Krachtige Leeromgeving F2
1. klasmanagement
preventief :
● je creëert een veilig, gestructureerd en positief klasklimaat
○ je zet algemene pedagogische vaardigheden in
○ teaching techniek warm en streng
○ teaching techniek grijp de aandacht
○ je hanteert duidelijke regels en zorgt ervoor dat deze nageleefd worden
○ je installeert routines om tijd en ruimte te benutten
Curatief :
● je reageert gepast en effectief op ordeverstorend en onoplettend gedrag
○ teaching techniek minst ingrijpende interventie
1.1. reageren op storend gedrag en onoplettendheid
preventief :
● je doet er als leerkracht alles aan om ordeproblemen te voorkomen
○ je zet algemene pedagogische vaardigheden in
○ je hanteert duidelijke regels en zorgt dat deze nageleefd
worden
○ je installeert routines om tijd en ruimte optimaal te benutten
Curatief :
● ondanks je preventieve acties, vertonen leerlingen toch
ordeverstorend of onoplettend gedrag
● welke interventies zijn dan wenselijk
, De kunst bestaat erin om problemen of verstoringen op te lossen op de minst
ingrijpende manier :
● iedere lln moet zoveel mogelijk kunnen doorwerken / luisteren naar de
instructie
● de aandacht van de lln richten op het lesdoel / de leerinhoud, niet op
het storende gedrag
○ kom zo discreet mogelijk tussen
Teaching techniek : ‘minst ingrijpende interventie’
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen 6 soorten interventies, gerangschikt van minst
ingrijpend naar meest ingrijpend :
● non-verbale tussenkomst
● positieve groepscorrectie
● anonieme individuele correctie
● persoonlijke individuele correctie
● vliegensvlugge publieke correctie
● consequentie
1.1.1. Non verbale tussenkomst
Lichaamstaal is belangrijk!
● kunnen je woorden versterken of afzwakken
Is er licht storend of onaandachtig gedrag?
● haal de lln d.m.v. je lichaamstaal terug bij de les
○ zonder de klas te storen
○ zonder de aandacht van andere leerlingen te vestigen
op het ongepaste gedrag
● je doet terwijl gewoon verder met de les
Hoe doe je dat?
● oogcontact (even blijven staren), wenkbrauwen optrekken, je
ongemerkt naar de lln begeven, licht aanraken, je stemtoon
plots veranderen, even zwijgen,...
1.1.2. Positieve groepscorrectie
richt de aandacht NIET op het ongewenste gedrag MAAR
● verwoord je positieve verwachtingen (focus op het positieve)
○ iedereen kijkt naar het bord
○ ik wil alle wisbordjes zien
○ zorg ervoor dat al het nodige materiaal op de bank ligt
● combineer dit met een non-verbale tussenkomst
, 1.1.3. Anonieme individuele correctie
Je geeft op een anonieme manier aan dat niet alle leerlingen nog niet
aan je verwachtingen voldoen.
Combineer deze interventie met een non-verbale tussenkomst
bv. er zijn nog 3 lln. die nog niet al het nodige op hun bank hebben liggen.
Er zijn nog steeds 2 leerlingen aan het babbelen
1.1.4. Persoonlijke individuele correctie
spreek zo onopvallend mogelijk een leerling aan.
Geef alle lln een korte opdracht en stap rustig naar de lln in kwestie
● zet je op ooghoogte met de lln
● fluister wat je verwacht met de nadruk op de oplossing
1.1.5. Vliegensvlugge publieke correctie
Spreek de lln (snel) aan, ook al hoort de hele klas dat
Zorg voor een warme ondertoon. Vermijd gezichtsverlies bij de lln
● vestig de aandacht zo kort mogelijk op de lln
● benadruk het gewenste gedrag
bv. Arthur, ik zou willen dat jij ook aan de oefeningen begint
1.1.6. Consequentie
Je kan als leerkracht een waarschuwing geven : als… dan…
● lln zullen testen of je het meent. Doe ook waarvoor je
gewaarschuwd hebt als het nodig is
● zorg ervoor dat de waarschuwing haalbaar is én pedagogisch
verantwoord
Straffen (een sanctie geven) is altijd een uiterste maatregel
● aanmoedigen en stapsgewijs het gewenst gedrag aanleren,
verdient altijd de voorkeur!
