Communicatie DEEL 1 : Hoofdstuk 1 Alles begint bij luisterren
Reflectievraag:
Quote:
‘Een mens heeft 2 oren en één mond, om 2 keer zo veel te luisteren als te praten.’
1.1 Het belang van ‘luisteren’:
• Hulpverlener kan niet zonder oren
→ goed kunnen luisteren & afstemmen op cliënt
• Professioneel luisteren → simpel & complex
• Bewustwording van mezelf, cliënt & wat afspeelt tussen ons
• Reflecteren → nadenken over interactie & eigen handelen
• Kern van luisteren → openstellen naar anderen – luisteren- dan pas reageren
1.2 Waarnemingsfilters & referentiekaders:
• Interpreteren → door eigen waarnemingsfilters
• Waarnemingsfilters → dynamisch
Waarnemingsfilter: examenvraag
• = Representatiesysteem
• Uniek perspectief & filter → geven betekenis aan info
• Persoonlijke waarheid & bril → gefilterde interpretatie
• Proces → noodzakelijk orde scheppen in complexe
wereld
Gevolg
→ gedrag (non-verbale & verbale reactie)
→ effect op ander vanuit diens waarnemingsfilters
Beïnvloedende factoren: examenvraag
1) Voorgeschiedenis 4) Zintuigen
2) Zelfgevoel 5) Evaluatieve filters
3) Verwachtingen 6)Context
7) Taal
,1.2.1 Voorgeschiedenis: de levensarchiefkast
• 2 Delen: Bewuste & onbewuste ervaringen & herinneringen
→ roepen gevoelens, gedachten & gedrag op die waarneming beïnvloeden
• Psychosociale & biomedische voorgeschiedenis
1.2.2 Zelfgevoel/Zelfbeeld
• Beeld van zichzelf
• Betekenis die je geeft aan:
- hoe ander naar jou kijkt
- hoe je naar jezelf kijkt
- hoe je communiceert
→ vormen identiteit
1.2.3 Verwachtingen:
• Elke situatie → neem je verwachtingen mee → beïnvloed je luisteren
• ‘Je krijgt wat je verwacht’
1.2.4 Individuele verschillen in zintuigcapaciteit:
• Afhankelijk van kwaliteit zintuigen → info opnemen
• Interpretatie= wissen-vervormen of generaliseren van info met behulp van
waarnemingsfilter
1.2.5 Waarden & normen: evaluatieve filters:
• Waarden & normen → evalueert welk gedrag je goedkeurt of afkeurt
• Filters die bepalen wat je goed/slecht vindt
• Wordt bepaald door → ervaringen- opvoeding-samenleving-overtuigingen...
1.2.6 Context:
• Situatie waarin communicatie plaatsvindt
• Wie? Wat? Waar? → Welke gevoelens? Met wie? Welke plaats?
• Betrokkenheid in relatie? → persoonlijke/professionele relatie?
,1.2.7 Taal & waarneming:
• Taal= reflectie van iemands wereldbeeld
→ werkinstrument communicatie over gevoelens & gedachten
• Persoonlijk taalgebruik = weerspiegeling eigen wereldbeeld
• Patronen waarop organisatie van wereld in taal tot uiting komen:
- Deletes/ weglatingen= wat je niet zegt
- Generalisaties/ veralgemeningen = alle, altijd, nooit, overal
- Vervormingen en verwarringen
→ beïnvloeden cognities, emoties & motivaties
1.3 Communiceren als hulpverlener:
• Belangrijk dat je bewust bent van eigen waarnemingsfilters → niet laten
beïnvloeden → leren herkennen & erkennen
• Communicatiestof of communicatieblokker → verhindert onbevooroordeeld
luisteren
Professioneel communiceren: examenvraag
• Interne reactie → eerst bewerken → passende boodschap geven
3 stappen:
