TRAUMATOLOGIE
LES 1 - BASISBEGRIPPEN
Zie introductie in ppt
Traumatologie (vh Griekse woord ‘trauma’, dat letsel of wond betekent) is de studie van wonden en
verwondingen, veroorzaakt door ongevallen of geweld, en de diagnose en (chirurgische) behandeling
hiervan.
Trauma is een ziekte
• Meerdere letsels mogen niet allemaal apart langs elkaar gezien w
• Heeft invloed op immuunsysteem
• Belangrijkste doodsoorzaak bij jonge mensen
Complex trauma vereist specialisatie
= traumachirurg à Belangrijk dat specialist nodig is om P in zijn geheel te behandelen
BASISBEGRIPPEN:
Laag – energetisch trauma ↔ hoog energetisch trauma
WONDHELING
INLEIDING
Een wonde = verstoring vd continuïteit v weefsel, door externe factoren veroorzaakt, waarbij al of niet
weefsel verloren is gegaan.
Onder externe factoren verstaan we onder andere stomp of scherp geweld, chemisch, thermisch,
elektrisch, toxisch, radiatieagens
Een wonde kan primair genezen, bv chirurgisch gesloten wonde
à Scherpe wondranden die perfect terug aan elkaar
groeien
secundair genezen wonde= wond w opengelaten en door contractie
en reëpithelialisatie uit zichzelf geneest.
FASES VD WONDHELING
- Hemostasefase
- Inflammatiefase
- Proliferatiefase
- Remodelleringsfase
,Zorgen ervoor dat huid terug kan genezen
VERTRAAGDE WONDHELING
Factoren die de wondheling kunnen beïnvloeden:
- Oorzaak. De maat v energie die de beschadiging geeft
- Contaminatie. De mate v contaminatie bepaalt het infectierisico
(Hoe vuiler de wonde, hoe meer kans op infectie)
- Tijd. In vrijwel alle wonden zijn er de eerste uren bacteriën aanwezig, maar het aantal is
onvoldoende om de heling negatief te beïnvloeden. à Na bepaalde tijd neemt dit aantal zo toe
dat het risico op infectie groot wordt.
- Biologische (individu-gebonden) factoren
Lokale negatieve factoren:
infectie
ischemie (= zuurstoftekort)
tumoren
Systemische negatieve factoren:
malnutritie
roken
ouderdom
vitamine A- of C-deficiëntie
diabetes
geelzucht
nierfalen
corticosteroïden
FRACTUURHELING
Een fractuur = verstoring vd normale samenhang (continuïteit) vh botweefsel, als gevolg ve direct of
indirect inwerkend trauma, dat meestal gepaard gaat met letsel van de weke delen.
• De weke delen zijn heel belangrijk voor een optimale fractuur heling.
• (Het is nooit alleen een gebroken bot maar ook altijd weke delen schade)
INLEIDING
Verschillende ontstaansmechanisme van een fractuur:
- Traumatisch (traumatische fractuur)
Direct: direct inwerkende krachten (bv: duwen, trekken, slaan)
Indirect: indirect inwerkende krachten (bv: zwaartekracht, magneetkracht, elektrische
kracht)
Eigen spierkracht
- Pathologisch (pathologische fractuur)
als er bv een uitzaaiing is ve tumor naar een bot en dat daardoor de belastbaarheid vh
bot minder groot w, en bot minder stevig w (à onder normale belasting kan dan fractuur
ontstaan)
- Stress (stressfractuur)
ontstaan wanneer de belasting niet is aangepast aan de belastbaarheid (iemand die bv
ongetraind een marathon gaat lopen) à zijn microfracturen in het bot
Bot = enige weefsel dat in staat is zonder litteken te genezen, dankzij het vermogen tot
remodellering.
Voorwaarden hiervoor zijn:
voldoende vascularisatie vd botfragmenten met aanwezigheid v cellen die nieuw
botweefsel kunnen vormen
mechanische rust (stabiliteit) op de plaats vh fractuurgebied
Contact tss de fractuurdelen is dus geen absolute voorwaarde.
• Bot = levend weefsel dat zich continu omvormt, om zich optimaal aan belasting aan te passen
(wet van Wolf !!!)
