Onderdeel voortplanting varken – 4 MK vragen
1. inleiding
2. Niet berig worden na spenen
3. Terugkomen
4. Verwerpen
5. Doodgeboren biggen
6. Melkgifteproblemen
7. Conclusies
Totaal 90 slides
Onderdeel veeteelt varken – 4 MK vragen
1. Inleiding
2. stressgevoeligheid
3. Vruchtbaarheid
4. (mesterij)
5. Karkas en slachtkwaliteit
6. Vleeskwaliteit
7. Berengeur
Totaal 61 slides
Pagina 1 van 19
,Voortplanting varken
1. Inleiding
2. Niet berig worden na spenen
3. Terugkomen
4. Verwerpen
5. Doodgeboren biggen
6. Melkgifteproblemen
7. Conclusies
1. Inleiding
- Algemene gegevens reproductie zeug
o Cyclusduur 147 dagen
o 1e inseminatie 240 dagen
o Duur oestrus 66 uur maar redelijk veel variatie
o Lactatie anoestrus; niet berig in de kraamstal
o Dracht 115-117 dagen; spreiding veel scherper dan bij rundvee
o 4-5x werpen voor opruimen; 50% van de zeugen wordt afgevoerd op jaarbasis
o Productiegetal 25-35 biggen
o Lactatie 3- 4 weken; zeugen niet vroeger spenen (kalf bij koe weg vanaf dag 1) ; regelgeving ;
biggen mogen niet gespeend voor 4 weken: Biggen niet voor 4 weken spenen tenzij speciale
faciliteiten voor biggen en dan mag er op 3 weken gespeend worden i.t.t Canada of V.S of
Azië
- Periode rond het werpen= periparturient periode ; moeilijke periode waarbij er heel veel
veranderingen gebeuren en de dierenarts moet ingrijpen.
- Duur oestrus; 66 uur. Hangt af van verschillende factoren; donker,stress, nazomer, jonge zeugen;
bronstduur korter en bronst expressie minder. Meest bepalende factor is het Interval spenen-
oestrus ; laat berig worden; na 6 dagen spenen >>> korter berig , vroeg komen= langer berig. Impact
op inseminatie; vermijden om te laat te insemineren; risico op te laat insemineren = degene die laat
beren. Op einde bronst insemineren of na de bronst insemineren en dat wil je niet.
- Embryonale ontwikkeling vroege dracht
o Vruchtjes uit zona pellucida: dwarrelen rond gedurende aantal dagen om te verdelen
“spacing” in de ruimte van de baarmoeder ; proces dat door oestrogenen wordt gestuurd >>
tijdens deze periode varken zeer gevoelig aan onderbreken van de dracht en vruchtjes niet
gaan innestelen. Duurt 5 dagen.
o Dag 11-12 embryo’s groeien ‘elongeren’; vormen structuren; endometrium weefsel
bezetten> signaal naar zeug ‘drachtig’; prostaglandines niet vrijgezet; CL niet in regressie;
meer bloed naar baarmoeder en milieu baarmoeder verandert. Vruchtjes zorgen voor eigen
gunstige conditie om in te nestelen
o Dag 12= signaal drachtig of niet
o Dag 13-14; implantatie fase : embryo’s verbinden met baarmoederweefsel en op die manier
een goede placenta vormen. Varkens epitheliochoriale placenta. Bij het rund epitheel tegen
endotheel. Karunkels bij rund niet bij varken. Verschillende lagen; antistoffen van zeug niet
zomaar naar big: belang colostrum
o Dag 15-17; 2de signaal oestrogeen. Als er iets mis 2de signaal zeug keert onregelmatig terug.
Regelmatig terug keren = iets fout op dag 12.
- Vergelijking koe vs zeug
o Zeug 2,4 worpen per jaar vs 1 koe
o Zeug 30-40 biggen per jaar
Pagina 2 van 19
, o Zeug 3-4 maanden lactatie
o Melklier koe uit speen 1 opening sfincter, varken 2 openingen minder duidelijke sfincter
o Zeugen niet tijdens lactatie insemineren, koeien wel
o Monogastrisch varken.
2. Niet berig worden van de zeug na het spenen
- Zien we niet vaak ; hybride zeugen geselecteerd op bronstexpressie, vruchtbaarheid
o Wel dan; Ware an-oestrus; geen folliculaire activiteit; geen ovulatie
o Suboestrus; bronst niet getoond
- Bronststimulatie (speenmanagment)
o Teveel vermagerd in de kraamstal, niet voldoende eten krijgen , te warm, niet eten
o Jonge zeugen: moeten nog groeien, lagere opnamecapaciteit, probeer een aantal minder
zeugen bij de zeug te leggen: minder melkproductie en minder vermageren. Melkproductie
gecorreleerd aan het aantal zeugen. Minder biggen=minder melk geven= minder vermageren.
2de manier Ipv 28 dagen spenen>> 25 dagen spenen; laatste 3 dagen niet meer vermageren.
Vooral laatste week lactatie dat zeugen veel verliezen ; biggen drinken dan veel
o Als zeug gespeend wordt niet volledig maar Gedeeltelijk vasten en daarna flushen; suikerrijk
voeder, hoog energieniveau; conditie bij te bouwen + groei follikels en ovulatie stimuleren.
o Voldoende licht (meer dan 40lux) , kleine groepjes
o 2x per dag de beer erbij laten om zeug te prikkelen en ze in bronst te laten komen. Dag na het
spenen hier mee beginnen tot verwachting dat ze bronstig worden. Veel bedrijven donderdag
spenen > donderdag avond beginnen > berig dinsdag soms maandag.
- Bronstdetectie (maandag, dinsdag)
o 2x per dag zeug voor beer laten
o Niet tijdens voederen
o Toegepast voor gespeende zeugen, gelten aankopen: (progesteron derivaat zodat cyclus
gesynchroniseerd wordt met gespeende zeugen) , zeugen die terug komen”: niet terug
komen; regelmatig of onregelmatig; kijken of er nog zeugen zijn die berig zijn.
o Lichaams – en gedragsveranderingen beoordelen
o Goede zoekbeer moeten hebben
- Hormonaal (indien bovenstaande niet voldoende is)
o Wanneer bovenstaande niet voldoende is, liever niet doen adviseert hij niet
o Jonge zeugen 3D vroeger spenen: zeugen worden 3d vroeger berig dan de andere wil je niet
je wilt alle zeugen zelfde; altrenogest toedienen via voeder zodat allemaal tegelijk berig.
Wordt soms nog gedaan, kan goed werken.
o 24 uur na spenen of na stoppen altrenogest; FSH werking (PMSG) + LH werking (HCG)
sommige bedrijven jonge zeugen. Je kan ook alleen FSH of GNRH geven. Weet dat het
bestaat; geen voorstander prof subfertiliteit in stand houden.
o 5 dagen na spenen kan ook fixed time inseminatie
o Zeug wordt alsnog niet berig na behandeling ; voor producten moet enige folliculaire
activiteit zijn; stille of gemiste bronst gehad voor de behandeling dan niet reageren; kan
reageren met stille of gemiste bronst, wel ovuleren maar niet tonen, cysteuze of ovariële
follikels; cysten die groter dan 10 mm zijn; af en toe zien en gerelateerd aan an-oestrus
beeld ( niet berig worden + niet reageren op behandeling); stress, mycotoxines (zearealone
met oestrogene werking) , onjuiste hormonale behandeling (over of onderdosering) kan ook
aanleiding geven tot cystevorming.
Pagina 3 van 19
, 3. Terugkomen
- Belangrijkste aandoening bij varkens , als het er teveel zijn = bedrijfsprobleem
- 100 zeugen insemineren doel= 88% drachtig, 12 % terugkomen; <8% regelmatig , <4% onregelmatig.
- Slecht sperma, tijdstip van inseminatie niet goed , je kijkt naar de beer of de boer voor regelmatig
terugkeren, bij onregelmatig terugkeren kijken naar de zeug.
- Geen bevruchting; of bevruchting en eicellen afsterven na bevruchting of embryo afgestorven voor
dag 12 > minder dan 5 = onvoldoende drachtsignaal naar zeug en zeug zal regelmatig terugkeren.
o slecht sperma; fouten in spermaverwerking/KI, onjuist tijdstip inseminatie.
o Eicellen afsterven enkele uren na de bevruchting ; meestal door sperma te oud (te vroeg
insemineren) of eicellen te oud op moment bevruchting (te laat insemineren) Te laat
insemineren >>> eicellen te oud >> sterft af na 8-10 uur. Insemineren 24 uur voor ovulatie;
oestrus 66 uur ; ovulatie op 2/3 van de bronst op 44 uur; dus traject van 24 uur daarvoor
nemen = geen probleem met te oud sperma of eicel. te vroeg insemineren spermacellen niet
goed; leven 24 uur. Te laat insemineren naast het feit dat eicellen te oud zijn ; transport van
spermatozoa ook niet meer optimaal want contractie baarmoeder niet optimaal. Sperma
reservoir; oponthoud spermatozoa top uterushoorn; chemische aanpassingen voordat in
eileider en eicellen bevruchten functioneert niet goed als te laat. Baarmoeder goed onder
oestrogenen; goed pathogenen verwijderen niet het geval dan ideaal milieu om
baarmoederontsteking te ontwikkelen.
- Onderzoek; slide 23 ; te vroeg of te laat insemineren; ook eicellen ovuleren en bevrucht. Varkens 20-
30 eicellen ovuleren. Streven is zoveel mogelijk eicellen bevruchten; we willen volledige bevruchting.
Insemineren kort voor ovulatie; zeugen volledige bevruchting is groot. Vroeger insemineren; proportie
zeugen niet alle eicellen maar een deel worden groter. Zwart is de zeugen helemaal geen bevruchting;
heel vroeg. Te laat met insemineren na ovulatie; zeugen die niet drachtig zijn; te vroeg; zeugen wel
drachtig maar worpgrootte kleiner; partiële bevruchting van de eicellen. Te vroeg meer partiële
fertilisatie, te laat hogere terugkomst en meer risico op endometritis.
- Systemen automatisch met sensor of camera gedrag van zeugen gemonitord; afwijkend gedrag;
systeem geeft dan aan of de zeug kan geïnsemineerd worden. Niet veel in Be.
- Smart sow breeding Intra-uterien; pipet door cervix en volledig insemineren in baarmoeder; dosis mag
wat minder zijn. Werppercentage met systeem verbeterd; 1/3 van de sperma gebruikt. Terugkomers
bedrijf B en C hoger. Worpgrootte; ook belangrijk. Big minder = niet tevreden. A en B meer biggen.
Werkte goed. Goed systeem maar hoe hoger je zit hoe minder ruimte voor verbetering. Minder
sperma nodig, pipetten iets duurder. Betalen voor licenta. Jonge zeugen mag niet. Nog niet universeel
toegepast Be. Aziatische landen kan zulke systemen wel goed werken.
- Hoestmonitor in stallen : hoeveel hoest; stijging kan alert en direct behandelen. Goede boer ziet dit
zelf wel maar is dit niet zo kunnen bijkomende systemen werken.
- Teveel sterfte blastocyten voor dag 12
o Zeug berig en geïnsemineerd maar komt regelmatig terug>> baarmoeder niet klaar voor
innesteling >>> partus die lang geduurd heeft,= >>>>>> 6 uur sommige bedrijven 10-12 uur. 4
weken nadien alweer biggen. Korte lactatie is ook een reden. Mag niet korter dan 21 dagen
spenen. Spenen op 14 dagen kan; drachtpercentage zal eronder lijden want Endometrium
onvoldoende herstellen voor volgende dracht.
o Laag voederniveau voor de ovulatie; belang van flushen = hoog voederniveau
o Zeugen teveel vermagerd tijdens lactatie.
o Lactatie 10% lichaamsverlies verliezen (200kg > 20 kg) mag anders langer spenen- brost
interval , meer regelmatige terugkomers, minder kwaliteit eicellen emryo’s met meer
embryonale sterfte of drachtig en minder grote worp.
Pagina 4 van 19