Onderzoek - Oriënteren en
voorbereiden - Ureel
Inhoud
1. Inleiding
2. Een onderzoekende houding ontwikkelen
3. Een ‘perfect’ onderzoeksproces doorlopen
4. Onderzoek voorbereiden
4.1. Onderwerp vinden
4.2. Onderwerp en afbakening
4.3. Van onderwerp naar onderzoeksvraag
4.4. Soorten onderzoeksvragen
4.5. Eisen aan een onderzoeksvraag
4.6. Selecterende werking van een onderzoeksvraag
4.7. Hoofdvraag en deelvragen
4.8. Onderzoek plannen
4.9. Onderzoeksplan opstellen
5. Conclusie
6. Referenties
Leerdoelen
1. Je kan de vier kenmerken van een onderzoekende houding benoemen en
definiëren voor academische en niet-academische contexten.
opmerkzaam zijn
nieuwsgierig zijn
Onderzoek - Oriënteren en voorbereiden - Ureel 1
, bedachtzaam zijn
kritisch zijn
2. Je kan de vier kenmerken van een onderzoekende houding
operationaliseren door gebruik te maken van de departementale
evaluatiecriteria voor bachelorscripties en masterproeven.
operationaliseren: Proces waarbij je een concept of begrip zeer concreet
(en vaak meetbaar) maakt. Je zal als onderzoeker een operationele
definitie moeten geven.
In onderzoek zal je concepten en begrippen vaak uiterst concreet en
contextafhankelijk moeten definiëren. Zo kan je onderzoek ernaar
verrichten. Een alledaagse definitie (conceptuele definitie) uit een niet-
gespecialiseerd woordenboek zal dan niet volstaan.
3. Je kan de concepten ‘(on)zekerheid’ en ‘(im)perfectie’ bespreken in de
context van een ‘perfect’ onderzoeksproces.
Zekerheid en perfectie in onderzoek bestaat (heel vaak) niet omdat onze
wereld vaak geen absolute zekerheid biedt rond alles wat er gebeurt, wat
we doen en wat we onderzoeken.
Bijsturen van onderzoek is eerder de norm dan de uitzondering. Dit
betekent echter niet dat je niet kan streven naar perfectie, want hoe
‘perfecter’ je in het onderzoeks- proces te werk gaat, hoe efficiënter alles
zal verlopen. Omdat bijsturen een onderdeel van onderzoek is, is het ook
logisch dat je dit onderwerp (indien nodig) bespreekt met je promotor.
4. Je kan de zes stappen van een ‘perfect’ onderzoeksproces benoemen en
bespreken voor een concreet voorstel voor academisch onderzoek (bv.
bachelorscriptie).
onderzoek voorbereiden
materiaal verzamelen
materiaal beoordelen
Onderzoek - Oriënteren en voorbereiden - Ureel 2
, rapport (bachelorscriptie of masterproef) structureren
argumentatie opbouwen
onderzoek rapporteren
💡 Constant terugkijken naar onderzoeksvraag en (indien nodig)
je onderzoek bijsturen
5. Je kan de tien stappen voor het voorbereiden van onderzoek
benoemen en voor elke stap in meer detail toelichten: (a) wat de stap inhoudt,
(b) wat mogelijke uitdagingen voor die stap zijn en (c) wat oplossingen voor
vastgestelde uitdagingen zijn.
onderwerp vinden
a. cruciale stap van het onderzoeksproces
Kies een onderwerp dat jou aanspreekt/prikkelt.
Kies een onderwerp dat onderzoeksmogelijkheden biedt.
