Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Histologie "infectie en afweer" - Jo van dorpe

Rating
-
Sold
-
Pages
31
Uploaded on
22-02-2026
Written in
2025/2026

Dit is een samenvatting gebasseerd op de lessen van prof. dr. Jo van Dorpe. Hiervan is ook een boek, maar deze samenvatting is obv. alles wat de prof. tijdens de les heeft gezegd + het boek alsook extra verduidelijking van AI over moeilijke onderdelen. de afbeeldingen worden ook gebruikt in het examen en is daaro een zeer handige aankoop. Punten Infectie en afweer: 18/20 Veel succes en kijk zeker en vast naar mijn account voor gelijkaardige samenvattingen

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Histologie van de lymfoïde organen
Lymfocyten spelen een belangrijke rol in ons immuunsysteem. Ze zitten in ons bloed,
lymfevaten en in ons weefsel. De lymfocyten worden gemaakt in de primaire lymfoïde
organen (beenmerg en thymus) en verhuizen nadien naar de secundaire lymfoïde
organen en worden hier geactiveerd door het antigeen. Door de activatie
vermenigvuldigen de lymfocyten zich en versterken zo de immuunrespons.

In alle organen kunnen we lymfocyten krijgen (individueel of onder de vorm van
aggregaten). Soms worden de lymfocyten gevormd tot lymfefollikes.

In normale omstandigheden zitten er in het centraal zenuwstelsel geen lymfocyten.
Enkel in pathologische omstandigheden zitten deze er wel.


Hoofdstuk 1: Beenmerg
1.1. Inleiding
In het beenmerg maken we bloedcellen (RBC hebben een levensduur van 120 dagen en
moeten dus continue vervangen worden).
Het beenmerg zit in onze botten (cortex en medulla). Tussen de bottrabekels van het
merg zit ons actieve hematopoietische beenmerg wat zeer actief is (= actief beenmerg).
Hierdoor kunnen we dus ons beenmerg dus verdelen in actief en inactief beenmerg.

Rood beenmerg = actief beenmerg:

• Actief aanmaken van bloedcellen (= hematopoiesis).
• Het actief beenmerg zit voornamelijk in het axiale skelet bij volwassenen (=
schedelbeenderen, wervelkolom, ribben en de femora).

Geel beenmerg = inactief beenmerg:

• Is voornamelijk opgebouwd uit vetcellen. En heeft weinig tot geen
ondersteunende functie bij de hematopoiesis.
• In pathologische omstandigheden kan het gele beenmerg worden omgezet tot
het rode/actieve beenmerg (bv. bij groot bloedverlies, hypoxie of ernstige
bloedarmoede)

Bij een kind is al het beenmerg actief (enkel rood beenmerg). Bij volwassenen is niet
alles actief en vervet het beenmerg progressief. Het actief beenmerg bij de volwassenen
zit in het axiaal skelet.




1

,1.2. Hematopoietische stamcellen
Het ontstaan van de hematopoietische stamcellen gebeurt bij de pluripotente
hematopoietische stamcellen. Deze cellen zijn het begin van onze bloedcelvorming en
zitten in het beenmerg. De functie van deze cellen is het blijven vernieuwen van de
pluripotente hematopoietische stamcellen en het differentiëren in multipotente
stamcellen.

Multipotente stamcellen (committed stem cells) zijn cellen die gemaakt zijn om in een
bepaalde vaste richting te differentiëren. Zo kunnen we ze onderscheiden in 2 soorten
voorlopercellen:

• Lymfoïde voorlopercellen: hieruit worden de T- en B-lymfocyten uit gemaakt.
• Myeloïde voorlopercellen: hieruit worden de rode- en witte bloedcellen (witte
bloedcellen = granulocyten), monocyten en bloedplaatjes gevormd. Uit de
myeloïde voorlopercellen worden ook de dendritische cellen (= gespecialiseerd
in het presenteren van antigeen aan B- of T-lymfocyten) en de mastcellen
gevormd.

De hematopoiesis gebeurt op een gesynchroniseerde manier. Hierdoor blijf het aantal
rode bloedcellen strikt gecontroleerd. Zo wordt deze gereguleerd door cel-cel interactie,
cytokines en/of groeifactoren. Deze spelen dus een belangrijke rol binnen de
hematopoiesis.

Sommige cytokines kunnen synthetisch gemaakt worden zoals: ‘Filgrastim’ (neupogen).
Dit is een G-CSF (granulocyt colony stimulating factor) en wordt gegeven aan pte met te
weinig granulocyten.




