Microbiologie: practicum
Inhoud
1. Basismateriaal..................................................................................................................................................................... 2
2. Basistechnieken.................................................................................................................................................................. 2
2.1 beënten ve agarplaat.................................................................................................................................................... 2
2.2 concentratiebepaling.................................................................................................................................................... 2
3. identificatie van micro-organismen..................................................................................................................................... 3
3.1 voedingsbodems........................................................................................................................................................... 3
3.2 Kleurtechnieken............................................................................................................................................................ 4
4. Inhibitie microbiële groei.................................................................................................................................................... 5
4.1 Antibiotica..................................................................................................................................................................... 5
4.2 ontsmettingsmiddelen.................................................................................................................................................. 6
5. toegepaste microbiologie................................................................................................................................................... 6
6. Fungi, schimmels en gisten................................................................................................................................................. 6
7. virologie.............................................................................................................................................................................. 7
, 1. Basismateriaal
Voedingsmedia voor bacteriën
- bouillon: vloeibare agar
- Agarplaat: omgekeerd incuberen,
condensatie en dus contaminatie te
vermijden
- Schuine agar: traag groeiende bacteriën
Entoog (nt nauwkeirug)
-> methode van de vrijfhoek
-> oppikken v kolonies
-> steriel na afvlammen (metaal) of steriel verpakt (plastiek)
Pasteurpipetten (nt nauwkeurig)
-> enten (= bacteriën aanbrengen) op agar (+ ev. Afbuigen in de vlam v homogeen verspreiden op agar)
-> 1 druppel = +/- 50 microliter
-> steriel in doos (glas)
Gegradueerde pipetten (nauwkeurig) ! gebruiken met pipet controller
-> solvent v verdunningsreeksen v concentratiebepaling
-> steriel in verpakking (plastic + wegwerp)
Micropipetten (nauwkeurig)
-> kleine exacte volumes (20-200/100-1000 microliter)
-> verdunningsreeksen
(wegwerptip + 2 weestanden)
Bunsenbrander ! gasknop uitschakelen, stekker nt uitrekken
(o.a om entoog steriel te maken)
2. Basistechnieken
2.1 beënten ve agarplaat
(Hoe kunnen we bacteriën isoleren uit een patientenstaal?, Is het staal een reincultuur of een mengcultuur?)
methode van de vijfhoek
! entoog afvlammen tss twee zijden
- controleren op meng- of reincultuur
- 1 kolonie uitselecteren v verdere proeven, bacteriën gng plaat geven en isoleren
homogeen beënten
! bacteriën zover mogelijk van elkaar verwijderen, overal evenveel bacteriën
- omgebogen pasteurpipet/L-spreider
- plaattelling (conc.bepaling)
2.2 concentratiebepaling
(Hoeveel bacteriën zitten er in het staal?)
Plaattelling – viable plate count method
- 1 levende kiem op een agarplaat => 1 kolonie na incubatie = 1 colony forming unit (CFU)
- op bais van het aantal getelde kolonies kan je het kiemgetal bepalen in CFU/mL
! te veel bacteriën: verdunningsreeks, significant vanaf 10-100 kolonies op een halve plaat/ 20-200 op een hele plaat
-> meer dan 100/200 = overgroeien, minder dan 10/20 = fout (toevallige groei)
Inhoud
1. Basismateriaal..................................................................................................................................................................... 2
2. Basistechnieken.................................................................................................................................................................. 2
2.1 beënten ve agarplaat.................................................................................................................................................... 2
2.2 concentratiebepaling.................................................................................................................................................... 2
3. identificatie van micro-organismen..................................................................................................................................... 3
3.1 voedingsbodems........................................................................................................................................................... 3
3.2 Kleurtechnieken............................................................................................................................................................ 4
4. Inhibitie microbiële groei.................................................................................................................................................... 5
4.1 Antibiotica..................................................................................................................................................................... 5
4.2 ontsmettingsmiddelen.................................................................................................................................................. 6
5. toegepaste microbiologie................................................................................................................................................... 6
6. Fungi, schimmels en gisten................................................................................................................................................. 6
7. virologie.............................................................................................................................................................................. 7
, 1. Basismateriaal
Voedingsmedia voor bacteriën
- bouillon: vloeibare agar
- Agarplaat: omgekeerd incuberen,
condensatie en dus contaminatie te
vermijden
- Schuine agar: traag groeiende bacteriën
Entoog (nt nauwkeirug)
-> methode van de vrijfhoek
-> oppikken v kolonies
-> steriel na afvlammen (metaal) of steriel verpakt (plastiek)
Pasteurpipetten (nt nauwkeurig)
-> enten (= bacteriën aanbrengen) op agar (+ ev. Afbuigen in de vlam v homogeen verspreiden op agar)
-> 1 druppel = +/- 50 microliter
-> steriel in doos (glas)
Gegradueerde pipetten (nauwkeurig) ! gebruiken met pipet controller
-> solvent v verdunningsreeksen v concentratiebepaling
-> steriel in verpakking (plastic + wegwerp)
Micropipetten (nauwkeurig)
-> kleine exacte volumes (20-200/100-1000 microliter)
-> verdunningsreeksen
(wegwerptip + 2 weestanden)
Bunsenbrander ! gasknop uitschakelen, stekker nt uitrekken
(o.a om entoog steriel te maken)
2. Basistechnieken
2.1 beënten ve agarplaat
(Hoe kunnen we bacteriën isoleren uit een patientenstaal?, Is het staal een reincultuur of een mengcultuur?)
methode van de vijfhoek
! entoog afvlammen tss twee zijden
- controleren op meng- of reincultuur
- 1 kolonie uitselecteren v verdere proeven, bacteriën gng plaat geven en isoleren
homogeen beënten
! bacteriën zover mogelijk van elkaar verwijderen, overal evenveel bacteriën
- omgebogen pasteurpipet/L-spreider
- plaattelling (conc.bepaling)
2.2 concentratiebepaling
(Hoeveel bacteriën zitten er in het staal?)
Plaattelling – viable plate count method
- 1 levende kiem op een agarplaat => 1 kolonie na incubatie = 1 colony forming unit (CFU)
- op bais van het aantal getelde kolonies kan je het kiemgetal bepalen in CFU/mL
! te veel bacteriën: verdunningsreeks, significant vanaf 10-100 kolonies op een halve plaat/ 20-200 op een hele plaat
-> meer dan 100/200 = overgroeien, minder dan 10/20 = fout (toevallige groei)