Thema 1: Organisatie en omgeving
Overzicht van de leerstof:
– Organisaties (Kenmerken? Wat is management?)
– Plannen (Vooruitdenken en planningstechnieken)
– Organiseren (Structureren, cultuur en veranderen)
– Leidinggeven (Goed leiderschap?)
– Beheersen (Meten is weten, ook in organisaties)
1. Wat is een organisatie? (p. 11-16)
Organisatie: menselijke samenwerking die blijvend is
Belangrijke kenmerken van een organisatie:
1. Samenwerking door mensen
2. Gemeenschappelijk doel
3. Doel: voortbestaan van de organisatie
Vanaf deze 3 componenten heb je een organisatie
1.1 Organisaties
Samenwerking door mensen:
– Synergie-effect:
Mensen bereiken meer als ze samenwerken dan wanneer ieder voor zich werkt; het resultaat van het
totale samenwerkingsverband is groter dan de optelling van de individuele prestaties
– Schaaleffecten/schaalvoordelen:
Kostenvoordelen die een bedrijf behaalt wanneer de productieomvang toeneemt, waardoor de
gemiddelde kosten per eenheid product dalen
Gemeenschappelijk doel:
Zie thema 3: Missie, visie, doelstellingen en strategie
Hoofddoelen:
1. Financiële winst (profit)
2. Maatschappelijke winsten (social profit = iets teruggeven aan de maatschappij, bv. PWC week)
® Doel van een organisatie helt altijd meer naar het ene
® Doel UCLL: proberen om goede professionals te produceren die geschikt zijn in het werkveld +
onderzoeksprojecten
Doel: voortbestaan van de organisatie
– Korte termijnbeslissingen hebben effect op lange termijn
– Interne hoofddoelstelling: streven naar het voortbestaan van de organisatie
– Voorzien in maatschappelijke behoeften (werkgelegenheid, producten/diensten leveren, …)
1
,Bedrijfsmanagement 2023-2024
Verschillende betekenissen van het begrip organisatie:
1. Functioneel: het op elkaar afstemmen van activiteiten (bv. de organisatie van een feest door een paar
mensen)
2. Institutioneel: de organisatie als een instituut, met een bepaalde naam en locatie (bv. Philips met haar
hoofdkantoor in Amsterdam)
3. Instrumenteel: de manier waarop men de zaak geregeld heeft in de organisatie (takenverdeling,
afstemming zaken, structuur, …)
1.2 Hoe werken organisaties?
Het transformatieproces:
– Organisaties worden opgericht met bepaalde doelstelling
– Om doelstelling te realiseren: input moet veranderd worden in output
– Voorbeeld: boerderij voor landbouwgewassen
Input:
– Materialen (zaden, kunstmest, water)
– Middelen (menselijke arbeid door boer en personeel, geld, EU-subsidies, investeringen, informatie
over optimale productiemethoden)
– Overige factoren (wetgeving, klimaat)
Output:
– Gewenste output (verkoopbare producten in de vorm van gewassen en daarmee omzet)
– Ongewenste output (afval, milieuvervuiling, onverkoopbare producten
–
Mi
ddelen en materialen: financieel, menselijk, grondstoffen
– Efficiëntie: zo weinig mogelijk middelen en materialen gebruiken
– Effectiviteit: zo veel mogelijk doelen bereiken
® Kern van ondernemen: een goede manager bereikt zo veel mogelijk doelen met zo weinig mogelijk
middelen en materialen
2
,Bedrijfsmanagement 2023-2024
1.2.1 Management in organisaties (p. 24-31)
Management level Beslissingen Vaardigheden
Topmanagement Strategisch Conceptueel
Middenmanagement Tactisch Menselijk
Operationeel management Operationeel Technisch
Management: het zich richten op de planning, organisatie, leiding en beheersing van een organisatie.
