Hoofdstuk 10: myologie en artrologie van
onderste ledematen
Het onderste lidmaat wordt gekenmerkt door:
- Grote stevigheid
- Kleine beweeglijkheid
De verbinding tussen os sacrum (=rompskelet) en os coxae (=gordel) zijn zeer stevig
- Linker- en rechter coxae zijn verbonden door symphysis pubica en bestaat uit
kraakbeendiscus tussen 2 facies symphalises
- Rudimentaire gewrichtsholte gevuld met synovia
SPIEREN EN GEWRICHTEN VAN HET ONDERSTE MEMBRUN
Het sacro-iliacale gewricht (articulatio sacro-iliaca)
- Synoviaal gewricht tussen facies auricularis op ilium en replica op pars lat. van sacrum
- Gewrichtsoppervlakken bedekt met kraakbeen
- Bij volwassen ontstaan fibreuze banden in de gewrichtholte
o Rudimentaire synoviaalholten
o Beperkte beweeglijkheid
o Vaak volledige verbening
- Minimale rotatie van sacrum tov heupbeenderen rond horizontale as door os coxae (L/R)
- Promontorium kantelt naar voren
- In rechtopstaande houding helt bekken naar ventraal:
o Spina iliacae ant sup liggen in zelfde frontale vlak als bovenrand van de symfyse
o Symfyse ligt in zelfde vlak als caput femoris waarop bekken steunt
- Bewegingsterminologie:
o Nutatie: naar voren kantelen van promontorium waarbij bekkenuitgang vergroot
o Contranutatie: naar achter kantelen van promontorium, bekkeningang vergroot
kapsel en gewrichtsbanden van sacro-iliacale gewricht
- Capsula is zeer stevig en zit vast op beenderen rond facies auricularis
o lig. tussen os sacrum en os ilium trekken beide beenderen dicht tegen elkaar
o os sacrum is aan beide ossa ilium opgehangen
o lig. verhinderen naar vooren schuiven en kantelen van os sacrum in bekkenholte
ligamenten in het kapsel
- lig. sacro-iliacum anterior/ventrale
o verdikking in voorwand van kapsel
o ligt als membraan tussen beide beenderen gespannen
- ligg. sacro-iliaca interossea
o ligt achter en boven gewricht tussen tuberositas sacralis en iliaca
o onderaan bedekt door ligg. sacro-iliaca post/dorsale brevis en longus
lopen tussen binnenzijde van SIPS en crista sacralis lateralis
hieraan hangt sacrum vast bij rechtstaan
- dorsale rami van sacrale spinale zenuwen loppen tussen
o lig. sacro-iliaca posterior brevis
o lig. sacro-iliaca posterior longus
ligamenten los van het kapsel (extrinsiek)
,Er zijn nog een aantal extrinsieke ligamenten die vanop afstand bijdragen tot fixatie van het
sacro-iliaca gewricht
- lig. iliolumbale
o verbindt dwarsuitsteeksel van L4-L5 met bekkenkam
o stabiliseert L5 tov sacrum
- lig. sacrospinale
o loopt van sacrum en coccygis naar spina ischiadica
o overdekt door lig. sacrotuebrale
o zet inscisura ischiadica major om in foramen ischiadicum minus
o scheidt foramen ischiadicum majus van minus
- lig. sacrotuberale
o oorsprong op achterzijde van sacrum
o loopt naar tuber ischiadicum
functie en beweeglijkheid (van sacro-iliacale gewricht)
- weinig beweeglijk
- zorgen voor stabiliteit van bovenste skeletgedeelte op heupbeenderen
- vermindert spanning op de ligamenten die gewricht versterken
- geringe glij- en rotatiebewegingen
rotatiebeweging tegengewerkt door sterke fixerende ligamenten, de sacrotuberale en
sacrospinale ligamenten
bloedvoorziening
- a.glutealis superior
- a.iliolumbalis
- aa.sacrales laterales
bezenuwing
- n.gluteus superior
- plexus sacralis dorsale rami van S1 en S2
De symphysis pubica
- cartilagineuze gewricht op middellijn tussen linker- en recht os pubis
- linker- en rechter os pubis zijn onderling verbonden door:
o lig.pubicum superius
o discus interpubicus (dikker bij vrouwen)
o lig.arcuatum pubis
- geringe beweeglijkheid, vooral schokbreker
Het heupgewricht (articulatio coxae)
- femur articuleert met bekken in het articulatio coxae
- articulatio spheroidea (kogelgewricht)
o grote beweeglijkheid
o zeer stevig door diepe gewrichtspan, stevige lig en spieren
gewrichtsvlakken en labrum acetabulare
- gewrichtskom
o acetabulum van heup
o facies lunata met kraakbeen bedekt
, o onderaan incisura acetabuli
o opp vergroot door labrum (=fibreuze kraakbeen rand)
o lig.transversum acetabuli =overbrugging van incisura door labrum
