Levensbeschouwing 1
Communicatie
Communicatie = levensnoodzakelijk
Mensen leren door de participeren in het gedrag van vertrouwensvoile personen.
Een levensbeschouwelijke basistaal ontwikkelen
Taal om over levensbeschouwing in gesprek te gaan. Woorden of uitdrukkingen die belangrijk zijn
om iets vanuit een levensbeschouwelijk perspectief ter sprake te brengen. Zowel woorden uit het
dagelijks taalgebruik als woorden gelinkt aan levensbeschouwing.
Ontmoeting tussen 3 ervaringswerelden
Ieder heeft eigen inbreng, vertrekt vanuit persoonlijke ervaringen, opvattingen, gevoelens en
behoeften. (woord-woord-Woord -> leerkracht, leerling, God)
Voorwaarden voor de levensbeschouwelijke communicatie
Verbale en non-verbale communicatie
Verbale communicatie = dingen die gezegd worden
Non-verbale communicatie = expressie
Voordelen van expressieve werkvormen:
• Opent een grote rijkdom en verscheidenheid aan verkennings- en verdiepingsmogelijkheden
• Ervaringen waar kinderen geen woorden voor hebben
• Expressie biedt di erentiatiemogelijkheden
Geloof-waardige communicatie
Kinderen mogen zichzelf zijn, vertrouwen, respect en gelijkwaardige communicatie spelen een
belangrijke rol.
Ontmoetende leerkrachtstijl
Aspecten van een authentieke, gastvrije en ontmoetende leerkracht
• Respect voor de menselijke persoon
• Open communicatie
• Een responsieve houding
• Echtheid
1
ff
, Werkvormen
Werken met beeldmateriaal
• Illustratieve of documentaire foto’s: verduidelijken hoe iets eruitziet
• Symbolische foto’s: afbeelding prikkelt tot verder denken, zoeken naar betekenis. Interpretaties
van de werkelijkheid
Spontane levensbeschouwelijke gesprekken
Werken vanuit de ervaringen van de kinderen staat centraal
Fasen levensbeschouwelijk gesprek
• Stilstaan bij de gebeurtenis, ervaring en gevoelens
• Gebeurtenis en gevoelens verdiepen
• Stiltemoment of zintekstje aan koppelen
Filosoferen
Als we losoferen verwonderen we ons. We zijn gefascineerd, verbaasd over het raadselachtige
dat in het gewone naar boven komt.
Filosoferen met kinderen is NIET:
• Stilstaan bij loso sche tradities en stelsel
• Gericht op verwerven van kennis of concrete vaardigheden
Filosoferen met kinderen is WEL:
• Gesprekken voeren waarin kinderen erachter proberen te komen hoe de wereld in elkaar zit en
waarin ze proberen een antwoord te formuleren op vragen
• Zicht krijgen op zichzelf en de wereld
• Zoeken naar wat mogelijk en zinvol is
• Leren onderzoeken, de niëren, beschrijven, analyseren, vragen stellen
Een loso sch gesprek start met een loso sche vraag (een vraag waarop geen juist of fout
antwoord mogelijk is).
Theologiseren
Overeenkomst tussen theologiseren en losoferen: kinderen komen onderzoekend en ontdekkend
tot inzichten, verbanden en betekenissen.
Verschil tussen theologiseren en losoferen is de inhoud van het gesprek. Bij losoferen is de
inhoud minder belangrijk, het gaat vooral om dat kinderen leren nadenken en daarover in gesprek
gaan, ze leren argumenteren. Theologiseren richt zich op religieuze thema’s (bijbelverhaal,
afbeelding, levensvraag), zich een beeld vormen van god en daarrond communiceren.
Theologiseren van kinderen
Waarneming staat centraal. Geheel van persoonlijke ervaringen. Gaat over het denken van de
kinderen en de manier waarop ze dat doen.
Leerkracht is opmerkzame waarnemer.
Theologiseren met kinderen
Leerkracht en leerlingen verkennen en diepen op een dialogische wijze godsdienstige thema’s en
vragen uit.
Leerkracht is een stimulerende gesprekspartner.
Theologiseren voor kinderen
Het aanreiken van theologische informatie.
Leerkracht is een begeleidende inhoudsdeskundige.
Activerende werkvormen
Lezen in cursus p. 27-38
2
fi fi fi fi fi fi fi fi fi fi fi
, Basisschema voor leerprocessen in lessen
levensbeschouwing
3 fasen
Fasen verspreid over meerdere lessen, niet in iedere les elke fase verplicht doorlopen.
Verkennen
Kinderen krijgen de kans om elementen uit hun leef-en belevingswereld te verwoorden in het
kader van het onderwerp van de les. Ze zoeken aanknopingspunten uit leef- en belevingswereld
met de leerinhoud.
Leerkracht laat leerlingen stilstaan bij ervaringen, biedt ervaringskansen.
Verdiepen
Samen met de kinderen op zoek gaan naar de betekenis van hun ervaringen.
Verankeren
Zoeken naar algemenere beschouwingen. Leren argumenteren en vanuit verscheidenheid komen
tot nieuwe inzichten.
De leerinhoud vastzetten.
Taken voor leerlingen en leerkracht in het basisschema
Leerling Leerkracht
Verkennen Contact maken met, stilstaan bij, Kinderen stimuleren om iets te
aanvoelen, luisteren, bewust delen
worden Kinderen helpen duidelijk te
maken wat belangrijk is
Confronteren met invloeden uit
dagelijks leven
Verdiepen Nieuwe laten doordringen, Het eigenen van de christelijke
confronteren, kennismaken, boodschap laten zien
ontdekken, zich inleven, gevoelig Confronteren met moeilijke
worden voor, begrijpen, aspecten op vlak van inzicht,
vergelijken attitudes en vaardigheden
Kinderen helpen ontdekken wat
nieuw is
Verankeren: verwerken Participeren, waarderen, Kansen scheppen, begeleiden,
bevragen, erkennen, inzien, oefenkansen creëren, losoferen
bese en, toepassen
Verankeren: verankeren Verwoorden, verbeelden, zin Zorgen voor ankerpunten
geven Helpen het nieuwe toe te passen
in nieuwe situaties
Symboolgevoeligheid
ondersteunen
Verankeren: integreren in groep Van meedoen meebeleven in Getuigen van eigen geloof en
verbondenheid met zichzelf en waarden
anderen naar integratie (samen Kansen geven tot participatie
bezinnen, bidden, vieren). Aanwezig zijn vanuit eigen
levensbeschouwing
Voorzien en begeleiden van
bezinning
3
ff fi
Communicatie
Communicatie = levensnoodzakelijk
Mensen leren door de participeren in het gedrag van vertrouwensvoile personen.
Een levensbeschouwelijke basistaal ontwikkelen
Taal om over levensbeschouwing in gesprek te gaan. Woorden of uitdrukkingen die belangrijk zijn
om iets vanuit een levensbeschouwelijk perspectief ter sprake te brengen. Zowel woorden uit het
dagelijks taalgebruik als woorden gelinkt aan levensbeschouwing.
Ontmoeting tussen 3 ervaringswerelden
Ieder heeft eigen inbreng, vertrekt vanuit persoonlijke ervaringen, opvattingen, gevoelens en
behoeften. (woord-woord-Woord -> leerkracht, leerling, God)
Voorwaarden voor de levensbeschouwelijke communicatie
Verbale en non-verbale communicatie
Verbale communicatie = dingen die gezegd worden
Non-verbale communicatie = expressie
Voordelen van expressieve werkvormen:
• Opent een grote rijkdom en verscheidenheid aan verkennings- en verdiepingsmogelijkheden
• Ervaringen waar kinderen geen woorden voor hebben
• Expressie biedt di erentiatiemogelijkheden
Geloof-waardige communicatie
Kinderen mogen zichzelf zijn, vertrouwen, respect en gelijkwaardige communicatie spelen een
belangrijke rol.
Ontmoetende leerkrachtstijl
Aspecten van een authentieke, gastvrije en ontmoetende leerkracht
• Respect voor de menselijke persoon
• Open communicatie
• Een responsieve houding
• Echtheid
1
ff
, Werkvormen
Werken met beeldmateriaal
• Illustratieve of documentaire foto’s: verduidelijken hoe iets eruitziet
• Symbolische foto’s: afbeelding prikkelt tot verder denken, zoeken naar betekenis. Interpretaties
van de werkelijkheid
Spontane levensbeschouwelijke gesprekken
Werken vanuit de ervaringen van de kinderen staat centraal
Fasen levensbeschouwelijk gesprek
• Stilstaan bij de gebeurtenis, ervaring en gevoelens
• Gebeurtenis en gevoelens verdiepen
• Stiltemoment of zintekstje aan koppelen
Filosoferen
Als we losoferen verwonderen we ons. We zijn gefascineerd, verbaasd over het raadselachtige
dat in het gewone naar boven komt.
Filosoferen met kinderen is NIET:
• Stilstaan bij loso sche tradities en stelsel
• Gericht op verwerven van kennis of concrete vaardigheden
Filosoferen met kinderen is WEL:
• Gesprekken voeren waarin kinderen erachter proberen te komen hoe de wereld in elkaar zit en
waarin ze proberen een antwoord te formuleren op vragen
• Zicht krijgen op zichzelf en de wereld
• Zoeken naar wat mogelijk en zinvol is
• Leren onderzoeken, de niëren, beschrijven, analyseren, vragen stellen
Een loso sch gesprek start met een loso sche vraag (een vraag waarop geen juist of fout
antwoord mogelijk is).
Theologiseren
Overeenkomst tussen theologiseren en losoferen: kinderen komen onderzoekend en ontdekkend
tot inzichten, verbanden en betekenissen.
Verschil tussen theologiseren en losoferen is de inhoud van het gesprek. Bij losoferen is de
inhoud minder belangrijk, het gaat vooral om dat kinderen leren nadenken en daarover in gesprek
gaan, ze leren argumenteren. Theologiseren richt zich op religieuze thema’s (bijbelverhaal,
afbeelding, levensvraag), zich een beeld vormen van god en daarrond communiceren.
Theologiseren van kinderen
Waarneming staat centraal. Geheel van persoonlijke ervaringen. Gaat over het denken van de
kinderen en de manier waarop ze dat doen.
Leerkracht is opmerkzame waarnemer.
Theologiseren met kinderen
Leerkracht en leerlingen verkennen en diepen op een dialogische wijze godsdienstige thema’s en
vragen uit.
Leerkracht is een stimulerende gesprekspartner.
Theologiseren voor kinderen
Het aanreiken van theologische informatie.
Leerkracht is een begeleidende inhoudsdeskundige.
Activerende werkvormen
Lezen in cursus p. 27-38
2
fi fi fi fi fi fi fi fi fi fi fi
, Basisschema voor leerprocessen in lessen
levensbeschouwing
3 fasen
Fasen verspreid over meerdere lessen, niet in iedere les elke fase verplicht doorlopen.
Verkennen
Kinderen krijgen de kans om elementen uit hun leef-en belevingswereld te verwoorden in het
kader van het onderwerp van de les. Ze zoeken aanknopingspunten uit leef- en belevingswereld
met de leerinhoud.
Leerkracht laat leerlingen stilstaan bij ervaringen, biedt ervaringskansen.
Verdiepen
Samen met de kinderen op zoek gaan naar de betekenis van hun ervaringen.
Verankeren
Zoeken naar algemenere beschouwingen. Leren argumenteren en vanuit verscheidenheid komen
tot nieuwe inzichten.
De leerinhoud vastzetten.
Taken voor leerlingen en leerkracht in het basisschema
Leerling Leerkracht
Verkennen Contact maken met, stilstaan bij, Kinderen stimuleren om iets te
aanvoelen, luisteren, bewust delen
worden Kinderen helpen duidelijk te
maken wat belangrijk is
Confronteren met invloeden uit
dagelijks leven
Verdiepen Nieuwe laten doordringen, Het eigenen van de christelijke
confronteren, kennismaken, boodschap laten zien
ontdekken, zich inleven, gevoelig Confronteren met moeilijke
worden voor, begrijpen, aspecten op vlak van inzicht,
vergelijken attitudes en vaardigheden
Kinderen helpen ontdekken wat
nieuw is
Verankeren: verwerken Participeren, waarderen, Kansen scheppen, begeleiden,
bevragen, erkennen, inzien, oefenkansen creëren, losoferen
bese en, toepassen
Verankeren: verankeren Verwoorden, verbeelden, zin Zorgen voor ankerpunten
geven Helpen het nieuwe toe te passen
in nieuwe situaties
Symboolgevoeligheid
ondersteunen
Verankeren: integreren in groep Van meedoen meebeleven in Getuigen van eigen geloof en
verbondenheid met zichzelf en waarden
anderen naar integratie (samen Kansen geven tot participatie
bezinnen, bidden, vieren). Aanwezig zijn vanuit eigen
levensbeschouwing
Voorzien en begeleiden van
bezinning
3
ff fi