1 | Page
Arresten Grondwettelijk recht
Marbury vs Madison (1803) --Verified--Solution----"Mag rechter zich
uitspreken over grondwettigheid van wetgeving?". Redenering kwam in
2 stappen; 1. Doel van de geschreven GW is macht beperken van de
bevoegde wetgever en organen. 2. Taak van rechter is GW toepassen.
Op tweede punt; vooral kritiek want dan zou rechter de
ongrondwettigheid kunnen vaststellen. De vraag of rechter best geplaatst
is om ongrondwettigheid van GW te bepalen, heeft voor en
tegenstanders; - Voor; onafhankelijkheid + expertise en bescherming
minderheid tegen tirannie meerderheid - Contra; ondemocratisch en
gebrek aan kennis De wijze waarop GW wordt gecontroleerd, verschilt
dus - er zijn 2 stelsels; 1. Diffuus - elke rechter kan er zich over uit
spreken 2. Centraal - bevoegdheid voor daarop opgericht GWH
Masip 1974 RvS --Verified--Solution----Evolutieve interpretatiemethode
Artikel 10 Gelijkheidsbeginsel ook inroepen om gelijkheid van gender te
verdedigen? Rvs = grenzen Grondwet worden verruimd door de
wetgever. Wetgever heeft al heel veel wetten aangenomen om gelijkheid
van vrouwen en mannen te proberen realiseren => draagwijdte artikel 10
verruimd - vandaag de dag houdt het dus ook een geslachtsdiscriminatie
in.
Van Gend en Loos 1963 Hof van Justitie --Verified--Solution----In dit
arrest gaat het over de vraag of art 30 VWEU directe werking had, nadat
er een geschil was over verhoogde invoerheffing. HvJ buigt zich over; -
,2 | Page
Rechtstreekse toepasselijkheid; bepalingen van EU recht zijn
automatisch deel van rechtsorde - Directe werking; kan worden
ingeroepen door nationale instanties HvJ oordeelde in dit arrest dat het
artikel directe werking heeft, aangezien het voldoende duidelijk +
onvoorwaardelijk + onafhankelijk (1) van uitvoeringsmaatregelen van
andere OH. Door geest, inhoud en bewoordingen van EU verdragen
hebben de Staten hun soevereiniteit begrensd door een nieuwe
rechtsorde tot stand te brengen (<-> gewone internationale verdragen);
Deze roept verplichtingen in het leven ten laste van de burgers, en
bijgevolg dus ook rechten (2). Argument: prejudiciële vraag (3) HvJ =
lidstaten op de hoogte dat burgers zich konden beroepen op Unierecht.
Evolutie: HvJ stelt zich soepel op i.v.m. "directe werking" : soms zelfs
horizontale directe werking
Costa t Enel 1964 (HvJ) --Verified--Solution----Costa weigerde
elektriciteitsrekening te betalen aan ENAL - hij betoogde dat
nationalisatie van Italië van de elektriciteitssector strijdig was met
Unierecht. Waar het hier om ging; "Gaat de wet van 1957 waarmee EEG
verdrag was geïncorporeerd voor op de Italiaanse nationalisatiewet van
1962?". HvJ: mening dat Unierecht voorrang heeft op interne recht van
de lidstaten; anders zou de Unie haar doelen (1) niet kunnen realiseren.
Voorrang vloeit ook voort uit idee dat lidstaten door sluiten van EU
verdrag een deel van hun soevereiniteit hebben overgedragen aan EU en
daardoor nieuwe autonome rechtsorde (2) in het leven hebben geroepen.
Een lidstaat kan niet later een deel van die soevereiniteit terugnemen
door een eenzijdig afgekondigde wettelijke voorschriften. Ten slotte zou
dit discriminaties (3) tussen burgers van de Unie in het leven roepen
Internationale Handelsgesellschaft 1970 (HvJ) --Verified--Solution----
Een regel van Unierecht gaat steeds voor op een regel van nationaal
recht, ongeacht de rangorde ervan in de interne rechtsorde of wanneer de
, 3 | Page
regel is uitgevaardigd. Volgens Hof; EU recht gaat ook voor op
nationale grondwetten en de daarin gewaarborgde grondrechten - zo kan
eenheid en uniforme werking van Unierecht worden verzekerd.
Voorrangsbeginsel is absoluut en onvoorwaardelijk MAAR eerbiediging
van grondrechten = algemeen rechtsbeginsel -> HvJ: verzekert
Algemeen rechtsbeginselen kon worden afgeleid uit "de
gemeenschappelijke constitutionele tradities van de lidstaten". (Later: +
intern. verdragen waar alle MS lid van zijn - EVRM)
Simmenthal 1978 (HvJ) --Verified--Solution----Elke nationale rechter
moet mogelijkheid hebben om strijdig nationaal recht buiten toepassing
te laten - de nationale wetgever kan in beginsel dus niet eisen dat er eerst
een procedure is voor een ander rechtscollege
Fratelli Constanzo 1989 (HvJ) --Verified--Solution----Alle nationale
overheidsinstanties moeten zich houden aan het voorrangsbeginsel (dus
niet enkel de nationale rechter).
IN.CO.GE 90 1998 HvJ --Verified--Solution----Onderscheid
beklemtonen tussen buiten toepassing laten en nietigheid. Regel kan wel
nog worden toegepast in gevallen niet strijdig met EU-recht
Café Jacques Vabre (1975) - Franse Hof van Cassatie --Verified--
Solution----n dit arrest wordt de voorrang v/h Unierecht gebaseerd op
een bepaling uit de eigen GW. Het Franse HvC meende immers dat
voorrang gerechtvaardigd kon worden obv art 55 van de FR GW, dat
bepaalt dat gesloten internationale verdragen voorrang genieten op de
interne wetgeving. Art. 55 Franse Grondwet = gesloten internationale
Arresten Grondwettelijk recht
Marbury vs Madison (1803) --Verified--Solution----"Mag rechter zich
uitspreken over grondwettigheid van wetgeving?". Redenering kwam in
2 stappen; 1. Doel van de geschreven GW is macht beperken van de
bevoegde wetgever en organen. 2. Taak van rechter is GW toepassen.
Op tweede punt; vooral kritiek want dan zou rechter de
ongrondwettigheid kunnen vaststellen. De vraag of rechter best geplaatst
is om ongrondwettigheid van GW te bepalen, heeft voor en
tegenstanders; - Voor; onafhankelijkheid + expertise en bescherming
minderheid tegen tirannie meerderheid - Contra; ondemocratisch en
gebrek aan kennis De wijze waarop GW wordt gecontroleerd, verschilt
dus - er zijn 2 stelsels; 1. Diffuus - elke rechter kan er zich over uit
spreken 2. Centraal - bevoegdheid voor daarop opgericht GWH
Masip 1974 RvS --Verified--Solution----Evolutieve interpretatiemethode
Artikel 10 Gelijkheidsbeginsel ook inroepen om gelijkheid van gender te
verdedigen? Rvs = grenzen Grondwet worden verruimd door de
wetgever. Wetgever heeft al heel veel wetten aangenomen om gelijkheid
van vrouwen en mannen te proberen realiseren => draagwijdte artikel 10
verruimd - vandaag de dag houdt het dus ook een geslachtsdiscriminatie
in.