1) Wees bewust van eigen waarnemingsfilter & referentiekader
2) Loslaten, benoemen, herkennen & parkeren
3) Schat in wat de ander nodig heeft
1.4 Wat betekent dit in de praktijk?
• 3 niveaus van ervaring op continuüm van stadia van verwerking en
hanteerbaarheid
3 niveaus:
1) Ervaring
2) Ervaringskennis= reflecteren op persoonlijke ervaring & plaatsen
3) Ervaringsdeskundigheid= diepere verwerking & ‘inzetbaarheid’ van eigen
ervaring → breder kijken dan enkel persoonlijke ervaring
, Communicatie DEEL1: H2 Luisteren kan zoveel zeggen
Quote:
• ‘Als je je nukkig ingraaft onder de dekens, wil je eigenlijk zeggen: kom bij
me liggen. Als je de deur achter je dichtslaat & wegrent, wil je eigenlijk
zeggen: kom me toch achterna. En als je zegt: ik hou van je, bedoel je: hou jij
van mij? Zie je nou wel dat poëzie nodig is, want als ik ‘ja’ zou zeggen, zou
dat niks betekenen.’
2.1 Binnenkant & buitenkant:
Binnenkant: (veronderstellingen, Buitenkant: (objectief
interpretaties) waarneembaar)
• Gedachten & gevoelens • Wat je zegt
• Overtuigingen • Welke woorden
• Interesses • Intonatie
• Motivaties • Gelaatsuitdrukking
• Stemhoogte
Binnenkantcategorieën: Buitenkantcategorieën:
• Niet zichtbaar • Waarneembare aspecten vd
• Niet tastbaar communicatie
• Niet objectief waarneembaar • Objectief waarneembaar
Communicatie:
• Maken veronderstelling over binnenkant door te kijken & luisteren naar
buitenkant
• Soms interpretatie juist, soms niet
Congruentie:
• Intonatie, toonhoogte, komt overeen met gevoelens, gedachten, …
2.2 Zender & ontvanger: Uitwisseling Zender /
/Feedback Ontvanger
• Constant afwisselend
• Communicatie = circulair
• = Spreker-Luisteraar
Zender / Uitwisseling
Ontvanger / Feedback
Reflectievraag:
Quote:
‘Een mens heeft 2 oren en één mond, om 2 keer zo veel te luisteren als te praten.’
1.1 Het belang van ‘luisteren’:
• Hulpverlener kan niet zonder oren
→ goed kunnen luisteren & afstemmen op cliënt
• Professioneel luisteren → simpel & complex
• Bewustwording van mezelf, cliënt & wat afspeelt tussen ons
• Reflecteren → nadenken over interactie & eigen handelen
• Kern van luisteren → openstellen naar anderen – luisteren- dan pas reageren
1.2 Waarnemingsfilters & referentiekaders:
• Interpreteren → door eigen waarnemingsfilters
• Waarnemingsfilters → dynamisch
Waarnemingsfilter: examenvraag
• = Representatiesysteem
• Uniek perspectief & filter → geven betekenis aan info
• Persoonlijke waarheid & bril → gefilterde interpretatie
• Proces → noodzakelijk orde scheppen in complexe
wereld
Gevolg
→ gedrag (non-verbale & verbale reactie)
→ effect op ander vanuit diens waarnemingsfilters
Beïnvloedende factoren: examenvraag
1) Voorgeschiedenis 4) Zintuigen
2) Zelfgevoel 5) Evaluatieve filters
3) Verwachtingen 6)Context
7) Taal
,1.2.1 Voorgeschiedenis: de levensarchiefkast
• 2 Delen: Bewuste & onbewuste ervaringen & herinneringen
→ roepen gevoelens, gedachten & gedrag op die waarneming beïnvloeden
• Psychosociale & biomedische voorgeschiedenis
1.2.2 Zelfgevoel/Zelfbeeld
• Beeld van zichzelf
• Betekenis die je geeft aan:
- hoe ander naar jou kijkt
- hoe je naar jezelf kijkt
- hoe je communiceert
→ vormen identiteit
1.2.3 Verwachtingen:
• Elke situatie → neem je verwachtingen mee → beïnvloed je luisteren
• ‘Je krijgt wat je verwacht’
1.2.4 Individuele verschillen in zintuigcapaciteit:
• Afhankelijk van kwaliteit zintuigen → info opnemen
• Interpretatie= wissen-vervormen of generaliseren van info met behulp van
waarnemingsfilter
1.2.5 Waarden & normen: evaluatieve filters:
• Waarden & normen → evalueert welk gedrag je goedkeurt of afkeurt
• Filters die bepalen wat je goed/slecht vindt
• Wordt bepaald door → ervaringen- opvoeding-samenleving-overtuigingen...
