Regeling bloeddruk & hartdebiet
Vitale parameters:
= fundamenteel om te overleven
à heart rate, blood pressure, oxygen saturation, respiration, temperature.
à regeling op korte termijn en lange termijn van bloeddruk en hartdebiet:
MAP= CO * SVR
= Mean arteriële druk
- CO: De hoeveelheid bloed die het hart per minuut rondpompt.
- SVR (Systemic Vascular Resistance): De weerstand die het bloed ondervindt in de
bloedvaten
à vergelijking arteriële systeem met een reservoir
Invoer= CO (hart pompt bloed in)
Uitvoer= SVR (rekbaarheid van de vaten)
Omdat het hart langer in de rustfase (diastole) verblijft dan in de
contractiefase (systole), is de MAP niet simpelweg het gemiddelde van de
twee.
Hoe SVR berekenen?
RAP= einddruk in R atra
Regulatie cardiac output
Mechanismen dat dit onder controle houdt:
1. Intrinsieke mechanismen: bv frank-starling mechanisme
2. Extrinsieke mechanismen:
à Neuraal (ANS)
à hormonaal
Regeling van de bloeddruk: korte termijn- neuraal
Lichaam gaat bloeddruk in stand proberen houden door: Negatieve feedback loops
n Detectoren
à Baroreceptoren à zijn drukgevoelig(zitten bv in aorta boog)> cehmoreceptoren
n Afferente neruale banen
n Controle centra in CZS
à Medulla (verwerkt deze informatie)> cerebrale cortex en hypothalamus
n Efferente neurale banen
n Effectoren
à pacemakercellen in hart
à cardiomiocyten
à VSMC in bloedvaten
à bijnieren
, Baroreceptoren van arteriële druk
Bloeddruk stijgtà baroreceptoren gaan dit registreren à beginnen
te vuren via afferente pathways naar medulla
à het ZS stuurt efferente signalen naar het hart en naar de vaten
n Primair detector: hoge druk baroreceptoren
n Stretchreceptoren in carotis en aortaboog
n Vuren als antwoord op veranderingen in bloeddruk, niet
hartdebiet per se
n Negatieve feedback-loop
Stijging in bloeddruk Daling in bloeddruk
à meer stretch op à vaatwanden rekken
receptoren meer uit
à baroreceptoren vuren à minder stretch op R
meer signalen naar à vuren minder
hersenen à vasoconstrictie +
à lichaam reageert door tachycardie (hartslag
vasodilatatie + bradycardie versnelt om meer bloed
(hartslag vertraagt) rond te pompen)
Werking van baroreceptoren:
Dynamisch (piek): Zodra de druk stijgt, zie je in de middelste
grafiek een enorme uitschieter in de membraanspanning. De
baroreceptor reageert heel heftig op de verandering zelf. In de
onderste balk zie je dat de zenuw op dat moment heel snel achter
elkaar 'vuurt' (veel rode streepjes).
à vuren meer wanneer er meer druk op komt
Statisch (plateau): Na de eerste schok vlakt de spanning wat af, ook
al blijft de druk hoog. De receptor 'went' een beetje aan de nieuwe
situatie, maar blijft wel op een hoger niveau vuren dan in de
rustfase.
à Baroreceptoren zijn gevoeliger voor een stijgende druk dan voor
een stabiele hoge druk
Vergelijking constante (static) druk met een schommelende druk
(pulsatile):
Statische druk: S-vorm
à Tussen de 80 en 120 mm Hg is de receptor het meest gevoelig; een
kleine stijging in druk zorgt hier voor een grote toename in de
vuurfrequentie. Onder de 60mm Hg vuren de receptoren nauwelijks
(de drempelwaarde).
Pulserende druk:
à Bij lage druk: de vuurfrequentie is hoger dan bij statische druk. Dit
komt omdat de baroreceptoren tijdens de systole extra geprikkeld
worden door de snelle drukstijging, zelfs als de gemiddelde druk laag
is.
à bij hoge druk: De lijnen komen weer samen omdat de receptoren
dan verzadigd raken; ze kunnen simpelweg niet sneller vuren.
Vitale parameters:
= fundamenteel om te overleven
à heart rate, blood pressure, oxygen saturation, respiration, temperature.
à regeling op korte termijn en lange termijn van bloeddruk en hartdebiet:
MAP= CO * SVR
= Mean arteriële druk
- CO: De hoeveelheid bloed die het hart per minuut rondpompt.
- SVR (Systemic Vascular Resistance): De weerstand die het bloed ondervindt in de
bloedvaten
à vergelijking arteriële systeem met een reservoir
Invoer= CO (hart pompt bloed in)
Uitvoer= SVR (rekbaarheid van de vaten)
Omdat het hart langer in de rustfase (diastole) verblijft dan in de
contractiefase (systole), is de MAP niet simpelweg het gemiddelde van de
twee.
Hoe SVR berekenen?
RAP= einddruk in R atra
Regulatie cardiac output
Mechanismen dat dit onder controle houdt:
1. Intrinsieke mechanismen: bv frank-starling mechanisme
2. Extrinsieke mechanismen:
à Neuraal (ANS)
à hormonaal
Regeling van de bloeddruk: korte termijn- neuraal
Lichaam gaat bloeddruk in stand proberen houden door: Negatieve feedback loops
n Detectoren
à Baroreceptoren à zijn drukgevoelig(zitten bv in aorta boog)> cehmoreceptoren
n Afferente neruale banen
n Controle centra in CZS
à Medulla (verwerkt deze informatie)> cerebrale cortex en hypothalamus
n Efferente neurale banen
n Effectoren
à pacemakercellen in hart
à cardiomiocyten
à VSMC in bloedvaten
à bijnieren
, Baroreceptoren van arteriële druk
Bloeddruk stijgtà baroreceptoren gaan dit registreren à beginnen
te vuren via afferente pathways naar medulla
à het ZS stuurt efferente signalen naar het hart en naar de vaten
n Primair detector: hoge druk baroreceptoren
n Stretchreceptoren in carotis en aortaboog
n Vuren als antwoord op veranderingen in bloeddruk, niet
hartdebiet per se
n Negatieve feedback-loop
Stijging in bloeddruk Daling in bloeddruk
à meer stretch op à vaatwanden rekken
receptoren meer uit
à baroreceptoren vuren à minder stretch op R
meer signalen naar à vuren minder
hersenen à vasoconstrictie +
à lichaam reageert door tachycardie (hartslag
vasodilatatie + bradycardie versnelt om meer bloed
(hartslag vertraagt) rond te pompen)
Werking van baroreceptoren:
Dynamisch (piek): Zodra de druk stijgt, zie je in de middelste
grafiek een enorme uitschieter in de membraanspanning. De
baroreceptor reageert heel heftig op de verandering zelf. In de
onderste balk zie je dat de zenuw op dat moment heel snel achter
elkaar 'vuurt' (veel rode streepjes).
à vuren meer wanneer er meer druk op komt
Statisch (plateau): Na de eerste schok vlakt de spanning wat af, ook
al blijft de druk hoog. De receptor 'went' een beetje aan de nieuwe
situatie, maar blijft wel op een hoger niveau vuren dan in de
rustfase.
à Baroreceptoren zijn gevoeliger voor een stijgende druk dan voor
een stabiele hoge druk
Vergelijking constante (static) druk met een schommelende druk
(pulsatile):
Statische druk: S-vorm
à Tussen de 80 en 120 mm Hg is de receptor het meest gevoelig; een
kleine stijging in druk zorgt hier voor een grote toename in de
vuurfrequentie. Onder de 60mm Hg vuren de receptoren nauwelijks
(de drempelwaarde).
Pulserende druk:
à Bij lage druk: de vuurfrequentie is hoger dan bij statische druk. Dit
komt omdat de baroreceptoren tijdens de systole extra geprikkeld
worden door de snelle drukstijging, zelfs als de gemiddelde druk laag
is.
à bij hoge druk: De lijnen komen weer samen omdat de receptoren
dan verzadigd raken; ze kunnen simpelweg niet sneller vuren.