Van Gend en Loos 1963 Hof van Justitie --Verified--Solution----In dit
arrest gaat het over de vraag of art 30 VWEU directe werking had, nadat
er een geschil was over verhoogde invoerheffing. HvJ buigt zich over; -
,2 | Page
Rechtstreekse toepasselijkheid; bepalingen van EU recht zijn
automatisch deel van rechtsorde - Directe werking; kan worden
ingeroepen door nationale instanties HvJ oordeelde in dit arrest dat het
artikel directe werking heeft, aangezien het voldoende duidelijk +
onvoorwaardelijk + onafhankelijk (1) van uitvoeringsmaatregelen van
andere OH. Door geest, inhoud en bewoordingen van EU verdragen
hebben de Staten hun soevereiniteit begrensd door een nieuwe
rechtsorde tot stand te brengen (<-> gewone internationale verdragen);
Deze roept verplichtingen in het leven ten laste van de burgers, en
bijgevolg dus ook rechten (2). Argument: prejudiciële vraag (3) HvJ =
lidstaten op de hoogte dat burgers zich konden beroepen op Unierecht.
Evolutie: HvJ stelt zich soepel op i.v.m. "directe werking" : soms zelfs
horizontale directe werking
Costa t Enel 1964 (HvJ) --Verified--Solution----Costa weigerde
elektriciteitsrekening te betalen aan ENAL - hij betoogde dat
nationalisatie van Italië van de elektriciteitssector strijdig was met
Unierecht. Waar het hier om ging; "Gaat de wet van 1957 waarmee EEG
verdrag was geïncorporeerd voor op de Italiaanse nationalisatiewet van
1962?". HvJ: mening dat Unierecht voorrang heeft op interne recht van
de lidstaten; anders zou de Unie haar doelen (1) niet kunnen realiseren.
Voorrang vloeit ook voort uit idee dat lidstaten door sluiten van EU
verdrag een deel van hun soevereiniteit hebben overgedragen aan EU en
daardoor nieuwe autonome rechtsorde (2) in het leven hebben geroepen.
Een lidstaat kan niet later een deel van die soevereiniteit terugnemen
door een eenzijdig afgekondigde wettelijke voorschriften. Ten slotte zou
dit discriminaties (3) tussen burgers van de Unie in het leven roepen
Internationale Handelsgesellschaft 1970 (HvJ) --Verified--Solution----
Een regel van Unierecht gaat steeds voor op een regel van nationaal
recht, ongeacht de rangorde ervan in de interne rechtsorde of wanneer de
, 3 | Page
regel is uitgevaardigd. Volgens Hof; EU recht gaat ook voor op
nationale grondwetten en de daarin gewaarborgde grondrechten - zo kan
eenheid en uniforme werking van Unierecht worden verzekerd.
Voorrangsbeginsel is absoluut en onvoorwaardelijk MAAR eerbiediging
van grondrechten = algemeen rechtsbeginsel -> HvJ: verzekert
Algemeen rechtsbeginselen kon worden afgeleid uit "de
gemeenschappelijke constitutionele tradities van de lidstaten". (Later: +
intern. verdragen waar alle MS lid van zijn - EVRM)
Simmenthal 1978 (HvJ) --Verified--Solution----Elke nationale rechter
moet mogelijkheid hebben om strijdig nationaal recht buiten toepassing
te laten - de nationale wetgever kan in beginsel dus niet eisen dat er eerst
een procedure is voor een ander rechtscollege
Fratelli Constanzo 1989 (HvJ) --Verified--Solution----Alle nationale
overheidsinstanties moeten zich houden aan het voorrangsbeginsel (dus
niet enkel de nationale rechter).
IN.CO.GE 90 1998 HvJ --Verified--Solution----Onderscheid
beklemtonen tussen buiten toepassing laten en nietigheid. Regel kan wel
nog worden toegepast in gevallen niet strijdig met EU-recht
Café Jacques Vabre (1975) - Franse Hof van Cassatie --Verified--
Solution----n dit arrest wordt de voorrang v/h Unierecht gebaseerd op
een bepaling uit de eigen GW. Het Franse HvC meende immers dat
voorrang gerechtvaardigd kon worden obv art 55 van de FR GW, dat
bepaalt dat gesloten internationale verdragen voorrang genieten op de
interne wetgeving. Art. 55 Franse Grondwet = gesloten internationale