, • Leverweefsel: ander weefsel dat ook in staat is om zonder litteken te genezen
• Wet v wolf: bv iemand die veel sport zal ook sterker bot ontwikkelen en iemand die amper
beweegt gaat veel zwakker bot hebben en sneller iets breken
BIOLOGIE
Afhankelijk vd toegepaste fractuurbehandeling en de daarmee samenhangende stabiliteit en
bloedvoorziening vd uiteinden vd fractuurdelen worden twee vormen van fractuurgenezing
onderscheiden:
• directe of primaire fractuurheling
• indirecte of secundaire fractuurheling
Belangrijk concept!! à komt sowieso op examen
DIRECTE FRACTUURHELING
1. 2 fragmenten worden perfect anatomisch gereduceerd
• Geen ‘gap’ tss de fragmenten.
• Door compressie worden de 2 fragmenten zo stevig op elkaar ‘geperst’ à geen enkele
beweging treedt op tss beide (absolute stabiliteit).
• Traag en langdurig proces.
• Er zal geen callus worden gevormd + bot behoudt oorspronkelijke anatomische vorm
INDIRECTE FRACTUURHELING
= de natuurlijke reactie van het lichaam op het breken van bot.
• beperkte gap tussen de fractuurfragmenten.
• Helingsproces verloopt op gelijkaardige wijze als wondheling, namelijk in fasen die elkaar
gedeeltelijk overlappen.
wel callusvorming
Tijdens indirecte heling kunnen vier fasen worden onderscheiden:
inflammatie: enkele dagen: vasodilatatie + hyperemie treden op, gevolgd door migratie +
proliferatie van polymorphonucleaire neutrofielen
• vorming van zachte callus: 2 tot 3 weken: callusvorming begint
• vorming van harde callus: 2 tot 4 maanden: zachte callus w omgevormd tot rigide verkalkt
weefsel (geweven bot)
• remodellering: maanden tot jaren: het geweven bot zal langzaam worden vervangen
door lamellair bot
eerst is er een fractuurhematoom à in 2e fase w fractuurhematoom omgevormd tot zachte callus
Belangrijk!: vd eerste 4-6weken is er weinig intrinsieke stabiliteit in de fractuur aanwezig als gevolg vd
hematoom en vanaf die 4-6 weken ga je die callusvorming krijgen en die geeft zeker stabiliteit
Zie dia 27!
HET BELANG VAN BLOEDVOORZIENING
Factoren die van invloed (kunnen) zijn op de bloedvoorziening:
Letselmechanisme: Grootte, richting en concentratie vd inwerkende kracht bepalen
fractuurtype en wekedelenschade.
• Initiële patiëntenzorg: Verplaatsen vh slachtoffer zonder spalken veroorzaakt bijkomende
verplaatsing van fragmenten à vergroot de initiële schade.
, • Resuscitatie vd patiënt: Hypovolemie, hypoxie en coagulopathie verergeren de schade aan
het bot en de weke delen.
• Comorbiditeiten: Comorbiditeiten zoals perifeer vaatlijden en/of diabetes hebben een
negatieve invloed op de lokale bloedvoorziening.
• Chirurgische toegang: Chirurgische toegang zal steeds bijkomende schade veroorzaken.
• Type implantaat
• Aanwezigheid van dood bot(weefsel)
• Een groot deel vd bloedvoorziening vh bot (en dus de fractuur [callus]) is afkomstig vd
omgevende weke delen. Het is daarom belangrijk bijkomende schade (bv ten gevolge vd
operatieve procedure) te voorkomen.
• Hoe meer schade, hoe meer bloed wegloopt, hoe minder bloedvoorziening, hoe minder bloed
naar botheling kan gaan
BIOMECHANICA EN FRACTUURHELING
Niet-operatieve behandeling van fracturen
• de reductie behouden en mobiliteit vd fragmenten verminderen zonder operatieve ingreep.
• De heling gebeurt door callusvorming.
• De stabilisatie kunnen we bereiken door:
• Tractie: via huid of door metalen pin die we door het bot – distaal vd factuur –
inbrengen. Door een continue lengtetractie uit te oefenen, aligneren we de
botfragmenten (ligamentotaxis) en verminderen we de interfragmentaire beweging.
• Uitwendig splinten/spalken: door uitwendige immobilisatie (bijvoorbeeld gipsverband)
kunnen we een zekere stabiliteit bereiken.
