metatekstualiteit = een tekst die handelt over een ander tekst (?)
analyse = literair ontleden
primaire tekst = teksten die we bestuderen
secundaire teksten = teksten die teksten bestuderen
lectuur (vs. literatuur) = wordt gekenmerkt door eenvoud: simpele, oppervlakkige en stereotype verhalen
paradox = schijnbare tegenstelling; er lijkt sprake te zijn ve tegenstelling maar toch is die op te lossen
realisme = stroming in de kunst die de werkelijkheid zo objectief mogelijk weer wil geven
autonoom = tekst als autonoom object: zonder rekening te houden met buitenwereld
descriptief = beschrijvend
normatief = regelgevend
evocatief = emotie uitlokken, beeldend
verhalend = narratief, episch
historisch = met/over geschiedenis
betogend = een stelling ondersteunen met argumenten
cultureel = alles wat met kunst / beschaving te maken heeft
ambiguïteit = dubbelzinnigheid, versch. interpretaties
stroming = een bepaalde groep die bepaalde ideeën deelt
context = de totale omgeving waarin een boek functioneert / de tijd en achtergrond waarbinnen een verhaal
gelezen wordt
receptie = ontvangst
recensie = beoordeling/kritische bespreking
neologisme = nieuw taalgebruik/taalnieuwigheid/ nieuw bedachte woorden
interview = een vraaggesprek tss 2 of meerdere personen
dialoog = tweespraak / samenspraak = gesprek tussen twee of meer personen
essay = tekst waarin de schrijver zijn persoonlijke visie geeft op hedendaagse verschijnselen, problemen of
ontwikkelingen
roman = grote verscheidenheid aan (proza)teksten die overwegend fictie zijn
kortverhaal = novelle = boek van beperkte omvang
non-fictie = informatieve teksten gebaseerd op werkelijkheid
fictie = niet echt gebeurd, verzonnen
genre = een bepaald type creatief product (bv. roman, gedicht, toneelstuk,…)
institutioneel = als iets te maken heeft met een of meer organisaties
ideologie = het geheel van maatschappelijke opvattingen van een individu of een groep
ideologiekritiek = wetenschap die de menselijke ideeën, hun eigenschappen, en oorsprong wil onderzoeken
analyse = literair ontleden
primaire tekst = teksten die we bestuderen
secundaire teksten = teksten die teksten bestuderen
lectuur (vs. literatuur) = wordt gekenmerkt door eenvoud: simpele, oppervlakkige en stereotype verhalen
paradox = schijnbare tegenstelling; er lijkt sprake te zijn ve tegenstelling maar toch is die op te lossen
realisme = stroming in de kunst die de werkelijkheid zo objectief mogelijk weer wil geven
autonoom = tekst als autonoom object: zonder rekening te houden met buitenwereld
descriptief = beschrijvend
normatief = regelgevend
evocatief = emotie uitlokken, beeldend
verhalend = narratief, episch
historisch = met/over geschiedenis
betogend = een stelling ondersteunen met argumenten
cultureel = alles wat met kunst / beschaving te maken heeft
ambiguïteit = dubbelzinnigheid, versch. interpretaties
stroming = een bepaalde groep die bepaalde ideeën deelt
context = de totale omgeving waarin een boek functioneert / de tijd en achtergrond waarbinnen een verhaal
gelezen wordt
receptie = ontvangst
recensie = beoordeling/kritische bespreking
neologisme = nieuw taalgebruik/taalnieuwigheid/ nieuw bedachte woorden
interview = een vraaggesprek tss 2 of meerdere personen
dialoog = tweespraak / samenspraak = gesprek tussen twee of meer personen
essay = tekst waarin de schrijver zijn persoonlijke visie geeft op hedendaagse verschijnselen, problemen of
ontwikkelingen
roman = grote verscheidenheid aan (proza)teksten die overwegend fictie zijn
kortverhaal = novelle = boek van beperkte omvang
non-fictie = informatieve teksten gebaseerd op werkelijkheid
fictie = niet echt gebeurd, verzonnen
genre = een bepaald type creatief product (bv. roman, gedicht, toneelstuk,…)
institutioneel = als iets te maken heeft met een of meer organisaties
ideologie = het geheel van maatschappelijke opvattingen van een individu of een groep
ideologiekritiek = wetenschap die de menselijke ideeën, hun eigenschappen, en oorsprong wil onderzoeken