Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 66 pages
Exam (elaborations)

Gw. Recht examenvragen

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 66 pages

Grondwettelijk recht examenvragen

Content preview

BELANGRIJKSTE EXAMENVRAGEN GRONDWETTELIJK RECHT

1. Wie bepaalt de hiërarchie der rechtsnormen?
Er is een hiërarchische verhouding tussen de verschillende normen die van verschillende de
overheidsorganen afkomstig zijn → Normen die lager staan op de hiërarchische ladder (met
minder juridische waarde) moeten de hogere normen respecteren.

Door wie wordt de hiërarchie van de rechtsnormen vastgesteld?
- Een regelgever die zich hoog op de hiërarchische ladder bevindt kan de hiërarchie van
de rechtsnormen vaststellen → In het interne recht is de Grondwet de hoogste
rechtsnorm. Dat blijkt bijvoorbeeld uit artikel 33 GW dat stelt dat alle machten worden
uitgeoefend op de wijze bij de Grondwet bepaald
- Het hiërarchisch onderscheid tussen verschillende normen is deels ook het werk geweest
van de rechtspraak. Zo bepaalde het Hof van Cassatie in het Smeerkaasarrest dat
wanneer er een conflict bestaat tussen een nationale norm en een
internationaalrechtelijke norm (verdrag) die rechtstreekse gevolgen heeft in de interne
rechtsorde, dat de internationaalrechtelijke norm voorrang heeft


2. Leg uit: directe werking en haar subjectieve en objectieve criteria
De leer van het monisme impliceert niet dat alle internationale normen dezelfde rechtskracht
hebben in de interne orde → Sommige normen zijn ‘self-executing’ en hebben rechtstreekse
werking en anderen niet.

Directe werking = self-executing = rechten en verplichtingen in een direct werkende
verdragsbepaling kunnen onmiddellijk, zonder verdere tussenkomst van gezagsorganen van
de ondertekenende verdragspartijen worden afgedwongen

De rechten en plichten worden opgelegd aan de burgers van de verdragspartij en ze kunnen
voor de interne rechtscolleges worden afgedwongen (bv. het EVRM of het BUPO-verdrag
hebben rechtstreekse werking)

Niet-directe werking = niet self-executing = bij verdragen zonder directe werking vloeien er
enkel rechten en plichten uit voort voor de betrokken overheidsorganen (niet voor de
rechtsonderhorigen).

Subjectieve en objectieve criteria
De rechter oordeelt of verdragsbepalingen al dan niet directe werking hebben. Als het niet
onmiddellijk duidelijk is of het om direct werkende bepalingen gaat, laat de rechter zich
leiden door subjectieve en objectieve beoordelingscriteria om uit te maken of er al dan niet
directe werking is.

Subjectieve criteria: er wordt gezocht naar de bedoeling van verdragspartijen om al dan niet
rechtsgevolgen tot stand te brengen in de onderscheiden interne rechtsorden → Kijken naar
het administratieve totstandkomingsproces

Objectieve criteria (4) - cumulatief:
- Het verdrag moet ook rechten en plichten voorzien voor de burgers (en niet enkel de voor
de verdragsluitende staat)
- Het verdrag moet duidelijk, precies en onvoorwaardelijk zijn. Er hoeft geen aanvulling of
aanpassing meer te gebeuren door de interne overheid.
- Het verdrag moet conform de Grondewet tot stand zijn gekomen en goedgekeurd.
- De verdragsbepaling moet op regelmatige wijze zijn bekendgemaakt (verdrag +
instemmingswet/goedkeuringswet in BS) → Geen bekendmaking? Dan is het verdrag niet
tegenwerpbaar aan de burgers (burgers kunnen het wel tegenwerpen aan de overheid)

1

,De vier objectieve criteria moeten samen vervuld zijn om directe werking van een
verdragsbepaling te hebben (sommige rechters gebruiken enkel deze omdat ze duidelijker
zijn).


3. Leg uit: “In foro interno, in foro externo”. Bij welke staatshervorming was dit?
Met deze bepaling wordt verwezen naar de autonome materiële verdragsbevoegdheid van
de gemeenschappen en de gewesten → Ingevoerd in 1993 door de 4de staatshervorming
(Sint Michiels akkoorden)

In foro interno in foro externo = de bevoegdheid om een verdrag te sluiten (verdragsbevoegdheid)
volgt de internrechtelijke bevoegdheidsverdeling → Niet enkel op federaal niveau kan men
verdragen sluiten, maar ook op deelstatelijk niveau kan men verdragen sluiten.

De overheid die binnen België bevoegd is om een bepaalde materie te regelen, is dus ook
bevoegd om op Europees en internationaal niveau over die materie verdragen te sluiten (art.
167, §3 GW)

De gemeenschappen en gewesten zijn zelf bevoegd om verdragen te sluiten (bv. met andere
staten), maar enkel voor de aangelegenheden die tot hun materiële bevoegdheid horen

Opmerking: regionale ministers kunnen tijdens de vergaderingen van de Raad van Europa
het woord nemen en deelnemen aan de stemming (niet namens een deelstaat, maar
namens België, de Lidstaat. De regionale ministers worden geacht de Belgische consensus
te verdedigen. Over het standpunt dat de regionale minister inneemt op de Raad van
ministers en zijn uitgebrachte stem, wordt voordien op Belgisch niveau tussen het federale,
gewestelijke en gemeenschapsniveau gezamenlijk overlegd. Indien men niet tot consensus
komt, wordt er geen Belgische positie ingenomen.


4. Leg uit: federale subsitutiebevoegdheid/substitutierecht
Bij de niet-uitvoering van een internationaal verdrag, blijft de federale staat verantwoordelijk
voor niet-naleving van internationale verplichtingen en kan ze daarvoor veroordeeld worden,
ook al gaat het om een verplichting die tot de exclusieve bevoegdheid van een deelstaat
behoort → Om hieraan tegemoet te komen is er het federaal substitutierecht.

Het federaal substitutierecht = het recht waar de federale staat over beschikt om tijdelijk, en
na de ingebrekestelling van die deelstaat, maatregelen te nemen die ervoor moeten zorgen
dat de internationale verplichting nageleefd of uitgevoerd wordt. De kosten die gemaakt
werden door de federale staat kunnen vervolgens verhaald worden op die deelstaat.

 Indeplaatsstelling van de federale overheid bij verdragen van de deelstaten

Federaal substitutierecht (“vervangen door een ander”) = het recht waarover de federale
staat beschikt om – wanneer hij door een internationaal of supranationaal rechtscollege is
veroordeeld wegens niet naleving of niet-uitvoering van een internationale verplichting door
een gemeenschap of een gewest – tijdelijk, en na ingebrekestelling van die gemeenschap of
dat gewest, op te treden voor de naleving of de uitvoering van de betrokken internationale of
supranationale verplichting




2

,5. Beschrijf de procedure van de Grondwetsherziening in België
 Wie kan de Grondwet wijzigen en op welke manier?
De Belgische Grondwet is een rigide Grondwet. De wijziging ervan is dus onderworpen aan
strenge procedureregels (art. 195, 198 GW)

Wie? De Grondwetsherziening gebeurt door de wetgevende macht, maar er zijn strengere
procedurele voorschriften dan voor het tot stand komen van gewone wetten
(aanwezigheidsquorum en vereiste meerderheid van stemmen)

 De Grondwetsherziening verloopt in “5 fasen”

Eerste fase: het optreden van de preconstituante
De preconstituante wordt gevormd door de wetgevende kamers (KVV en Senaat) en de
Koning. Eén of meer parlementsleden of de koning kan het initiatief nemen om een
verklaring tot herziening van de Grondwet neer te leggen

Na neerlegging van het initiatief stellen zij elk een verklaring op waarin de artikelen van de
Grondwet worden opgesomd die voor herziening in aanmerking komen. Elke tak van de
wetgevende macht stelt een afzonderlijke verklaring op.

Vervolgens kijkt men welke artikels in alle verklaringen voorkomen. De eigenlijke verklaring
tot herziening van de Grondwet bevat dan de bepalingen/artikels die in de 3 verschillende
verklaringen voorkomen → Deze eensluidende artikelen komen in de “echte” verklaring

In elke kamer wordt over de herziening van elk artikel gestemd bij gewone meerderheid
(50% + 1 van de leden moet aanwezig zijn en 50% +1 van de uitgebrachte stemmen is “ja”)
→ Enkel de artikelen die identiek voorkomen in van elk van de 3 verklaringen kunnen worden
herzien.

Tweede fase: de vorming van de constituante
De eensluidende verklaringen van preconstituante moeten worden bekendgemaakt in het
Belgisch Staatsblad. Daarna worden beide kamers van rechtswege ontbonden en worden er
verkiezingen gehouden.

Als de Senaat en de Kamer opnieuw verkozen zijn vormen zij de constituante. Ze worden
binnen de drie maanden bijeengeroepen (art. 46 GW)

Doel van de automatische ontbinding: de automatische ontbinding geeft meer inspraak aan
de kiezer in de procedure van de grondwetsherziening en wordt gebruikt om te vermijden dat
parlementsleden lichtzinnig over de herzieningsprocedure zouden heen gaan, want het kan
hen hun mandaat kosten

 De constituante = de wetgevende macht die bevoegd is om grondwetsbepalingen te herzien

Derde fase: de effectieve wijziging van de Grondwet – het eigenlijk optreden van de
constituante
De Constituante kan geen artikelen herzien die niet door Preconstituante in de eensluidende
verklaring werden gezet. Verder is de constituante niet gebonden door de visie van de
Preconstituante en zijn ze niet verplicht om de voor herziening vatbare artikelen effectief te
wijzigen.

De constituante mag het voorwerp van bestaande bepaling niet wijzigen. Als een artikel voor
opheffing vatbaar is gemaakt dan mag men het artikel enkel opheffen, niet wijzigen.



3

, Als de Preconstituante voorstelde om nieuwe artikelen op te nemen in de Grondwet is de
constituante wel gebonden door de inhoudelijke aanwijzingen van de Preconstituante.

De constituante is slechts bevoegd voor de termijn waarvoor ze is gekozen. Nieuw verkozen
kamers kunnen herziening voortzetten mits nieuwe verklaring → In de praktijk kunnen
bepalingen tijdens de legislatuur geen 2de keer worden herzien, tenzij herziening betrekking
heeft op een ander onderdeel van het GW-artikel.

Vierde fase: de bekrachtiging door de Koning en de bekendmaking
De door de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat aangenomen
grondwetswijzigingen (2/3de meerderheid) worden door de Koning bekrachtigd. De
gewijzigde artikels verschijnen elk afzonderlijk in het BS.

Vijfde fase: de inwerkingtreding
In tegenstelling tot de gewone wetten (10 dagen) geldt de wijziging van de Grondwet vanaf
de dag van haar verschijning in het BS (tenzij anders bepaald).


6. Leg uit: de coördinatie van de Grondwet
 Bevoegd? Procedure?
Sinds 1831 zijn er 7 grote herzieningen geweest van Belgische Grondwet. Door die
verschillende herzieningen was de Grondwet erg onoverzichtelijk geworden.

Voorbeelden:
- Bepalingen stonden op een onlogische plaats
- Te lange artikelen
- Complexe nummering (Latijns)
- De groepering van artikelen in titels, hoofdstukken en afdelingen vertoonde weinig
samenhang
- De terminologie van artikelen was niet samenlopend
- Gebrek aan overeenstemming tussen de Nederlandse, Franse en Duitse tekst van de
Grondwet

De Grondwetgevende Kamers (in overeenstemming met de koning) hebben gebruik gemaakt
van de machtiging verleend door artikel 198 GW en een coördinatie van de Grondwet
doorgevoerd, met als doel een meer logisch gestructureerde en beter verstaanbare Grondwet.

De coördinatie betrof enkel de vorm en niet de inhoud van de Grondwet → Artikel 198 GW
beoogt immers enkel technische wijzigingen die niet mogen leiden tot een inhoudelijke
herziening van de Grondwet

Artikel 198 GW is een permanente bepaling, zodat er in de toekomst nog gebruik van kan
worden gemaakt.

De coördinatie kan betrekking hebben op grondwetsbepalingen die niet voor herziening
vatbaar zijn verklaard en art. 198 GW kan worden toegepast door Kamers die
grondwetgevend zijn

Dezelfde quorum- en meerderheidsvereisten als voor een herziening van de Grondwet: 2/3e
van de leden van elke kamer moet aanwezig zijn en 2/3e van de aanwezigen moeten “voor”
stemmen

De toepassing art. 198 GW betekent geen verdwijning van de bevoegdheid van de
constituante (bv. een GW-artikel dat door de coördinatie een ander nummer krijgt kan nog
steeds worden herzien)

4

Document information

Study
Uploaded on
February 21, 2026
Number of pages
66
Written in
2025/2026
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers
$9.22

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
10
Followers
0
Items
16
Last sold
1 day ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions