Terminologie
J. Ureel
Les 1
1. afgebakend onderzoeksonderwerp Je geeft juist expliciet aan waar je vooral
niet naar kijkt in je onderzoek. Het geeft
de grenzen van je onderzoek aan.
2. ambitieprobleem Gebrek aan aspiratie en gebrek aan lust
om te streven naar je doel (in dit geval
een onderwerp vinden en/of afbakenen.
3. bachelorscriptie Vakinhoudelijk of wetenschappelijk
opstel dat een verplicht onderdeel
vormt van een opleiding in het
middelbaar en hoger beroepsonderwijs
en op universiteiten. Vaak is de scriptie
een verhandeling over een bepaald
onderwerp naar aanleiding van eigen
onderzoek.
4. bedachtzaam zijn (onderzoekende houding)
- Tijd nemen om bewust na te
denken over de gevolgen van
mijn handelen voor ik tot
handelen overga.
- Proberen zaken vanuit het
perspectief van een ander te
bekijken.
- Problemen kunnen
herformuleren
5. beschrijvende onderzoeksvraag Onderzoek waarbij de onderzoeker een
situatie beschrijft, aangeeft welke
aspecten belangrijk zijn en de
onderlinge relaties duidt. Beschrijvend
onderzoek kan heel eenvoudig zijn,
bijvoorbeeld: vinden de inwoners van de
gemeente dat er een nieuw zwembad
moet worden gebouwd?
6. bijsturen (onderzoek) Het aanpassen van je onderzoek.
Bijsturen van onderzoek is eerder de
norm dan de uitzondering. Dit betekent
echter niet dat je niet kan streven naar
perfectie, want hoe ‘perfecter’ je in het
onderzoeks- proces te werk gaat, hoe
efficiënter alles zal verlopen. Omdat
bijsturen een onderdeel van onderzoek
, is, is het ook logisch dat je dit
onderwerp (indien nodig) bespreekt met
je promotor.
7. conceptuele definitie Een alledaagse definitie uit een niet-
gespecialiseerd woordenboek.
8. contextafhankelijk (definitie) Definitie die afhangt van de context
waarin het zich bevindt.
9. correlatie Geeft de mate van samenhang tussen
twee variabelen weer, ofwel in hoeverre
twee variabelen elkaar beïnvloeden.
10. deelvraag De deelvragen zijn de subvragen van je
hoofdvraag. Je kunt de hoofdvraag
meestal niet in een keer beantwoorden
en met behulp van de deelvragen
beantwoord je de hoofdvraag stap voor
stap.
11. eisen(onderzoeksvraag) expliciet
haalbaar
precies
afgebakend
verankerd
relevant en origineel
12. globaalonderzoeksonderwerp Een algemeen, niet gepreciseerd, ruw
onderzoeksonderwerp.
13. hoofdvraag De hoofdvraag (of centrale
onderzoeksvraag) is de vraag met
betrekking tot het probleem waarop je
scriptie een antwoord geeft.
14. (im)perfectie Perfectie en absolute zekerheid in
onderzoek bestaan niet omdat onze
wereld vaak geen absolute zekerheid
biedt rond alles wat er gebeurt, wat we
doen en wat we onderzoeken. Maar hoe
‘perfecter’ je in het onderzoeks- proces
te werk gaat, hoe efficiënter alles zal
verlopen.
15. inperkingsprobleem Moeilijk de onderzoeksvraag kunnen
afbakenen.
16. kritischzijn(onderzoekendehouding) Wanneer men operationaliseert, dan
toon je aan kritische lezers dat je
opmerkzaam, bedachtzaam én zelf
kritisch te werk bent gegaan bij het
bepalen van betekenissen.
17. macrostructuur Men spreekt van macrostructuur
wanneer het gegeven in kwestie de
structuur van een hele tekst of grote
delen ervan betreft. De term
J. Ureel
Les 1
1. afgebakend onderzoeksonderwerp Je geeft juist expliciet aan waar je vooral
niet naar kijkt in je onderzoek. Het geeft
de grenzen van je onderzoek aan.
2. ambitieprobleem Gebrek aan aspiratie en gebrek aan lust
om te streven naar je doel (in dit geval
een onderwerp vinden en/of afbakenen.
3. bachelorscriptie Vakinhoudelijk of wetenschappelijk
opstel dat een verplicht onderdeel
vormt van een opleiding in het
middelbaar en hoger beroepsonderwijs
en op universiteiten. Vaak is de scriptie
een verhandeling over een bepaald
onderwerp naar aanleiding van eigen
onderzoek.
4. bedachtzaam zijn (onderzoekende houding)
- Tijd nemen om bewust na te
denken over de gevolgen van
mijn handelen voor ik tot
handelen overga.
- Proberen zaken vanuit het
perspectief van een ander te
bekijken.
- Problemen kunnen
herformuleren
5. beschrijvende onderzoeksvraag Onderzoek waarbij de onderzoeker een
situatie beschrijft, aangeeft welke
aspecten belangrijk zijn en de
onderlinge relaties duidt. Beschrijvend
onderzoek kan heel eenvoudig zijn,
bijvoorbeeld: vinden de inwoners van de
gemeente dat er een nieuw zwembad
moet worden gebouwd?
6. bijsturen (onderzoek) Het aanpassen van je onderzoek.
Bijsturen van onderzoek is eerder de
norm dan de uitzondering. Dit betekent
echter niet dat je niet kan streven naar
perfectie, want hoe ‘perfecter’ je in het
onderzoeks- proces te werk gaat, hoe
efficiënter alles zal verlopen. Omdat
bijsturen een onderdeel van onderzoek
, is, is het ook logisch dat je dit
onderwerp (indien nodig) bespreekt met
je promotor.
7. conceptuele definitie Een alledaagse definitie uit een niet-
gespecialiseerd woordenboek.
8. contextafhankelijk (definitie) Definitie die afhangt van de context
waarin het zich bevindt.
9. correlatie Geeft de mate van samenhang tussen
twee variabelen weer, ofwel in hoeverre
twee variabelen elkaar beïnvloeden.
10. deelvraag De deelvragen zijn de subvragen van je
hoofdvraag. Je kunt de hoofdvraag
meestal niet in een keer beantwoorden
en met behulp van de deelvragen
beantwoord je de hoofdvraag stap voor
stap.
11. eisen(onderzoeksvraag) expliciet
haalbaar
precies
afgebakend
verankerd
relevant en origineel
12. globaalonderzoeksonderwerp Een algemeen, niet gepreciseerd, ruw
onderzoeksonderwerp.
13. hoofdvraag De hoofdvraag (of centrale
onderzoeksvraag) is de vraag met
betrekking tot het probleem waarop je
scriptie een antwoord geeft.
14. (im)perfectie Perfectie en absolute zekerheid in
onderzoek bestaan niet omdat onze
wereld vaak geen absolute zekerheid
biedt rond alles wat er gebeurt, wat we
doen en wat we onderzoeken. Maar hoe
‘perfecter’ je in het onderzoeks- proces
te werk gaat, hoe efficiënter alles zal
verlopen.
15. inperkingsprobleem Moeilijk de onderzoeksvraag kunnen
afbakenen.
16. kritischzijn(onderzoekendehouding) Wanneer men operationaliseert, dan
toon je aan kritische lezers dat je
opmerkzaam, bedachtzaam én zelf
kritisch te werk bent gegaan bij het
bepalen van betekenissen.
17. macrostructuur Men spreekt van macrostructuur
wanneer het gegeven in kwestie de
structuur van een hele tekst of grote
delen ervan betreft. De term