2

,1.3. Histologie
1.3.1. Stroma
Het stroma bestaan uit 3 dingens:

1) Reticulumcellen: Dit zijn gemodificeerde fibroblasten en maken zowel
groeifactoren aan (hematopoietische rol) alsook extracellulaire
matrixcomponenten (→ macromolecules tussen de cellen = reticulinevezels)
2) Reticulinevezels (collageen III) + extracellulaire matrixcomponent: Dit vormt
samen een netwerk met in de mazen van dat netwerk zitten de hematopoietische
cellen + de macrofagen. De reticulinevezels vormen het steunweefsel van het
beenmerg
3) Vetcellen: deze komen enkel voor als het beenmerg aan het verouderen zijn
(inactief beenmerg)




1.3.2. Vasculaire sinusoïden
De sinusoïden zijn gedilateerde capillairen en worden afgelijnd door een discontinu
endotheel en een discontinu basaal membraan. Dit omdat ze moeten toelaten dat de
gevormde cellen in de bloedbaan terecht kunnen komen.

S = sinusoïden
V = vetcellen

De zwarte/paarse strepen zijn
de reticulinevezels.




3

,1.3.3. Hematopoietische cellen
1.3.3.1. Maturatie van de rode bloedcellen (= erythropoiesis)
Pro-erythroblast:
➢ In de kern zit een fijn chromatine patroon: euchromatine (<>
heterochromatine). Dit betekent dat het DNA los in de kern zit. Dat
is nodig omdat blasten snel delende precursor cellen. Omdat ze
snel delen moeten ze dus veel transcriptie ondergaan en het dus
handig is dat het DNA zo los mogelijk in de kern zit.
Basofiele erythroblast:
➢ In het cytoplasma zit er veel RNA en polyribosomen (zuur). Kleurt
daarom blauw bij een basofiele kleuring.
➢ Het moet hemoglobine (Hb) vormen waarbij het dus veel mRNA en
polyribosomen (synthetiseert globineketens) nodig hebben.
Polychromatofiele erythroblast:
➢ Bevat veel RNA en begint Hb te maken; vandaar dat het cytoplasma
er grijs uit ziet.
Orthochromatofiele erythroblast:
➢ Bevat veel Hb (kleurt via een H/E-kleuring)
Reticulocyt:
➢ Kan je niet zien via een Giemsa-kleuring (zoals hier getekend) maar
wel via een Briljant cresyl blauw kleuring. Het bevat nog een beetje
RNA.
➢ 1% van de RBC zijn reticulocyten. Bij een (interne) bloeding stijgt
het % reticulocyten.
Erythrocyt = rode bloedcel.




Cellen worden vanaf de pro-erythroblast progressief kleiner + de celkernen worden
progressief denser (picnotische kern) en worden uiteindelijk uitgeworpen. Dit gebeurt
enkel bij de zoogdieren. Vogels en vissen hebben dus wel nog een kern in hun RBC.

De cel krijgt dus ook steeds minder en minder organellen. Uiteindelijk blijft er enkel een
zakje met hemoglobine over.

De groeifactor voor de erythropoiesis = erythropoietine. Dit wordt geproduceerd in de
nieren. Als er een patiënt een nierinsufficiëntie heeft, heeft deze ook vaak een anemie.




4

,1.3.3.2. Maturatie van de granulocyten (=granulopoiesis).
Myeloblast:
➢ Is een cel met fijn chromatinepatroon (los DNA) en
bevat 1 tot 3 nucleoli alsook een licht basofiel
cytoplasma.
Promyelocyt:
➢ Is de grootste cel van de granulopoiesis. Hierna
worden de cellen kleiner en worden de chromatine
compacter (meer heterochromatine).
➢ De azurofiele granulen = lysosomen → belangrijk
EW = myeloperoxidase: vormen reactieve O2
radicalen die bacteriën kunnen doden.
Na de promyelocyt wordt het gematureerd naar:
➢ Basofiele myelocyt → basofiele granulocyt
➢ Neutrofiele myelocyt → neutrofiele granulocyt
(bevat weinig opvallende granules)
➢ Eosinofiele myelocyt → eosinofiele granulocyt
Welke soort myelocyt het wordt is afhankelijk van de
granules. Het aantal specifieke granules stijgt naarmate de
maturiteit.
De basofiele en de eosinofiele granulocyten bevatten een
bilobaire kern (2 lobben) terwijl de neutrofiele granulocyt 3
tot 5 lobben bevat.

Het aantal neutrofiele > aantal basofiele en eosinofiele
granulocyten.


Er zijn 4 functionele compartimenten voor neutrofiele granulocyten:

1. Granulopoietische compartiment: vorming van neutrofiele granulocyten. De
vorming van myeloblast tot neutrofiele granulocyt duurt ongeveer 10 tot 14
dagen.
2. Stapeling van mature cellen in het beenmerg = het blijven van de neutrofiele
granulocyten in het beenmerg.
3. Circulerend populatie = het aantal dat in het bloed terecht komt.
4. Marginerende populatie = het aantal dat via zwakke bindingen aan de kleine
venen of venules hangt.

Het aantal marginerende = het aantal circulerende; De marginerende neutrofiele
granulocyten kunnen omgezet worden tot circulerende granulocyten door actief
bewegen/sporten. Hierdoor stijgt de bloedsomloop waardoor het aantal circulerende
neutrofiele granulocyten > het aantal marginerende granulocyten.

Bij bacteriële infectie is er een versnelling van de granulopoiesis alsook een versnelling
van granulocyten in het bloed (ook dus immature vormen van de granulocyten). Naast

5

, de granulocyten worden er ook meer staven, metamyolocyten en myelocyten in het
bloed getransporteerd bij stevige infectie.
Als er in het bloed dus immature vormen zitten (linksverschuiving) wijst dit op een
bacteriële infectie.

G-CSF en G-MF zijn groeifactoren voor de granulocyten. Worden beide aangemaakt in
ons lichaam. Enkel de G-CSF wordt frequenter gebruikt al synthetische groeifactor die
kan gegeven worden aan een tekort aan granulocyten.

1.3.3.3. Maturatie van de monocyten
Monoblast:
➢ Lijkt op een myeloblast; het heeft een fijn
chromatine (los DNA) en 1 tot 3 nucleoli.
Promonocyt:
➢ Bevat een delicate plooi alsook azurofiele
granulen.
➢ De azurofiele granulen zijn niet dezelfde als die
van de promyelocyt. Het zijn ook wel lysosomen.
Deze cel heeft veel lysosomen omdat het in de
latere fase fagocyterende cellen worden.
Monocyt:
➢ Bevat azurofiele granulen.
➢ Makkelijk te herkennen op perifeer bloed
(boonvormige kern → groter dan lymfocyt).
➢ Bevat vacuolen = gefagocyteerd materiaal.
➢ Eens rijp, verlaten ze direct het beenmerg en gaan
ze in het bloed (uren/dagen circuleren). De
monocyten differentiëren tot macrofagen in het
weefsel waar ze maanden kunnen blijven.



1.3.3.4. Maturatie van de lymfocyten
De lymfoïde voorlopercellen verplaatsen zich naar de thymus of blijven in het beenmerg.
Hierdoor differentiëren ze in twee verschillende soorten lymfocyten:

• Thymus = T-lymfoblast (hierin gebeurt de T-cel receptor genherschikking) →
maturatie van de T-lymfocyten (komen in het bloed terecht) → naar de
secundaire lymfoïde organen.
• Beenmerg = B-lymfoblasten (B-cel receptor genherschikking gebeurt in het
beenmerg) → B-lymfocyten (Bijna matuur; deze cellen komen in het bloed
terecht en zijn IgM+ (= B-cel-receptor) naïve (nog geen antigen gezien) B-
lymfocyten. Deze passeren door de lymfefollikels om matuur te worden (mature
IgM en IgD producerende naïve B-lymfocyten)). In het secundaire lymfoïde orgaan
worden ze blootgesteld aan het antigeen en zijn ze niet meer naïf.

6

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
February 22, 2026
Number of pages
31
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$4.69
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
Medsummaries05

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Medsummaries05 Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
7
Member since
1 year
Number of followers
1
Documents
21
Last sold
2 weeks ago
MedSummaries05

Hier verkoop ik samenvattingen over de theorie die we zien in Geneeskunde Ugent. Ik ben zelf de persoon die eerst iets moet begrijpen vooraleer ik iets kan studeren. Op deze manier maak ik dan ook mijn samenvattingen: ik vraag extra uitleg aan AI waardoor ik de theorie begrijpbaar kan neertypen of ik ziek online op naar extra afbeeldingen om het visueel duidelijk te maken. Je mag me ook altijd sturen voor een goedkopere prijs of als je feedback/nieuwe ideeën heb over de manier van samenvatten.

Read more Read less
0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions