nucleïnezuren
Centrale dogma
Nucleïnezuren: spelen een belangrijke rol in het centrale dogma in de cel
Centrale dogma: zegt dat we genetische informatie verzamelen op DNA, wordt d.m.v. transcriptie
overgezet tot RNA en worden via translatie omgezet tot eiwitten
DNA en RNA
- Behoren tot de nucleotiden
- DNA = deoxyribose (H op C2), RNA = oxyribose (OH op C2)
- Bouwstenen: basen + cyclische monosachariden (suikerstructuren) +
fosfaatgroep
o 5 soorten basen, 2 soorten suikers, slechts 1 soort
fosfaatgroep
Basen
- Gaan binden op de suikerstructuren
- N-bevattend, vlak, aromatische ringen waar geen doorgang mogelijk
is
- 2 mogelijkheden
o Purines = zesring gekoppeld aan een vijfring: adenine (A) en guanine (G)
o Pyrimidines = zesringen: cytosine (C) en thymine (T, DNA) of uracil (U, RNA)
Nucleoside
- = base + ribose
- Basen en ribose (suiker) gaan binden via een β-N glycosidische binding
Nucleotide
- = base + ribose + fosfaatgroep = nucleoside + fosfaatgroep
- = basisbouwsteen van DNA en RNA
- Fosfaatgroep: altijd op C5
Fosfodiesterbinding = nucleotiden binden met elkaar om DNA of RNA te vormen binding gebeurt
door de fosfaatgroep: fosfaatgroep van nucleotide 1 bindt met de OH-groep (op C3) van nucleotide 2
- Onderste uiteinde: plaats waar OH van C3 vrij is = 3’end
- Bovenste uiteinde: plaats waar fosfaatgroep op C5 vrij is = 5’end
Keten loopt van 5’ 3’
, DNA
Watson-Crick model/ B-DNA (normale DNA)
Nobelprijs: 1962 aan Watson en Crick: op basis van X-ray beelden van DNA van Rosaline Franklin
hebben ze de secundaire structuur/basisstructuur van DNA gevonden
Watson-Crick model: bestaat uit 4 belangrijke regels
1. 2 polyNUCLEOTIDEketens draaien rond een gemeenschappelijke as tot dubbelhelix
2. 2 stengen lopen antiparallel
o 1e streng: 5’3’
o 2e streng: 3’5’
3. Basen zitten in kern, suiker en fosfaatgroepen zitten aan buitenkant
4. De 2 strengen worden aan elkaar gehouden door baseparing via waterstofbruggen =
complementaire basen: als je sequentie van keten 1 kent, ken je automatisch die van keten 2
DNA = zeer sterk negatief geladen door de fosfaatbindingen DNA isoleren bij proef: nooit glaswerk
gebruiken want glas = positief geladen DNA plakken aan wanden niet kunnen isoleren
In DNA: grote en kleine groeven daarin kunnen DNA intercalerende moleculen gaan binden
Andere helicale structuren
Afhankelijk van de omstandigheden waarin DNA voorkomt, kunnen er soms andere vormen DNA
ontstaan:
A-DNA
- Ontstaat onder dehydraterende omstandigheden
- = breder en platter, precies wat samengedrukt groeves zijn veel kleiner
- Grote holte in kern van dubbele helix
Z-DNA
- Linksdraaiend, veel langer dan B-DNA (normaal DNA)
- Diepe kleine groeve
- Holte in midden = klein
- Regulatorische functie
Andere ruimtelijke structuren
Afhankelijk van de sequentie kunnen er andere speciale secundaire structuren ontstaan
Meestal: structuren die ontstaan op moment dat er bv moleculaire herkenning of andere bepaalde
processen moeten gebeuren die niet te maken hebben met de normale transcriptie en translatie
- Zeer ongewone vormen: kruisvormig, triple helices
- Treden op bij specifieke DNA-sequenties
o Inverted repeats:
Sequentie gevolgd door reverse complement