1
, Doelstellingen
• Begrijpen hoe de liggingen van de 3 kiemlagen
wijzigen ten gevolge van de embryonale
krommingen
• Kennis hebben van embryonale begrippen die
ook bij de patiënt gebruikt worden
• De ontwikkeling van de derivaten van de
primitieve darm in detail kennen en de hieraan
gerelateerde ontwikkelingsstoornissen begrijpen
• De vorming van de milt uit het mesoderm en de
uiteindelijk positie van dit orgaan t.o.v.
omgevende weefsels kennen
2
, From Larsen 2009
Embryo = platte schijf uit 3 lagen (ecto (blauw), meso (rood) en endoderm (geel))
Groeit sterk met amnionzak (volume neemt toe), dooierzak neemt minder toe.
Embryo evolueert naar een cilinder: kromingen optreden; vnl ventrale zijde lichaam.
Dorsaal gebied (neurale base, somieten, wervelzuil: blijven ter plekke) krommingen =
ventrale zijde vorming
- craniaal-caudale kromming
- ventrale-dorsale kromming (finaal voorzijde lichaam gesloten.), buik is niet toe thv de
navel. Doet zich hier dus niet voor deze kromming = connectie dooierzak (connectie is
afgelijnd door endoderm = ductus vitellinis)
Mesoderm gaat lateraal splitsen (lat. Plaatsmesoderm) stuk tegen endoderm, en stuk
tegen ecotderm (blauw)
- Splanchiaal mesoderm (arteriën, …)
- Somatisch mesoderm (spierbekleding buikwand)
Tussen twee lagen = coelom holte
Mesoderm craniaal komt caudaal liggen: septum transversum (wordt diafragma),
pleuroholte afscheiden van buikholten
3
,Focus = prim darm. Endoderm (cirkel op axiale snede), fuseert en vormt de binneste
cilinder van de prim embryo. Niveau navel = endodermale aflijning verbonden met de
dooierzak; daaroond = rode laag: splanchoische mesepderm= vormt spierweefsel van de
prim darm (laminae probria), daarom krijgen we een holte; een virtuale ruimte:
peritoniale holte (netzoals pleuraholte) uitwendig afgelijnd door somatische mesoderm
(rood) vormt spierwand van de buik (ligt aaneen), blauwe lijn = ectoderm
3
,4
, CLOACALE
MEMBRAAN
ductus vitellinus dooierzak
voordarm
middendarm
einddarm
4de week: 2 krommingen:
cranio-caudaal + latero-lateraal endoderm wordt cilinder
4de week = prim darm: gele éflijning omgeven door mesoderm. Loopt van craniaal tot
caudaal en dat wordt craniaal afgelijnd door membrana buccopharyngeala. Nog cranialer
mondholte (stomodeum).
Prim darm wordt caudaal daar afgelijn door membrana cloacale
Bestaat uit 3 DELEN:
- VOORDARM (begint membr. Bucco tot…)
- MIDDENDARM (via ductus vitellinus verboden met de dooierzak aan de voorzijde: de
navel)
- EINDDARM (eindigt bij membr. Cloacalis)
2 krommingen:
- cranio-caudaal
- Latero-lateraal
Zorgt dat endoderm cilinder wordt; maar ook mesoderm. (peritoniale holte) en finaal
het ectoderm = ontstaan van 2 holtes
5
, grens tussen craniale en
caudale voordarm
oesophagus
( trachea en
longknoppen)
= VOORDARM
= MIDDENDARM
= EINDDARM
Vanaf distale 1/3 colon transversum
!!! onder
navel tem. papil
verdwijnt van Vater
ventrale
meso einde
4de week
Voordarm = craniaal gedeelte: farynx met farynxbogen. Overgang naar caudaal gebied
(grens tussen craniale en caudale voordarm) ontstaan van oasophagus (slokdarm) maar
ook aanleg van de long en tracheae.
Caudaal in de voordarm = maag en aanlag van de lever, de galblaas en een stukje van de
12 vingerige darm (duodenum)
Lever en galblaas zijn endodermale uitgroei van de voordarm. Endoderm profileert en
groeit in het meso (septum transversum: helpt mee diafragma op te buiten en ook
gebied aan de voordarm en voorste buikwand; ventral mesentery)
Ook stukje van de pancreas of alvleesklier.
Ook verbidning met achterste lichaamwand; begint craniaal: op nievea slokdarm tot
distaal: Dorsaal meso (= toegangswegen waarlangs bloedvaten, lymfe naar de prim darm
gaan)
Middendarm: gat langs duxtus vetillines verbonden met de dooierzak; ontstaan van
darmstructuren.
Eindigt op distale 2/3 van het column transversum (dikke darm)
Distale 1/3 van de colum transversum is van einddarm.
Overgang voordarm tot middendarm = thv de papil van vater. De plaats waar de gal
(lever) en pancreassap (pancreas) in het duodenum eindigen. Duodenum proximaal van
6
,de papil van vater = voordarm, duodenum voorbij de papil van vater = middendarm.
Doorbloeding duodenum gebeurt door 2 slagader: voordarm eigen slagader (truncus
soeliacus; bevloeit dus prox deel van de duodenum) en middendarm heeft ook eigen
slagader (a. mesenterica sup.) bevloeit veel dunne darm en ook stuk duodenum
bevloeien.
Achterdam heeft de a. mesenterica inf.
6
, Peritoneum (schematisch voorgesteld)
MESO
Dwarse doorsnede
X X
door abdomen: Buikwand
dorsaal
ventraal Orgaan
Pariëtaal peritoneum: Visceraal peritoneum:
op de binnenzijde rond het orgaan
van de buikwand
peritoneale holte
Peritoneum = buikvlies; is een vlies (meest complex; 2 mˆ2) en is mesodermaal van
origine.
Lijnt alle organen af in de buikholte.
Foto = axiale snede. Mesoderm omgeeft de darm. Het orgaan is verbonden met een
steel (meso) met de dorsale zijde van het embryo, kan ook met de voorzijde
Peritoneum loopt over het orgaan; langs orgaan en meso = visceraal peritoneum. Loopt
verder aan de binnenkant van de buikwand = pariëtaal peritoneum; loopt voer in het
visceraal
Ruimte er tussen = peritoneale holte (virtuele ruimte)
Apendix verwijderen = ruimte hebben; naald door buikwand en peritoneum tot in
vacuum ruimte (minder weerstand) en dan C02 in blazen) hiermee virtuele ruimte
opvullen met CO2 waardoor buikwand naar voor gaan en zo een peritoneale holte
creeren. Werkveld creeren.
Meso = 2 lagen, hiertussen lopen bloedvten , zenuwen en lyfe naar de organen
7
, • Meso = steel
= dubbelblad peritoneum
Orgaan vastgehecht aan dorsale/ventrale buikwand
elk orgaan heeft een meso
vb. mesenterium
= meso-enteron
= het meso van het enteron (= dunne darm)
• Omentum = meso tussen 2 organen
– Omentum minus: tussen lever en maag (2 lagen
peritoneum die samenplakken)
– Omentum maius: tussen maag en colon (dikke darm)
(eigenlijk 4 bladen van peritoneum die samenkomen)
= grote schort of vetschort (tussen de lagen zit vooral
vetweefsel)
Meso = steel, dubbelbald peritoneum en verbindt orgaan met de voorzijde ofachterste
buikwand. Elk orgaan heeft meso.
Mesenterium = meso van het enteron (dunne darm)
Omentum = meso tussen de 2 organen
- Omentum minus: lever en maag; 2 lagen peritoneum die samenplakken (bij
volwassen veel vet tussen)
- Omentum majus: tussen maag en colon transcersum (dikke darm). Bevat 4 bladen
peritoneum met bij volwassen ook veel vet tussen
8