1.2.6 Context:
• Situatie waarin communicatie plaatsvindt
• Wie? Wat? Waar? → Welke gevoelens? Met wie? Welke plaats?
• Betrokkenheid in relatie? → persoonlijke/professionele relatie?
,1.2.7 Taal & waarneming:
• Taal= reflectie van iemands wereldbeeld
→ werkinstrument communicatie over gevoelens & gedachten
• Persoonlijk taalgebruik = weerspiegeling eigen wereldbeeld
• Patronen waarop organisatie van wereld in taal tot uiting komen:
- Deletes/ weglatingen= wat je niet zegt
- Generalisaties/ veralgemeningen = alle, altijd, nooit, overal
- Vervormingen en verwarringen
→ beïnvloeden cognities, emoties & motivaties
1.3 Communiceren als hulpverlener:
• Belangrijk dat je bewust bent van eigen waarnemingsfilters → niet laten
beïnvloeden → leren herkennen & erkennen
• Communicatiestof of communicatieblokker → verhindert onbevooroordeeld
luisteren
Professioneel communiceren: examenvraag
• Interne reactie → eerst bewerken → passende boodschap geven
3 stappen:
1) Wees bewust van eigen waarnemingsfilter & referentiekader
2) Loslaten, benoemen, herkennen & parkeren
3) Schat in wat de ander nodig heeft
1.4 Wat betekent dit in de praktijk?
• 3 niveaus van ervaring op continuüm van stadia van verwerking en
hanteerbaarheid
3 niveaus:
1) Ervaring
2) Ervaringskennis= reflecteren op persoonlijke ervaring & plaatsen
3) Ervaringsdeskundigheid= diepere verwerking & ‘inzetbaarheid’ van eigen
ervaring → breder kijken dan enkel persoonlijke ervaring
, Communicatie DEEL1: H2 Luisteren kan zoveel zeggen
Quote:
• ‘Als je je nukkig ingraaft onder de dekens, wil je eigenlijk zeggen: kom bij
me liggen. Als je de deur achter je dichtslaat & wegrent, wil je eigenlijk
zeggen: kom me toch achterna. En als je zegt: ik hou van je, bedoel je: hou jij
van mij? Zie je nou wel dat poëzie nodig is, want als ik ‘ja’ zou zeggen, zou
dat niks betekenen.’
2.1 Binnenkant & buitenkant:
Binnenkant: (veronderstellingen, Buitenkant: (objectief
interpretaties) waarneembaar)
• Gedachten & gevoelens • Wat je zegt
• Overtuigingen • Welke woorden
• Interesses • Intonatie
• Motivaties • Gelaatsuitdrukking
• Stemhoogte
Binnenkantcategorieën: Buitenkantcategorieën:
• Niet zichtbaar • Waarneembare aspecten vd
• Niet tastbaar communicatie
• Niet objectief waarneembaar • Objectief waarneembaar
Communicatie:
• Maken veronderstelling over binnenkant door te kijken & luisteren naar
buitenkant
• Soms interpretatie juist, soms niet
Congruentie:
• Intonatie, toonhoogte, komt overeen met gevoelens, gedachten, …
2.2 Zender & ontvanger: Uitwisseling Zender /
/Feedback Ontvanger
• Constant afwisselend
• Communicatie = circulair
• = Spreker-Luisteraar
Zender / Uitwisseling
Ontvanger / Feedback