Als straffen de enige optie is : kies een straf die effectief én efficiënt is
● de lln moet er iets van leren
● de lln moet gestimuleerd worden om ander (gewenst) gedrag
te laten zien
Storend gedrag van leerlingen kan ook beïnvloed of voorkomen
worden door
● de omgeving te veranderen
● storende situatiefactoren uit te schakelen
bv. klasopstelling veranderen
Leerlingen van plaats te veranderen
Weinig gerief op de bank te laten liggen
, 2. Didactische componenten
= de elementen die aan de basis liggen van een lesontwerp en de structuur
en de richting van de onderwijsleersituatie bepalen
Onderwijsleersituatie : de lessen die je voorbereidt, uitvoert en evalueert
2.1. Wat verstaan we onder onderwijsleermiddelen?
= alle materialen die door de leerkracht en/of leerlingen doelgericht worden
gebruikt ter ondersteuning van het leerproces
bv. oefenboek, werkbladen, wandplaten, klaspop, demonstratiemateriaal
Onderwijsmiddel : de onderwijzer deze middelen gebruikt om de beoogde
doelen te bereiken en het onderwijsleerproces te bevorderen
Leermiddel : het heeft als doel de zelfstandigheid, de activiteit en de
zelfwerkzaamheid van de leerlingen te bevorderen
De onderwijsleeractiviteiten die je selecteert voor een les of activiteit en de
groeperingswijze die je daarbij hanteert, bepalen in grote mate welke
onderwijsleermiddelen je zal inzetten.
bv. digiborden een ondersteunende functie wanneer je instructievormen toepast
2.2. Optimaal benutten van het werkgeheugen
2.2.1. de cognitieve belastingstheorie
Het werkgeheugen heeft een beperkte capaciteit
● twee tot zes ‘informatie-elementen’ tegelijk gedurende 30
seconden vasthouden
de intrinsieke belasting : de
complexiteit van de leerinhoud
bepaalt hoe zwaar het werkgeheugen
belast wordt
De extrinsieke belasting : alle
bijkomende prikkels die in het
werkgeheugen terecht komen en die
niet bijdragen tot het verwerken van
de leerinhoud
bv. afleidende geluiden, niet-relevante beelden,...
1. klasmanagement
preventief :
● je creëert een veilig, gestructureerd en positief klasklimaat
○ je zet algemene pedagogische vaardigheden in
○ teaching techniek warm en streng
○ teaching techniek grijp de aandacht
○ je hanteert duidelijke regels en zorgt ervoor dat deze nageleefd worden
○ je installeert routines om tijd en ruimte te benutten
Curatief :
● je reageert gepast en effectief op ordeverstorend en onoplettend gedrag
○ teaching techniek minst ingrijpende interventie
1.1. reageren op storend gedrag en onoplettendheid
preventief :
● je doet er als leerkracht alles aan om ordeproblemen te voorkomen
○ je zet algemene pedagogische vaardigheden in
○ je hanteert duidelijke regels en zorgt dat deze nageleefd
worden
○ je installeert routines om tijd en ruimte optimaal te benutten
Curatief :
● ondanks je preventieve acties, vertonen leerlingen toch
ordeverstorend of onoplettend gedrag
● welke interventies zijn dan wenselijk
, De kunst bestaat erin om problemen of verstoringen op te lossen op de minst
ingrijpende manier :
● iedere lln moet zoveel mogelijk kunnen doorwerken / luisteren naar de
instructie
● de aandacht van de lln richten op het lesdoel / de leerinhoud, niet op
het storende gedrag
○ kom zo discreet mogelijk tussen
Teaching techniek : ‘minst ingrijpende interventie’
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen 6 soorten interventies, gerangschikt van minst
ingrijpend naar meest ingrijpend :
● non-verbale tussenkomst
● positieve groepscorrectie
● anonieme individuele correctie
● persoonlijke individuele correctie
● vliegensvlugge publieke correctie
● consequentie
1.1.1. Non verbale tussenkomst
Lichaamstaal is belangrijk!
● kunnen je woorden versterken of afzwakken
Is er licht storend of onaandachtig gedrag?
● haal de lln d.m.v. je lichaamstaal terug bij de les
○ zonder de klas te storen
○ zonder de aandacht van andere leerlingen te vestigen
op het ongepaste gedrag
● je doet terwijl gewoon verder met de les
Hoe doe je dat?
