Begrip Betekenis (eenvoudig uitgelegd)
Onderwijskwaliteit Hoe goed het onderwijs is: wat en hoe leerlingen leren, en of het
bijdraagt aan hun ontwikkeling.
Kwalificatie Leren van kennis en vaardigheden om te functioneren in de
maatschappij en het werkleven.
Socialisatie Leren hoe je deelneemt aan de samenleving, inclusief normen en
waarden.
Subjectificatie Jezelf leren kennen: identiteit, verantwoordelijkheid, eigen mening en
keuzes.
Meetcultuur De nadruk op cijfers, testen en meten om kwaliteit van onderwijs te
beoordelen.
Effectiviteit Hoe goed het onderwijs werkt: worden de doelen echt bereikt?
Efficiëntie Of iets met zo weinig mogelijk middelen en tijd goed gebeurt.
CIPO-model Een model om scholen te beoordelen op vier onderdelen: context,
input, proces en output.
ROK (Referentiekader OK) Officieel Vlaams kader dat beschrijft wat kwaliteitsvol onderwijs is en
wat van scholen verwacht wordt.
PDCA-cyclus Stappen om kwaliteit te verbeteren: Plannen – Doen – Controleren –
Aanpassen.
Evidence infomed werken: Vlaamse toetsen
CQI (Continue Idee dat kwaliteit altijd beter kan, met constante verbetering.
kwaliteitsverbetering)
Interne kwaliteitszorg Wat scholen zelf doen om hun kwaliteit te verbeteren.
- ROK-kader (op welke vlakken situeert mijn probleem zich)
- PDCRA-cyclus
- Cyclisch werken (niet geïsoleerd) → hoe zit dat in mijn casus
Externe kwaliteitszorg Wat inspectie of overheid doet om de kwaliteit van scholen te
controleren en ondersteunen.
Onderwijsinspectie Overheidsdienst die scholen bezoekt en controleert op kwaliteit.
Kwaliteitsgebied Een specifiek thema binnen onderwijskwaliteit dat de inspectie
evalueert, zoals leeromgeving of beleid.
SMART-doelen Doelen die Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en
Tijdsgebonden zijn.