Biomedische wetenschappen II – het endocriene stelsel
Inleiding
Exocriene klieren scheiden hun product (vocht, zout, eiwit, vet) af aan het extern milieu en
beschikken over een afvoergang
Endocriene klieren scheiden hun product (hormoon) af aan het bloed en beschikken niet over
afvoergangetjes.
Chemische structuur van hormonen
Op basis van hun chemische structuur kunnen hormonen in 3 groepen worden verdeeld:
- Derivaten en aminozuren: lijken op AZ qua structuur (adrenaline, dopamine,
melatonine, …)
- Peptidehormonen: ketens van aminozuren (ADH, oxytocine, groeihormoon, …)
- Derivaten van vetten (wateronoplosbaar)
o Lijken op cholesterol: steroïden (oestrogeen, cortisol, …)
o Lijken op vetzuren: eicosanoïden (prostaglandines)
Hormonen: boodschappermoleculen
Worden aangemaakt door endocriene klieren onder invloed van een adequate stimulus. De
hormonen worden vrijgegeven in het bloed en werken op een afstand van de klier in op
doelwitcellen (‘target cells’)
Hormonen brengen een respons teweeg ter hoogte van de target cells, met eventueel
weerslag op bloedsamenstelling.
De respons heft de stimulus op (= negatieve feedback)
Verschil tussen endocrien en zenuwstelsel
Zenuwstelsel:
- Zeer snelle signalering
- Gebruikt de zenuwbanen ter overbrugging
- Boodschap tussen cellen wordt doorgegeven door neurotransmitters ter hoogte van
synapsen
Endocrien systeem:
- Langzame, chronische signaaloverdracht
- Gebruikt bloedsomloop om grotere afstanden te overbruggen
- Boodschapperstoffen zijn hormonen
Functies van hormonen:
1
, - Regulering van de eetlust + spijsvertering (onderlinge samenwerking
spijsverteringsorganen)
- Regulering van de stofwisseling
o Katabolisme: bij vasten en chronische stress
o Anabolisme: postprandiaal
- Regulering van membraantransport + uitscheiding
o pH-waarde
o Water en elektrolytenhuishouding
- Regulering van de groei en maturatie
- Regulering van de vruchtbaarheid en voortplantingsdrift
- In samenwerking met het zenuwstelsel acute stress respons
Hormonen beïnvloeden elkaar
ANTAGONISME, de hormonen werken mekaar tegen (heffen mekaars werking op,
neutraliseren elkaar)
Vb. insuline glucagon (‘counter regulatory hormones’)
SYNERGISME, de hormonen versterken elkaars effect
Vb. steroïdhormonen onderling
PERMISSIEF, het ene hormoon moet aanwezig zijn opdat het tweede effect zou hebben
Vb. adrenaline geen effect op energieverbruik tenzij schildklierhormonen ook aanwezig zijn
INTEGRATIEF, hormonen hebben verschillende maar complementaire effecten
Vb. calcitriol en parathyroïdhormoon zijn beide betrokken bij de calciumstofwisseling
Overzicht van de belangrijkste endocriene klieren
DE PANCREAS
2
Inleiding
Exocriene klieren scheiden hun product (vocht, zout, eiwit, vet) af aan het extern milieu en
beschikken over een afvoergang
Endocriene klieren scheiden hun product (hormoon) af aan het bloed en beschikken niet over
afvoergangetjes.
Chemische structuur van hormonen
Op basis van hun chemische structuur kunnen hormonen in 3 groepen worden verdeeld:
- Derivaten en aminozuren: lijken op AZ qua structuur (adrenaline, dopamine,
melatonine, …)
- Peptidehormonen: ketens van aminozuren (ADH, oxytocine, groeihormoon, …)
- Derivaten van vetten (wateronoplosbaar)
o Lijken op cholesterol: steroïden (oestrogeen, cortisol, …)
o Lijken op vetzuren: eicosanoïden (prostaglandines)
Hormonen: boodschappermoleculen
Worden aangemaakt door endocriene klieren onder invloed van een adequate stimulus. De
hormonen worden vrijgegeven in het bloed en werken op een afstand van de klier in op
doelwitcellen (‘target cells’)
Hormonen brengen een respons teweeg ter hoogte van de target cells, met eventueel
weerslag op bloedsamenstelling.
De respons heft de stimulus op (= negatieve feedback)
Verschil tussen endocrien en zenuwstelsel
Zenuwstelsel:
- Zeer snelle signalering
- Gebruikt de zenuwbanen ter overbrugging
- Boodschap tussen cellen wordt doorgegeven door neurotransmitters ter hoogte van
synapsen
Endocrien systeem:
- Langzame, chronische signaaloverdracht
- Gebruikt bloedsomloop om grotere afstanden te overbruggen
- Boodschapperstoffen zijn hormonen
Functies van hormonen:
1
, - Regulering van de eetlust + spijsvertering (onderlinge samenwerking
spijsverteringsorganen)
- Regulering van de stofwisseling
o Katabolisme: bij vasten en chronische stress
o Anabolisme: postprandiaal
- Regulering van membraantransport + uitscheiding
o pH-waarde
o Water en elektrolytenhuishouding
- Regulering van de groei en maturatie
- Regulering van de vruchtbaarheid en voortplantingsdrift
- In samenwerking met het zenuwstelsel acute stress respons
Hormonen beïnvloeden elkaar
ANTAGONISME, de hormonen werken mekaar tegen (heffen mekaars werking op,
neutraliseren elkaar)
Vb. insuline glucagon (‘counter regulatory hormones’)
SYNERGISME, de hormonen versterken elkaars effect
Vb. steroïdhormonen onderling
PERMISSIEF, het ene hormoon moet aanwezig zijn opdat het tweede effect zou hebben
Vb. adrenaline geen effect op energieverbruik tenzij schildklierhormonen ook aanwezig zijn
INTEGRATIEF, hormonen hebben verschillende maar complementaire effecten
Vb. calcitriol en parathyroïdhormoon zijn beide betrokken bij de calciumstofwisseling
Overzicht van de belangrijkste endocriene klieren
DE PANCREAS
2