doelgroepen
INLEIDING
Doelgroep = specifieke groep mensen met vergelijkbare kenmerken
Niet in hokjes denken µ
4 doelgroepen:
a) Verstandelijke beperking
b) Fysieke beperking
c) Autismespectrumstoornis
d) Gedragsproblemen
Een beperking is geen handicap
Beperking = hindernis die aangeboren/verworven is en die het functioneren
beïnvloedt
Handicap = afstemmingsproblemen met de persoon & omgeving, levert
problemen bij het dagelijkse functioneren
DE RICHTVRAGEN VAN OS
1. Wat is er gebeurd ? verhaal van de client
2. Kwetsbaarheden en weerbaarheden ? vooruitgang bevorderen
3. Waar wil je naar toe ? gewenst doel
4. Wat heb je nodig ? hulpmiddelen
Vertrekpunt van de ondersteuning
- VRAGEND
- LUISTEREND
Client = volwaardige burger
Wisselwerking persoon – omgeving
- Omgeving = gezin, sociale gebeuren, organisatie
- Client = integraal onderdeel van het netwerk
- Brussen = ook ondersteuning nodig
HOOFDSTUK 1: VERSTANDELIJKE BEPERKING
1
,doelgroepen
Verstandelijke beperking = IQ lager dan 70
Ontstaat tijdens de ontwikkeling
Blijvend
INTELLECTUEEL VERMOGEN
- Info verwerven
- Info begrijpen vermogen om probleemoplossend na te denken
- Info verwerken
ADAPTIEF VERMOGEN
Adaptief vermogen
nodig om zich aan te passen aan de omgeving en om zelfstandig te kunnen
functioneren
3 soorten adaptief vermogen
A) Praktisch: alledaagse taken
B) Sociaal: communicatie, relaties,…
C) Conceptueel: taal begrijpen, verwerken & toepassen
DE ONTWIKKELINGSPERIODE
- Lichamelijk
- Cognitief
- Sociaal VOOR de kalenderleeftijd van 22j
- Emotioneel Ontwikkelingsstoornis
- Psychoseksueel
Kalenderleeftijd = leeftijd in jaren sinds de geboorte
Ontwikkelingsleeftijd = ontwikkeling op verschillende ontwikkelingsgebieden
Wat je op een bepaalde leeftijd moet kunnen
Disharmonische ontwikkeling = ontwikkeling die niet gelijkloopt
Schijnbare ontwikkeling = hoe de ontwikkeling lijkt te zijn
Risico = over/onderschatting
Gevolg = laag zelfbeeld
Grotere kans op gedragsproblemen
BLIJVENDE TOESTAND
Verstandelijke beperking = achterstand die heel het leven aanwezig blijft
Elke persoon is uniek
Belangrijk om de ernst te bepalen
Ondersteuningsnood begrijpen
Ondersteuningsplan opstellen
VERSCHILLENDE GRADATIES VAN ONDERSTEUNING BIJ VERSTANDELIJK
BEPERKING
2
,doelgroepen
Weinig ondersteuningsnood = licht verstandelijke beperking (IQ: 55-70)
Matige ondersteuningsnood = matige verstandelijke beperking (IQ: 40-55)
Grote ondersteuningsnood = ernstig verstandelijke beperking (IQ: 25-40)
Constante ondersteuningsnood = diepe verstandelijke beperking (IQ: 25/ lager)
4 OORZAKEN VERSTANDELIJKE BEPERKING
a) Chromosomaal = genetisch
Bv; syndroom van down
b) Prenataal = TIJDENS de ZWANGERSCHAP
Infectieziekten (rubella, toxoplasmose)
Alcohol, medicatie, drugs
c) Perinataal = TIJDENS de GEBOORTE
Te lang zonder zuurstof tijdens de geboorte hersenschade
Prematuur = niet volledig ontwikkeld zenuwstelsel
d) Postnataal = NA de geboorte, voor de leeftijd van 22j
Ernstige infecties/ziekten
HET AAIDD MODEL
Cognitieve vaardigheden = mentale vaardigheden (leren, denken, onthouden)
Adaptieve vaardigheden = praktische, sociale en conceptuele vaardigheden
Gezondheid = fysieke en mentale gezondheid
Participatie = volwaardig deelnemen aan de maatschappij
Context = normen en waarden
DOELGROEPEN ONDERSTEUNEN
ONDERSTEUNEN IN DE PERSOONLIJKE GROEI
a) Interesse = natuurlijke nieuwsgierigheid en passie
3
, doelgroepen
o Motivatie als kracht
o Langere en betere focus
b) Talenten = hangt samen met motivatie en interesse
o Krachtgerichte benadering
o Focus op wat iemand kan
c) Orthopedagogische methodieken = gerichte interventies en begeleiding
Doel: kwaliteit van leven voor individuen met een beperking verbeteren
Ontwikkelt obv onderzoek en ervaring = wetenschappelijk
1. Gentle teachting jhon mcgee
2. Basale stimulatie
GENTLE TEACHING
Gentle teaching = leren begrijpen van de persoon met bijzonder gedrag
Liefdevolle houding
- Veiligheid
- Onvoorwaardelijke acceptatie
- Betrokkenheid
- Verbondenheid
BASALE STIMULATIE
Basale stimulatie = waarnemingsvermogen, communicatie en motoriek stimuleren via
zintuigelijke prikkels
- Zintuigelijke waarneming
- Non – verbale communicatie
- Beweging
ONDERSTEUNEN BIJ ZELFREDZAAMHEID
Zelfstandigheid = voor jezelf kunnen zorgen zonder hulp van anderen
Zelfredzaamheid = ervoor zorgen dat de taak gedaan wordt, kan met hulp(middelen)
ONDERSTEUNEN VIA COMMUNICATIE
4 NIVEAU’S VAN COMMUNICATIE
1. Sensatieniveau = direct zintuigelijke ervaring zonder betekenis
Diep verstandelijke beperking
4
INLEIDING
Doelgroep = specifieke groep mensen met vergelijkbare kenmerken
Niet in hokjes denken µ
4 doelgroepen:
a) Verstandelijke beperking
b) Fysieke beperking
c) Autismespectrumstoornis
d) Gedragsproblemen
Een beperking is geen handicap
Beperking = hindernis die aangeboren/verworven is en die het functioneren
beïnvloedt
Handicap = afstemmingsproblemen met de persoon & omgeving, levert
problemen bij het dagelijkse functioneren
DE RICHTVRAGEN VAN OS
1. Wat is er gebeurd ? verhaal van de client
2. Kwetsbaarheden en weerbaarheden ? vooruitgang bevorderen
3. Waar wil je naar toe ? gewenst doel
4. Wat heb je nodig ? hulpmiddelen
Vertrekpunt van de ondersteuning
- VRAGEND
- LUISTEREND
Client = volwaardige burger
Wisselwerking persoon – omgeving
- Omgeving = gezin, sociale gebeuren, organisatie
- Client = integraal onderdeel van het netwerk
- Brussen = ook ondersteuning nodig
HOOFDSTUK 1: VERSTANDELIJKE BEPERKING
1
,doelgroepen
Verstandelijke beperking = IQ lager dan 70
Ontstaat tijdens de ontwikkeling
Blijvend
INTELLECTUEEL VERMOGEN
- Info verwerven
- Info begrijpen vermogen om probleemoplossend na te denken
- Info verwerken
ADAPTIEF VERMOGEN
Adaptief vermogen
nodig om zich aan te passen aan de omgeving en om zelfstandig te kunnen
functioneren
3 soorten adaptief vermogen
A) Praktisch: alledaagse taken
B) Sociaal: communicatie, relaties,…
C) Conceptueel: taal begrijpen, verwerken & toepassen
DE ONTWIKKELINGSPERIODE
- Lichamelijk
- Cognitief
- Sociaal VOOR de kalenderleeftijd van 22j
- Emotioneel Ontwikkelingsstoornis
- Psychoseksueel
Kalenderleeftijd = leeftijd in jaren sinds de geboorte
Ontwikkelingsleeftijd = ontwikkeling op verschillende ontwikkelingsgebieden
Wat je op een bepaalde leeftijd moet kunnen
Disharmonische ontwikkeling = ontwikkeling die niet gelijkloopt
Schijnbare ontwikkeling = hoe de ontwikkeling lijkt te zijn
Risico = over/onderschatting
Gevolg = laag zelfbeeld
Grotere kans op gedragsproblemen
BLIJVENDE TOESTAND
Verstandelijke beperking = achterstand die heel het leven aanwezig blijft
Elke persoon is uniek
Belangrijk om de ernst te bepalen
Ondersteuningsnood begrijpen
Ondersteuningsplan opstellen
VERSCHILLENDE GRADATIES VAN ONDERSTEUNING BIJ VERSTANDELIJK
BEPERKING
2
,doelgroepen
Weinig ondersteuningsnood = licht verstandelijke beperking (IQ: 55-70)
Matige ondersteuningsnood = matige verstandelijke beperking (IQ: 40-55)
Grote ondersteuningsnood = ernstig verstandelijke beperking (IQ: 25-40)
Constante ondersteuningsnood = diepe verstandelijke beperking (IQ: 25/ lager)
4 OORZAKEN VERSTANDELIJKE BEPERKING
a) Chromosomaal = genetisch
Bv; syndroom van down
b) Prenataal = TIJDENS de ZWANGERSCHAP
Infectieziekten (rubella, toxoplasmose)
Alcohol, medicatie, drugs
c) Perinataal = TIJDENS de GEBOORTE
Te lang zonder zuurstof tijdens de geboorte hersenschade
Prematuur = niet volledig ontwikkeld zenuwstelsel
d) Postnataal = NA de geboorte, voor de leeftijd van 22j
Ernstige infecties/ziekten
HET AAIDD MODEL
Cognitieve vaardigheden = mentale vaardigheden (leren, denken, onthouden)
Adaptieve vaardigheden = praktische, sociale en conceptuele vaardigheden
Gezondheid = fysieke en mentale gezondheid
Participatie = volwaardig deelnemen aan de maatschappij
Context = normen en waarden
DOELGROEPEN ONDERSTEUNEN
ONDERSTEUNEN IN DE PERSOONLIJKE GROEI
a) Interesse = natuurlijke nieuwsgierigheid en passie
3
, doelgroepen
o Motivatie als kracht
o Langere en betere focus
b) Talenten = hangt samen met motivatie en interesse
o Krachtgerichte benadering
o Focus op wat iemand kan
c) Orthopedagogische methodieken = gerichte interventies en begeleiding
Doel: kwaliteit van leven voor individuen met een beperking verbeteren
Ontwikkelt obv onderzoek en ervaring = wetenschappelijk
1. Gentle teachting jhon mcgee
2. Basale stimulatie
GENTLE TEACHING
Gentle teaching = leren begrijpen van de persoon met bijzonder gedrag
Liefdevolle houding
- Veiligheid
- Onvoorwaardelijke acceptatie
- Betrokkenheid
- Verbondenheid
BASALE STIMULATIE
Basale stimulatie = waarnemingsvermogen, communicatie en motoriek stimuleren via
zintuigelijke prikkels
- Zintuigelijke waarneming
- Non – verbale communicatie
- Beweging
ONDERSTEUNEN BIJ ZELFREDZAAMHEID
Zelfstandigheid = voor jezelf kunnen zorgen zonder hulp van anderen
Zelfredzaamheid = ervoor zorgen dat de taak gedaan wordt, kan met hulp(middelen)
ONDERSTEUNEN VIA COMMUNICATIE
4 NIVEAU’S VAN COMMUNICATIE
1. Sensatieniveau = direct zintuigelijke ervaring zonder betekenis
Diep verstandelijke beperking
4