• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 5 out of 70 pages
Summary

Samenvatting - inleiding tot het recht P1

Document preview thumbnail
Preview 5 out of 70 pages

Deze samenvatting bevat alle theorie die je moet kennen, aangevuld met verschillende oefeningen om het leren te vergemakkelijken. Het materiaal is geschikt voor meerdere richtingen aan KdG, zoals Financiën en Verzekeringen, Accountancy & Fiscaliteit en andere richtingen, en mogelijk ook voor vergelijkbare opleidingen aan andere scholen. Ideaal om je studie efficiënt voor te bereiden en beter te begrijpen.

Content preview

f

Deel 1: Wat is recht?
Handhaven van de regels. Niet handhaven van regels  boetes, rechtbank = strafrecht

Wet bestaat uit regels
Doen
Laten


1. Kenmerken en definitie van het recht
1.1 Kenmerken van het recht (p. 34)
 Ordening van de samenleving
 Opgelegd door de samenleving
 Afgedwongen door samenleving


1.2 Soorten rechtsregels (p. 36)
 Gedragsregels
 Toepassingsregels en-structuren (rechtsbescherming!)
 Regels voor maken en wijzigen van het recht


1.3 Definitie (p. 37)
Recht = geheel van afdwingbare regels,
 Die het menselijk handelen in de samenleving ordenen
 Opgelegd door eigen vertegenwoordigers


1.4 Objectief rechts vs. subjectieve rechten (p. 37)
Objectief recht = Hoe het vermeld staat in de wet, dus los van concrete personen of zaken.

Vb. 1: artikel 1382: als je schade hebt geleden door de fout van iemand anders, dan heb je het recht
om de persoon die de schade heeft aangericht aansprakelijk te stellen.
Vb. 2: Wie een kind baart heeft recht op kinderbijslag

Subjectief recht = Een toepassing van het objectief recht op een persoon of zaak. Je maakt er m.a.w.
een concreet voorbeeld van.

Vb. 1: Je rijdt met je auto, tijdens het parkeren, de brievenbus van iemand omver. Dan mag jij, als
eigenaar van de brievenbus, de bestuurder van de auto aansprakelijk stellen.

Vb. 2: Ik krijg morgen een kind, dus heb ik recht op kinderbijslag.

Vb. 3: Als iemand geen voorrang geeft en er ontstaat een botsing en schade kan het slachtoffer
die schuldenaar aansprakelijk stellen. het aanstellen van aansprakelijkheid maakt dit subjectief
recht. Maar het algemene recht van voorrang van rechts is een objectief recht.

,1.5 Rechtssubject vs. rechtsobject (p. 38)
Rechtssubject = een persoon of groep personen die subjectieve rechten en juridische plichten
kunnen hebben.
 Natuurlijke personen (mensen van vlees en bloed)
 Rechtspersonen = groeperingen, instellingen en stichtingen die, zoals natuurlijke personen,
bepaalde rechten en (juridische) plichten hebben. Bv. Een vennootschap

Rechtsobject = het voorwerp waarover de personen (rechtssubjecten) hun subjectieve rechten
kunnen uitoefenen.

Vb. Wanneer je een mixer koopt in een grootwarenhuis, is zowel de koper (jij) als de verkoper
(meestal is dit een rechtspersoon, bv. een vennootschap) een rechtssubject. Het rechtsobject is dan
de mixer.

Vraag: “Is een studentenvereniging (SV) een rechtspersoon?”
Normaal niet. De SV kiest volledig zelf of men al dan niet een rechtspersoon wil zijn. Als men er toch
voor kiest is het meestal een vzw (Vereniging Zonder Winstoogmerk)

Als er geen rechtspersoon is dan is de juridische verantwoordelijkheid voor de leden.

Als de SV wel kiest voor een rechtspersoon, bv. een vzw, dan is de vzw (in dit geval de SV)
verantwoordelijk als men aan de voorwaarden voldoet. Ze huren bijvoorbeeld een zaal, capaciteit
100 mensen. Als er 100 mensen komen en er gebeurt iets dan is de vzw verantwoordelijk. Als er 300
komen en er gebeurt iets dan zijn de leden verantwoordelijk, want zij hebben meer volk
binnengelaten dan eigenlijk toegestaan was.

Sommige personen of groepen personen zijn doelbewust geen rechtspersoon.
Bv. vakbonden
Als ze dat wel zijn kunnen ze (als vzw) gedagvaard worden.


1.6 Rechtsmisbruik (p. 39)
Voorbeeld 1 = abnormale rechtsuitoefening

Persoon X koopt een grond naast persoon Y (gebruikt dit
als buitenverblijf). X begint een huis te bouwen maar per
ongeluk wordt er 5 centimeter op de grond van persoon Y
gebouwd.

Y wordt boos. Hij aanvaard de situatie NIET. X heeft
gebouwd op zijn stuk grond ZONDER goedkeuring. Dus hij
zegt “Ik wil dat gij uw huis afbreekt en van mijn eigendom haalt”.
 Er is een ONEVENWICHT 
De zaak komt voor de rechter: Y staat recht in zijn schoenen. Y heeft alle rechten maar zou ze
misbruiken als hij wilt dat X zijn huis afbreekt omdat de schade die hij daarmee aanricht niet in
verhouding staat met de 5cm grond dat hij daarmee wint.

Oplossing: X koopt het stukje grond van Y over + eventuele schadevergoeding.

Voorbeeld 2 = afwezigheid van belang

Inno en de GB zitten naast elkaar op de Meir. GB
hangt een reclamebord op hun gevel van bv 5 m².

, Inno denkt: “wij hangen er ook één”, maar van 10m². Dat van GB werd nu, bij manier van
spreken, onzichtbaar. Alle aandacht van voorbijlopende voetgangers gaat nu naar het
reclamebord van Inno.

Inno is in fout want het heeft ervoor gekozen om zijn recht uit te voeren maar op een manier waarop
GB er de meeste schade van krijgt. Inno had het ook op een andere kant van hun gebouw kunnen
hangen. Men deed het dus doelbewust om GB schade toe te brengen.

Voorbeeld 3 = oogmerk te schaden

Iemand bouwt een valse schoorsteen juist tegenover het venster van zijn buurman alleen maar om
hem te hinderen.


2. Subjectieve rechten ingedeeld
2.1 Politieke rechten (p. 42)
 Politieke vrijheden: vrije meningsuiting, vrijheid van onderwijs.
 Participatierechten: het kiesrecht en het recht om zich kandidaat te stellen bij verkiezingen
 Sociaaleconomische rechten: Rechten op economisch vlak die we kunnen inroepen tegen de
overheid zoals bv. ziekte-uitkeringen, pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, …

2.2 Burgerlijke rechten (p. 42)
 Extra patrimoniale rechten
 Persoonlijkheidsrechten: Beschikking over je eigen lichaam. Orgaandonor zijn, tattoo
of piercing.
 Familierechten: recht om te trouwen, te scheiden, kinderen te adopteren. Je hebt als
vader ook het recht om bij de gemeente je eigen kind te gaan erkennen (dit gebeurt
wanneer je niet meer getrouwd bent) (= erkenningsrecht)
 Patrimoniale rechten = economische, in geld waardeerbare goederen, die verhandelbaar zijn
 Zakelijke rechten: eigendom (zie vb. over het eigendom)
 Vorderingsrechten: In een contract dat je hebt afgesloten staan een aantal
verplichtingen. Je hebt vorderingen t.o.v. elkaar. Bv. bij het verkopen van een laptop:
de ene heeft als vordering correct te betalen, de andere moet de laptop geven.
 Intellectuele rechten: verlenen een exclusieve heerschappij over een idee van jou.
Bv. auteursrecht (wordt vanzelf al beschermd), octrooi/patent (moet je zelf
aanvragen), merkenrecht.

,2.3 Schematisch (p. 44)




2.4 Oefeningen
2.4.1 Politiek of Burgerlijk recht?
1. Jan wil gemeenteraadslid worden en heeft zich op de lijst van “Groen” gezet. Hij hoopt veel
stemmen te verzamelen tijdens de verkiezingen.
= politiek recht  participatierecht

2. In het strafproces van Erik, was de onderzoeksrechter bevriend met de vader van het
slachtoffer. Erik gaat in hoger beroep omdat er belangenvermenging was tijdens het
onderzoek.
= politiek recht  politieke vrijheid (recht op een eerlijk proces)

3. Jef heeft een fiets gekocht op internet. Na 30 dagen is de fiets nog niet geleverd. Hij stuurt
een aanmaningsbrief naar de webwinkel om alsnog de fiets te verkrijgen. = burgerlijk recht 
patrimoniale rechten  vorderingsrecht

