Samenvatting politieke communicatie
Les 1: tekst McNair
Wat is politieke communicatie?
Definitie in reader
Politiek= verdeling van: middelen, sancties en autoritaire functie
Communicatie= heel breed: beelden; woorden, muziek, kleren.
3 actoren: politiek, publiek en media
- Samenhang (machts)relaties, …
- Bv lobby groepen= ook politiek
- Bv vakbonden, jeugdprotest groepen.
Dia 8:
- Politiek is gemedieerd (Mazzoleni & Schulz, 1999)
• Weinig direct contact
• Merendeel wat wij weten gaat via de media
• Media dominante bron
- “Constructed reality”: Media als brug tussen werkelijkheid en publieke opinie (Lippmann,
1922)
• “Manifacture of consent (Illustratie vanaf 01.11.30 over emoties en publieke opinie
en de invloed van politici hierop)”
• Door selectie en interpretatie: versimpeld/ gekleurd
• Je hebt wat mensen denken dat de realiteit is en de echte realiteit
• Door geconstrueerde info uit de media→media enorme invloed.
, • Lippman: burgers niet rationeel/goed geïnformeerd
▪ Te weinig kennis
▪ Gevaar voor manipulatie
▪ Democratisch probleem
▪ Manifactur of consent
• Instemming krijgen door de media
- Drie realiteiten
• Objectieve realiteit
▪ Echte werkelijkheid
• Subjectieve realiteit
▪ Perceptie van de werkelijkheid
• Geconstrueerde realiteit
▪ Realiteit door de media.
Dia 9:
Vb van de 3 realiteiten
- Bv akkoord uitgesteld door media
• Rousseau die het niet kan uitleggen in de TV studio’s
- Naar journalisten sturen
• ‘dit is onze stempel’, dit is een geel akkoord.
- Objectief: er is een akkoord
- Subjectief: aanvoelen, gevoel, perceptie
- Geconstrueerd: “dit is een rood akkoord”→overtuigen van de kiezers= framing.
- Media weinig invloed op→wij kiezen de media niet.
- Geconstrueerde realiteit wordt dominant en tegelijkertijd geen publieke controle
Dia 15:
The American dream in cijfers
→komt onder druk, the American dream (= hard genoeg werken= betere economische
welvaart)
Feiten VS
- Stijging inkomensongelijkheid
- Intergenerationele mobiliteit (fractie kinderen die meer verdienen dan ouders)
- gedaald met meer dan 40% (bvb. Chetty et al. 2017).
- Objectiviteit: cijfermateriaal→minder economische welvaart
- Subjectieve realiteit→Amerikanen geloven er nog heel hard in→overschatting
Publieke opinie VS
- Ongeveer 70% van de amerikanen gelooft in intergenerationele mobiliteit (bvb. Gallup
Organization 2019; George Washington University Battleground Poll 2018)
- Wetenschappelijke studies tonen systematische overschatting van opwaartse
economische mobiliteit in VS (Davidai & Gilovich 2018; Kraus & Tan 2015).
,Belangrijke gevolgen mismatch:
- Stijging in inkomensongelijkheid doet vraag naar herverdeling niet stijgen.
- Idee van American dream leidt tot tolerantie voor verschillen in rijkdom en lager
klassebewustzijn
Dia 17: American dream
Why do Americans’ beliefs in economic mobility persist despite the raft of empirical evidence
to the contrary?
More importantly, why do some Americans retain this belief in upward mobility more than
others?
- Realiteit vertaald zich niet in politieke actie
- Mensen tolerant voor verschil
- Als ik hard genoeg werk, dan kan ik het ook beter hebben
- = een mirage (een schijn)
Dia 18: grafiek berichtgeving nieuwsmedia
- Berichtgeving over rollenverdeling/ klasse ongelijkheid
- Onder de 0-lijn= negatieve berichtgeving
• Er is veel negatieve berichtgeving over de American dream.
• Nieuwsmedia verklaart de mismatch niet.
Dia 19: geconstrueerde realiteit door entertainment media
- Niet nieuwsmedia maar entertainment media
• Amerikanen vermijden vaak nieuws en spenderen enorme hoeveelheid tijd aan
entertainment
• “America’s Got Talent” heeft vaak zeven keer meer publiek dan Fox news (Elber
2018).
• Uitgebrachte stemmen in “American Idol” zijn hoger dan die bij gemiddelde
presidentsverkiezing (Schwarz 2015).
• Iemand van arme komaf→wordt toch rijk door hard te werken
▪ Bv in Hollywood film, reality shows
▪ Reality shows: gewone mensen→hard werken→financieel succes
▪ Bv Huis gemaakt: gewone mens→werkt hard→krijgt een huis.
• als je veel naar zo’n soort programma’s kijkt ga je meer in de American dream
geloven.
- Narratief dat economische mobiliteit mogelijk en wijdverspreid is
- ”narrative persuasion” in entertainment media krachtiger dan “rhetorical persuasion” via
politieke berichten.
• Mensen zijn minder geneigd tegenargumenten te ontwikkelen of kritisch naar
boodschap te kijken.
• Meer mensen kijken naar entertainment dan naar het nieuws
▪ Het zien/verhaal/vergelijking/herkenbaar→blijft meer plakken = narrative
persuasion.
• Nieuws kijk je kritisch naar.
, - Krachtig wanneer je ziet dat (1) gewone mensen, (2) zichtbare financiele winst (3) narratief
beklemtoont meritocratie (=werken hard, verdienen het)
• Altijd deze 3 elementen aanwezig in een reality show
• 70% van reality shows met competitief format 3 elementen aanwezig 19
• 8 van 10 top-rated >4M kijkers
Dia 21: The American dream: onderzoek.
- - Methode:
• Inhoudsanalyse
• Online experiment (N=763)
• Lab in the field op niet politieke events (N=203; suburban New Jersey en
Pennsylvania) rondrijden in een busje
▪ = the suburban→wonen republikeinen
• Survey
▪ Online meer democraten.
- Design experimenten:
• Fragment <5min uit 4 verschillende reality shows
▪ Shark tank, AGT, ninja warrior
▪ De 3 elementen duidelijk in verwerkt.
▪ Waarom 3 fragmenten?
• Om groter idee/theorie duidelijker te maken
o want drie verschillende shows.
o Om die drie elementen als oorzaak te kunnen bewijzen.
• Controle groep met fragment uit Cesar 911
▪ Over een hond helpen
▪ De drie elementen niet aanwezig.
• Manipulatie check dia 22
Dia 22-23
→de variabelen en de tabel met resultaten.
Dia 24:
Survey onder Amerikaanse bevolking
- Bevraging bij 3004 respondenten, externe validiteit
- Testen van alternatieve hypothese en spurious verband (schijnverband)
- AV: zelfde batterij stellingen als in experiment
- OV: Duid programma’s aan waar je regelmatig naar kijkt uit lijst:
• 12 rags-to-riches reality programma’s (voldoen aan 3 criteria, popular, recent)
• 8 reality/game shows zonder economisch voordeel of meritocratie narratief
• 10 sport programma’s
Les 1: tekst McNair
Wat is politieke communicatie?
Definitie in reader
Politiek= verdeling van: middelen, sancties en autoritaire functie
Communicatie= heel breed: beelden; woorden, muziek, kleren.
3 actoren: politiek, publiek en media
- Samenhang (machts)relaties, …
- Bv lobby groepen= ook politiek
- Bv vakbonden, jeugdprotest groepen.
Dia 8:
- Politiek is gemedieerd (Mazzoleni & Schulz, 1999)
• Weinig direct contact
• Merendeel wat wij weten gaat via de media
• Media dominante bron
- “Constructed reality”: Media als brug tussen werkelijkheid en publieke opinie (Lippmann,
1922)
• “Manifacture of consent (Illustratie vanaf 01.11.30 over emoties en publieke opinie
en de invloed van politici hierop)”
• Door selectie en interpretatie: versimpeld/ gekleurd
• Je hebt wat mensen denken dat de realiteit is en de echte realiteit
• Door geconstrueerde info uit de media→media enorme invloed.
, • Lippman: burgers niet rationeel/goed geïnformeerd
▪ Te weinig kennis
▪ Gevaar voor manipulatie
▪ Democratisch probleem
▪ Manifactur of consent
• Instemming krijgen door de media
- Drie realiteiten
• Objectieve realiteit
▪ Echte werkelijkheid
• Subjectieve realiteit
▪ Perceptie van de werkelijkheid
• Geconstrueerde realiteit
▪ Realiteit door de media.
Dia 9:
Vb van de 3 realiteiten
- Bv akkoord uitgesteld door media
• Rousseau die het niet kan uitleggen in de TV studio’s
- Naar journalisten sturen
• ‘dit is onze stempel’, dit is een geel akkoord.
- Objectief: er is een akkoord
- Subjectief: aanvoelen, gevoel, perceptie
- Geconstrueerd: “dit is een rood akkoord”→overtuigen van de kiezers= framing.
- Media weinig invloed op→wij kiezen de media niet.
- Geconstrueerde realiteit wordt dominant en tegelijkertijd geen publieke controle
Dia 15:
The American dream in cijfers
→komt onder druk, the American dream (= hard genoeg werken= betere economische
welvaart)
Feiten VS
- Stijging inkomensongelijkheid
- Intergenerationele mobiliteit (fractie kinderen die meer verdienen dan ouders)
- gedaald met meer dan 40% (bvb. Chetty et al. 2017).
- Objectiviteit: cijfermateriaal→minder economische welvaart
- Subjectieve realiteit→Amerikanen geloven er nog heel hard in→overschatting
Publieke opinie VS
- Ongeveer 70% van de amerikanen gelooft in intergenerationele mobiliteit (bvb. Gallup
Organization 2019; George Washington University Battleground Poll 2018)
- Wetenschappelijke studies tonen systematische overschatting van opwaartse
economische mobiliteit in VS (Davidai & Gilovich 2018; Kraus & Tan 2015).
,Belangrijke gevolgen mismatch:
- Stijging in inkomensongelijkheid doet vraag naar herverdeling niet stijgen.
- Idee van American dream leidt tot tolerantie voor verschillen in rijkdom en lager
klassebewustzijn
Dia 17: American dream
Why do Americans’ beliefs in economic mobility persist despite the raft of empirical evidence
to the contrary?
More importantly, why do some Americans retain this belief in upward mobility more than
others?
- Realiteit vertaald zich niet in politieke actie
- Mensen tolerant voor verschil
- Als ik hard genoeg werk, dan kan ik het ook beter hebben
- = een mirage (een schijn)
Dia 18: grafiek berichtgeving nieuwsmedia
- Berichtgeving over rollenverdeling/ klasse ongelijkheid
- Onder de 0-lijn= negatieve berichtgeving
• Er is veel negatieve berichtgeving over de American dream.
• Nieuwsmedia verklaart de mismatch niet.
Dia 19: geconstrueerde realiteit door entertainment media
- Niet nieuwsmedia maar entertainment media
• Amerikanen vermijden vaak nieuws en spenderen enorme hoeveelheid tijd aan
entertainment
• “America’s Got Talent” heeft vaak zeven keer meer publiek dan Fox news (Elber
2018).
• Uitgebrachte stemmen in “American Idol” zijn hoger dan die bij gemiddelde
presidentsverkiezing (Schwarz 2015).
• Iemand van arme komaf→wordt toch rijk door hard te werken
▪ Bv in Hollywood film, reality shows
▪ Reality shows: gewone mensen→hard werken→financieel succes
▪ Bv Huis gemaakt: gewone mens→werkt hard→krijgt een huis.
• als je veel naar zo’n soort programma’s kijkt ga je meer in de American dream
geloven.
- Narratief dat economische mobiliteit mogelijk en wijdverspreid is
- ”narrative persuasion” in entertainment media krachtiger dan “rhetorical persuasion” via
politieke berichten.
• Mensen zijn minder geneigd tegenargumenten te ontwikkelen of kritisch naar
boodschap te kijken.
• Meer mensen kijken naar entertainment dan naar het nieuws
▪ Het zien/verhaal/vergelijking/herkenbaar→blijft meer plakken = narrative
persuasion.
• Nieuws kijk je kritisch naar.
, - Krachtig wanneer je ziet dat (1) gewone mensen, (2) zichtbare financiele winst (3) narratief
beklemtoont meritocratie (=werken hard, verdienen het)
• Altijd deze 3 elementen aanwezig in een reality show
• 70% van reality shows met competitief format 3 elementen aanwezig 19
• 8 van 10 top-rated >4M kijkers
Dia 21: The American dream: onderzoek.
- - Methode:
• Inhoudsanalyse
• Online experiment (N=763)
• Lab in the field op niet politieke events (N=203; suburban New Jersey en
Pennsylvania) rondrijden in een busje
▪ = the suburban→wonen republikeinen
• Survey
▪ Online meer democraten.
- Design experimenten:
• Fragment <5min uit 4 verschillende reality shows
▪ Shark tank, AGT, ninja warrior
▪ De 3 elementen duidelijk in verwerkt.
▪ Waarom 3 fragmenten?
• Om groter idee/theorie duidelijker te maken
o want drie verschillende shows.
o Om die drie elementen als oorzaak te kunnen bewijzen.
• Controle groep met fragment uit Cesar 911
▪ Over een hond helpen
▪ De drie elementen niet aanwezig.
• Manipulatie check dia 22
Dia 22-23
→de variabelen en de tabel met resultaten.
Dia 24:
Survey onder Amerikaanse bevolking
- Bevraging bij 3004 respondenten, externe validiteit
- Testen van alternatieve hypothese en spurious verband (schijnverband)
- AV: zelfde batterij stellingen als in experiment
- OV: Duid programma’s aan waar je regelmatig naar kijkt uit lijst:
• 12 rags-to-riches reality programma’s (voldoen aan 3 criteria, popular, recent)
• 8 reality/game shows zonder economisch voordeel of meritocratie narratief
• 10 sport programma’s