● oogcontact (even blijven staren), wenkbrauwen optrekken, je
ongemerkt naar de lln begeven, licht aanraken, je stemtoon
plots veranderen, even zwijgen,...
1.1.2. Positieve groepscorrectie
richt de aandacht NIET op het ongewenste gedrag MAAR
● verwoord je positieve verwachtingen (focus op het positieve)
○ iedereen kijkt naar het bord
○ ik wil alle wisbordjes zien
○ zorg ervoor dat al het nodige materiaal op de bank ligt
● combineer dit met een non-verbale tussenkomst
, 1.1.3. Anonieme individuele correctie
Je geeft op een anonieme manier aan dat niet alle leerlingen nog niet
aan je verwachtingen voldoen.
Combineer deze interventie met een non-verbale tussenkomst
bv. er zijn nog 3 lln. die nog niet al het nodige op hun bank hebben liggen.
Er zijn nog steeds 2 leerlingen aan het babbelen
1.1.4. Persoonlijke individuele correctie
spreek zo onopvallend mogelijk een leerling aan.
Geef alle lln een korte opdracht en stap rustig naar de lln in kwestie
● zet je op ooghoogte met de lln
● fluister wat je verwacht met de nadruk op de oplossing
1.1.5. Vliegensvlugge publieke correctie
Spreek de lln (snel) aan, ook al hoort de hele klas dat
Zorg voor een warme ondertoon. Vermijd gezichtsverlies bij de lln
● vestig de aandacht zo kort mogelijk op de lln
● benadruk het gewenste gedrag
bv. Arthur, ik zou willen dat jij ook aan de oefeningen begint
1.1.6. Consequentie
Je kan als leerkracht een waarschuwing geven : als… dan…
● lln zullen testen of je het meent. Doe ook waarvoor je
gewaarschuwd hebt als het nodig is
● zorg ervoor dat de waarschuwing haalbaar is én pedagogisch
verantwoord
Straffen (een sanctie geven) is altijd een uiterste maatregel
● aanmoedigen en stapsgewijs het gewenst gedrag aanleren,
verdient altijd de voorkeur!
Als straffen de enige optie is : kies een straf die effectief én efficiënt is
● de lln moet er iets van leren
● de lln moet gestimuleerd worden om ander (gewenst) gedrag
te laten zien
Storend gedrag van leerlingen kan ook beïnvloed of voorkomen
worden door
● de omgeving te veranderen
● storende situatiefactoren uit te schakelen
bv. klasopstelling veranderen
Leerlingen van plaats te veranderen
Weinig gerief op de bank te laten liggen
, 2. Didactische componenten
= de elementen die aan de basis liggen van een lesontwerp en de structuur
en de richting van de onderwijsleersituatie bepalen
Onderwijsleersituatie : de lessen die je voorbereidt, uitvoert en evalueert
2.1. Wat verstaan we onder onderwijsleermiddelen?
= alle materialen die door de leerkracht en/of leerlingen doelgericht worden
gebruikt ter ondersteuning van het leerproces
bv. oefenboek, werkbladen, wandplaten, klaspop, demonstratiemateriaal
Onderwijsmiddel : de onderwijzer deze middelen gebruikt om de beoogde
doelen te bereiken en het onderwijsleerproces te bevorderen
Leermiddel : het heeft als doel de zelfstandigheid, de activiteit en de
zelfwerkzaamheid van de leerlingen te bevorderen
De onderwijsleeractiviteiten die je selecteert voor een les of activiteit en de
groeperingswijze die je daarbij hanteert, bepalen in grote mate welke
onderwijsleermiddelen je zal inzetten.
bv. digiborden een ondersteunende functie wanneer je instructievormen toepast
2.2. Optimaal benutten van het werkgeheugen
2.2.1. de cognitieve belastingstheorie
Het werkgeheugen heeft een beperkte capaciteit
● twee tot zes ‘informatie-elementen’ tegelijk gedurende 30
seconden vasthouden
de intrinsieke belasting : de
complexiteit van de leerinhoud
bepaalt hoe zwaar het werkgeheugen
belast wordt
De extrinsieke belasting : alle
bijkomende prikkels die in het
werkgeheugen terecht komen en die
niet bijdragen tot het verwerken van
de leerinhoud
bv. afleidende geluiden, niet-relevante beelden,...