4. Roger werkte bij Ford Genk. Hij is nu werkloos en zal aanspraak maken op een
werkloosheidsuitkering van de RVA. Dat is zijn recht tot hij een andere passende
dienstbetrekking vindt.
= politiek recht  sociaaleconomisch recht


2.4.2 Persoonlijkheids- of familierecht?
 Jan wil een deel van zijn lever schenken aan zijn broer die lijdt aan leverkanker. =
persoonlijkheidsrecht (recht om zelf te beslissen over zijn lichaam)

 Erna en Elsa gaan naar de notaris om te horen of zij kunnen trouwen. = familierecht

 Jolien krijgt dagelijks tientallen Spam-berichten in haar mailbox. Ze overweeg een klacht in te
dienen bij de Privacy commissie.
= persoonlijkheidsrecht (want gaat over privacy)

 Elise is 18 jaar en wordt het huis uitgezet. Zij dagvaardt haar ouders omdat zij nog 2 jaar wil
studeren en zij wenst een financiële tussenkomst voor haar studies

, = familierecht (ouders staan in voor de opvoeding). Je hebt het recht om minstens 1 studie
te volgen.

 Sibren is minderjarig en wil graag een kind erkennen
= familierecht (het hoort tot uw recht om een kind te erkennen als je weet dat jij de vader
bent)


3. Het objectief recht ingedeeld
3.1 Nationaal recht (p. 46)
3.1.1 Nationaal privaatrecht (p. 46)
 Welke subjectieve rechten hebben burgers  Hoe kunnen ze deze rechten verwerven?
 Hoe kunnen ze deze rechten afdwingen (wanneer iemand er zich niet aan houdt)?

Contractsvrijheid = de bevoegdheid om vrij over zijn/haar middelen te beschikken.


Regel van aanvullend recht  regel van dwingend recht
Rechtsregel waarvan partijen bij een Rechtsregel waarvan partijen niet kunnen
overeenkomst kunnen afwijken. afwijken bij de overeenkomst.

Bv. Nancy heeft een akkoord met Filip om haar Bv. artikel 4 van de Handelshuurwet: de duur
laptop te verkopen voor 500 EUR. Wanneer van de huur mag niet korter zijn dan negen jaar.
beiden akkoord gaan is Filip juridisch gezien al Wanneer partijen een kortere tijd afspreken,
eigenaar, ook al heeft hij nog niet betaald. wordt de duur automatisch toch op negen jaar
Wanneer Nancy haar laptop dan plots laat gebracht.
vallen, zou Filip eigenlijk voor de schade moeten
opdraaien (omdat hij juridisch gezien al
eigenaar is). Uiteraard gebeurt dit niet echt,
men kan afwijken van de overeenkomst
waardoor Nancy toch zelf voor haar kosten zal
moeten opdraaien.

Oefening 1: Wat is juist?

Artikel 1717 van het Burgerlijk wetboek:

“De huurder mag onderverhuren en zelfs zijn huur aan anderen overdragen, indien dit recht hem niet
is ontzegd”
 Aanvullende wetsbepaling. Als er niets in het contract vermeld staat mag het. Als het expliciet
vermeld wordt dat het niet mag, dan mag het uiteraard niet.




JE KAN NOOIT EEN AANVULLENDE - EN DWINGENDE WETSBEPALING
TESAMEN HEBBEN!!!
Het is oftewel het ene, oftewel het andere!

Table of contents

  1. 01 1. Kenmerken en definitie van het recht 1
    1. 1.1 Kenmerken van het recht (p. 34) 1
    2. 1.2 Soorten rechtsregels (p. 36) 1
    3. 1.3 Definitie (p. 37) 1
    4. 1.4 Objectief rechts vs. subjectieve rechten (p. 37) 1
    5. 1.5 Rechtssubject vs. rechtsobject (p. 38) 2
    6. 1.6 Rechtsmisbruik (p. 39) 2
  2. 02 2. Subjectieve rechten ingedeeld 3
    1. 2.1 Politieke rechten (p. 42) 3
    2. 2.2 Burgerlijke rechten (p. 42) 3
    3. 2.3 Schematisch (p. 44) 4
    4. 2.4 Oefeningen 4
  3. 03 3. Het objectief recht ingedeeld 5
    1. 3.1 Nationaal recht (p. 46) 5
    2. 3.2 Grensoverschrijdend recht (p. 53) 9
  4. 04 4. Bronnen van het recht 10
    1. 4.1 Internationale rechtsbronnen (p.58) 10
    2. 4.2 Belgische wetgeving (p. 59) 10
  5. 05 5. Oefeningen over deel 1 11
  6. 06 6. Kenmerken van de Belgische staat 12
    1. 6.1 Rechtsstaat 12
    2. 6.2 Democratie 12
    3. 6.3 Scheiding der machten 12
    4. 6.4 Eenheidsstaat en Federalisering 12
    5. 6.5 Monarchie 13
  7. 07 7. Politieke instellingen in federaal België 14
    1. 3.1 De federale overheid 14
    2. 7.2 Gemeenschappen (3) en Gewesten (3) 15
    3. 7.3 Provincies (10) 17
    4. 7.4 Gemeenten (589) 18
  8. 08 8. Controlerende instellingen 20
    1. 8.1 Raad van State 20
    2. 8.2 Grondwettelijk Hof 20
  9. 09 9. Oefeningen (Representatieve examenvragen) 22
  10. 10 10. Supranationale instellingen 24
    1. 10.1 De internationale rechtsorde 24
    2. 10.2 De verenigde naties (UNO) 24
    3. 10.3 Raad van Europa 24
    4. 10.4 EU als bijzondere internationale rechtsorde 25
  11. 11 11. Europese Unie 25
    1. 11.2 Werking 26
    2. 11.3 Politieke instellingen 27
    3. 11.4 De Europese gerechtelijke instellingen 29
  12. 12 12. Oefeningen 30
  13. 13 13. De kenmerken van Justitie 31
    1. 13.1 Justitie als bewaker van de rechtsstaat 31
    2. 13.2 De actoren van Justitie 32
    3. 13.3 Organisatie van Justitie 33
  14. 14 14. De gewone hoven en rechtbanken 34
    1. 14.1 Vrederechter 34
    2. 14.2 Politierechtbank 34
    3. 14.3 Rechtbank van eerste aanleg 35
    4. 14.4 Ondernemingsrechtbank 36
    5. 14.5 Arbeidsrechtbank 36
    6. 14.6 Hof van assisen 36
    7. 14.7 Hof van beroep 36
    8. 14.8 Arbeidshof 36
    9. 14.9 Hof van Cas satie 36
  15. 15 4. De burgerlijke procedure 37
    1. 4.1 Alternatieve geschillenbeslechting (ppt op canvas UPDATEN) 37
    2. 4.2 Het verloop van een burgerlijke procedure 37
    3. 4.3 Uitvoering van een vonnis 39
  16. 16 5. De strafprocedure 39
    1. 5.1 Rol van het openbaar ministerie 39
    2. 5.2 Onderzoek 39
    3. 5.3 Berechting (= de schuld woord hier vastgesteld. Schuldig/onschuldig) 40
    4. 5.4 Stafuitvoering (als schuldig vastgesteld) 40
    5. 5.5 Samenloop van strafvordering en burgerlijke vordering 40
  17. 17 6. Rechtshandelingen 40
    1. 6.1 Rechtshandeling vs. Rechtsfeit 40
    2. 6.2 Geldigheid van rechtshandelingen 44
    3. 6.3 Nietigheid van rechtshandelingen 46
  18. 18 7. Personen 47
    1. 7.1 Natuurlijke personen 47
    2. 7.2 Rechtspersonen 49
  19. 19 8. Goederen en zekerheden (bijna 50% van examen) 50
    1. 8.1 Indeling van de goederen 50
    2. 8.2 Zelfstandige zakelijke rechten 53
    3. 8.3 Intellectuele rechten 59
    4. 8.4 Zekerheden 61
  20. 20 9. Verbintenissen (bijna 50% van examen) 66
    1. 9.1 Soorten verbintenissen 66
    2. 9.3 Overeenkomst 67
  21. 21 11. Erven 12. Bewijs 69
    1. 12.1 Bewijslast 69
    2. 12.2 Bewijsmiddelen 69

Document information

Uploaded on
March 3, 2026
Number of pages
70
Written in
2025/2026
Type
Summary
$12.81

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Cadennnnx
4.0
(1)
Sold
1
Followers
0
Items
5
Last sold
4 days ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions