H4 De lucht in
4.1 waarom vliegen?
3 redenen om te gaan vliegen:
- Zakelijk personenvervoer
- Toeristisch personenvervoer
- Goederenvervoer
4.2 de vraag naar vliegreizen
De vraag naar een product wordt bepaald door verschillende factoren:
1. Prijs
2. Inkomen
3. Prijzen van concurrerende goederen
4. Voorkeur van de consument
5. Aantal consumenten
Vaak staat er in de vraagfunctie een – voor de P. Dit is omdat er dan een negatief verband is tussen P
en QV. Prijs stijgt QV dalen en Prijs daalt QV stijgen.
Substitutiegoederen = hierbij kan het ene product het andere vervangen. (zoetje/suikerklontje,
auto/trein)
Complementaire goederen = hierbij vult het ene het andere product aan. (patat/mayo, xbox/fifa)
Evenwichtsprijs = de prijs die tot stand komt door middel van vraag en aanbod.
Betalingsbereidheid = de prijs die de consument max. bereid is voor het product te betalen.
Consumentensurplus = het verschil tussen de prijs die de consument max. bereid is om te betalen en
de prijs die hij daadwerkelijk moet betalen.
Verschuiving over/langs de vraaglijn: als de prijs verandert. Als de prijs daalt stijgt de gevraagde
hoeveelheid en andersom.
Verschuiving van de vraaglijn: als een andere factor dan de prijs verandert. Bij dezelfde prijs wordt er
meer/minder gevraagd. (verandering van inkomen/ aant. vragers veranderd/ prijzen van andere
goederen/diensten veranderen/behoeften veranderen). Naar links gebeurt het als het inkomen
daalt, naar rechts als het inkomen stijgt.
4.3 het aanbod van vliegreizen
(Positief verband) Prijs stijgt aangeboden hoeveelheid stijgen en Prijs daalt aangeboden
hoeveelheid dalen
Verschuiving over/langs de aanbodlijn: Als de prijs verandert. Als de prijs daalt, daalt het aanbod.
Verschuiving van de aanbodlijn: als aant. aanbieders veranderd/als de kosten veranderen.
, 4.4 consumentensurplus en producentensurplus in het evenwicht
Consumentensurplus = het verschil tussen de prijs die de consument max. bereid is om te betalen en
de prijs die hij daadwerkelijk moet betalen. (bovenste deel van de driehoek)
(betalingsbereidheid - marktprijs) x aantal stuks x 0,5 = €…
Producentensurplus = het verschil tussen de prijs van de leveringsbereidheid en de prijs die ze
ontvangen. (onderste van de driehoek)
(marktprijs - verkoopbereidheid) x aantal stuks x 0,5 = €…
Aanbod en vraaglijn tekenen: Verticale as P, horizontale as Qa/Qv. Zoek een snijpunt op de P-as. En
vul die in, in de aanbod/vraag functie.
Evenwichtsprijs/hoeveelheid Qa = Qv uitkomst invullen in Qa
4.1 waarom vliegen?
3 redenen om te gaan vliegen:
- Zakelijk personenvervoer
- Toeristisch personenvervoer
- Goederenvervoer
4.2 de vraag naar vliegreizen
De vraag naar een product wordt bepaald door verschillende factoren:
1. Prijs
2. Inkomen
3. Prijzen van concurrerende goederen
4. Voorkeur van de consument
5. Aantal consumenten
Vaak staat er in de vraagfunctie een – voor de P. Dit is omdat er dan een negatief verband is tussen P
en QV. Prijs stijgt QV dalen en Prijs daalt QV stijgen.
Substitutiegoederen = hierbij kan het ene product het andere vervangen. (zoetje/suikerklontje,
auto/trein)
Complementaire goederen = hierbij vult het ene het andere product aan. (patat/mayo, xbox/fifa)
Evenwichtsprijs = de prijs die tot stand komt door middel van vraag en aanbod.
Betalingsbereidheid = de prijs die de consument max. bereid is voor het product te betalen.
Consumentensurplus = het verschil tussen de prijs die de consument max. bereid is om te betalen en
de prijs die hij daadwerkelijk moet betalen.
Verschuiving over/langs de vraaglijn: als de prijs verandert. Als de prijs daalt stijgt de gevraagde
hoeveelheid en andersom.
Verschuiving van de vraaglijn: als een andere factor dan de prijs verandert. Bij dezelfde prijs wordt er
meer/minder gevraagd. (verandering van inkomen/ aant. vragers veranderd/ prijzen van andere
goederen/diensten veranderen/behoeften veranderen). Naar links gebeurt het als het inkomen
daalt, naar rechts als het inkomen stijgt.
4.3 het aanbod van vliegreizen
(Positief verband) Prijs stijgt aangeboden hoeveelheid stijgen en Prijs daalt aangeboden
hoeveelheid dalen
Verschuiving over/langs de aanbodlijn: Als de prijs verandert. Als de prijs daalt, daalt het aanbod.
Verschuiving van de aanbodlijn: als aant. aanbieders veranderd/als de kosten veranderen.
, 4.4 consumentensurplus en producentensurplus in het evenwicht
Consumentensurplus = het verschil tussen de prijs die de consument max. bereid is om te betalen en
de prijs die hij daadwerkelijk moet betalen. (bovenste deel van de driehoek)
(betalingsbereidheid - marktprijs) x aantal stuks x 0,5 = €…
Producentensurplus = het verschil tussen de prijs van de leveringsbereidheid en de prijs die ze
ontvangen. (onderste van de driehoek)
(marktprijs - verkoopbereidheid) x aantal stuks x 0,5 = €…
Aanbod en vraaglijn tekenen: Verticale as P, horizontale as Qa/Qv. Zoek een snijpunt op de P-as. En
vul die in, in de aanbod/vraag functie.
Evenwichtsprijs/hoeveelheid Qa = Qv uitkomst invullen in Qa