2. Mechanisering en doelgerichtheid
Artefact (= design, ontwerp) = iets dat gemaakt is voor een bepaald doel (huis, klok, ligstoel) ze
bestaan omdat ze een functie vervullen
Organisme = levend wezen
Deze hebben beide een DOELOORZAAK: je bent er omwillen van een bepaald doel
TELEOLOGIE = doelgerichtheid, de studie van de natuur/mens als iets wat doelgericht is
(beschrijft en verklaart fenomenen aan de hand van hun doelgerichtheid en doelmatigheid, gaat op
zoek naar de oorsprong van die doelgerichtheid)
Klassieke Oudheid: bezielde kosmos: alles beweegt volgens redelijke principes
Natuur = mooie perfecte bol waar alles een eigen doel had (volgens de Grieken)
Classificatie van organismen in de natuur (Aristoteles)
Planten: vegetatieve ziel
Dieren: vegetatieve en appetitieve ziel
Mens: vegetatieve, appetitieve en rationele ziel
Middeleeuwen: schepping van de natuur door God
Galileo Galilei: zonnewijzer = zon staat centraal in kosmos (priesters waren niet akkoord)
17e eeuw: wetenschappelijke revolutie
Mensen vonden houvast in de wetenschap als neutrale en waardenvrije instantie + belang van
obeservatie en experiment + mathematisering en desacralisering van de natuur (natuur is materie)
alles is materie en beantwoordt aan mechanische wetten (beweging)
formules en natuurwetten
menselijk lichaam als onderdeel van de natuur (Vesalius = eerste persoon die lijken ging
opensnijden)
(vb) Wet van de traagheid (Galilei)
Elk lichaam dat aan zichzelf wordt overgelaten, blijft ofwel in rust, of beweegt zich met een
gelijkmatige snelheid en rechtlijnig voort
Een verandering in beweging wordt veroorzaakt door een externe kracht op het lichaam
ME en Antieke Oudheid: lichamen bewegen uit zichzelf (anima)
(vb) Descartes over natuurfenomenen
Metereologie: wind, donder, bliksem en regenbogen verklaren door mechanische wetten = alles
is een beweging van materie
(vb) Descartes over het lichaam
Het lichaam als automaat vs het denken
Discussie en conflicten met tijdgenoten
Invloed op latere uitvinders: de eend-machine
Kant en de teleologie
Kant kwam NA Newton
Kant maakte onderscheid tussen externe doelen en inwendige doelen
Uitgangspunt: observatie van de levende natuur
ANTINOMIE (= vanuit 2 verschillende brillen naar de natuur kijken die elkaar uitsluiten) van het oordeel:
- Organismen en hun eigenschappen maken deel uit van de levende natuur en gaan terug op
mechanische oorzaken
- Organismen en hun eigenschappen kennen inwendige doelen (= doeloorzaken)
(1) Voortplanting
(2) Metabolisme of stofwisseling
(3) Groei en behoud
Newton van biologie = Charles Darwin
2 principes:
- Afstammingstheorie (genealogie)
- Natuurlijke selectie
Nieuwe soorten ontstaan niet door goddelijke ingreep, maar evolueren door afstamming met
wijzigingen (= transmutationisme)
survival of the fittest
a. Er is schaarste en reproductief overschot
b. Er is variatie
c. Variatie is deels erfelijk
Artefact (= design, ontwerp) = iets dat gemaakt is voor een bepaald doel (huis, klok, ligstoel) ze
bestaan omdat ze een functie vervullen
Organisme = levend wezen
Deze hebben beide een DOELOORZAAK: je bent er omwillen van een bepaald doel
TELEOLOGIE = doelgerichtheid, de studie van de natuur/mens als iets wat doelgericht is
(beschrijft en verklaart fenomenen aan de hand van hun doelgerichtheid en doelmatigheid, gaat op
zoek naar de oorsprong van die doelgerichtheid)
Klassieke Oudheid: bezielde kosmos: alles beweegt volgens redelijke principes
Natuur = mooie perfecte bol waar alles een eigen doel had (volgens de Grieken)
Classificatie van organismen in de natuur (Aristoteles)
Planten: vegetatieve ziel
Dieren: vegetatieve en appetitieve ziel
Mens: vegetatieve, appetitieve en rationele ziel
Middeleeuwen: schepping van de natuur door God
Galileo Galilei: zonnewijzer = zon staat centraal in kosmos (priesters waren niet akkoord)
17e eeuw: wetenschappelijke revolutie
Mensen vonden houvast in de wetenschap als neutrale en waardenvrije instantie + belang van
obeservatie en experiment + mathematisering en desacralisering van de natuur (natuur is materie)
alles is materie en beantwoordt aan mechanische wetten (beweging)
formules en natuurwetten
menselijk lichaam als onderdeel van de natuur (Vesalius = eerste persoon die lijken ging
opensnijden)
(vb) Wet van de traagheid (Galilei)
Elk lichaam dat aan zichzelf wordt overgelaten, blijft ofwel in rust, of beweegt zich met een
gelijkmatige snelheid en rechtlijnig voort
Een verandering in beweging wordt veroorzaakt door een externe kracht op het lichaam
ME en Antieke Oudheid: lichamen bewegen uit zichzelf (anima)
(vb) Descartes over natuurfenomenen
Metereologie: wind, donder, bliksem en regenbogen verklaren door mechanische wetten = alles
is een beweging van materie
(vb) Descartes over het lichaam
Het lichaam als automaat vs het denken
Discussie en conflicten met tijdgenoten
Invloed op latere uitvinders: de eend-machine
Kant en de teleologie
Kant kwam NA Newton
Kant maakte onderscheid tussen externe doelen en inwendige doelen
Uitgangspunt: observatie van de levende natuur
ANTINOMIE (= vanuit 2 verschillende brillen naar de natuur kijken die elkaar uitsluiten) van het oordeel:
- Organismen en hun eigenschappen maken deel uit van de levende natuur en gaan terug op
mechanische oorzaken
- Organismen en hun eigenschappen kennen inwendige doelen (= doeloorzaken)
(1) Voortplanting
(2) Metabolisme of stofwisseling
(3) Groei en behoud
Newton van biologie = Charles Darwin
2 principes:
- Afstammingstheorie (genealogie)
- Natuurlijke selectie
Nieuwe soorten ontstaan niet door goddelijke ingreep, maar evolueren door afstamming met
wijzigingen (= transmutationisme)
survival of the fittest
a. Er is schaarste en reproductief overschot
b. Er is variatie
c. Variatie is deels erfelijk