Principes van meten
Meting doen we om numerieke waarde toe te kennen om hoeveelheden of eigenschappen weer te
geven
Waarom meten? Meten = weten
1. Om variabelen te beschrijven
2. Om beslissingen te kunnen nemen
3. Om verandering en progressie te meten
4. Om te vergelijken en te onderscheiden
5. Om conclusies te trekken en voorspellingen te doen
Kwantificatie en meting
Numerieke waarden toekennen aan variabelen
Variabele = eigenschap/kenmerk die individuen van elkaar kan onderscheiden
Variabele kan 1 of meerdere values (waarden) vertonen
Vb: een kwantiteit: bloeddruk, leeftijd – een kwaliteit: geslacht bv man = 0 en vrouw = 1
Continue variabele: kan iedere waarde aannemen op een continuum vb kracht, hoek, tijd, etc
gelimiteerd door de precisie van de meting
Precisie instrument bepaald de continue variabele
Discrete variabele: kan niet iedere waarde aannemen op een continuum, kan enkel in gehele
getallen uitgedrukt worden vb hartfrequentie, aantal kinderen in gezin, je krijgt bv 10 pogingen
om een poging te doen in de basketbal om de bal in de ring te gooien, etc
Dichotome variabele: slechts 2 mogelijkheiden voor kwalitatieve variabele (ja/ nee , wel/niet ,
man/vrouw)
Precisie: verwijst naar exactheid waarmee men kan meten
De graad van precisie in een meting is een functie van sensitiviteit/gevoeligheid van een
meetinstrument
hoe precies het toestel moet zijn hangt af van de meting bv je gewicht: het is genoeg als je weet dat
je 70,2 weegt, bij medicatie heb je meer precisie nodig
Indirecte metingen / directe metingen
Meeste variabelen zijn indirect = niet direct observeerbaar. We lijden deze vaak af van iets anders
De elektrische activiteit van het hart zie je niet, je hebt hiervoor het zicht van een EMG en ECG nodig
kwikdruk: indirect meting temperatuur
EMG = ElectroMyoGrafie
In elke spier zit een elektrisch potentiaal, de impulsen van een spier meet je indirect hierdoor
De plaatsing van de electrodes beïnvloed de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid
ECG = ElectroCardioGrafie
24u je hartslag monitoren
Ook elektrodes om je harstlag te meten
Ik kan niet zien met het blote oog welke kracht het uitvoert indirecte meting van de kracht
Directe meting kan je zien met het blote oog bv je ene been is korter dan de andere direct
observeerbaar
Indirecte meting: gezondheid, pijn, kracht, intelligentie (IQ test is indirect)
Variabelen moet je definiëren vb kracht of pijn
De intensiteit van pijn, welke soort pijn,..
Kan allemeel beschreven worden op vele verschillende manieren je moet dus goed definiëren wat je
gaat meten
Regels voor meting
Nominale schaal: laagste niveau van een meting resultaten worden onderverdeeld in klassen
vb iemand heeft een ziekte en de andere niet, iemand is zwanger of iemand is niet zwanger, etc
Ordinale schaal: categorieën worden geordend groter-dan relatie vb evenwicht testen: het is
goed, matig of zwak, vb manuele spiertest
Interval schaal: past de geordende categorieën toe gelijke afstanden, interval tussen de
eenheden van de meting (afstand tussen goed en zwak) vb thermometer: graden
Je kan een arbitrair nulpunt kiezen, hierdoor zijn negatieve waarden mogelijk ( absoluut nulpunt)
Ratio school: hoogste niveau van een meting interval schaalt met een absoluut nulpunt (deze
ligt vast) vb leeftijd: je kan niet -5 jaar zijn
Gelijke intervallen + absoluut nulpunt
vb ROM, afstand, leeftijd, lichaamslengte, gewicht, kracht etc
vb we kunnen uitdrukken: deze persoon weegt dubbel zoveel als …
Meting doen we om numerieke waarde toe te kennen om hoeveelheden of eigenschappen weer te
geven
Waarom meten? Meten = weten
1. Om variabelen te beschrijven
2. Om beslissingen te kunnen nemen
3. Om verandering en progressie te meten
4. Om te vergelijken en te onderscheiden
5. Om conclusies te trekken en voorspellingen te doen
Kwantificatie en meting
Numerieke waarden toekennen aan variabelen
Variabele = eigenschap/kenmerk die individuen van elkaar kan onderscheiden
Variabele kan 1 of meerdere values (waarden) vertonen
Vb: een kwantiteit: bloeddruk, leeftijd – een kwaliteit: geslacht bv man = 0 en vrouw = 1
Continue variabele: kan iedere waarde aannemen op een continuum vb kracht, hoek, tijd, etc
gelimiteerd door de precisie van de meting
Precisie instrument bepaald de continue variabele
Discrete variabele: kan niet iedere waarde aannemen op een continuum, kan enkel in gehele
getallen uitgedrukt worden vb hartfrequentie, aantal kinderen in gezin, je krijgt bv 10 pogingen
om een poging te doen in de basketbal om de bal in de ring te gooien, etc
Dichotome variabele: slechts 2 mogelijkheiden voor kwalitatieve variabele (ja/ nee , wel/niet ,
man/vrouw)
Precisie: verwijst naar exactheid waarmee men kan meten
De graad van precisie in een meting is een functie van sensitiviteit/gevoeligheid van een
meetinstrument
hoe precies het toestel moet zijn hangt af van de meting bv je gewicht: het is genoeg als je weet dat
je 70,2 weegt, bij medicatie heb je meer precisie nodig
Indirecte metingen / directe metingen
Meeste variabelen zijn indirect = niet direct observeerbaar. We lijden deze vaak af van iets anders
De elektrische activiteit van het hart zie je niet, je hebt hiervoor het zicht van een EMG en ECG nodig
kwikdruk: indirect meting temperatuur
EMG = ElectroMyoGrafie
In elke spier zit een elektrisch potentiaal, de impulsen van een spier meet je indirect hierdoor
De plaatsing van de electrodes beïnvloed de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid
ECG = ElectroCardioGrafie
24u je hartslag monitoren
Ook elektrodes om je harstlag te meten
Ik kan niet zien met het blote oog welke kracht het uitvoert indirecte meting van de kracht
Directe meting kan je zien met het blote oog bv je ene been is korter dan de andere direct
observeerbaar
Indirecte meting: gezondheid, pijn, kracht, intelligentie (IQ test is indirect)
Variabelen moet je definiëren vb kracht of pijn
De intensiteit van pijn, welke soort pijn,..
Kan allemeel beschreven worden op vele verschillende manieren je moet dus goed definiëren wat je
gaat meten
Regels voor meting
Nominale schaal: laagste niveau van een meting resultaten worden onderverdeeld in klassen
vb iemand heeft een ziekte en de andere niet, iemand is zwanger of iemand is niet zwanger, etc
Ordinale schaal: categorieën worden geordend groter-dan relatie vb evenwicht testen: het is
goed, matig of zwak, vb manuele spiertest
Interval schaal: past de geordende categorieën toe gelijke afstanden, interval tussen de
eenheden van de meting (afstand tussen goed en zwak) vb thermometer: graden
Je kan een arbitrair nulpunt kiezen, hierdoor zijn negatieve waarden mogelijk ( absoluut nulpunt)
Ratio school: hoogste niveau van een meting interval schaalt met een absoluut nulpunt (deze
ligt vast) vb leeftijd: je kan niet -5 jaar zijn
Gelijke intervallen + absoluut nulpunt
vb ROM, afstand, leeftijd, lichaamslengte, gewicht, kracht etc
vb we kunnen uitdrukken: deze persoon weegt dubbel zoveel als …