Wacht niet te lang met een onderwerp te vinden
💡 tips om onderwerpen te genereren en voorkennisproblemen
aan te pakken
persoonlijke belangstelling/ervaring
inhoud colleges/voorstellen docenten (bv. website UAntwerpen)
media/actualiteit/sociale/populaire kwesties
bestaand onderzoek (bv. gepubliceerd onderzoek, reeds
ingediende bachelorscripties/masterproeven)
b. probleem: hoe vind ik een onderwerp?
c. oplossing → neem je tijd
brainstormen
bekijk voor- en nadelen van onderwerpen
Onderzoek - Oriënteren en voorbereiden - Ureel 3
, verken verschillende opties om onderwerpen te genereren
onderwerp afbakenen
a. verdere afbakening globaal onderwerp en cruciale stap om
onderzoeksvraag te formuleren
trechterprincipe: onderwerp specifieker maken
b. ambitie-, inperkings-, onderzoekbaarheidsproblemen
c. oplossing
idem oplossingen puntje 1
door strategisch literatuur te lezen en samen te vatten zal je je
onderwerp zeer concreet kunnen maken (bv. mindmapping)
let op sleutelwoorden bij het lezen die telkens weer verschijnen en
leg alvst een lijst met sleutelwoorden aan voor het zoeken naar
verdere gespecialiseerde bronnen voor je onderzoek
van onderwerp naar onderzoeksvraag
a. verdere verkenning afgebakende onderwerp
trechterprincipe
een afgebakend onderwerp ≠ onderzoeksvraag
b. probleem: hoe kom je aan een onderzoeksvraag?
c. oplossing:
Tijdens het genereren van je globale en afgebakende onderwerp heb je
je ingelezen. Gebruik je notities van het inlezen om interessante
aspecten te formuleren voor een mogelijke onderzoeksvraag.
Gebruik dezelfde notities (bv. mindmapping) om te brainstormen en
schrijf op wat je over het onderwerp nu weet (algemene feiten, maar
probeer ook verbanden tussen gelezen bronnen te leggen).
Stel zogenaamde ‘topische vragen’. Dit zijn verkennende vragen die je
kan gebruiken om onderwerpen in kaart te brengen. Enkele
voorbeelden van topische vragen vind je op de volgende slide.
topische vragen
Wat is het? Welke kenmerken heeft het?
Onderzoek - Oriënteren en voorbereiden - Ureel 4
voorbereiden - Ureel
Inhoud
1. Inleiding
2. Een onderzoekende houding ontwikkelen
3. Een ‘perfect’ onderzoeksproces doorlopen
4. Onderzoek voorbereiden
4.1. Onderwerp vinden
4.2. Onderwerp en afbakening
4.3. Van onderwerp naar onderzoeksvraag
4.4. Soorten onderzoeksvragen
4.5. Eisen aan een onderzoeksvraag
4.6. Selecterende werking van een onderzoeksvraag
4.7. Hoofdvraag en deelvragen
4.8. Onderzoek plannen
4.9. Onderzoeksplan opstellen
5. Conclusie
6. Referenties
Leerdoelen
1. Je kan de vier kenmerken van een onderzoekende houding benoemen en
definiëren voor academische en niet-academische contexten.
opmerkzaam zijn
nieuwsgierig zijn
Onderzoek - Oriënteren en voorbereiden - Ureel 1
, bedachtzaam zijn
kritisch zijn
2. Je kan de vier kenmerken van een onderzoekende houding
operationaliseren door gebruik te maken van de departementale
evaluatiecriteria voor bachelorscripties en masterproeven.
operationaliseren: Proces waarbij je een concept of begrip zeer concreet
(en vaak meetbaar) maakt. Je zal als onderzoeker een operationele
definitie moeten geven.
In onderzoek zal je concepten en begrippen vaak uiterst concreet en
contextafhankelijk moeten definiëren. Zo kan je onderzoek ernaar
verrichten. Een alledaagse definitie (conceptuele definitie) uit een niet-
gespecialiseerd woordenboek zal dan niet volstaan.
3. Je kan de concepten ‘(on)zekerheid’ en ‘(im)perfectie’ bespreken in de
context van een ‘perfect’ onderzoeksproces.
Zekerheid en perfectie in onderzoek bestaat (heel vaak) niet omdat onze
wereld vaak geen absolute zekerheid biedt rond alles wat er gebeurt, wat
we doen en wat we onderzoeken.
Bijsturen van onderzoek is eerder de norm dan de uitzondering. Dit
betekent echter niet dat je niet kan streven naar perfectie, want hoe
‘perfecter’ je in het onderzoeks- proces te werk gaat, hoe efficiënter alles
zal verlopen. Omdat bijsturen een onderdeel van onderzoek is, is het ook
logisch dat je dit onderwerp (indien nodig) bespreekt met je promotor.
4. Je kan de zes stappen van een ‘perfect’ onderzoeksproces benoemen en
bespreken voor een concreet voorstel voor academisch onderzoek (bv.
bachelorscriptie).
onderzoek voorbereiden
materiaal verzamelen
materiaal beoordelen
Onderzoek - Oriënteren en voorbereiden - Ureel 2
, rapport (bachelorscriptie of masterproef) structureren
argumentatie opbouwen
onderzoek rapporteren
💡 Constant terugkijken naar onderzoeksvraag en (indien nodig)
je onderzoek bijsturen
5. Je kan de tien stappen voor het voorbereiden van onderzoek
benoemen en voor elke stap in meer detail toelichten: (a) wat de stap inhoudt,
(b) wat mogelijke uitdagingen voor die stap zijn en (c) wat oplossingen voor
vastgestelde uitdagingen zijn.
onderwerp vinden
a. cruciale stap van het onderzoeksproces
Kies een onderwerp dat jou aanspreekt/prikkelt.
Kies een onderwerp dat onderzoeksmogelijkheden biedt.
Wacht niet te lang met een onderwerp te vinden
💡 tips om onderwerpen te genereren en voorkennisproblemen
aan te pakken
persoonlijke belangstelling/ervaring
inhoud colleges/voorstellen docenten (bv. website UAntwerpen)
media/actualiteit/sociale/populaire kwesties
bestaand onderzoek (bv. gepubliceerd onderzoek, reeds
ingediende bachelorscripties/masterproeven)
b. probleem: hoe vind ik een onderwerp?
c. oplossing → neem je tijd
brainstormen
bekijk voor- en nadelen van onderwerpen
Onderzoek - Oriënteren en voorbereiden - Ureel 3
, verken verschillende opties om onderwerpen te genereren
onderwerp afbakenen
a. verdere afbakening globaal onderwerp en cruciale stap om
onderzoeksvraag te formuleren
trechterprincipe: onderwerp specifieker maken
b. ambitie-, inperkings-, onderzoekbaarheidsproblemen
c. oplossing
idem oplossingen puntje 1
door strategisch literatuur te lezen en samen te vatten zal je je
onderwerp zeer concreet kunnen maken (bv. mindmapping)
let op sleutelwoorden bij het lezen die telkens weer verschijnen en
leg alvst een lijst met sleutelwoorden aan voor het zoeken naar
verdere gespecialiseerde bronnen voor je onderzoek
van onderwerp naar onderzoeksvraag
a. verdere verkenning afgebakende onderwerp
trechterprincipe
een afgebakend onderwerp ≠ onderzoeksvraag
b. probleem: hoe kom je aan een onderzoeksvraag?
c. oplossing:
Tijdens het genereren van je globale en afgebakende onderwerp heb je
je ingelezen. Gebruik je notities van het inlezen om interessante
aspecten te formuleren voor een mogelijke onderzoeksvraag.
Gebruik dezelfde notities (bv. mindmapping) om te brainstormen en
schrijf op wat je over het onderwerp nu weet (algemene feiten, maar
probeer ook verbanden tussen gelezen bronnen te leggen).
Stel zogenaamde ‘topische vragen’. Dit zijn verkennende vragen die je
kan gebruiken om onderwerpen in kaart te brengen. Enkele
voorbeelden van topische vragen vind je op de volgende slide.
topische vragen
Wat is het? Welke kenmerken heeft het?
Onderzoek - Oriënteren en voorbereiden - Ureel 4