Hierbij moeten menselijke en materiële middelen toegewezen worden om de organisatiedoelen te
bereiken
Topmanagement:
– CEO/director + mensen die rechtstreeks aan CEO rapporteren
– Formuleert de overall-doelen van de organisatie (tactische doelen)
– Bepaalt de koers
– Stuurt het middenmanagement aan
– Draagt bij aan de eindverantwoordelijkheid
Middenmanagement:
– Vertaalt de strategische doelen van het topmanagement in
tactische doelen voor de middellange termijn (1 à 2 jaar)
– Heeft specifieker aandachtsterrein of beperkte blik dan het
topmanagement
– Richt zich op breder terrein dan de operationele manager
– Brengt relevante informatie en signalen uit de lagere delen van de
organisatie naar boven
Operationeel management:
– Mensen die dagelijkse business runnen, day-to-day business
– Staat net boven uitvoerend personeel
– Plant en verdeelt het werk
– Geeft orders aan het uitvoerend personeel
– Werkt de plannen van middenmanagement verder uit en brengt ze ten uitvoer
– Informeert uitvoerend personeel over beleidsbesluiten die hogerop in de organisatie genomen zijn
– Informeert middenmanagement over gevoelens, zorgen, wensen en waardering die leven onder
uitvoeren personeel
Topmanagement Middenmanagement Operationeel management
Lange termijn Middellange termijn Korte termijn
Eindverantwoordelijke Tussenpersoon (communicatie) Plant en verdeelt het werk
Strategische doelen Tactische doelen Operationele doelen
Voorbeeld Ikea:
3
,Bedrijfsmanagement 2023-2024
Strategische doelstellingen Groei door:
(vanuit Zweden bepaald en uitgewerkt in 3- Door uitbreiding van aantal winkels
jaren plan) Multi channelling (= producten via
meerdere kanalen verkopen)
Tactische doelstellingen Bepalen van vestiging van nieuwe winkel in
(concrete doelen om 1 strategisch doel te Antwerpen
bereiken) Bepalen van sourcing aanpak (= actief
benaderen) van nieuwe medewerkers
Operationele doelstellingen Verbouwingen
(lokaal bepaald, per winkel, in functie van Extra service naar klanten
strategische doelstellingen)
Manieren om te kijken naar wat managers doen:
1. Management functies en processen
2. Management vaardigheden (Robert Katz)
3. Management rollen (Henry Mintzberg)
1.2.2 Functies en processen
Plannen:
– Doelen voor de toekomst vaststellen
– bepalen welke acties op welke tijdstippen nodig zijn om de gestelde doelen te bereiken
Organiseren:
– Organisatie inrichten om de gemaakte planning te kunnen realiseren
– Structuren aanbrengen
Coördineren:
– Opbouwen en onderhouden van geschikt personeelsbestand
Leiding geven:
– Zorgen dat de medewerkers de dingen gaan doen die ze moeten doen
– Medewerkers coachen, motiveren, met ze communiceren, ze aanvullen en ze soms corrigeren
– Leidinggeven: het begeleiden en motiveren van ondergeschikten, zodat deze de taken uitvoeren die
nodig zijn om de organisatiedoelen te bereiken
Controleren/beheersen:
– Verifiëren of de gestelde doelen en planning ook daadwerkelijk gehaald worden door de organisatie
(en eventueel bijsturen)
Management proces:
Alle beslissingen en taken waar managers in betrokken zijn bij het plannen, organiseren, leiden en
controleren
® De doelen van de organisatie realiseren
A. Management vaardigheden: Katz
Technische vaardigheden
– Harde competenties/hard skills
4
,Bedrijfsmanagement 2023-2024
– Vakkundigheid en kennis van specialistische vakgebied, bv:
– Kennis van ICT-programma’s
– Kennis van specifieke wetgeving
– Kennis van Duits of andere vreemde taal
Menselijke vaardigheden
– Zachte competenties/soft skills
– Sociaal vaardig zijn (empathie, inzicht, goed kunnen luisteren, …)
– Werknemers kunnen coachen
– Binnen en buiten de organisatie kunnen netwerken
– In teamverband kunnen werken – medewerking en toewijding
– Credibiliteit (geloofwaardigheid) hebben bij collega’s, managers en ondergeschikten
Conceptuele vaardigheden
– Vermogen om over abstracte en ingewikkelde situaties na te denken en te conceptualiseren
– Kunnen plannen op lange termijn
– Info gebruiken om business problemen op te lossen
– Opportuniteiten om te innoveren kunnen identificeren
– Probleemgebieden herkennen, oplossingen implementeren
– Kritische info uit een massa gegevens kunnen selecteren
– Organisatiemodellen en structuren begrijpen
® Maakt deel uit van de “beleidsformulerende” taken
B. Managementrollen: Mintzberg
Intermenselijke rol Informatieve rol Beslissingsrol
Boegbeeld Monitor Ondernemer
Leider Verspreider Probleemoplosser
Aanspreekpunt Zegsman Toekenner van middelen
Onderhandelaar
Intermenselijke rol:
– Boegbeeld: vervult symboolfunctie, heeft verplichtingen (ceremoniële taken, handtekeningen zetten,
organisatie naar buiten toe vertegenwoordigen)
– Leider: inspiratiebron, verantwoordelijk voor prestaties van medewerkers, stuurt, ondersteunt,
motiveert en beoordeelt medewerkers
– Aanspreekpunt: weet medewerkers aan zich te binden, verbindt mensen in organisatie met elkaar,
legt makkelijk contact met mensen buiten organisatie
Informatieve rol:
– Monitor: informatie verzamelen, analyseert en beoordeelt de informatie
– Verspreider: verspreidt de doelen, risico’s, problemen en oplossingen onder teamleden, collega
managers en andere belanghebbenden, verbindende schakel met andere onderdelen van organisatie
– Zegsman: namens organisatie naar buiten treden
Beslissingsrol:
– Ondernemer: bedenkt nieuwe ideeën, werkt ze uit en zorgt dat ze worden uitgevoerd
– Probleemoplosser: speelt direct in op problemen die zich voordoen, moet direct met goede
oplossingen komen
5
, Bedrijfsmanagement 2023-2024
– Toekenner van middelen: bepaalt wie welke middelen tot zijn beschikking krijgt (geld, medewerkers,
machines en materialen)
– Onderhandelaar: belangrijke rol in besluitvormingsproces
Voorbeelden:
Intermenselijke rol Verbinder/netwerker liaison. Je verbindt het werk tussen de diverse
niveaus
Je motiveert mensen (leider)
Informatieve rol Je analyseert informatie, intern en extern. Je kijkt of er kansen en
bedreigingen zijn
De manager die voor de interne en externe omgeving de organisatie
kleur geeft. Een symbool van status en autoriteit
Je houdt teams op de hoogte over de situatie binnen en buiten de
organisatie
Je brengt informatie naar buitenstaanders over de organisatieplannen en
-uitkomsten
Beslissingsrol Je bepaalt de budgets voor je teams en afdelingen
Je lost crisissen zo snel mogelijk op
Je maakt afspraken met klanten, leveranciers, stakeholder
(onderhandelaar)
Je brengt nieuwe ideeën en verbeteringen aan. Je stimuleert creativiteit
en innovatie (ondernemer)
1.2.2 Overlappingen tussen Katz en Mintzberg
Management vaardigheden (Robert Katz) Managementrollen (Henry Mintzberg)
Technische vaardigheden Informatieve rol
Managers gebruiken technische vaardigheden bij het verzamelen (Monitor), verspreiden
(Verspreider) en communiceren (Zegsman) van informatie. Een diep begrip van technische details
is vaak nodig om accurate en relevante informatie te verzamelen en te delen
Management vaardigheden (Robert Katz) Managementrollen (Henry Mintzberg)
Menselijke vaardigheden Intermenselijke rol
Menselijke vaardigheden zijn cruciaal voor de interpersoonlijke rollen zoals Boegbeeld, Leider en
Aanspreekpunt. Effectief communiceren, relaties opbouwen en netwerken zijn allemaal aspecten
die afhankelijk zijn van sterke menselijke vaardigheden
Management vaardigheden (Robert Katz) Managementrollen (Henry Mintzberg)
Conceptuele vaardigheden Beslissingsrol
Conceptuele vaardigheden zijn nodig voor de beslissingsrollen zoals Ondernemer,
Probleemoplosser, Toekenner van middelen en Onderhandelaar. Het vermogen om complexe
situaties te begrijpen en strategieën te ontwikkelen is essentieel voor effectief
besluitvormingsmanagement
1.3 De omgeving (p. 16-17)
– Omgevingsinvloeden
– Organisatie Omgeving
6