1. De geïntegreerde politie
Structuur en organisatie van de politie in België
• De Belgische politie is georganiseerd als een geïntegreerde politie, die bestaat uit
twee niveaus:
o de lokale politie
o de federale politie
• Voor beide niveaus bestaat er één gemeenschappelijke politieopleiding. Zowel
toekomstige leden van de lokale als van de federale politie volgen dus dezelfde
basisopleiding, al leggen beide niveaus nadien verschillende accenten in hun
werking en specialisatie.
• In de praktijk is er toch sprake van enige versnippering in de organisatie van de
opleiding en selectie.
o De opleidingen worden namelijk provinciaal georganiseerd in
verschillende politiescholen.
o Daardoor bestaan er meerdere opleidingscentra, hoewel er op papier
slechts één uniforme opleiding bestaat.
Informatiesystemen en databanken
• Binnen de politie bestaat er een geïntegreerde statistiek, namelijk de PCS
(Politionele Criminaliteitsstatistieken).
• De belangrijkste databank waarin politionele informatie wordt verzameld is de
Algemene Nationale Gegevensbank (ANG).
Deze databank bevat informatie die relevant is voor het politiewerk, zoals
gegevens over misdrijven, personen en onderzoeken.
• In de praktijk werken verschillende politiediensten echter nog met verschillende
informatiesystemen, zoals:
o ISLP (Integrated System for Local Police): gebruikt door de lokale politie
o FEEDIS: gebruikt door de federale politie
1
, • Hierdoor bestaat er een nood aan accurate, betrouwbare en kwaliteitsvolle data,
zodat informatie correct kan worden gedeeld en gebruikt tussen de verschillende
politiediensten.
Controle en toezicht op databanken
• Omdat politiedatabanken gevoelige persoonsgegevens bevatten, is er toezicht
nodig op het gebruik ervan.
• De controle op het onrechtmatig raadplegen of gebruiken van databanken
gebeurt onder meer door het Comité P en de Controleorgaan op de Politionele
Informatie (COC).
• Deze organen zien erop toe dat politiediensten de regels rond privacy en
gegevensbescherming respecteren.
ICT-problematiek binnen de politie
• Binnen de Belgische politie bestaat al langer een ICT-problematiek, onder meer
door verouderde systemen en het bestaan van verschillende databanken.
• Een belangrijk moderniseringsproject is I-Police.
o Dit is een grootschalig ICT-traject dat tot doel heeft politionele informatie
zoveel mogelijk te centraliseren in één geïntegreerd systeem.
o Het project moet zorgen voor efficiëntere gegevensuitwisseling, betere
samenwerking en modernere digitale infrastructuur.
Financiering van de politie
• De federale politie wordt volledig gefinancierd door de federale overheid.
• De lokale politie wordt voornamelijk gefinancierd door:
o lokale middelen (gemeenten)
o een federale dotatie (bijdrage van de federale overheid).
Wettelijk kader
• De taakverdeling tussen de lokale en federale politie wordt geregeld door de Wet
op het Politieambt en de Wet op de Geïntegreerde Politie (WGP).
2
, • De WGP bepaalt echter niet in detail welke taken door welk niveau moeten
worden uitgevoerd.
In plaats daarvan legt de wet vooral de functionele banden en samenwerking
tussen de lokale en federale politie vast
Interne organisatie:
1. Het operationeel korps (art. 117 WGP) (~80%)
• Volle/gedeeltelijke bevoegdheid
• Dit bestaat uit politieambtenaren, die in drie kaders verdeeld zijn:
• basiskader
• middenkader
• officierenkader
• Het operationeel kader kan aangevuld worden met agenten van politie
(hulpkader)
2. Het administratief en logistiek kader (ook wel ‘Calog’ genoemd) (art. 118 WGP)
(~20%)
• = personeelsleden zonder bevoegdheid inzake bestuurlijke of gerechtelijke
politie
• Ondersteunend tav operationeel kader
1. Bv. Taktisch
Personeel (feitelijk kader, 2024):
- Op federaal niveau worden er minder mensen te werk gesteld
Eenheidsstatuut binnen de Belgische politie:
3
, Het eenheidsstatuut vormt één van de belangrijkste verwezenlijkingen van de
politiehervorming in België. Het doel ervan was om alle personeelsleden van de
geïntegreerde politie onder éénzelfde rechtspositie te plaatsen, ongeacht of zij behoren
tot de lokale of federale politie.
Doel en belang
• Het eenheidsstatuut moest zorgen voor gelijke behandeling van politiepersoneel,
ongeacht:
o de dienst waarvoor men werkt
o het niveau van de politieorganisatie (lokaal of federaal).
• Dit principe van gelijke behandeling is vooral belangrijk in het kader van mobiliteit
binnen de politie.
Dankzij een uniform statuut kunnen personeelsleden gemakkelijker overstappen
tussen verschillende politiediensten of niveaus.
• De invoering van één statuut werd beschouwd als een grote vooruitgang van de
politiehervorming, maar vormde tegelijk een grote organisatorische en juridische
uitdaging.
Belangrijke wetgevende instrumenten
De invoering van het eenheidsstatuut gebeurde via verschillende wetgevende
maatregelen:
• De Mozaïekwet
o Officiële naam: Wet van 27 december 2000 houdende diverse bepalingen
met betrekking tot de rechtspositie van het personeel van de
politiediensten.
o Deze wet regelde de overgang naar de nieuwe statuten na de
politiehervorming.
• Het Mammoetbesluit
o Officiële naam: Koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de
rechtspositie van het personeel van de politiediensten.
o Dit besluit bevat een uitgebreide regeling van het statuut van
politiepersoneel.
Het feit dat meerdere omvangrijke wetten en besluiten nodig waren, toont aan dat de
hervorming juridisch en organisatorisch zeer complex was.
4