Doel van klinisch redeneren is bij de juiste patiënt, juiste sleutelelementen herkennen, op het
juiste moment, met juiste reden en de juiste actie ondernemen.
Fase 1: Situatieschets
Hulpmiddel ISHAPED-tool: wordt gebruikt voor het gestructureerd en veilig overdragen van
patiëntinformatie tussen zorgverleners, zoals bij een shiftwissel.
- I: introduceer jezelf en de patiënt.
- S: beschrijf de situatie (zoals diagnose en actuele zorgstatus)
- H: huidige status van de patiënt (vitale parameters, symptomen, behandelingen)
- A: acties die zijn ondernomen (zoals toediening van medicatie)
- P: Planning en prioriteiten (zoals vervolgobservaties of behandelingen).
- E: Evaluatie en vragen (zoals bijzonderheden of aandachtspunten).
- D: Documenteer alle belangrijke informatie.
Fase 2: Gegevensverzameling
60 seconds assessment: wanneer je in contact komt met patiënt worden er steeds nieuwe
gegevens en signalen verzameld a.d.h.v. nieuw assessment dat je zelf uitvoert bij de patiënt.
- Wat walt mij meteen op?
- Waar maak ik mij meteen zorgen over?
- Wat vraagt onmiddellijke actie?
Hulpmiddel ABCDEF observatietool:
- A (Airway): Controleer of de luchtwegen vrij zijn.
Observaties: Kan de patiënt praten? Zijn er obstructies of vreemde geluiden zoals
stridor?
- B (Breathing): Evalueer de ademhaling.
Observaties: Frequentie, diepte, symmetrie, gebruik van hulpademhalingsspieren.
- C (Circulation): Beoordeel de bloedcirculatie.
Observaties: Hartslag, bloeddruk, capillaire refill, huidkleur en -temperatuur.
- D (Disability): Controleer de neurologische toestand.
Observaties: Bewustzijnsniveau (AVPU of GCS), pupilreacties, spierkracht.
- E (Exposure): Inspecteer het volledige lichaam.
Observaties: Zoek naar verwondingen, huidafwijkingen, of tekenen van infectie.
- F (Full set of signs): Verzamel aanvullende parameters.
- Observaties: Temperatuur, zuurstofsaturatie, glucosewaarden, urineproductie.
Doel van deze hulpmiddel is:
- Het kritisch slachtoffer in leven te houden
- En in betere klinische condities te krijgen
- En tijd te creëren voor de uiteindelijke behandeling/therapie.
“treat first what kills first” = eerst de primaire (levensbedreigende) en vervolgens de
secundaire (niet-direct dan wel niet-levensbedreigende) letsels en stoornissen aanpakken.
, Fase 3: Informatieproces
Analyseren en interpreteren van gegevens die door middel van ABCDEF tool verzameld zijn.
- Interpreteer: wat is normaal (onderlijnen in groen), wat is niet normaal (onderlijnen in
rood)?
- Onderscheid maken: relevante en niet-relevante gegevens. → wat is ernstig en
prioritair?
- Verbanden leggen: cruciale fase en vereist kennis en kunde.
Tips om hierin overzicht te brengen:
Overloop alle (rode) gegevens en zoek naar de reden/oorzaak van
afwijking, wat wordt er eventueel aan gedaan.
Bv: hoge bloeddruk kan gelinkt worden aan angst, maar ook aan een
voorgeschiedenis van hartdecompensatie of pijn.
Controleer of je alle medicatie hebt kunnen linken aan symptomen,
voorgeschiedenis of diagnose.
Controleer bij onderzoeken of daar afwijkende waarden zijn en verbindt ze
met mogelijke reden van de afwijking.
Link de behandelingen aan de diagnose, symptomen of onderzoeken.
- Afleiden: komen tot een eerste veronderstelling, hypothese of bewering.
Conceptweb: is een visueel hulpmiddel dat verbanden en interacties tussen
problemen, observaties en acties in kaart brengt. Het helpt verpleegkundigen om
prioriteiten te stellen en overzicht te bewaren in complexe zorgsituaties.
- Matchen: ervaring kan hulpmiddel zijn omdat de situatie met eerdere ervaringen
wordt vergeleken of gematched waardoor men sneller linken en verbanden kan zien.
- Voorspellen: wat is hier aan de hand met deze patiënt?, welke gevolgen zijn er bij een
probleem indien er niets wordt ondernomen?
(N)EWS: bedreigde patiënt tijdig op te sporen en nodige acties te ondernemen.
Fase 4: Problemen identificeren
Belangrijk om actuele en potentiële diagnoses duidelijk van elkaar te onderscheiden om de
meest prioritaire problemen aan te kunnen pakken.
Fase 5: Doelen stellen
Doelstellingen → bondig en positief formuleren. Doelen worden steeds geformuleerd volgens
SMART-principe.
Fase 6: Onderneem actie
Tips en tricks om op een correcte manier interventies te bepalen:
- Naar de patiënt, context en naar jezelf.
- Blote billenbank beschrijven: bij wie ga je wat doen, waar, wanneer en waarom. Hoe
ga je het doen.
Het ligt aan de vpk om te bepalen in welke volgorde interventies moeten gebeuren (=
prioriteiten bepalen)
Bij de problemen/diagnosen in een casus kunnen acties/interventies worden uitgeschreven
met de indeling:
- Informeren
- Observeren
- Uitvoeren