Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 86 pages
Resume

Samenvatting / lesuitwerking goederenrecht

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 86 pages

Dit zijn de uitwerking van goederenrecht, maar op zo een manier geschreven dat het een duidelijke samenvatting is.

Aperçu du contenu

Goederenrecht 2025: remediëren

Casus en vaardigheden week 1

Casus en vaardigheden week 1: overdracht

Taak: De zilveren ketting

In 1992 ontdekt Daphne op een antiekmarkt in Den Haag een schitterende
zilveren ketting. Zij kan deze voor een opvallend lage prijs kopen. Navraag bij de
verkoper leert Daphne weinig: de verkoper geeft aan de herkomst van de ketting
niet goed te kennen. Wel wijst hij Daphne op het fraaie zilver en op het feit dat zij
een buitenkansje laat lopen, omdat hij (de handelaar) snel van de ketting af wil.
Hierop koopt Daphne de ketting.

Artikel 3:84 BW: vereisten voor overdracht  geldige titel door iemand die
beschikkingsbevoegd is.

- Levering
- Geldige titel (overeenkomst of schenking)
- Beschikkingsbevoegd = als je eigenaar bent
- Levering: goedenrechtelijke overeenkomst en feitelijke handeling. Kun je
de levering zien? Nee, wij wel want van mij vermogen naar het vermogen
van de ander. Goed van het een vermogen naar het ander gaat =
goedenrechtelijke overeenkomst. Feitelijke handeling = leveringshandeling
3:90 BW = roerende zaak niet-registergoed.
- Eigenaar: kan je bezit overdragen maar ook het bezit verschaffen. Verschil
tussen overdragen en verschaffen van bezit.

Alleen degene die het bezit heeft kan het bezit overdragen. Verschaffen van
het bezit is ruimer. Je kan bezit verschaffen als je bezitter bent  artikel 3:114
BW.

Wat als je leent als eigenaar? Ik blijf eigenaar, wie is bezitter? Degene van wie
het flesje is, want het is nog steeds van mij. Degene aan wie je het hebt
geleend, is onmiddellijk houder en ik ben middelijk bezitter. Dit is altijd zo,
behalve als het wordt gestolen.

Bezitter is de enige die bezit kan overdragen, kan wel als houder toestemming
heeft van de bezitter.

Wat als je het flesje wilt verkopen. Wie is eigenaar? Babs maar het is door
Joost verkocht aan Mees. Mees is bezitter ter goeder trouw. Mees wordt geen
eigenaar want Joost was niet beschikkingsbevoegd.

Joost krijgt het flesje van Babs, Joost is houder en Babs is eigenaar.

Joost kan het niet overdragen aan Babs, je kan wel bezit verschaffen artikel
3:90 BW, geldige titel is koop en levering is bezitsverschaffing maar Joost was
niet beschikkingsbevoegd want dat is Babs.

Maak een tekening bij de casus!

, AA  koop 1992: Daphne. Ketting is gestolen en is bij AA terecht gekomen.
AA is geen eigenaar, Daphe verkrijgt van iemand die geen eigendom heeft, de
ketting waarschijnlijk op basis van diefstal. Ze hoort dat de ketting van
bijzondere kwaliteit is en lage prijs en hij ervan af wilt. Wat wordt Daphne als
die ketting bij Daphne komt  zij wordt geen eigenaar omdat ze het verkrijgt
van beschikkingsonbevoegde. De vraag wordt ze eigenaar  3:84 BW.

- Er is een titel; koopovereenkomst
- Beschikkingsbevoegdheid; nee
- Levering; bezitsverschaffing: 3:90 BW
 kan alleen eigenaar worden als ze voldoet aan 3:86 BW.
 Het is een roerende zaak
 Levering vond plaats door 3:90 BW
 Was ze ter goeder trouw? Nee want ze heeft onderzoeksplicht en daar
niet aan voldaan ‘’lage prijs, snel vanaf’’, dus door de omstandigheden.

Ze is bezitter en niet ter goeder trouw.

● Wie is de eigenaar en op grond waarvan?

De verkoop vindt plaats tussen de verkoper en Daphne

- Er moet getoetst worden aan de voorwaarden voor overdracht: art. 3:83
jo. 3:84 BW.
● Titel = koopovereenkomst (art. 7:1 BW)
● Levering = bezitsverschaffing (art. 3:90 BW)
● Beschikkingsbevoegdheid = niet voldaan, want de verkoper
had de ketting gesloten.
- Wanneer een zaak is gesloten dan betekent dit dat degene die de
ketting heeft verkocht nooit eigenaar is geworden van de zaak,
enkel bezitter.
- Nu moet er getoetst worden of Daphne recht heeft op
derdenbescherming op grond van art. 3:86 BW. Een van de
voorwaarden van derdenbescherming is dat de koper ter goeder trouw
moet zijn op grond van art. 3:11 BW Daphne had moeten weten dat er iets
mis was met de ketting aangezien deze voor een aanzienlijk lage prijs
werd verkocht en de verkoper niets over de achtergrond ervan kon
vertellen. Daphne geniet dus geen derdenbescherming op grond van art.
3:86 BW, ze heeft niet voldaan aan de onderzoeksplicht.
- Daphne voldoet ook niet aan de eisen van verkrijgende verjaring ex
art. 3:99 BW aangezien ze niet ter goeder trouw is.
- Daphne had op grond van art. 3:105 jo. 3:306 BW eigenaar kunnen
worden na verjaring, want na 20 jaar na het ontdekken van
diefstal mag er niet meer gerevindiceerd worden. Dit zou in casu in
2012 zijn. Binnen 20 jaar kan gerevindiceerd worden op grond van art.
5:2 BW.

,In 1997 overlijdt Daphne onverwacht. De ketting komt terecht bij haar 7-jarige
dochter en enig erfgenaam Jolien. Inmiddels is gebleken dat de ketting kort voor
de aankoop door Daphne bij antiquair Aalbers is gestolen. Daphne is hiervan
echter nooit op de hoogte gebracht en Jolien weet uiteraard helemaal niets van
de voorgeschiedenis van de ketting.

● Wie is de eigenaar en op grond waarvan?

De ketting gaat van Daphne naar Jolien aangezien ze erfgenaam is.

- Op grond van art. 4:182 lid 1 BW jo art. 3:116 BW gaat het bezit over op
Jolien, niet het eigendom, want er kunnen niet meer rechten
overgaan dan Daphne zelf had. Dus wanneer er sprake is van een
erfgenaam dan volg je de algemene titel op van de voorganger.
- Jolien wordt bezitter niet te goeder trouw.
- Jolien wordt in 2012 eigenaar aangezien de verjaringstermijn is
verstreken (art. 3:105 BW jo. 3:306 BW).

Jolien wordt bezitter want ze verkrijgt onder algemene titel. Volgt op in de
kwaliteit die de erf later had dus ze wordt bezitter ter kwader trouw want dat was
Daphne ook. Onder algemene titel verkrijgen  volg je op in de toestand die er
was. Als Daphne eigenaar was, wordt je het ook. Hier was ze bezitter ter kwade
trouw dus wordt Jolien het ook. Artikel 3:105 jo. 306 BW = 20 jaren erna dus
2012 dan is de lange verjaringstermijn voorbij dan is degene eigenaar geworden.

In 2014 heeft Jolien dringend geld nodig en verkoopt zij de ketting aan haar
vriendin Pauline. Zij spreken af dat meteen wordt geleverd door middel van een
levering constituto possessorio (cp-levering) en dat Jolien de ketting nog een
maand onder zich houdt. De vriendinnen zijn echter vrij laks: Pauline neemt de
ketting pas na een half jaar mee naar huis, als zij toevallig bij Jolien op bezoek is.

● Wie is de eigenaar en op grond waarvan?
- Er moet getoetst worden aan de voorwaarden voor overdracht: art. 3:83
jo. 3:84 jo. 3:90 BW:
● Titel: koopovereenkomst (art. 7:1 BW)
● Levering: er is hier sprake van een c.p. levering want Jolien
houdt de ketting nog een aantal maanden onder zich (art.
3:90 lid 2 BW jo. 3:115 sub a BW). → Pauline wordt eigenaar ook
al ligt de ketting nog een paar maanden bij Jolien.
● Beschikkingsbevoegdheid: voldaan want Jolien is inmiddels in
2012 eigenaar geworden aangezien de verjaringstermijn is
verstreken (art. 3:105 BW jo. 3:306 BW).
- Pauline is nu een middellijk bezitter (bezitter die het goed niet
zelf onder zich heeft) op basis van art. 3:107 lid 3 BW en Jolien is
onmiddellijk houder (een zaak voor een ander in eigen macht
houden).

Onmiddellijk bezitter = de bezitter heeft het goed in eigen macht

Middellijk bezitter = de bezitter heeft het goed niet in eigen macht

, Onmiddellijk houder = iemand houdt de zaak van een ander in eigen
macht.

Middellijk houder = het houden van een zaak door middel van een ander
die die zaak in zijn feitelijke macht heeft.

2014: Jolien verkopen aan Pauline. 2014 is Jolien eigenaar want 2012 (20 jaar) is
gepaseerd. Jolien kan overdragen aan Pauline.

- Levering = CP: 3:114 jo. 3:115 BW  vervreemder gaat houden voor de
verkrijger.
- Beschikkingsbevoegd = ja, want eigenaar
- Titel = koop

Pauline wordt eigenaar want voldaan aan 3:84 BW. Ze heeft het bezit maar
middelijk want Jolien houdt nog voor haar. Maakt niet uit dat ze hem na een
halfjaar komt ophalen.

Er lijkt bijna een vloek op de ketting te rusten: in 2016 breekt Henri bij Pauline in
en neemt al haar sieraden mee, waaronder dus ook de ketting. Een jaar na de
inbraak doet Henri de ketting cadeau aan zijn nichtje Mathilde voor haar 18e
verjaardag. De criminele activiteiten van Henri worden in 2019 bekend bij de
politie en hij wordt gearresteerd: zijn familie, inclusief Mathilde, is stomverbaasd
om te horen over ome Henri's verborgen bestaan als meesterdief.

Pauline is eigenaar. Henri is onmiddellijk bezitter te kwader trouw (dat is een dief
altijd).

Wordt Matilde eigenaar? Pauline kan de ketting nog opeisen maar Henri steelt en
schenkt de ketting aan Matilde (in 2017. Zij wordt geen eigenaar want Henri was
niet beschikkingsbevoegd, was wel levering (bezitter ter kwader trouw kan
overdragen) en titel. Wordt ze beschermd door 3:86 BW: ze erft niet, ze volgt niet
op in haar toestand, zij is wel ter goeder trouw. Ze wordt niet beschermd door
artikel 3:86 BW want er is sprake van een gift (ze verkrijgt om niet).

Kan je dan naar artikel 3:99 BW: ergens in 2020 zal ze eigenaar worden op grond
van 3:99 en niet op grond van artikel 3:86 BW. Tot die tijd loopt ze het gevaar
dat Pauline gaat revindiceren.

● Wie is de eigenaar en op grond waarvan?

Henri is geen eigenaar geworden van de ketting omdat hij de zaak heeft
gestolen. Henri is wel onmiddellijk bezitter te kwader trouw geworden,
en ondertussen is Pauline nog steeds de eigenaar, maar ze is het bezit
verloren.

- Kan Henri eigenaar worden? Enkel door verjaring op grond van art. 3:105
BW jo. 3:306 BW.
- Henri doet de ketting cadeau aan zijn nichtje Mathilda. Er moet getoetst
worden aan de voorwaarden voor overdracht: art. 3:83 jo. 3:84 jo. 3:90
BW:
● Titel: schenking (art. 7:175 BW)

Table des matières

  1. 01 Bijeenkomst 2 Goederenrecht - Asher (middellijke vertegenwoordiging) 20
    1. Literatuur – Pitlo 20
    2. Taak – Asher 27
  2. 02 Bijeenkomst 6.1 – Goederenrecht Strike (natrekking) 61
    1. 10.3 Eigendom van onroerende zaken 62
    2. Rechtspraak - Hoge Raad 15 november 1991, NJ 1993/316; AA 1992, 284 m.nt J. Hijma (Dépex/curatoren Bergel) 65
    3. Rechtspraak - Hoge Raad 15 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK9136 (woonark) 66
    4. Rechtspraak - Hoge Raad 24 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO3644 (havenkranen) 70
    5. Taak 73

Infos sur le Document

Cours
Publié le
17 mars 2026
Nombre de pages
86
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
$11.55

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Vendu
15
Abonnés
1
Éléments
11
Dernière vente
2 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Vous travaillez sur vos références ?

Créez des citations précises en APA, MLA et Harvard avec notre générateur de sources gratuit.

Vous travaillez sur vos références ?

Foire aux questions