3. Lichaam en geest
Descartes’ substantiedualisme
DESCARTES komt na Plato
17e eeuw: wetenschappelijke revolutie
De werking van het menselijk lichaam is vergelijkbaar met een machine
Houding filosofie tegenover wetenschap
Descartes redenering: om te komen tot die zekerheid om te bestaan als denkend wezen, moeten we de
twijfelmethode hanteren
a. Twijfel aan zintuigen (bv stok in het water)
b. Twijfel aan alle voorstellingen in ons denken (hypothese van het malin génie: stel je voor dat er
één of andere duivelse geest is die in ons verstand zit die ons overtuigd dat dit zo is:
voortdurend worden bedrogen) bv de meest vanzelfsprekende rekensommen 2 + 2 = 4
c. Eerste ‘onbetwijfelbare’ zekerheid = ‘ik denk, dus ik ben’ (cogito, ergo sum)
Iets wat denkt is tegelijk iets dat twijfelt, voelt, wilt etc
Dit denkende ding is verbonden met een lichaam (= machine) bestaat uit buizen, pompen etc
Lichaam en geest verschillen substantieel van elkaar (= principe van identiteit)
= eigenschap van ‘onbetwijfelbaarheid’ (denkende ziel) vs eigenschap van betwijfelbaarheid (materieel
en uitgebreid lichaam)
= eigenschap van ‘ondeelbaarheid’ (denkende ziel) vs eigenschap van uitgebreidheid (materieel
lichaam)
denkende substantie
materiële substantie
OBJECTIES
Kunnen de eigenschappen van betwijfelbaarheid en onbetwijfelbaarheid zomaar het bestaan van iets
bevestigen of ontkennen?
Is het denken zelf ondeelbaar? (wat gebeurt er als je in coma ligt, als je hallucinatie krijgt, slaap etc)?
Hoe komt het dan dat de geest het lichaam beweegt en omgekeerd?
(Elisabeth: hoe kan ziel lichaam besturen als ze substantieel van elkaar verschillen?)
Metafysische domein (de ziel of cogito)
Domein van het alledaagse leven (mens als eenheid tussen lichaam en geest)
Theorie Descartes: ons lichaam gaat zich vertalen via de hypofyse want daar gebeurt iets cruciaal bv
als we hand op hete plaat leggen gaan allerlei deeltjes van ons lichaam naar die hypofyse gaan en
gaan die daar op mysterieuze wijze vertaald worden en dan worden dat concrete gevoelens
Eigenschapsdualisme
We gaan er met ons gezond verstand van uit dat lichaam en ziel met elkaar in interactie gaan (intuïtie)
vb je WIL bepaalde lichaamsdelen bewegen (voetbal, lopen etc)
Vb een zintuigelijke prikkel zorgt ervoor dat je een gedachte hebt of een emotie voelt (bv je ziet een
aantrekkelijke persoon en wordt verliefd)
Maar: hoe interageren lichaam en geest ECHT met elkaar?
Er bestaat slechts 1 substantie: een persoon met een lichaam en hersenen
2 soorten eigenschappen in onze hersenen:
- Mentale eigenschappen (gedachten en emoties) subjectief, toegankelijk voor onzelfs,
slechts onrechtstreeks toegankelijk voor anderen (via woorden en daden)
- Fysische eigenschappen (grootte, vorm, etc) objectief, toegankelijk voor onszelf als voor
anderen
Hoe weten we dat andere mensen een bewustzijn hebben?
Afleiden op basis van gedrag van andere mensen
Qualia = niet-materiële en subjectieve eigenschappen (hoe voelt het om.. jeuk te hebben, verliefd te
zijn, een appel te smaken etc)
Frank Jackson heeft gedachte-experiment gedaan. Wat zijn die mentale eigenschappen?
Een briliante wetenschapper (Mary) groeit op in zwart-wit omgeving, nooit enig kleur gezien, ze heeft
alles gelezen over kleurwaarneming
Zij mag op een dag die kleurloze samenleving/wereld verlaten en ze ziet een felrode appel
Weet Mary nu eigenlijk echt alles over kleur? Weet ze hoe het is om een kleur te zien?
knowledge-argument (= aspecten uit onze ervaring die de wetenschap ons niet kan vertellen)
Hoe voelt het om iets te ervaren?
Je kan nog zoveel theorie kennen, je gaat met specifieke patiënten te maken krijgen en meer ervaring
krijgen in je individuele ervaring
Descartes’ substantiedualisme
DESCARTES komt na Plato
17e eeuw: wetenschappelijke revolutie
De werking van het menselijk lichaam is vergelijkbaar met een machine
Houding filosofie tegenover wetenschap
Descartes redenering: om te komen tot die zekerheid om te bestaan als denkend wezen, moeten we de
twijfelmethode hanteren
a. Twijfel aan zintuigen (bv stok in het water)
b. Twijfel aan alle voorstellingen in ons denken (hypothese van het malin génie: stel je voor dat er
één of andere duivelse geest is die in ons verstand zit die ons overtuigd dat dit zo is:
voortdurend worden bedrogen) bv de meest vanzelfsprekende rekensommen 2 + 2 = 4
c. Eerste ‘onbetwijfelbare’ zekerheid = ‘ik denk, dus ik ben’ (cogito, ergo sum)
Iets wat denkt is tegelijk iets dat twijfelt, voelt, wilt etc
Dit denkende ding is verbonden met een lichaam (= machine) bestaat uit buizen, pompen etc
Lichaam en geest verschillen substantieel van elkaar (= principe van identiteit)
= eigenschap van ‘onbetwijfelbaarheid’ (denkende ziel) vs eigenschap van betwijfelbaarheid (materieel
en uitgebreid lichaam)
= eigenschap van ‘ondeelbaarheid’ (denkende ziel) vs eigenschap van uitgebreidheid (materieel
lichaam)
denkende substantie
materiële substantie
OBJECTIES
Kunnen de eigenschappen van betwijfelbaarheid en onbetwijfelbaarheid zomaar het bestaan van iets
bevestigen of ontkennen?
Is het denken zelf ondeelbaar? (wat gebeurt er als je in coma ligt, als je hallucinatie krijgt, slaap etc)?
Hoe komt het dan dat de geest het lichaam beweegt en omgekeerd?
(Elisabeth: hoe kan ziel lichaam besturen als ze substantieel van elkaar verschillen?)
Metafysische domein (de ziel of cogito)
Domein van het alledaagse leven (mens als eenheid tussen lichaam en geest)
Theorie Descartes: ons lichaam gaat zich vertalen via de hypofyse want daar gebeurt iets cruciaal bv
als we hand op hete plaat leggen gaan allerlei deeltjes van ons lichaam naar die hypofyse gaan en
gaan die daar op mysterieuze wijze vertaald worden en dan worden dat concrete gevoelens
Eigenschapsdualisme
We gaan er met ons gezond verstand van uit dat lichaam en ziel met elkaar in interactie gaan (intuïtie)
vb je WIL bepaalde lichaamsdelen bewegen (voetbal, lopen etc)
Vb een zintuigelijke prikkel zorgt ervoor dat je een gedachte hebt of een emotie voelt (bv je ziet een
aantrekkelijke persoon en wordt verliefd)
Maar: hoe interageren lichaam en geest ECHT met elkaar?
Er bestaat slechts 1 substantie: een persoon met een lichaam en hersenen
2 soorten eigenschappen in onze hersenen:
- Mentale eigenschappen (gedachten en emoties) subjectief, toegankelijk voor onzelfs,
slechts onrechtstreeks toegankelijk voor anderen (via woorden en daden)
- Fysische eigenschappen (grootte, vorm, etc) objectief, toegankelijk voor onszelf als voor
anderen
Hoe weten we dat andere mensen een bewustzijn hebben?
Afleiden op basis van gedrag van andere mensen
Qualia = niet-materiële en subjectieve eigenschappen (hoe voelt het om.. jeuk te hebben, verliefd te
zijn, een appel te smaken etc)
Frank Jackson heeft gedachte-experiment gedaan. Wat zijn die mentale eigenschappen?
Een briliante wetenschapper (Mary) groeit op in zwart-wit omgeving, nooit enig kleur gezien, ze heeft
alles gelezen over kleurwaarneming
Zij mag op een dag die kleurloze samenleving/wereld verlaten en ze ziet een felrode appel
Weet Mary nu eigenlijk echt alles over kleur? Weet ze hoe het is om een kleur te zien?
knowledge-argument (= aspecten uit onze ervaring die de wetenschap ons niet kan vertellen)
Hoe voelt het om iets te ervaren?
Je kan nog zoveel theorie kennen, je gaat met specifieke patiënten te maken krijgen en meer ervaring
krijgen in je individuele ervaring