- gewrichtskop
o kop van de femur, bedekt met kraakbeen
o fovea capitis ossis femoris
niet met kraakbeen bedekt
insertie lig. capitis femoris met als oorsprong fossa acetabuli
lig. capitis femoris ligt tussen caput femoris en vetweefsel
het gewrichtskapsel
- membrana synovialis
o omringt gehele gewrichtholte
o vooruit geduwd door lig.capitis femoris, deze uitstulping zit vast op randen van
fovea capitis femoris
- membrana fibrosa/capsula fibrosa
o schroefvormig
o omgeeft caput en collum femoris
o vasthechting rond acetabulum, op labrum rond lig.transversum acetabuli
o zit vast op linea intertrochanterica en basis van trochanter major
o op achterzijde van collum femoris zijn veel spierinserties
o wordt versterkt door 3 intrinsieke ligamenten
versterkingen van de capsula fibrosa
- Ligamentum iliofemorale
o stevigste band van het lichaam
o bovenaan vast op spina iliaca ant inf en de rand van acetabulum
o onderaan divergeren vezels naar linea intertrochanterica
o de randen van ligament zijn ontwikkeld als 2 bundels
pars lateralis/sup: volgt bovenrand collum en spant aan bij adductie
pars medialis/inf: loopt spiraalvormig naar ventraal en spant aan bij
retroflexie en extensie van dij
o in rechtopstaande houding:
verhindert achteruit kantelen: evenwicht door aanspannen lig. iliofemorale
verhindert vooruit kantelen: spiertonus van regio-glutealisspieren
- Zona orbicularis
o Ringvormige vezels die capsula rond collum versterken
o Overdekt door andere ligamenten
o Bestaat uit vezels van lig. pubofemorale en ischiofemorale
- Ligamentum pubofemorale
o Versterkt voorzijde capsula
o Loopt van caudale rand van acetabulum en eminentia iliopubica naar de linea
intertrochanterica (samen met pars inf van lig. iliofemorale)
o Remt abductie van de dij
- Ligamentum ischiofemorale
o Loopt van dorsale deel van acetabulum op os ischii naar de mediale zijde van
trochanter major (samen met pars sup van lig. iliofemorale)
o Remmen retroflexie van dij en achteroverkantelen van bekken bij rechtstaan
onderste ledematen
Het onderste lidmaat wordt gekenmerkt door:
- Grote stevigheid
- Kleine beweeglijkheid
De verbinding tussen os sacrum (=rompskelet) en os coxae (=gordel) zijn zeer stevig
- Linker- en rechter coxae zijn verbonden door symphysis pubica en bestaat uit
kraakbeendiscus tussen 2 facies symphalises
- Rudimentaire gewrichtsholte gevuld met synovia
SPIEREN EN GEWRICHTEN VAN HET ONDERSTE MEMBRUN
Het sacro-iliacale gewricht (articulatio sacro-iliaca)
- Synoviaal gewricht tussen facies auricularis op ilium en replica op pars lat. van sacrum
- Gewrichtsoppervlakken bedekt met kraakbeen
- Bij volwassen ontstaan fibreuze banden in de gewrichtholte
o Rudimentaire synoviaalholten
o Beperkte beweeglijkheid
o Vaak volledige verbening
- Minimale rotatie van sacrum tov heupbeenderen rond horizontale as door os coxae (L/R)
- Promontorium kantelt naar voren
- In rechtopstaande houding helt bekken naar ventraal:
o Spina iliacae ant sup liggen in zelfde frontale vlak als bovenrand van de symfyse
o Symfyse ligt in zelfde vlak als caput femoris waarop bekken steunt
- Bewegingsterminologie:
o Nutatie: naar voren kantelen van promontorium waarbij bekkenuitgang vergroot
o Contranutatie: naar achter kantelen van promontorium, bekkeningang vergroot
kapsel en gewrichtsbanden van sacro-iliacale gewricht
- Capsula is zeer stevig en zit vast op beenderen rond facies auricularis
o lig. tussen os sacrum en os ilium trekken beide beenderen dicht tegen elkaar
o os sacrum is aan beide ossa ilium opgehangen
o lig. verhinderen naar vooren schuiven en kantelen van os sacrum in bekkenholte
ligamenten in het kapsel
- lig. sacro-iliacum anterior/ventrale
o verdikking in voorwand van kapsel
o ligt als membraan tussen beide beenderen gespannen
- ligg. sacro-iliaca interossea
o ligt achter en boven gewricht tussen tuberositas sacralis en iliaca
o onderaan bedekt door ligg. sacro-iliaca post/dorsale brevis en longus
lopen tussen binnenzijde van SIPS en crista sacralis lateralis
hieraan hangt sacrum vast bij rechtstaan
- dorsale rami van sacrale spinale zenuwen loppen tussen
o lig. sacro-iliaca posterior brevis
o lig. sacro-iliaca posterior longus
ligamenten los van het kapsel (extrinsiek)
,Er zijn nog een aantal extrinsieke ligamenten die vanop afstand bijdragen tot fixatie van het
sacro-iliaca gewricht
- lig. iliolumbale
o verbindt dwarsuitsteeksel van L4-L5 met bekkenkam
o stabiliseert L5 tov sacrum
- lig. sacrospinale
o loopt van sacrum en coccygis naar spina ischiadica
o overdekt door lig. sacrotuebrale
o zet inscisura ischiadica major om in foramen ischiadicum minus
o scheidt foramen ischiadicum majus van minus
- lig. sacrotuberale
o oorsprong op achterzijde van sacrum
o loopt naar tuber ischiadicum
functie en beweeglijkheid (van sacro-iliacale gewricht)
- weinig beweeglijk
- zorgen voor stabiliteit van bovenste skeletgedeelte op heupbeenderen
- vermindert spanning op de ligamenten die gewricht versterken
- geringe glij- en rotatiebewegingen
rotatiebeweging tegengewerkt door sterke fixerende ligamenten, de sacrotuberale en
sacrospinale ligamenten
bloedvoorziening
- a.glutealis superior
- a.iliolumbalis
- aa.sacrales laterales
bezenuwing
- n.gluteus superior
- plexus sacralis dorsale rami van S1 en S2
De symphysis pubica
- cartilagineuze gewricht op middellijn tussen linker- en recht os pubis
- linker- en rechter os pubis zijn onderling verbonden door:
o lig.pubicum superius
o discus interpubicus (dikker bij vrouwen)
o lig.arcuatum pubis
- geringe beweeglijkheid, vooral schokbreker
Het heupgewricht (articulatio coxae)
- femur articuleert met bekken in het articulatio coxae
- articulatio spheroidea (kogelgewricht)
o grote beweeglijkheid
o zeer stevig door diepe gewrichtspan, stevige lig en spieren
gewrichtsvlakken en labrum acetabulare
- gewrichtskom
o acetabulum van heup
o facies lunata met kraakbeen bedekt
, o onderaan incisura acetabuli
o opp vergroot door labrum (=fibreuze kraakbeen rand)
o lig.transversum acetabuli =overbrugging van incisura door labrum
- gewrichtskop
o kop van de femur, bedekt met kraakbeen
o fovea capitis ossis femoris
niet met kraakbeen bedekt
insertie lig. capitis femoris met als oorsprong fossa acetabuli
lig. capitis femoris ligt tussen caput femoris en vetweefsel
het gewrichtskapsel
- membrana synovialis
o omringt gehele gewrichtholte
o vooruit geduwd door lig.capitis femoris, deze uitstulping zit vast op randen van
fovea capitis femoris
- membrana fibrosa/capsula fibrosa
o schroefvormig
o omgeeft caput en collum femoris
o vasthechting rond acetabulum, op labrum rond lig.transversum acetabuli
o zit vast op linea intertrochanterica en basis van trochanter major
o op achterzijde van collum femoris zijn veel spierinserties
o wordt versterkt door 3 intrinsieke ligamenten
versterkingen van de capsula fibrosa
- Ligamentum iliofemorale
o stevigste band van het lichaam
o bovenaan vast op spina iliaca ant inf en de rand van acetabulum
o onderaan divergeren vezels naar linea intertrochanterica
o de randen van ligament zijn ontwikkeld als 2 bundels
pars lateralis/sup: volgt bovenrand collum en spant aan bij adductie
pars medialis/inf: loopt spiraalvormig naar ventraal en spant aan bij
retroflexie en extensie van dij
o in rechtopstaande houding:
verhindert achteruit kantelen: evenwicht door aanspannen lig. iliofemorale
verhindert vooruit kantelen: spiertonus van regio-glutealisspieren
- Zona orbicularis
o Ringvormige vezels die capsula rond collum versterken
o Overdekt door andere ligamenten
o Bestaat uit vezels van lig. pubofemorale en ischiofemorale
- Ligamentum pubofemorale
o Versterkt voorzijde capsula
o Loopt van caudale rand van acetabulum en eminentia iliopubica naar de linea
intertrochanterica (samen met pars inf van lig. iliofemorale)
o Remt abductie van de dij
- Ligamentum ischiofemorale
o Loopt van dorsale deel van acetabulum op os ischii naar de mediale zijde van
trochanter major (samen met pars sup van lig. iliofemorale)
o Remmen retroflexie van dij en achteroverkantelen van bekken bij rechtstaan