Basisstructuur Wet IB
- H1 Algemeen
- H2 Subject + tarieven
- H3–5 Box 1–2–3
- H6 PGA
- H7 Buitenlands belastingplichtigen
- H8 Heffingskortingen
- H9 Heffing & verliesverrekening
Partnerbegrip (art. 1.2 IB + art. 5a AWR)
- Relevant omdat veel keuzes (toerekening, box 3, PGA) alleen voor partners
gelden.
- Partners als één van de volgende geldt:
o Gezamenlijk kind
o Erkenning minderjarig kind
o Samen eigen woning
o Gezamenlijke pensioenregeling
o Op hetzelfde adres ingeschreven
- Geen partner als:
o Bloedverwanten 1e graad (tenzij ≥ 27 jaar oud)
o Buitenlander die geen kwalificerend buitenlands belastingplichtige is
(art. 7.8 IB)
Rangorderegeling (art. 2.14 IB)
- Box 1 > Box 2 > Box 3
o Een inkomensbestanddeel mag maar in één box worden belast.
Bronnen van inkomen (art. 3.1 IB)
- Deze bronindeling is altijd relevant bij casussen:
1. Winst uit onderneming (WUO)
2. Loon uit dienstbetrekking (incl. auto van de zaak, WKR)
3. Resultaat overige werkzaamheden (ROW)
4. Periodieke uitkeringen (alimentatie etc.)
5. Eigen woning
6. Uitgaven inkomensvoorzieningen (lijfrente)
- Jurisprudentie broncriteria:
o Deelname economisch verkeer
o Voordeel beogen
o Voordeel reëel te verwachten
Eigen Woning (art. 3.111 t/m 3.123a IB)
- Wanneer EW?
o Hoofdverblijf + eigendom (art. 3.111 lid 1)
o Max. één hoofdverblijf bij partners (lid 8)