Fysica voor farmaceutisch onderzoek en
technologie
1. Magnetische velden en bewegende ladingen
1.1. Historische inleiding
1.2. Magnetische inductie en Lorentzkracht
Vectorveld: kracht dat het veld uitoefent op een geschikt object
o Algemeen verband: ⃗ F m=m ∙ ⃗g
Lorentzkracht: totale kracht die een geladen deeltje ondervindt in een elektrisch
én/of magnetisch veld
o ⃗ F =q ( ⃗
E + ⃗v × ⃗
B)
o Deze kracht bestaat uit 2 componenten:
Elektrische kracht: ⃗ F q=q ∙ ⃗
E
Elektrisch veld E oefent een elektrostatische kracht F q uit op een
lading q
Een positieve lading in het veld zal in de richting van het veld
bewegen
Een negatieve lading zal tegen de richting van het veld bewegen
Deze kracht kan het deeltje versnellen of vertragen, afhankelijk
van de richting van het veld ten opzichte van de beweging van het
deeltje
Magnetische kracht: ⃗ F B =q( ⃗v × ⃗
B)
Magnetische inductie ⃗Boefent een magnetische kracht FB uit op
een lading q
De kracht werkt loodrecht op zowel de bewegingsrichting v als op
de magnetische inductie ⃗B
De kracht kan het deeltje van richting doen veranderen, niet de
snelheidà ⃗
v≠0
o Richting via de 1e rechterhandregel bepalen
⃗ F = duim
⃗ v = wijsvinger
⃗ B = middelvinger
o Is onbestaand als v en B evenwijdig zijn
o Kan nooit arbeid leveren: ⃗
F ∙ ⃗v =⃗ ⃗
F ∙ d l=dW =0
o Kan de kinetische energie van een deeltje niet veranderen
Inductielijnen/ magnetische veldlijnen: lijnen die de richting van het magnetisch
veld B aangeven in elk punt van de ruimte
o In elk punt is de vector ⃗
B gericht volgens de raaklijn aan de veldlijn op dat
punt
1
, Magnetische inductie beschrijft hoe een veranderend magnetisch veld een
elektrische stroom kan opwekken
N
o Eenheid: Tesla = T =
A∙m
⃗
F N N ∙s 1C
⃗
B= = = → 1 A=
q∙v
( )
m C ∙m 1s
C∙
s
1.3. Baan van geladen deeltje in een magnetisch
veld
Lorentzkracht van een geladen deeltje met lading Q dat met een snelheid ⃗
v loodrecht
op een homogeen magnetisch veld ⃗ B beweegt:
o ⃗ F B =q(⃗v × ⃗
B)
Kracht staat loodrecht op de snelheid centripetale kracht
Centripetale versnelling a
⃗ is gericht naar het middelpunt van de
cirkelbaan
o ⃗
F =m∙ a⃗
De magnetische kracht is de centripetale kracht die het deeltje in een
cirkelbaan houdt
De Lorentzkracht is altijd loodrecht op de snelheid en op het magnetisch veld. Het zal
dus van richting van de snelheid voortdurend veranderen, maar niet de grootte. Het
deeltje beweegt dus in een cirkelbaan.
F=qvBsin ( 90° ) =ma
2
v
qvB=m
R
mv
R=
Bq
1.4. Magnetische kracht op een stroom
Stroom: verzameling van bewegende ladingen met een netto driftsnelheid −⃗
vd
o vd: gemiddelde snelheid waarmee vrije ladingen zich voortbewegen door
een geleider onder invloed van een elektrisch veld
Magnetisch veld oefent kracht uit op bewegende deeltjes zal ook kracht uitoefenen
op een geleider met een doorsnede S en lengte l
2
, F=q vBsin=Sln (−e ) (−v d ) B=Slne v d B
l
Met: n = elektronendichtheid
Sl = volume geleidingsdraad in het veld
S
e = positieve éénheidslading
1.5. Bewegings-emk, Hall-effect
Stroom: I =Sne v d
Hall-effect:
F=IlB ontstaan van een spanningsverschil loodrecht op de stroomrichting in
een geleider die zich in een magnetisch veld bevindt
o Een dunne plaat van geleidend materiaal met een elektrische stroom die
Voor een rechte geleider:
daardoor loopt
F =I ( ⃗l×
⃗
oo Aanleg ⃗
B )magnetisch veld:
van
Bewegende
Stroom is geen vector, wantlading ervaren
deze wordteen Lorentzkracht
bepaald door de
Ladingen
zin van de stroom worden naar een kant van de plaat geduwd
Spanningsverschil tussen de boven- en onderkant van de plaat
Stel: ladingdragers zijn positief
Positieve ladingen bewegen in dezelfde zin als
elektrische stroom en ondervinden een
opwaartse kracht
Blokje wordt bovenaan positief geladen
Stel: ladingsdragers zijn negatief
Negatieve ladingen bewegen in tegengestelde zin
als elektrische stroom en ondervinden ook een
opwaartse kracht
Blokje wordt bovenaan negatief geladen
Experiment:
Meting van lading bovenaan het blokje
o Toont negatieve lading aan
3
, Blokje onderaan: positief
o Spanningsverschil VH zorgt voor opladen van het blokje met breedte b
Na korte tijd stelt zich een evenwicht van krachten in
o Elektrische kracht ⃗ F E (naar beneden) is even groot, maar tegengesteld aan
de magnetische kracht ⃗FB
o Ladingen zullen rechtdoor bewegen
Bij evenwicht:
F E =F B
e ∙ E H =e ∙ v d ∙b
E H ∙ b=v d ∙ B ∙ b
I 1
U H= ∙ B met =Hall −constante
n ∙e ∙ S n∙e
I
U H− ∙B∙b
n ∙e ∙db
I ∙B
U H=
n ∙e ∙d
Toepassing
Meten van magnetisch veldsterkte
1.5.1. Kringstroom – idee van Ampère
Kringstroom: elektronen die rond de atoomkern draaien
o Wekt zelf een magnetisch veld op
o Bevat noord- en zuidpool die altijd samenkomen
Bij het plaatsen in een extern magnetisch veld: draaimoment/koppel werkt op de
kringstroom
o Gaat zodanig draaien dat magnetische veldlijnen van de kringstroom
evenwijdig liggen met het veld
1.6. Koppel en moment op een kringloop
1.7. Instrumenten
1.7.1. Cyclotron
Toestel om geladen deeltjes te versnellen
o Protonen, alfa-deeltjes
Gebruikt homogeen magnetisch veld om deeltjes
in cirkelvormige baan te houden
Gebruikt voor radiotherapie voor tumoren
Werking:
4
technologie
1. Magnetische velden en bewegende ladingen
1.1. Historische inleiding
1.2. Magnetische inductie en Lorentzkracht
Vectorveld: kracht dat het veld uitoefent op een geschikt object
o Algemeen verband: ⃗ F m=m ∙ ⃗g
Lorentzkracht: totale kracht die een geladen deeltje ondervindt in een elektrisch
én/of magnetisch veld
o ⃗ F =q ( ⃗
E + ⃗v × ⃗
B)
o Deze kracht bestaat uit 2 componenten:
Elektrische kracht: ⃗ F q=q ∙ ⃗
E
Elektrisch veld E oefent een elektrostatische kracht F q uit op een
lading q
Een positieve lading in het veld zal in de richting van het veld
bewegen
Een negatieve lading zal tegen de richting van het veld bewegen
Deze kracht kan het deeltje versnellen of vertragen, afhankelijk
van de richting van het veld ten opzichte van de beweging van het
deeltje
Magnetische kracht: ⃗ F B =q( ⃗v × ⃗
B)
Magnetische inductie ⃗Boefent een magnetische kracht FB uit op
een lading q
De kracht werkt loodrecht op zowel de bewegingsrichting v als op
de magnetische inductie ⃗B
De kracht kan het deeltje van richting doen veranderen, niet de
snelheidà ⃗
v≠0
o Richting via de 1e rechterhandregel bepalen
⃗ F = duim
⃗ v = wijsvinger
⃗ B = middelvinger
o Is onbestaand als v en B evenwijdig zijn
o Kan nooit arbeid leveren: ⃗
F ∙ ⃗v =⃗ ⃗
F ∙ d l=dW =0
o Kan de kinetische energie van een deeltje niet veranderen
Inductielijnen/ magnetische veldlijnen: lijnen die de richting van het magnetisch
veld B aangeven in elk punt van de ruimte
o In elk punt is de vector ⃗
B gericht volgens de raaklijn aan de veldlijn op dat
punt
1
, Magnetische inductie beschrijft hoe een veranderend magnetisch veld een
elektrische stroom kan opwekken
N
o Eenheid: Tesla = T =
A∙m
⃗
F N N ∙s 1C
⃗
B= = = → 1 A=
q∙v
( )
m C ∙m 1s
C∙
s
1.3. Baan van geladen deeltje in een magnetisch
veld
Lorentzkracht van een geladen deeltje met lading Q dat met een snelheid ⃗
v loodrecht
op een homogeen magnetisch veld ⃗ B beweegt:
o ⃗ F B =q(⃗v × ⃗
B)
Kracht staat loodrecht op de snelheid centripetale kracht
Centripetale versnelling a
⃗ is gericht naar het middelpunt van de
cirkelbaan
o ⃗
F =m∙ a⃗
De magnetische kracht is de centripetale kracht die het deeltje in een
cirkelbaan houdt
De Lorentzkracht is altijd loodrecht op de snelheid en op het magnetisch veld. Het zal
dus van richting van de snelheid voortdurend veranderen, maar niet de grootte. Het
deeltje beweegt dus in een cirkelbaan.
F=qvBsin ( 90° ) =ma
2
v
qvB=m
R
mv
R=
Bq
1.4. Magnetische kracht op een stroom
Stroom: verzameling van bewegende ladingen met een netto driftsnelheid −⃗
vd
o vd: gemiddelde snelheid waarmee vrije ladingen zich voortbewegen door
een geleider onder invloed van een elektrisch veld
Magnetisch veld oefent kracht uit op bewegende deeltjes zal ook kracht uitoefenen
op een geleider met een doorsnede S en lengte l
2
, F=q vBsin=Sln (−e ) (−v d ) B=Slne v d B
l
Met: n = elektronendichtheid
Sl = volume geleidingsdraad in het veld
S
e = positieve éénheidslading
1.5. Bewegings-emk, Hall-effect
Stroom: I =Sne v d
Hall-effect:
F=IlB ontstaan van een spanningsverschil loodrecht op de stroomrichting in
een geleider die zich in een magnetisch veld bevindt
o Een dunne plaat van geleidend materiaal met een elektrische stroom die
Voor een rechte geleider:
daardoor loopt
F =I ( ⃗l×
⃗
oo Aanleg ⃗
B )magnetisch veld:
van
Bewegende
Stroom is geen vector, wantlading ervaren
deze wordteen Lorentzkracht
bepaald door de
Ladingen
zin van de stroom worden naar een kant van de plaat geduwd
Spanningsverschil tussen de boven- en onderkant van de plaat
Stel: ladingdragers zijn positief
Positieve ladingen bewegen in dezelfde zin als
elektrische stroom en ondervinden een
opwaartse kracht
Blokje wordt bovenaan positief geladen
Stel: ladingsdragers zijn negatief
Negatieve ladingen bewegen in tegengestelde zin
als elektrische stroom en ondervinden ook een
opwaartse kracht
Blokje wordt bovenaan negatief geladen
Experiment:
Meting van lading bovenaan het blokje
o Toont negatieve lading aan
3
, Blokje onderaan: positief
o Spanningsverschil VH zorgt voor opladen van het blokje met breedte b
Na korte tijd stelt zich een evenwicht van krachten in
o Elektrische kracht ⃗ F E (naar beneden) is even groot, maar tegengesteld aan
de magnetische kracht ⃗FB
o Ladingen zullen rechtdoor bewegen
Bij evenwicht:
F E =F B
e ∙ E H =e ∙ v d ∙b
E H ∙ b=v d ∙ B ∙ b
I 1
U H= ∙ B met =Hall −constante
n ∙e ∙ S n∙e
I
U H− ∙B∙b
n ∙e ∙db
I ∙B
U H=
n ∙e ∙d
Toepassing
Meten van magnetisch veldsterkte
1.5.1. Kringstroom – idee van Ampère
Kringstroom: elektronen die rond de atoomkern draaien
o Wekt zelf een magnetisch veld op
o Bevat noord- en zuidpool die altijd samenkomen
Bij het plaatsen in een extern magnetisch veld: draaimoment/koppel werkt op de
kringstroom
o Gaat zodanig draaien dat magnetische veldlijnen van de kringstroom
evenwijdig liggen met het veld
1.6. Koppel en moment op een kringloop
1.7. Instrumenten
1.7.1. Cyclotron
Toestel om geladen deeltjes te versnellen
o Protonen, alfa-deeltjes
Gebruikt homogeen magnetisch veld om deeltjes
in cirkelvormige baan te houden
Gebruikt voor radiotherapie voor tumoren
Werking:
4