• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 85 pages
Summary

Complete samenvatting neuro-ontwikkelingsstoornissen PSY4753

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 85 pages

Dit document bevat een samenvatting van de taken van het blok neuro-ontwikkelingsstoornissen van de opleiding Mental Health - Child and Adolescence Psychopathology. De taken zijn aangevuld met informatie uit de colleges. Met deze samenvatting is een 9.5 gehaald voor het tentamen.

Content preview

Taak 1: Brein en ontwikkeling

Welke hersengebieden zijn er en wat zijn de functies?
Organisatie zenuwstelsel
2. Centraal zenuwstelsel (CZS) = hersenen + ruggenmerg
o Ruggenmerg communiceert met alle zintuigen en spieren (m.u.v. hoofd)
2. Perifeer zenuwstelsel (PZS): verbindt CZS met rest van lichaam
a. Somatisch zenuwstelsel: waarneming en vrijwillige spieractiviteit d.m.v. axonen die
signalen vanuit zintuigen naar het CZS en vanuit CZS naar spieren overbrengen
b. Autonoom zenuwstelsel: bestuurt onwillekeurige functies van organen
i. Sympathisch zenuwstelsel = bewust, energieverbruikend, bereid organen voor
op uitbarsting van krachtige activiteit (vechten/vluchten) d.m.v. noradrenaline
afgifte
ii. Parasympathisch zenuwstelsel = onbewust, rust en spijsverteringssysteem,
bespaart energie, werkt onafhankelijk d.m.v. acetylcholine afgifte

Stoffen:

1. Grijze stof: bevat cellichamen -> informatieverwerking
2. Witte stof: bevat gemyeliniseerde axonen -> communicatie tussen cellen

Hersenen
Cellen
1. Neuronen = cellen die informatie ontvangen, verwerken en doorgeven aan andere cellen
a. Dendrieten: ontvangen signalen -> afferent = van dendriet naar cellichaam
b. Axon: stuurt signaal door naar andere cellen -> efferent
c. Synaps = contactpunt waar twee neuronen communiceren via neurotransmitters die
zich binden aan receptoren op de dendrieten
o Kan meerderde dendrieten hebben, maar één axon die wel vertakkingen kan hebben
2. Gliacellen = cellen die neuronen ondersteunen om optimaal te functioneren en verschaffen
infrastructuur
a. Astrocyten: beschermen tegen chemicalieën, ritmes genereren, bloedvaten verwijden,
opruimen van overtollige neurotransmitters, neuronen naar juiste plek begeleiden tijdens
ontwikkeling zenuwstelsel
b. Oligodendrocyten (CZS)/Schwann cellen (PZS): vormen myelineschedes om axonen
voor snelle signaalgeleiding, isolatie en voedingsvoorziening
c. Radiale glia: begeleiden neuronmigratie tijdens embryonale
ontwikkeling en vormen zich later tot neuronen of andere
gliacellen
d. Ependymcellen: zorgen voor hersenvocht, bekleding
ventrikels en ruggenmerg

Hersenkwabben
De cerebrale cortex verdeelt de hersenen in verschillende kwabben:

1. Frontale kwab: initiëren en coördineren van motorische bewegingen
(motorcortex), EFs, hogere cognitieve vaardigheden (bijv. planning,
probleemoplossing), persoonlijkheidsaspecten en emotionele
verwerking
2. Pariëtale kwab: verwerkt zintuigelijke informatie (sensorische
cortex), rol in aandacht, taal en ruimtelijk inzicht
a. Schade in rechterhersenhelft -> problemen met
ruimtelijke oriëntatie
b. Schade in linkerhersenhelft -> problemen met taalbegrip
3. Temporaalkwab: verwerkt auditieve informatie en
integreert informatie uit andere zintuigen. Taalbegrip,
gezichts- en bewegingsherkenning, verwerking van
emotionele informatie. Mogelijk rol bij kortetermijngeheugen.
a. Amygdala: evalueren van emotionele informatie,
expressie van emotie, emotioneel geheugen,
basisdriften

, b. Hippocampus: geheugen, ruimtelijke oriëntatie, perspectief
4. Occipitaal kwab: verwerkt visuele informatie (bijv. herkenning van kleur/vorm)
 Basale ganglia en subcorticale structuren integreren informatie uit cortex en sturen deze
om naar gedragsuitvoering -> regelen evenwicht, houding, oogbewegingen, planning van
motoriek

Informatieverwerking
1. Visuele informatie verwerkt in occipitotemporale (objectgericht) en occipitopariëtale
(waarnemergeoriënteerd) gebieden
a. Object centered perception = object herkennen, ongeacht afstand en kijkhoek
b. Viewer centered perception = object zien vanuit positie van waarnemer
2. Auditieve informatie: verwerkt in temporale gebieden
3. Tastinformatie: verwerkt in pariëtale gebieden



Wat zijn de stadia van hersenontwikkeling?
Ontwikkeling CZS
Ontwikkeling begint kort na bevruchting en loopt door tot minstens het 20 e levensjaar.
Ontwikkelingsstappen volgen een vaste volgorde, maar kunnen elkaar deels overlappen. Elk proces
legt de basis voor de volgende fase:

1. Windows of opportunity = gevoelige periodes, waarin bepaalde hersenstructuren zich
versneld ontwikkelen
2. Windows of vulnerability = periodes waarin de hersenontwikkeling gevoeliger is voor
ontsporing
 Ontwikkeling wordt gestuurd door twee factoren en interactie hiertussen:
o Genen: sturen van chemische processen tussen cellen -> verschillende hersenstructuren
en biochemische processen tussen cellen -> neuronen kunnen prikkeloverdrachten
genereren
o Omgeving:
 Intrinsieke omgeving: waarin door genen gestuurde processen plaatsvinden
 Extrinsieke omgeving: ervaringen die inwerken op de ontwikkelde
hersenstructuren

Hersenontwikkeling
Vijf basisprocessen:

1. Neurogenese = vorming van neuronen (vooral voor de geboorte, m.u.v. reukbol en
hippocampus, meeste neuronen klaar rond 7e prenatale maand)
2. Neurale migratie = verplaatsen van neuronen naar specifieke gebieden op basis van hun
functies (begint prenataal en voltooid rond einde van 1e levensjaar)
3. Myelinisatie = omhullen van neurale axonen met myeline om geleiding te versnellen
4. Synaptogenese = vorming van synapsen tussen neuronen
5. Pruning = wegsnoeien van overbodige verbindingen en versterken van belangrijke
verbindingen

Subcorticale gebieden (regulatie reflexen en basisfuncties) ontwikkelen eerder dan de cortex
(vrijwillige acties en hogere intellectuele functies). Binnen cortex ontwikkelen motorische en
sensorische gebieden eerder dan gebieden voor taal en hogere cognitieve functies.

Hersenontwikkeling is resultaat van genetische factoren (bijv. ontwikkelingsproblemen) of genetisch
bepaalde rijping en leerervaringen (bijv. verwaarlozing/misbruik)

 Rijke stimulerende omgeving -> meer behoud van synapsen
 Verwaarlozing of misbruik -> minder behoud van synapsen

Stadia van hersenontwikkeling
1. Prenataal: ontwikkeling basisstructuren
2. Geboorte – 4 jaar: explosieve groei, neurale verbindingen worden gevormd
3. 5 jaar – vroege volwassenheid: aanhoudende, langzame groei met consolidatie, verfijning en
uitbreiding van bepaalde hersencircuits
 Hersengroeispurt (laatste prenatale trimester – 2 jaar)

, o Kindertijd: er ontstaan meer synapsen dan nodig -> tussen 2 jaar en vroege
volwassenheid vindt pruning plaats -> efficiëntie van vaak gestimuleerde neurale
netwerken wordt vergroot -> alleen synaptische verbindingen die gestimuleerd worden
overleven.

Prenataal
Week 1-4: neurulatiefase = cellen vormen neurale laag, die zich oprolt tot neurale buis -> basis
voor ruggenmerg en prosencephalon. Daarna vinden er drie cellulaire processen plaats.

1. Proliferatie (week 7-eind maand 6) = productie van neuroblasten en glioblasten die zich
later vormen tot neuronen en gliacellen die zich differentiëren in astrocyten, ependymcellen en
oligodendrocyten
2. Migratie = door intrinsieke omgevingsfactoren gestuurde verplaatsing van neuronen vanuit de
ventriculaire zones naar hun uiteindelijke plek in de cortex waar ze zich differentiëren -> via
radiale glia die verbindingen van germinale zones (middenin hersenen) naar doellocaties aan
buitenzijde vormen
o Na migratie vormen neuronen verbindingen met naburige cellen -> begin van neurale
netwerken
3. Differentiatie = neuronen krijgen specifieke structuur en functie (vorming van axonen,
dendrieten, synapsen)
o Eerste synapsvorming en beweging rond week 7 van de zwangerschap (in ruggenmerg)
o Apoptose verwijdert overtollige neuronen die tijdens proliferatiefase gevormd zijn

Alle hersengebieden doorlopen deze fasen in dezelfde volgorde, maar op verschillende momenten: (1)
ruggenmerg en hersenstam, (2) amygdala, hippocampus, cerebellum, (3) thalamus, basale kernen, (4)
neocortex/grijze stof

 Grote hersenen/cerebrum bestaan uit linker- en rechterhersenhelft die worden verbonden door
corpus callosum. Vanaf 6e maand duidelijk gevormd met gyri (windingen) en sulci (groeven)

Structuur van de neocortex
Neocortex ontwikkelt onder invloed van omgeving en leren. Hoe hoger het hersengebied in hiërarchie,
hoe complexer de functies.

1. Posterieur/achterste deel -> ontwikkeling
a. Primaire projectiegebieden: waarneming -> basisprikkels van zintuigen (bijv.
intensiteit van geluid)
b. Secundaire associatiegebieden: verdere verwerking en betekenisgeving aan
zintuigelijke informatie (bijv. spraakklanken)
c. Tertiaire gebieden (tussen temporaal, pariëtaal en frontaalkwab): zintuigmodaliteiten -
> zorgen voor opslag van informatie uit zintuigen
i. Temporaal: opslag van auditieve en visuele informatie (lange termijn)
ii. Pariëtaal: ruimtelijke organisatie van stimuli, kortetermijngeheugen en
doorsturen naar andere gebieden voor verwerking, interactie en motoriek ->
vision for action = waarneming gebruiken voor nauwkeurigheid waarmee
motorische handelingen worden uitgevoerd
o Posterieure gebieden zijn ook belangrijk voor episodisch geheugen (tijd- en
plaatsgebonden herinneringen) en emotionele verwerking van informatie via
verbindingen met amygdala en hippocampus
2. Anterieur/voorste deel -> hiërarchisch georganiseerd:
a. Primaire motorische projectiegebieden (precentrale gebieden): sturen directe
spierbewegingen aan
b. Secundaire associatiegebieden (premotorische gebieden): voorbereiden van
motorisch programma, dat als motorische impulsen langs primaire gebied naar spieren
wordt gestuurd -> genereert beweging
c. Tertiaire gebieden (prefrontale gebieden): algehele organisatie van gedrag ->
plannen, reguleren en controleren van eigen activiteiten (cognitief, motivationeel, sociaal
emotioneel)
o Prefrontale gebieden zijn in het 1e levensjaar al betrokken bij emotionele controle en
leren, maar hogere cognitieve functies (plannen, metacognitie) vereisen nauwe
verbindingen tussen prefrontale neocortex en corticale posterieure gebieden ->
ontwikkeling van PFC gaat vaak door in puberteit.

Eerste postnatale fase: geboorte – 4 jaar

, Bij de geboorte zijn alle hersenstructuren aanwezig, maar verbindingen zijn weinig ontwikkeld -> duurt
20 jaar om deze verbindingen efficiënt te maken, onder sterke invloed van de omgeving

 Motorische en perceptuele systemen functioneren bij de geboorte en ontwikkelen verder door
omgevingsprikkels
o Spiegelneuronen worden actief wanneer een specifieke actie (door iemand anders) wordt
uitgevoerd, die doel- en objectgericht is. Belangrijk voor sociaal leren, emotionele
ontwikkeling en het begrijpen van anderen.
 Ontwikkeling is genetisch gestuurd, maar sterk beïnvloed door omgeving
 Belangrijke hersengebieden: frontale cortex, pariëtale gebieden, superieure
temporale sulcus, insula
 Superieure temporale sulcus: verwerking van sociaal relevante visuele
informatie, gelaatsuitdrukkingen en joint attention
 Insula: verwerking van opvallende gebeurtenissen die dreigend kunnen
zijn en zorgen voor gepaste autonome reactie, zoals pijn, afkeer.

Processen op cellulair en structureel niveau
1. Vorming experience expectant synapsen = vooraf genetisch geprogrammeerde synapsen
die extra gevoelig zijn voor normale omgevingsprikkels. Ontwikkeling begint enkele weken voor
geboorte en zet grotendeels na geboorte door. Synaptogenese verloopt in groeispurten met
pieken die verschillen per hersengebied.
a. Vlak na geboorte: primaire en motorische gebieden
b. Maanden later: secundaire associatiegebieden (pariëtale en temporale cortex)
c. Enkele jaren later: PFC en delen van tertiaire gebieden
2. Aborisatie = toename van axonen, dendrieten en hun vertakkingen (loopt parallel aan
synaptogenese: bij geboorte schaars, maar rond 2 jaar ~ 50% van volwassen niveau).
3. Pruning = selectief verwijderen van synapsen uit overvloedige verbindingen -> door interactie
met de omgeving wordt geselecteerd welke blijven behouden = selectie door activatie -> use
it or loose it = alleen de synaptische verbindingen die gestimuleerd worden, overleven
o Synapsen die herhaaldelijk samen geactiveerd worden, worden geconsolideerd
4. Plasticiteit = het vermogen van de hersenen tot herstructurering en reorganisatie in interactie
met de omgeving -> afhankelijk van gebruik, neuronale activiteit en neurotransmitteroverdracht
 Structureel niveau: lagere hersengebieden worden eerder gemyeliniseerd dan hogere gebieden

Functionele consequenties
Netwerken versterken zich door herhaalde blootstelling aan specifieke stimuli. Netwerken die weinig
gestimuleerd worden, verzwakken/verdwijnen -> functionele beperkingen.

Gevoelige periodes
= periodes waarin omgevingsinput maximale impact heeft op de ontwikkeling van specifieke
hersenstructuren

 Verschillen per hersengebied, maar volgen elkaar hiërarchisch op -> een volgende
hersengebied kan zich pas ontwikkelen als de voorgaande voltooid is -> de hiërarchisch hoger
gelegen secundaire gebieden, zijn voor hun input afhankelijk van de lagergelegen gebieden.
 Afhankelijk van prikkel aanbod:
o Plasticiteit: houdt aan totdat gebied functioneel is gevestigd of neurale basis voldoende
ontwikkeld is
o Deprivatie: gebrek aan stimulatie kan gevoelige periodes voortijdig beëindigen ->
functionele beperking

Tweede postnatale fase: 4 jaar-jonge volwassenheid

Explosieve groei is voorbij -> groei in lager tempo. Synapsen worden nog gevormd, vooral in de PFC.
Ontwikkeling omvat meer reorganisaties, door gen-omgeving interacties. Vooral prikkels uit omgeving
zijn belangrijk.

Processen op cellulair en structureel niveau
Cellulair niveau: vorming van experience-dependent synapsen door intensieve
omgevingsprikkeling van bestaande en verfijnde neurale circuits -> basis voor leren en aanpassen

 Geheugen, leren en herhaald oefenen versterken deze synapsen -> uitgebreidere dendritische
netwerken
 Pruning en myelinsatie gaan ook door

Table of contents

  1. 01 Welke hersengebieden zijn er en wat zijn de functies? 1
    1. Organisatie zenuwstelsel 1
  2. 02 Wat zijn de stadia van hersenontwikkeling? 2
    1. Ontwikkeling CZS 2
    2. Hersenontwikkeling 2
  3. 03 Wat zijn de gevolgen van een verstoorde hersenontwikkeling? 5
    1. Prenatale fase 5
    2. Eerste postnatale fase: geboorte – 4 jaar 6
    3. Tweede postnatale fase: 4 jaar – jonge volwassenheid 6
  4. 04 Artikel Thapar et al. - 2017 7
    1. Klinisch beeld neuro-ontwikkelingsstoornissen 7
    2. Diagnose neuro-ontwikkelingsstoornissen 7
    3. Neuro-ontwikkelingsstoornissen geconceptualiseerd als dimensies 8
    4. Ontwikkelingsverandering en levensloopbenadering 9
    5. Aanbevelingen voor clinici en onderzoekers 9
  5. 05 Artikel Crone & Dahl – 2012 9
    1. Ontwikkeling van het adolescentenbrein 9
    2. Invloed van puberteit en hormonen 11
    3. Uitleg figuur 11
  6. 06 Artikel Belmonte et al. – 2004 12
    1. Klinisch beeld autisme 12
    2. Hersenontwikkeling bij autisme 12
    3. Fragile X-syndroom (FXS) en autisme 13
  7. 07 Artikel Eapen et al. – 2013 13
    1. Genetische basis van ASS 13
    2. Heterogeniteit van ASS 14
    3. Endofenotypen bij ASS 14
    4. Gedrags- en cognitieve fenotypen bij ASS 15
    5. Variabiliteit en voorspellers van reactie op gedragsinterventies bij ASS 15
  8. 08 Wat is intelligentie? 16
    1. Theoretische modellen 16
    2. Meten van intelligentie 16
    3. Wechslertests (WPPSI, WISC, WAIS) 17
  9. 09 Wat is een verstandelijke beperking? 17
    1. DSM-5 17
    2. Epidemiologie 18
    3. Klinische kenmerken 18
    4. Etiologie 18
    5. Beoordeling en differentiële diagnose 19
    6. Behandeling 19
  10. 10 Wet verplichte GGZ 20
  11. 11 Artikel Dykens – 2007 20
    1. Kinderen en adolescenten met Downsyndroom 20
    2. Volwassenen 21
    3. Aanbevelingen voor toekomstig onderzoek Downsyndroom 21
  12. 12 Artikel Horner et al. – 1997 21
    1. Methoden 22
    2. Discussie 22
  13. 13 Artikel Cooper & Zubek - 1958 23
  14. 14 Artikel Basten et al. – 2015 23
    1. Introductie 23
    2. Resultaten 24
    3. Discussie 24
  15. 15 Artikel Tucker - 2014 25
    1. Theorieën voor cognitieve stabiliteit 25
    2. Andere mogelijke moderatoren van genetische en omgevingscontinuïteit 26
    3. Resultaten 27
    4. Discussie 28
  16. 16 Wat is Autisme Spectrum Stoornis? 28
    1. DSM-5 28
    2. Verschillen DSM-4 en DSM-5 29
    3. Klinisch beeld 30
    4. Epidemiologie 30
    5. Etiologie 30
  17. 17 Welke modellen zijn er voor ASS? 31
    1. Psychogene theorieën 31
    2. Biogene theorieën 31
    3. Cognitieve theorieën 31
    4. Motivationele theorieën 32
  18. 18 Hoe diagnosticeer je ASS? 32
  19. 19 Hoe behandel of begeleid je ASS? 33
  20. 20 Wat is Hikikomori? 34
  21. 21 Artikel McGovern & Sigman – 2005 34
    1. Introductie 34
    2. Resultaten en discussie 35
  22. 22 Artikel Lodi-Smith et al. – 2019 35
    1. Introductie 35
    2. Resultaten en discussie 36
  23. 23 Artikel Baron-Cohen et al. – 2001 36
    1. Methode 37
    2. Resultaten en discussie 37
  24. 24 Artikel Otterman et al. – 2019 38
    1. Introductie 38
    2. Resultaten 38
    3. Discussie 38
  25. 25 Artikel Bereton et al. – 2006 39
    1. Introductie en methode 39
    2. Resultaten 39
    3. Discussie 39
  26. 26 Artikel Howlin et al. – 2009 39
    1. Discussie 40
  27. 27 Artikel Auyeung et al. – 2009 40
    1. Introductie 40
    2. Resultaten en discussie 41
  28. 28 Wat is ADHD? 42
    1. DSM-5 42
    2. Klinische kenmerken 43
    3. Comorbiditeit 43
    4. Epidemiologie 44
    5. Verloop 44
    6. Beoordeling en diagnose 44
  29. 29 Welke theorieën zijn er voor de etiologie van ADHD? 45
    1. Biologische theorieën 45
    2. Neuropsychologische theorieën 46
