Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

[VUB] Samenvatting - WPO planten & fungi

Rating
-
Sold
2
Pages
46
Uploaded on
10-03-2026
Written in
2024/2025

Samenvatting van het WPO van planten & fungi, in 2025 gegeven door Elias, maar ondertussen gecheckt en nagekeken en overeenkomstige slides en leerstof, dus zelfde inhoud bij de volgende lesgevers. De families worden in tabellen samengevat, met de te kennen kenmerken. Enkel de families aangegeven in het blauw zijn te kennen, de rest is informatief. De beginuitleg per WPO staan vooraan samegbundelt en de families achteraan.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

WPO Planten & Fungi


Algemene informatie

De cursus omvat drie inhoudelijke onderdelen:
(1) fylogenie en taxonomie van planten en fungi
(2) het functioneren van planten en fungi
(3) ecologie en de rol van planten en fungi in ecosystemen.

1). Bij de fylogenie en taxonomie zal de evolutie van planten en fungi worden uitgelegd. Bijzondere
aandacht wordt besteed aan de ontwikkeling van de landplanten en de daarmee samenhangende
aanpassingen om de huidige structuur en functionaliteit te begrijpen. De taxonomie van voornamenlijk de
zaadplanten en fungi wordt ook geïllustreerd en geoefend tijdens de practica. Het identificeren van
planten en paddestoelen zal worden uitgelegd en geoefend aan de hand van een flora en een
paddenstoelengids, maar ook zal worden aangegeven hoe aanvullend gebruik kan worden gemaakt van
apps.

2). Het onderdeel ‘functioneren’ of ‘ecofysiologie’ gaat voornamelijk over planten, maar ook functionele
aspecten van verschillende groepen van fungi (bv. saproben, mycorrhiza’s, pathogenen, korstmossen)
zullen aan bod komen. De functionele aspecten van planten gaan over morfologie, ecofysiologie, groei en
reproductie. Er wordt ingegaan op het verkrijgen van belangrijke ‘resources’ als koolstof (via C3, C4 en
CAM mechanismen van fotosynthese), water, en nutrienten (voornamelijk stikstof en fosfor). Het transport
van water en voedingsstoffen in xyleem en floeem, de reacties van planten op licht en herbivorie en de
werking van plantenhormonen worden besproken. Voor het verkrijgen van water en nutriënten zullen ook
verschillende plant-microob symbioses (symbiotische stikstoffixatie, verschillende mycorrhiza’s) worden
besproken. Het gebruik van mutanten in fysiologisch onderzoek zal worden toegelicht. Groei, ontwikkeling
en reproductie zullen worden besproken, alsook verschillen in relatieve groeisnelheid tussen
plantensoorten (ahv morfologische en fysiologische ‘plant traits’), verschillen in plantenstrategieen, en
verschillen tussen bedreigde- en invasieve plantensoorten. In het practicum zal aandacht worden besteed
aan plantenmorfologie, fotosynthetische pigmenten en lichtabsorptie, waterpotentiaal, stomata en
transpiratie, en het vaststellen van nutrientenlimitatie en toxiciteit. En bovenal zal duidelijk worden
gemaakt hoe leuk het is om experimenten met planten te doen!

3). In het ecologische onderdeel zal kort aandacht worden besteed aan interacties tussen plantensoorten
(via competitie en facilitatie), tussen planten en fungi, tussen planten en bestuivers, en tussen planten en
herbivoren. Enkele concepten uit de vegetatie-ecologie zullen worden besproken, en belangrijke rollen
van planten (bv. primaire productie) en fungi (bv. decompositie) in ecosystemen zullen worden uitgelegd.
In het practische deel zal worden geoefend in het maken van vegetatieopnamen, zal de invloed van
primaire productie op concurrentie voor licht en daarmee biodiversiteit worden gedemonstreerd, en
zullen practische aspecten van decompositiestudies worden getoond. In enkele 1-dagsexcursie zullen
aspecten uit de hoorcolleges in het veld en de botanische/experimentele tuin worden getoond en
toegelicht.

De leerdoelen van dit opleidingsonderdeel zijn drieledig, overeenkomstig met de drie onderdelen van de
cursus:
→Een praktisch bruikbaar denkschema over de afstamming (fylogenie) en taxonomie van planten en fungi
ontwikkelen, en de practische vaardigheden ontwikkelen om planten- en paddenstoelensoorten te
identificeren.
→Een begrip van het functioneren van planten en fungi op te bouwen, en belangrijke functionele variaties
en aanpassingen daarin kennen. Daarnaast inzicht geven in de experimentele aanpak die kan worden
aangewend om de kennis over het functioneren van met name planten te vergroten.
→Begrip opbouwen over de ecologie van planten en fungi, en over de rollen die deze organismen innemen
in ecosystemen. Daarnaast practische vaardigheden ontwikkelen over het bestuderen van interacties
tussen planten, fungi en andere onderdelen van ecosystemen.




1

,WPO Planten & Fungi


Beoordelingsinformatie
De beoordeling bestaat uit volgende opdrachtcategorieën:
→Examen Schriftelijk bepaalt 60% van het eindcijfer
→Examen Praktijk bepaalt 40% van het eindcijfer (Herbarium opdracht + schriftelijk examen WPO)
Voor zowel het Theorie onderdeel als het WPO onderdeel moet minimaal 10 uit 20 worden gehaald om te
kunnen slagen.

WPO TE KENNEN
Fylogenie volgen doorheen de lessen
• Enkel grote lijnen te kennen
• Vele families op zicht herkennen
• Determineren van planten
• Herkennen van bomen (bomenlijst)
• Belangrijke groepen behandelen
• Economisch belangrijke gewassen
• Invasieve exoten
• Bio-indicators
• Convergente evolutie

De besproken families moeten herkend worden.
Van de verplichte families voor het herbarium moet de bloemformule gekend zijn (= op het examen zal
dan bijvoorbeeld een foto van een plant met bloem gegeven worden, hier moet dan de familie en
bloemformule van gekend zijn, maar de bloemformule kan dus eventueel met behulp van de foto gemaakt
worden)
Enkele soorten moeten herkend worden en in de juiste families geplaatst worden.
Dit zullen telkens economisch belangrijke soorten zijn of soorten welke een belangrijke ecologische rol
spelen (invasieve exoten, doelsoorten in natuurbeheer, typische inheemse soorten in België).
Vele planten lijken soms sterk op elkaar maar zijn daarom niet dicht verwant.
Doorheen de cursus zullen enkele voorbeelden van convergente evolutie getoond worden, waarbij
telkens de families en de oorzaak van convergente evolutie gekend moeten zijn




2

,WPO Planten & Fungi


INTERMEZZO’s

TE KENNEN FAMILIES (herbarium lichtgroen)
Apiaceae-schermbloemenfamilie
Araceae – Aronskelkfamilie
Asteraceae-composietenfamilie
Boraginaceae-ruwbladigen
Brassicaceae-kruisbloemenfamilie
Bromeliaceae – Bromeliafamilie
Cactaceae – Cactussenfamilie
Caryophyllaceae-anjerfamilie
Crassulaceae - Vetplantenfamilie (ook wel: Vetkruidfamilie)
Cyperaceae-cypergrassenfamilie
Euphorbiaceae-wolfsmelkfamilie
Fabaceae-clinderbloemenfamilie
Hydrocharitaceae - Waterkaardefamilie
Juncaceae-russenfamilie
Lamiaceae-lipbloemenfamilie
Malvaceae – Kaasjeskruidfamilie
Nymphaeales (orde) - Waterlelies (Waterlelieachtigen)
Orchidaceae – Orchideeënfamilie
Papaveraceae-papaverfamilie
Plantaginaceae-weegbreefamilie (niet verplicht te herkennen)
Poaceae-grassenfamilie
Polygonaceae - Duizendknoopfamilie
Ranunculaceae-ranonkelfamilie
Rosaceae-rozenfamilie
Rubiaceae-walstrofamilie
Solanaceae – Nachtschadefamilie
Violaceae-viooltjesfamilie


Verduidelijkingen uit de determinatiesleutels van de Flora van België
• Bloemonderdelen
-Perianthium (Bloembekleedsel):
Calyx (Kelk, K): Sepalen (groen, onopvallend).
Corolla (Kroon, C): Petalen (gekleurde kroonbladeren).
Perigonium (P): Enkelvoudig bloemdek (indien één krans aanwezig).
-Androecium (mannelijk): Stamens (meeldraden), helmdraad, helmknop (stuifmeelproductie).
-Gynoecium (vrouwelijk): Stamper, vruchtbeginsel, stijl, stempel (bevat zaadknoppen met eicel).
→Stamper ontstaat uit vergroeide vruchtbladen.




3

,WPO Planten & Fungi



• Bladonderdelen




• Houtig – kruidachtig
Houtig Kruidig
vaste, verhoute stam en takken ontwikkelen door geen verhoutte delen ontwikkelen. Hun stengels
secundaire diktegroei (vorming van hout en bast zijn zacht, groen en bevatten geen lignine. Ze
door het cambium). sterven vaak bovengronds af aan het einde van het
Blijven bovengronds leven in de winter en groeien groeiseizoen, terwijl wortels of ondergrondse
elk jaar verder. delen kunnen overwinteren
Bv. struiken, bomen Bv. de meeste bloemplanten, grassen, …

• Enkelvoudig – samengesteld blad
Enkelvoudig blad Samengesteld blad
altijd een okselknop aan de voet van een blad!
één enkele, onafgebroken bladplaat die direct aan meerdere afzonderlijke deelblaadjes die samen
de stengel vastzit via een bladsteel. aan één hoofdbladsteel vastzitten




4

,WPO Planten & Fungi


• Schut- & steunbladen
Schutbladeren = bract Steunbladeren= stipule
bladachtig orgaan dat zich bevindt aan de basis bladachtig aanhangsel dat voorkomt aan de basis
van een bloemsteel of een bloeiwijze. Het kan de van een bladsteel (waar deze aan de stengel
bloem beschermen en soms opvallend gekleurd vastzit). Vaak zijn het er twee per blad




• Kroon +kelk –bloemdek- bijkelk
Kroon+kelk bloemdek Bijkelk




• Vergroeid – Onvergroeid
Vergroeid = conate= monopetalous Onvergroeid =adnate= polypetalous
Bloemdek of kelkbladeren zijn deels of volledig Bloemdek of kelkbladeren zijn enkelvoudige blaadjes
aan mekaar vastgegroeid die pas samenkomen op de bloembodem




• Bovenstandig & (half)onderstandig vruchtbeginsel
Bloembodem: Basis van de bloem waaraan de bloemonderdelen vastzitten.
Bovenstandig: Bloembeginsel ligt boven de bloembodem.
Halfonderstandig: Beginsel ligt gedeeltelijk onder de bloemonderdelen (bloembodem).
Onderstandig: Beginsel ligt onder de bloemonderdelen (bloembodem).
Hypogenisch: Bloemonderdelen liggen onder het beginsel.
Perigenisch: Bloemonderdelen liggen rondom het beginsel.
Epigenisch: Bloemonderdelen liggen boven het beginsel.
-Bovenstandig -Bovenstandig -Halfonderstandig -Onderstandig
vruchtbeginsel vruchtbeginsel vruchtbeginsel vruchtbeginsel
-Hypogenische -Perigynische -Perigynische -Epigynische
meeldraden & meeldraden & meeldraden & meeldraden &
bloembekleedsen bloembekleedsel bloembekleedsel bloembekleedsel




→Hypogynisch = bloemonderdelen onder vruchtbeginsel → gaat altijd samen met een bovenstandig vruchtbeginsel.
→Perigynisch = bloemonderdelen rondom vruchtbeginsel → gaat meestal samen met een halfonderstandig
vruchtbeginsel (soms ook bovenstandig, maar niet onderstandig).
→Epigynisch = bloemonderdelen bovenop vruchtbeginsel → gaat altijd samen met een onderstandig
vruchtbeginsel.

5

,WPO Planten & Fungi


• Bloemsymmetrie
X radiale symmetrie / tweezijdige symmetrie spiraalvormig




• Spoor
= een slurfachtig uitsteeksel aan de basis van een bloem of
bloemdekblad, dat dient ter bescherming, ondersteuning of
het verzamelen van nectar of pollen.

• Eenhuizig – tweehuizig
Eenhuizig Tweehuizig
=tweeslachtige bloemplant (één huis=bloemplant =éénslachtige bloemplant (voor beide geslachten
bevat beide geslachten) zijn 2 bloemhuizen nodig)
*2 éénslachtige bloemen (M/V)
*1 tweesalchtige bloem




• Bloeiwijzes
❖ Hoofdje (capitulum) - dicht opeengepakte bloemen, bijvoorbeeld bij een zonnebloem.
→Lintbloemen=lintvormige bloemen die met vele samen staan en zo een bloeiwijze vormen die
lijkt op één bloem
→Buisbloemen= klokvormige, buisvormige bloemen die samen een hoofdje maken.
!!bijna altijd Asteraceae




❖ Tros (raceme) - bloemen in een onvertakte, langwerpige vorm.
❖ Scherm (umbel) - bloemen ontspringen uit hetzelfde punt.
❖ Kop (corymb) - bloemen in een platte of licht bolle vorm.
❖ Aar (spike) - bloemen dicht bij elkaar zonder bladsteel.
❖ Lichaam (panicle) - vertakte bloeiwijze met bloemen op verschillende hoogtes.
❖ Kolf (spadix) - bloemen op een dikke as, vaak omgeven door een schutblad.
❖ Solitaire bloem - één enkele bloem.

Soms:
-Honingklieren: Speciale klieren in bloemen die nectar produceren om bestuivers aan te trekken.
-Honingbladen: Bloembladen die nectar afscheiden of de nectarklieren beschermen.




6

,WPO Planten & Fungi


Intermezzo’s WPO nr.1
• Meren= systeem in onevenwicht
→zal altijd verdwijnen




• Evolutie




GEEN PLANT Embryofyta (landplanten)
sporenplanten zaadplanten
GEEN PLANT Niet vasculaire Tracheofyten
plant Vasculaire planten= vaatplanten
vaatstelsel (xyleem en floëem)
Charofyt Bryofyt Pteridofyt Gymnosperm Angiosperm
=groenwieren =mosplant =sporenplant =naaktzadigen =bedektzadigen
(algen) -levermossen -lycofyten -ginkgo -bloemplanten
-hauwmossen -varens -palmvarens ±300.000 soorten
-mossen -paardenstaarten -gnetofyten > 90% van alle
-psilotaceae -coniferen planten
-geen bloemen -bloemen
-zaden naakt -zaden in stamper/
aangemaakt vruchtbeginsel
-soms aangemaakt
schijnvruchten -vrucht

• Fylogenetische groepen
Monofyletisch Parafyletisch Polyfyletisch
Voorouder + alle Voorouder + deel van Taxa met verschillende
afstammelingen. afstammelingen. voorouders.




7

,WPO Planten & Fungi


• Vruchtbladen, meeldraden en stampers
Meeldraden : uit gespecialiseerde bladen die zich oprollen tot een meeldraad.
Stampers : uit vruchtbladen (= gespecialiseerde bladen) *Niet vergroeid→meerdere losse stampers
*Wel vergroeid→één samengestelde stamper




1 vruchtblad, meerde vruchtbladen meerdere vruchtbladen
1 stamper 1 samengestelde stamper meerdere enkelvoudige stampers

• Vrucht, schijnvrucht en types vruchten
Vrucht= het zaad samen met het weefsel gevormd door het vruchtbeginsel
Schijnvrucht=gymnosperme eetbare structuur die op vruchten kunnen gelijken (bv. jeneverbes)

• Bloemformule
/X/% KnCnAnGn
Pn

/X/% Type symmetrie
X %
Spiraalgewijze symmetrie Straalsgewijze symmetrie Tweezijdige symmetrie
=actinomorf =zygomorf



Kn Aantal kelkbladeren en (vergroeid) of niet Pn Perianthium/ perigonium, in geval van
Cn Aantal kroonbladeren en (vergroeid) of niet bloemdek= aantal (vergroeide)
bloemdekbladeren
An Androecium, aantal meeldraden en (vergroeid) of niet
[eventueel (X) vergroeid + Y los, ∞= >dan 12]
Gn Gynoecium, aantal vruchtbladen die de stamper vormen
-superscript toont hoeveel hokken aanwezig in stamper
-subscript toont hoeveel zaden er zich bevinden per hok

Bovenstandig= hypogenisch
Halfonderstandig= perigenisch
Onderstandig= epigenisch


• Plesiomorfe & apomorfe kenmerken binnen angiospermen
Plesiomorf Apomorf
= Oud, oorspronkelijk kenmerk dat al aanwezig = Nieuw, afgeleid kenmerk dat recent is ontstaan
was bij een gemeenschappelijke voorouder. in een bepaalde evolutionaire lijn.
Vrije vruchtbladeren Vergroeide vruchtbladeren
Vrije kelk Vergroeide kelk
Vrije kroon Vergroeide kroon
spiraalsgewijs Straalgewijs (actinomorf) tweezijdig (zygomorf)

Zeer veel meeldraden Kransen van vast aantal meeldraden Vast aantal meeldraden

bovenstandig halfonderstandig onderstandig

Bladstand verspreid Bladstand tegenoverstaand
Blad enkelvoudig Blad samengesteld


8

,WPO Planten & Fungi


• Monocotyl vs. dicotyl
Monocotyl= éénzaadlobbigen Dicotyl= tweezaadlobbigen
# zaadlobben 1 2
# kiemblaadjes 1 2




bladnerven parallel Netvormig= reticulair
Vasculaire bundels (stengel) Verspreid, weinig ordening Geordend in een ring:
-xyleem binnenin
-floëem aan de buitenzijde
-cambium tussenin




Cambium aanwezig Nee, Ja,
=delingsactieve cellen zelfs grote planten zoals palmen alleen bij soorten met actief
(meristeemcellen)→secundaire of bananen hebben geen echte cambium (meestal houtachtig)
diktegroei diktegroei
worteltype Vezelige bijwortels Penwortels met zijwortels
# bloemdelen Meestal in veelvouden van 3 (3, Meestal in veelvouden van 4 of 5
6, 9, …)
Bv. Gras, mais, banaan, palm, lelie, Boon, appelboom, eik,
tulp zonnebloem, laurier, avocado,
kaneelboom




• Levensvormen volgens Raunkiaer




Chamaefyt Hemicryptofyt
Fanerofyt Geofyt/ Helofyt
cryptofyt
Hydrofyt 9

, WPO Planten & Fungi


Fanerofyten → "Fanero-" betekent zichtbaar en "-fyt" betekent plant, dus een plant met
zichtbare knoppen boven de grond.
-Knoppen hoog boven de grond (bv. bomen, struiken)
-Slecht beschermd tegen koude → nemen af naarmate weg vd evenaar
-Komen weinig voor op plaatsen met veel grazers
-Veel aanwezig in tropische zones en bossen
Chamaefyten → "Chamae-" betekent laag bij de grond en "-fyt" betekent plant, dus een plant
met knoppen dicht bij de grond.
-Knoppen < 50 cm boven maaiveld
-Lager groeiend dan fanerofyten, iets beter beschermd
-Komt o.a. voor in droge gebieden en bergstreken
Hemicryptofyten → "Hemi-" betekent half en "cryptofyt" betekent verborgen plant, dus een plant
waarvan de knoppen half verborgen zijn, dicht bij of net onder de grond
-Knoppen net op of net onder het maaiveld
-Goed beschermd tegen vorst door sneeuw of strooisel
-Typisch voor gematigde en koude klimaten
-Voordeel bij begrazing: kunnen snel hergroeien
Geofyten/ → "Geo-" betekent aarde en "-fyt" betekent plant, dus een plant waarvan de
Cryptofyt overwinterende delen onder de grond zitten.
→ "Crypto-" betekent verborgen en "-fyt" betekent plant, dus een plant met
verborgen overwinteringsorganen (meestal onder de grond of onder water).
-Enkel ondergrondse delen (bv. wortelstokken, bollen) overleven de winter
-Vaak dominant in bossen (waar bodem vochtig blijft)
-Knoppen zeer goed beschermd
-Kunnen snel uitlopen in vroege lente dankzij zetmeelvoorraad
Helofyten → "Helo-" betekent moeras en "-fyt" betekent plant, dus een moerasplant,
waarvan de knoppen net onder water zitten.
Knoppen net onder wateroppervlak
Rest van de plant steekt boven water uit
Vaak te vinden in vochtige bossen of moerassen
Hydrofyten → "Hydro-" betekent water en "-fyt" betekent plant, dus een waterplant, die
volledig onder water leeft.
Volledig ondergedoken waterplanten
Overlevingsstructuren volledig onder water
Therofyten → "Thero-" komt van "thermos" (warm) en "-fyt" betekent plant, dus een plant die
zich aanpast aan warme, droge periodes door als zaad de winter of droogte te
overleven.
Éénjarigen, enkel zaden overleven de winter
Typisch voor droge gebieden of pionierssituaties




“Normal spectrum” is het spectrum van alle vaatplanten
samengenomen, ongeacht hun areaal, dit is dus niet ze interessant
hiervoor). Cijfers geven percentages weer, geen absolute aantallen!


10

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 10, 2026
Number of pages
46
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$4.52
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
FilibèrkeFilips Vrije Universiteit Brussel
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
20
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
12
Last sold
1 month ago

5.0

2 reviews

5
2
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions