1 THEORETISCH KADER EN PROJECTMATIG WERKEN
1.1 INLEIDING
Vlaams instituut gezond leven (VIGL)
- Preventie maatschappelijke thema’s
- Voeding, beweging, tabak, mentaal welzijn, sedentair gedrag
Vlaams instituut Mondgezondheid (Gezonde Mond)
- Hebben verschillende projecten
Wereldgezondheidsdag (WHO)
- 7 april
- Specifiek gezondheidsthema
- Preventie, educatie en beleid
Interventie= Groepering van verschillende methodieken. (poetsmodel, voorleesboekje, plaqueverklikkers)
- Hoe kunnen we, net als de WHO, effectieve campagnes en interventies opzetten om positieve
gedragsveranderingen te stimuleren?
- Vb. Gezonde Mond koffer.
1.2 THEORETISCH KADER
1.2.1 Het concept mondgezondheid
Goede gezondheid= een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk
welbevinden en niet slechts de afwezigheid van ziekte of andere lichamelijk gebrek
- Subjectieve ervaring: pijn, angst, esthetisch
Disease= een objectief vaststelbare combinatie van symptomen en fysieke tekenen die
verklaarbaar zijn door verstoorde lichamelijke (bio-fysiologische) functies
- Medisch aantoonbare pockets
Illness= een subjectieve ervaring van pijn of ongemak
- Slechte smaak in de mond, tintelend gevoel in de lippen
Sickness= sociale en culturele aspecten van ziek zijn. Het gaat om hoe de samenleving en de omgeving
reageren op iemand die ziek is.
- Iemand met een verkoudheid blijft thuis van werk omdat de samenleving dat als gepast ziet.
Positieve gezondheid= Een breder concept dat gezondheid opentrekt van lichaamsfuncties en mentaal
welbevinden naar kwaliteit van leven, zingeving, meedoen en dagelijks functioneren.
- Mens staat centraal, focus op dingen die ze nog goed doen
- 6 dimensies:
o Lichaamsfuncties
o Mentaal welbevinden
o Zingeving
o Kwaliteit van leven
o Meedoen
o Dagelijks functioneren
,Kernelementen goede mondgezondheid
1) Gezondheidsconditie: De afwezigheid van ziekte, pijn en discomfort en/of van de progressie ervan.
2) Fysiologisch functioneren: Het vermogen een reeks acties te ondernemen zoals spreken, kauwen,
lachen, slikken, smaken,…
3) Psychosociaal functioneren: Het verband tussen mondgezondheid en psychosociaal functioneren.
Driving determinants
- Genetische en biologische factoren
- Sociale en fysieke omgevingsfactoren
- Gezondheidsgedrag
- Toegang tot zorg
Moderating factors
- Leeftijd
- Cultuur
- Inkomen
- Ervaringen, verwachtingen
1.2.2 Gezondheidsdeterminanten
Gezondheidsdeterminanten (Lalonde)
→ Menselijke biologie (erfelijkheid, verworven, geslacht) =endogeen
→ Leefstijl (houding, kennis, gedrag) =endogeen/exogeen
→ Organisatie van de gezondheidszorg (toegankelijkheid) =exogeen
→ Omgevingsfactoren (fysiek: fysisch, chemisch, biotisch, sociaal)
=exogeen
Rol van zorgprofessional: Kennis, vaardigheden en attitude toereiken
1.2.3 Gezondheidsvaardigheden
Gezondheidsvaardigheden: =vaardigheden van individuen om informatie over gezondheid te verkrijgen, te
begrijpen en te toepassen bij gezondheid gerelateerde beslissingen.
- Voorbeelden: correct innemen van medicatie, omgaan met digitale vaardigheden, begrijpen en
toepassen van adviezen
Wat hebben gezondheidsvaardigheden te maken met gezondheidsdeterminanten?
- Er is een nauwe samenhang met biologische en omgevingsfactoren maar zeker ook met organisatie van
zorg. Ze kunnen bepalend zijn voor gezondheidsgedrag
Laaggeletterd =Moeite met lezen, schrijven en/of rekenen
- Anderstaligen ≠ laag geletterd!
Invloed lage gezondheidsvaardigheden
- Minder gezonde levensstijl
- Minder goede toegang tot zorgsysteem
- Impact op gezondheid
Niveaus gezondheidsvaardigheden
1) Interactive literacy: verkrijgen
o Cognitieve en sociale vaardigheden die kunnen worden gebruikt om actief informatie te
verkrijgen
o Gevolg: meer controle, motivatie en zelfvertrouwen.
2) Functional literacy: begrijpen
, o Kunnen lezen, informatie begrijpen, formulieren invullen
o Gevolg: meer kennis van risico, gepaste dienstverlening, therapietrouw, participatie
3) Critical literacy: toepassen
o Kritisch informatie analyseren en die informatie gebruiken om meer controle over het eigen
leven te verkrijgen
o Gevolg: meer handelen, empowerment, controle over eigen gezondheid
Rol organisatie
- Creëer bewustwording en wees bewust van de impact
- Pas de zorgomgeving aan
o Duidelijke uitnodigingsbrieven, toegankelijke website, …
- Training medewerkers om effectief te communiceren met personen met lage
gezondheidsvaardigheden.
Rol zorgprofessional
- Herkennen
- Checken (vraag formulier in te vullen)
- Erkennen
- Tijdens gesprek
o Vertel dat veel mensen dit moeilijk vinden: “Hoe is dat voor u?”
o Verwacht geen voorkennis: “Wat weet u zelf al over..”
o Wees alert op overschatting
- Schriftelijke communicatie (Visueel ondersteunen)
1.2.4 Gezondheidsindicatoren
Prevalentie= Het voorkomen van een ziekteverschijnsel op een bepaald moment in een bepaalde periode als
proportie van de populatie.
Incidentie = Het aantal nieuwe gevallen van een ziekte in een bepaalde periode.
Sterfte (mortaliteit): (Bruto)sterftecijfer= gemiddeld aantal overledenen per 1.000 inwoners in een bepaalde
periode.
Ziekte (morbiditeit): maatstaf die wordt gebruikt om de incidentie/prevalentie van gezondheidsproblemen in
een specifieke bevolking te kwantificeren.
→ Comorbiditeit/multimorbiditeit: gelijktijdig meerdere gezondheidsproblemen hebben die
onafhankelijk van elkaar bestaan.
Levensverwachting /Gezonde levensverwachting= het gemiddeld aantal levensjaren dat mensen mogen
verwachten in goede gezondheid door te brengen in gezondheid.
Gezondheid gerelateerde kwaliteit van leven
- Gebaseerd op: het bio-psychosociaal model
Gezondheidsindicator =Gezondheidstoestand bij een bepaalde groep
- Vb. levensverwachting bij geboorte
1.2.5 Het concept gezondheidspromotie en -bevordering
Factoren cariës
1) Microflora
2) Substraat
3) Tand
➢ Klein deel van volledig systeem
, Evolutie van gezondheid
- Niet elke het biomedische maar een bredere perceptie
- Zowel objectieve- als subjectieve factoren
- Vb: gezinnen met hoger inkomen hebben vaak betere toegang tot THK-zorg en preventieve diensten
Bio-medisch-technisch model
- Aanpak: ziekte
- Verantwoordelijke: zorgverstrekker
- Lichaam en geest als afzonderlijk
Gedragsmatige benadering
- Aanpak: gedragsfactoren (poetsen, roken, etc.)
- Verantwoordelijke: individu
- Victim blaming= individuen die geen verantwoordelijkheid kunnen verdragen maar de ‘schuld’ krijgen.
Bio-psycho-sociale benadering
- Aanpak: bijkomende factoren, waar de persoon minder impact op heeft.
- Verantwoordelijke: zorgverstrekker, patiënt, omgeving, beleid
- Gericht naar familie, omgeving, milieu. Bredere verantwoordelijkheid
Gezondheidspromotie = Mensen/groepen worden in
staat gesteld worden om meer controle te verwerven
over de determinanten van hun gezondheid, en zo hun
gezondheid te verbeteren.
Elementen gezondheidspromotie
1) Gezondheidsvoorlichting
o Aanzetten en motiveren van mensen tot gezondheid bevorderend gedrag (poetsen)
o Verandering in vaardigheid, kennis, attitude
2) Gezondheidsbescherming
o Wetten zoals suikertaks, rookverbod
3) Ondersteunende preventieve maatregelen
o Maatschappelijk (Waterfluoridering, vaccinatie)
o Professioneel (Sealants)
o Individueel (Tandpasta, voeding)
Ziektepreventie Gezondheidsbevordering Gezondheidseducatie
Aangrijpingspunt Ziekte Gezondheid Leefstijl en gedrag
Doel Voorkomen Bevorderen Gedragsverandering
Doelgroep Zieke bevolking Iedereen -
Model Biomedisch Bio-psycho-sociaal Gedragswetenschappen
Actoren (Para)medici Multidisciplinair (Para)medici
Actieterreinen (Ottawa Charter)
1) Creëren van een gezond ondersteunend leefmilieu
o Gezondste keuze = gemakkelijkste keuze
o Vb. waterfluoridering, suikertaks, rookverbod.
2) Het ontwikkelen van een gezond overheidsbeleid
o Regel en wetgeving
o Vb. Btw-verlaging, mondzorgtraject (niet-jaarlijks op controle krijg je minder terugbetaald)
3) Het versterken van gemeenschapsactiviteiten
o Vb. themadagen in bibliotheken
4) Het ontwikkelen van persoonlijke vaardigheden