MEDIAWIJSHEID
Inhoudstafel samenvatting mediawijsheid
H0: INFO OVER HET VAK
H1: MEDIA EN MEDIATISERING
1 Het proces van gemedieerde communicatie
1.1 Media en het sociaal werk
1.2 De basismodellen van massacommunicatie
1.2.1 Het communicatiemodel van Lasswell
1.2.2 Het communicatiemodel van Shannon en Weaver
1.2.3 Het circulaire communicatiemodel van Oomkes
1.3 Media en de media
2 De mediatisering van de samenleving
2.1 Mediatisering en globalisering
2.1.1 De globale economie
2.1.2 Culturele uitwisseling en hybridisering
2.1.3 Politieke en ideologische stromen
2.1.4 De culturele dominantie van de Verenigde Staten
2.2 Complexe connectiviteit en culturele reflexiviteit
2.3 De wereld als globaal dorp
2.4 De tegenstrijdige effecten van mediatisering
2.5 Mediatisering als maatschappelijke kracht
3 De technologische dimensie: mediatechnologie
3.1 Technologie begrijpen
3.1.1 Wat is technologie?
3.1.2 Technologie en wetenschap
3.1.3 Technologische evolutie
3.1.4 Technologisch determinisme: tussen utopie en dystopie
3.1.5 Technologie als een sociale constructie
3.1.6 Het technologisch voorzorgsprincipe
3.2 De rol van het medium
3.2.1 The medium is the message
3.2.2 Media als extensie van de mens
3.2.3 Media sturen mens en samenleving
3.2.4 De laatste fase van de extensies
3.2.5 Kritiek op McLuhans focus op technologie
3.3 Focus op Artificiële Intelligentie
3.3.1 Wat is Artificiële Intelligentie?
3.3.2 Korte historische schets van AI
3.3.3 Machineleren
3.3.4 Deep learning en artificiële neurale netwerken (ANN’s)
3.3.5 Beperkingen en risico’s van artificiële intelligentie
3.3.6 AI en sociaal werk: kansen en kritische reflectie
1
, 3.4 Conclusie (lezen)
4 De socioculturele dimensie: mediacultuur
4.1 Media en cultuur
4.2 Van massacultuur naar mediacultuur
4.2.1 Volkscultuur en massacultuur
4.2.2 De Frankfurter Schule
4.2.3 Morele paniek
4.2.4 Kernprocessen in mediacultuur
4.3 Culturele mediastudies
4.3.1 Circuit of Culture
A. De 5 betekenisdimensies
B. Parasociale relaties
C. De 5 betekenisdimensies in de praktijk
4.3.2 Participatory Culture
A. Van consument naar prosumer
B. Kenmerken van participatory culture
C. Vormen van participatie in mediacultuur
D. De keerzijde van mediaparticipatie
4.3.3 Algorithmic Culture
A. Algoritmen in online media
B. Algoritmen als culturele filters
C. Culturele effecten van algoritmische media
D. Algoritmen, polarisatie en cultuuroorlogen
E. Kritiek en weerstand
4.4 Postmoderne mediacultuur
4.4.1 Postmodernisme en media
A. Postmodernisme als denkkader
B. Postmoderne media
4.4.2 Baudrillard en de hyperrealiteit
A. Simulacra en de vier fasen van representatie
B. De hyperrealiteit
C. Consumptie als centrum van communicatie
D. De paradox van individualiteit
E. Kritiek op Baudrillard
4.4.3 Democratie en de erosie van de waarheid
4.5 Conclusie
5 De institutionele dimensie: politieke economie
5.1 Medialogica: hoe media de samenleving vormen
5.1.1 Institutionele mediatisering en isomorfisme
5.1.2 Medialogica in de aandachtseconomie
5.2 Media als de waakhond van de democratie
5.2.1 Historische wortels van de waakhondfunctie
5.2.2 De publieke sfeer
5.2.3 De media als vierde macht
5.2.4 Normatieve rollen en onrealistische verwachtingen
2
, 5.3 Het propagandamodel van Herman & Chomsky
5.3.1 Eigenaarschap en mediaconcentratie
5.3.2 De rol van adverteerders
5.3.3 Bronafhankelijkheid en de rol van de media elite
5.3.4 Afweergeschut (of flak) als disciplinaire maatregel
5.3.5 Het vijandbeeld
5.3.6 Betekenis van het propagandamodel vandaag
5.4 Big Tech en het Surveillancekapitalisme
5.4.1 De politieke en economische dominantie van Big Tech
5.4.2 De algocratie en de ideologie van Silicon Valley
5.4.3 Het surveillancekapitalisme
5.4.4 Regulering, alternatieven en digitale weerbaarheid
5.5 Conclusie
6 Conclusie
H2: MEDIA-EFFECTEN
1 De almacht van de media
1.1 De injectienaaldtheorie
1.1.1 Media en effect als stimulus-respons
1.1.2 Propaganda en morele paniek
1.1.3 De rol van intermediërende factoren
1.2 Two-step-flow en multi-step-flow
1.2.1 De Kracht van opinieleiders
1.2.2 Opinieleiders op sociale media: influencers
1.2.3 Kritiek op de macht van opinieleiders
2 Uses & Gratifications: het publiek centraal
3 Beperkte, geleidelijke of subtiele effecten
3.1 Het beperkte effecten-paradigma: het versterkingseffect
3.2 Cultivatie en culturele indicatoren
3.2.1 De televisiewerkelijkheid
3.2.2 Culturele indicatoren
3.2.3 Representatie in de media
3.2.4 Stereotypen
3.2.5 De “Male Gaze”: de vrouw als object van de mannelijke blik
3.2.6 Cultivatie in het digitale tijdperk
3.3 De zwijgspiraal
4 Directe media-effecten
4.1 Agendasetting
4.2 Framing
3
,H3: BEELDTAAL
1 Beeldtaal en beeldgeletterdheid
1.1 Wat is beeldtaal?
1.1.1 Visuele elementen als taal
1.1.2 Universele en culturele betekenis
1.1.3 Combinatie van elementen
1.1.4 Emotionele impact
1.1.5 Verbinding met andere taalvormen
1.1.6 Digitale evolutie
1.2 Beeldgeletterdheid
2 Beeldmanipulatie: een oude traditie
3 Beeld en sociale actie
4 Drie visies op beeld
4.1 Gestald
4.2 Semiotiek
4.2.1 Soorten tekens
4.2.2 Betekenaar en betekende
4.2.3 Connotatie en denotatie
4.2.4 Intertekstualiteit
4.3 Visuele Retorica
4.3.1 Ethos
4.3.2 Pathos
4.3.3 Logos
4
,H0: INFO OVER HET VAK
Indeling vak
1) Media en mediatisering
2) Media-effecten
3) Beeldtaal
- Alles staat op Canvas en dit staat centraal!
Examen:
- Mondeling in januari
- Opdracht
4 paradoxen
Afhankelijkheidsparadox
= de toename van het belang en gebruik van de smartphone en sociale
media, tegenover het toenemende gevoel van afhankelijkheid van en
verslaving aan diezelfde sociale media en smartphone.
Opvallend:
- Na een sterke stijging stagneert het gebruik van TikTok
- De gebruiksintensiteit is van een andere orde dan eender welk ander platform:
- Hogere gemiddelde dagelijkse gebruikstijd
- Veel langere gebruiksblokken (ipv kort ‘snacken’)
- TikTok profileert zich alsmaar nadrukkelijker eerder als een zender dan als een sociaal
medium.
Waarheidsparadox
= het alsmaar vertrouwen op de onuitputtelijke en makkelijk te bereiden online
informatiebronnen, tegenover de toenemende bezorgdheid omtrent de
waarheidsgetrouwheid van die digitale informatie (desinformatie, fake news…)
- Deze paradox gaat verder dan fake news.
- Ruim 7/10 Vlamingen hebben in 2022 frauduleuze berichten (phishing)
ontvangen. 1/5 is naar frauduleuze websites (pharming) omgeleid in
een poging persoonlijke informatie te ontfutselen.
- 77% denkt meer na vooraleer op een weblink in een chat, e-mail of
sms te klikken.
Opvallend:
- Jongeren en nieuws: een ketering?
5
, - 69% van de 18-24 jarigen vindt nieuws belangrijk.
- 71% is bezorgd om de impact van valse nieuwsberichten op de
maatschappij.
- Het gebruik van sociale media voor nieuwsconsumptie daalt, dat van
nieuwsapps en nieuwswebsites stijgt.
- Ook het tv- journaal wint kijkers, net als het nieuws op de radio. Alleen
het lezen van de papieren krant lijkt volledig te verdwijnen bij deze groep
(nog 2%)
Dataparadox
= het gebruiksgemak en populariteit van allerlei online diensten die drijven
op profilering en personalisering (waarvoor men data nodig heeft), tegenover
de sterk toegenomen bezorgdheid omtrent privacy, transparantie en controle
over persoonlijke data.
AI-paradox
= de grote overtuiging en aantrekkingskracht van en verwondering om wat AI te
bieden heeft, tegenover het besef en de angst dat AI (potentieel) een negatieve
impact kan hebben.
6
Inhoudstafel samenvatting mediawijsheid
H0: INFO OVER HET VAK
H1: MEDIA EN MEDIATISERING
1 Het proces van gemedieerde communicatie
1.1 Media en het sociaal werk
1.2 De basismodellen van massacommunicatie
1.2.1 Het communicatiemodel van Lasswell
1.2.2 Het communicatiemodel van Shannon en Weaver
1.2.3 Het circulaire communicatiemodel van Oomkes
1.3 Media en de media
2 De mediatisering van de samenleving
2.1 Mediatisering en globalisering
2.1.1 De globale economie
2.1.2 Culturele uitwisseling en hybridisering
2.1.3 Politieke en ideologische stromen
2.1.4 De culturele dominantie van de Verenigde Staten
2.2 Complexe connectiviteit en culturele reflexiviteit
2.3 De wereld als globaal dorp
2.4 De tegenstrijdige effecten van mediatisering
2.5 Mediatisering als maatschappelijke kracht
3 De technologische dimensie: mediatechnologie
3.1 Technologie begrijpen
3.1.1 Wat is technologie?
3.1.2 Technologie en wetenschap
3.1.3 Technologische evolutie
3.1.4 Technologisch determinisme: tussen utopie en dystopie
3.1.5 Technologie als een sociale constructie
3.1.6 Het technologisch voorzorgsprincipe
3.2 De rol van het medium
3.2.1 The medium is the message
3.2.2 Media als extensie van de mens
3.2.3 Media sturen mens en samenleving
3.2.4 De laatste fase van de extensies
3.2.5 Kritiek op McLuhans focus op technologie
3.3 Focus op Artificiële Intelligentie
3.3.1 Wat is Artificiële Intelligentie?
3.3.2 Korte historische schets van AI
3.3.3 Machineleren
3.3.4 Deep learning en artificiële neurale netwerken (ANN’s)
3.3.5 Beperkingen en risico’s van artificiële intelligentie
3.3.6 AI en sociaal werk: kansen en kritische reflectie
1
, 3.4 Conclusie (lezen)
4 De socioculturele dimensie: mediacultuur
4.1 Media en cultuur
4.2 Van massacultuur naar mediacultuur
4.2.1 Volkscultuur en massacultuur
4.2.2 De Frankfurter Schule
4.2.3 Morele paniek
4.2.4 Kernprocessen in mediacultuur
4.3 Culturele mediastudies
4.3.1 Circuit of Culture
A. De 5 betekenisdimensies
B. Parasociale relaties
C. De 5 betekenisdimensies in de praktijk
4.3.2 Participatory Culture
A. Van consument naar prosumer
B. Kenmerken van participatory culture
C. Vormen van participatie in mediacultuur
D. De keerzijde van mediaparticipatie
4.3.3 Algorithmic Culture
A. Algoritmen in online media
B. Algoritmen als culturele filters
C. Culturele effecten van algoritmische media
D. Algoritmen, polarisatie en cultuuroorlogen
E. Kritiek en weerstand
4.4 Postmoderne mediacultuur
4.4.1 Postmodernisme en media
A. Postmodernisme als denkkader
B. Postmoderne media
4.4.2 Baudrillard en de hyperrealiteit
A. Simulacra en de vier fasen van representatie
B. De hyperrealiteit
C. Consumptie als centrum van communicatie
D. De paradox van individualiteit
E. Kritiek op Baudrillard
4.4.3 Democratie en de erosie van de waarheid
4.5 Conclusie
5 De institutionele dimensie: politieke economie
5.1 Medialogica: hoe media de samenleving vormen
5.1.1 Institutionele mediatisering en isomorfisme
5.1.2 Medialogica in de aandachtseconomie
5.2 Media als de waakhond van de democratie
5.2.1 Historische wortels van de waakhondfunctie
5.2.2 De publieke sfeer
5.2.3 De media als vierde macht
5.2.4 Normatieve rollen en onrealistische verwachtingen
2
, 5.3 Het propagandamodel van Herman & Chomsky
5.3.1 Eigenaarschap en mediaconcentratie
5.3.2 De rol van adverteerders
5.3.3 Bronafhankelijkheid en de rol van de media elite
5.3.4 Afweergeschut (of flak) als disciplinaire maatregel
5.3.5 Het vijandbeeld
5.3.6 Betekenis van het propagandamodel vandaag
5.4 Big Tech en het Surveillancekapitalisme
5.4.1 De politieke en economische dominantie van Big Tech
5.4.2 De algocratie en de ideologie van Silicon Valley
5.4.3 Het surveillancekapitalisme
5.4.4 Regulering, alternatieven en digitale weerbaarheid
5.5 Conclusie
6 Conclusie
H2: MEDIA-EFFECTEN
1 De almacht van de media
1.1 De injectienaaldtheorie
1.1.1 Media en effect als stimulus-respons
1.1.2 Propaganda en morele paniek
1.1.3 De rol van intermediërende factoren
1.2 Two-step-flow en multi-step-flow
1.2.1 De Kracht van opinieleiders
1.2.2 Opinieleiders op sociale media: influencers
1.2.3 Kritiek op de macht van opinieleiders
2 Uses & Gratifications: het publiek centraal
3 Beperkte, geleidelijke of subtiele effecten
3.1 Het beperkte effecten-paradigma: het versterkingseffect
3.2 Cultivatie en culturele indicatoren
3.2.1 De televisiewerkelijkheid
3.2.2 Culturele indicatoren
3.2.3 Representatie in de media
3.2.4 Stereotypen
3.2.5 De “Male Gaze”: de vrouw als object van de mannelijke blik
3.2.6 Cultivatie in het digitale tijdperk
3.3 De zwijgspiraal
4 Directe media-effecten
4.1 Agendasetting
4.2 Framing
3
,H3: BEELDTAAL
1 Beeldtaal en beeldgeletterdheid
1.1 Wat is beeldtaal?
1.1.1 Visuele elementen als taal
1.1.2 Universele en culturele betekenis
1.1.3 Combinatie van elementen
1.1.4 Emotionele impact
1.1.5 Verbinding met andere taalvormen
1.1.6 Digitale evolutie
1.2 Beeldgeletterdheid
2 Beeldmanipulatie: een oude traditie
3 Beeld en sociale actie
4 Drie visies op beeld
4.1 Gestald
4.2 Semiotiek
4.2.1 Soorten tekens
4.2.2 Betekenaar en betekende
4.2.3 Connotatie en denotatie
4.2.4 Intertekstualiteit
4.3 Visuele Retorica
4.3.1 Ethos
4.3.2 Pathos
4.3.3 Logos
4
,H0: INFO OVER HET VAK
Indeling vak
1) Media en mediatisering
2) Media-effecten
3) Beeldtaal
- Alles staat op Canvas en dit staat centraal!
Examen:
- Mondeling in januari
- Opdracht
4 paradoxen
Afhankelijkheidsparadox
= de toename van het belang en gebruik van de smartphone en sociale
media, tegenover het toenemende gevoel van afhankelijkheid van en
verslaving aan diezelfde sociale media en smartphone.
Opvallend:
- Na een sterke stijging stagneert het gebruik van TikTok
- De gebruiksintensiteit is van een andere orde dan eender welk ander platform:
- Hogere gemiddelde dagelijkse gebruikstijd
- Veel langere gebruiksblokken (ipv kort ‘snacken’)
- TikTok profileert zich alsmaar nadrukkelijker eerder als een zender dan als een sociaal
medium.
Waarheidsparadox
= het alsmaar vertrouwen op de onuitputtelijke en makkelijk te bereiden online
informatiebronnen, tegenover de toenemende bezorgdheid omtrent de
waarheidsgetrouwheid van die digitale informatie (desinformatie, fake news…)
- Deze paradox gaat verder dan fake news.
- Ruim 7/10 Vlamingen hebben in 2022 frauduleuze berichten (phishing)
ontvangen. 1/5 is naar frauduleuze websites (pharming) omgeleid in
een poging persoonlijke informatie te ontfutselen.
- 77% denkt meer na vooraleer op een weblink in een chat, e-mail of
sms te klikken.
Opvallend:
- Jongeren en nieuws: een ketering?
5
, - 69% van de 18-24 jarigen vindt nieuws belangrijk.
- 71% is bezorgd om de impact van valse nieuwsberichten op de
maatschappij.
- Het gebruik van sociale media voor nieuwsconsumptie daalt, dat van
nieuwsapps en nieuwswebsites stijgt.
- Ook het tv- journaal wint kijkers, net als het nieuws op de radio. Alleen
het lezen van de papieren krant lijkt volledig te verdwijnen bij deze groep
(nog 2%)
Dataparadox
= het gebruiksgemak en populariteit van allerlei online diensten die drijven
op profilering en personalisering (waarvoor men data nodig heeft), tegenover
de sterk toegenomen bezorgdheid omtrent privacy, transparantie en controle
over persoonlijke data.
AI-paradox
= de grote overtuiging en aantrekkingskracht van en verwondering om wat AI te
bieden heeft, tegenover het besef en de angst dat AI (potentieel) een negatieve
impact kan hebben.
6