Hoofdstuk 1: aardolieproducten
1 Organische chemie of koolstofchemie
1.1. Situering van de organische chemie
Organische chemie/koolstofchemie: het bestuderen van stoffen die gevormd worden door
levende wezens onder invloed van de zogenaamde levenskracht (vetten, eiwitten, suikers ...)
Alle organische stoffen: belangrijkste bouwsteen = koolstof (daarom: koolstofchemie)
Anorganische chemie/minerale chemie: bestuderen van materie van de niet-levende natuur
Deze indeling moet niet te strikt worden genomen.
Door synthese in een labo konden heel wat organische moleculen worden geproduceerd. Er
bleek geen verschil te zijn tussen natuurlijke en in een laboratorium samengestelde
moleculen.
Koolwaterstoffen: Als organische stoffen alleen koolstof- en waterstofatomen bevatten:
vb.: paraffine (kaars), propaan (gasfles)
Hoe is organische chemie geëvalueerd doorheen de jaren?
Eerst: strikte indeling tussen organische en anorchanische stoffen
Later: werd duidelijk dat de regeling niet te strikt kon worden gehouden: wetenschappers =>
organische stoffen bereiden zonder levende wezens
Na onderzoek samenstelling, eigenschappen aardolie: kennis organische chemie nam sterk toe
Wat is een ander woord voor organische chemie? Koolstofchemie
Verklaring koolstofchemie: Koolstof = belangrijkste element organische chemie-stoffen
Voorbeelden koolstofchemie: Geneesmiddelen, brand-kleur-kunststoffen, pesticiden,
bouwmaterialen, vezels ...
1.2. Indeling van stoffen
Anorganische stoffen:
Stoffen zonder C in de formule
Koolstof, grafiet, diamant
koolstofmonoxide (CO), CO2, CS2, HCN, CCl4, CO32-, HCO3-
Organische stoffen:
Alle koolstofverbindingen