    3. Systeemtheorie 46
    4. Modellen: verklaringen op neurocognitief gebied 47
  30. 30 Wat is de behandeling van ADHD? 47
  31. 31 Artikel Shaw et al. - 2007 48
    1. Introductie 48
    2. Resultaten en discussie 49
  32. 32 Artikel Gould et al. - 2018 49
    1. Introductie 49
    2. Resultaten en discussie 50
  33. 33 Artikel Pelsser et al. - 2011 50
    1. Introductie 50
    2. Methode 51
    3. Resultaten en discussie 51
  34. 34 Artikel Shaw et al. – 2012 51
    1. Introductie 51
    2. Methode 51
    3. Resultaten en discussie 52
  35. 35 Artikel Muris et al. – 2018 52
    1. Introductie 52
    2. Methode 52
    3. Resultaten en discussie 53
  36. 36 Hoe verloopt de ontwikkeling van taal en spraak? 53
    1. Taalontwikkeling 53
  37. 37 Wat is het resultaat van een abnormale taal- en spraakontwikkeling? 54
    1. Cerebrale organisatie van taal- en spraakstoornissen 54
    2. Afasie 54
  38. 38 Wat is een taalstoornis? 55
    1. DSM-5 55
    2. Klinisch beeld 55
    3. Epidemiologie 55
    4. Etiologie 56
    5. Beoordeling 56
    6. Interventie 56
  39. 39 Wat zijn specifieke leerstoornissen? 57
    1. DSM-5 57
    2. Epidemiologie 57
    3. Dyslexie 57
  40. 40 Artikel Simos et al. – 2002 60
    1. Introductie 60
    2. Methode 61
    3. Resultaten en discussie 61
  41. 41 Artikel Jimerson et al., 2001 62
    1. Introductie 62
    2. Resultaten en discussie 62
  42. 42 Artikel Landerl et al. - 2004 63
    1. Introductie 63
    2. Resultaten en discussie 63
  43. 43 Artikel Muris et al. – 2015 64
    1. Introductie 64
  44. 44 Hoe verloopt de motorische ontwikkeling? 66
    1. Theorieën 66
  45. 45 Wat zijn motorische ontwikkelingsstoornissen? 66
    1. Coördinatie ontwikkelingsstoornis (DCD) 66
    2. Ontwikkelingsdyspraxie 67
    3. Epidemiologie 68
    4. Differentiaaldiagnose 68
    5. Comorbiditeit 68
    6. Etiologie 68
    7. Diagnostiek DCD en dyspraxie 69
    8. Interventie 69
  46. 46 Artikel Carney et al. – 2005 70
    1. Introductie 70
    2. Methode 70
    3. Discussie 70
  47. 47 Artikel Lingham et al. – 2012 71
    1. Introductie 71
    2. Methode 71
    3. Resultaten en discussie 71
  48. 48 Wat is Cerebrale Parese (motorische ontwikkelingsstoornis)? 72
    1. Diagnostiek 72
  49. 49 Wat zijn ticstoornissen? 72
    1. DSM-criteria ticstoornissen 73
  50. 50 Wat is Gilles de la Tourette? 73
    1. Klinisch beeld 73
    2. Epidemiologie 74
    3. Etiologie 74
    4. Diagnostiek 74
    5. Behandeling 74
  51. 51 Artikel Piacentini et al., 2010 75
    1. Introductie 75
    2. Methode 75
    3. Resultaten en discussie 75
  52. 52 Artikel Bloch & Leckman, 2009 76
  53. 53 Artikel Brandt et al., 2016 76
    1. Introductie methode 76
    2. Resultaten en discussie 77
  54. 54 Artikel Franklin et al., 2021 77
    1. OCD 77
    2. Introductie ticstoornis 78
    3. Overlap OCD en ticstoornis 78
  55. 55 Wat is het Rett-syndroom? 79
    1. Criteria 79
    2. Neurobiologische basis 80
    3. Differentiaaldiagnose 81
  56. 56 Wat is de behandeling? 81
    1. Farmacologische behandeling 81
    2. Interventies door paramedici 81
  57. 57 Wat is de comorbiditeit van neuro-ontwikkelingsstoornissen? – Hansen et al., 2018 82
    1. Introductie 82
    2. Resultaten en discussie 82
  58. 58 Artikel Almogbel et al., 2017 83
    1. Introductie 83
    2. Resultaten en discussie 83
  59. 59 Artikel Moskowitz et al., 2017 84
    1. Introductie 84
    2. Resultaten en discussie 85

Document information

Study
Uploaded on
March 3, 2026
Number of pages
85
Written in
2025/2026
Type
Summary
$8.21

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
eamgx
4.7
(6)
Sold
81
Followers
4
Items
31
Last sold
1 month ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions