Manipulerende media
o Bv. injectienaaldtheorie
2. Fase 2: beperkte effecten
o Vanaf 1940
o Genuanceerde visie
o Beperkte en indirecte impact media
o Ontvanger: lid sociale gemeenschap
o Bv. multi-step flow theory, mediating factors, uses and gratifications
…
3. Fase 3: sturende macht media
o Vanaf 1960
o Hernieuw geloof in machtige media
Wel nuances
o Powerful media – reconsdered
o Bv. agenda-setting en cultivatietheorie
o Opnieuw aandacht grote macht media
o Effecten: op lange termijn, latent en subtiel
4. Fase 4: ‘negotiated’ invloed media
o Sociaal-constructivistische bril
o Effect media: betekenis construeren en aanbieden aan publiek
Opnemen obv reeds bestaande betekenisstructuur en via
onderhandelingen over mediaboodschap (= negotiation)
o Bv. encoding-decoding-model
7.3 slotbedenking: 3 assen van mediatheorieën
2 assen mediatheorieën
1. Eerste as
o Positieve visie kritische visie
= maatschappelijke ontwikkeling in context media sociale
verandering tegen status quo in
, Bv. functionalistische mediatheorie politieke economie
2. Tweede as
o Maatschappij gecentreerde theorieën media gecentreerde
theorieën
= media gestuurd door maatschappij maatschappij
gestuurd door media
Bv. functionalistische mediatheorie new media theory
Jensen en Rosengren pleiten voor additionele derde as
3. Derde as
o Taalkunde en geesteswetenschappen psychologie en sociologie
Bv. cultural studies massamaatschappijtheorie
, Hoofdstuk 8:
8.1 Inleiding
Technologische ontwikkeling maatschappelijke ontwikkeling
Dit hoofdstuk focus op mediageschiedenis
o Sociale geschiedenis van media en communicatie
Centraal: overbrugging van tijd en ruimte
“Each major historical era took its overall cognitive style from the medium used
most widely at the time” - McLuhan
8.2 mediageschiedenis: media en / in maatschappelijke omwentelingen
Nuances in mediageschiedenis
1. Dichotomieën: vaak neiging om dingen 2 polen te maken, omgekeerde
van elkaar
2. Periodisering: Technologie ontstaan niet van de ene op de andere dag →
ontwikkelingen op lange termijn
o Braudel: “histoire de longue durée”
o Behoefte om alles in een tijdscategorie te duwen
3. Geen verhaal van grote namen: niet 1 persoon die iets uitvond
o Trail and error: verder bouwen op dingen die mislukten van
anderen
Resultaat is wat we kennen
8.3 voorlopers van communicatie- en media-technologieën: orale en
schriftelijke cultuur
We denken in revolutie terwijl het een evolutie is
1. Gesproken taal
2. Geschreven taal
3. Drukkunst
4. Dagbladpers
5. Registratie van beeld en geluid: fotografie, film en geluidsregistratie
6. Elektronische communicatie: telegraaf, telefoon, radio en televisie
7. Digitale communicatie
!!Cumulatief!! (cf. hfst 2)
8.3.1 orale cultuur: gesproken taal