Nadeel v tractie:
• Je bent geïmmobiliseerd + vaak moet je in bed liggen en kan je lange periode niet bewegen
• Risico’s van wonden die ontstaan door continu daarop te trekken (‘gelijkaardig aan
doorligwonden)
Tractie w in België niet meer zo veel gebruikt bij volwassenen (alleen als afwachting van bv
operatie), bij baby’s w het wel nog gebruikt
Operatieve behandeling van fracturen
Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten fixatiemethoden:
• Absoluut stabiele fixatie
• Relatief stabiele fixatie
ABSOLUUT STABIELE FIXATIE
• Geen enkele beweging in de fractuur bij fysiologische belasting.
• Geen ‘gap’ zijn tss de versch fractuurfragmenten na reductie
• Fractuur geneest door directe heling en zonder callusvorming.
• Gewrichtsfracturen worden op deze manier behandeld.
• Vb van fixatietechnieken: interfragmentaire compressieschroeven (oftewel ‘lag screws’),
compressieplaatosteosynthese.
Zie notities dia 34!
A) Legscrew = meest gebruikt voor schuine of spiraal
fractuur
B) Compressieplaatosteosynthese
Wanneer kan je geen plaat gebruiken: bv fracturen thv
vingers of voet à te klein
Concepten zoals compressieplaatosteosynthese, … moet je
kennen en goed kunne herkennen!!
RELATIEF STABIELE FIXATIE
• Microbeweging in de fractuur.
LES 1 - BASISBEGRIPPEN
Zie introductie in ppt
Traumatologie (vh Griekse woord ‘trauma’, dat letsel of wond betekent) is de studie van wonden en
verwondingen, veroorzaakt door ongevallen of geweld, en de diagnose en (chirurgische) behandeling
hiervan.
Trauma is een ziekte
• Meerdere letsels mogen niet allemaal apart langs elkaar gezien w
• Heeft invloed op immuunsysteem
• Belangrijkste doodsoorzaak bij jonge mensen
Complex trauma vereist specialisatie
= traumachirurg à Belangrijk dat specialist nodig is om P in zijn geheel te behandelen
BASISBEGRIPPEN:
Laag – energetisch trauma ↔ hoog energetisch trauma
WONDHELING
INLEIDING
Een wonde = verstoring vd continuïteit v weefsel, door externe factoren veroorzaakt, waarbij al of niet
weefsel verloren is gegaan.
Onder externe factoren verstaan we onder andere stomp of scherp geweld, chemisch, thermisch,
elektrisch, toxisch, radiatieagens
Een wonde kan primair genezen, bv chirurgisch gesloten wonde
à Scherpe wondranden die perfect terug aan elkaar
groeien
secundair genezen wonde= wond w opengelaten en door contractie
en reëpithelialisatie uit zichzelf geneest.
FASES VD WONDHELING
- Hemostasefase
- Inflammatiefase
- Proliferatiefase
- Remodelleringsfase
,Zorgen ervoor dat huid terug kan genezen
VERTRAAGDE WONDHELING
Factoren die de wondheling kunnen beïnvloeden:
- Oorzaak. De maat v energie die de beschadiging geeft
- Contaminatie. De mate v contaminatie bepaalt het infectierisico
(Hoe vuiler de wonde, hoe meer kans op infectie)
- Tijd. In vrijwel alle wonden zijn er de eerste uren bacteriën aanwezig, maar het aantal is
onvoldoende om de heling negatief te beïnvloeden. à Na bepaalde tijd neemt dit aantal zo toe
dat het risico op infectie groot wordt.
- Biologische (individu-gebonden) factoren
Lokale negatieve factoren:
infectie
ischemie (= zuurstoftekort)
tumoren
Systemische negatieve factoren:
malnutritie
roken
ouderdom
vitamine A- of C-deficiëntie
diabetes
geelzucht
nierfalen
corticosteroïden
FRACTUURHELING
Een fractuur = verstoring vd normale samenhang (continuïteit) vh botweefsel, als gevolg ve direct of
indirect inwerkend trauma, dat meestal gepaard gaat met letsel van de weke delen.
• De weke delen zijn heel belangrijk voor een optimale fractuur heling.
• (Het is nooit alleen een gebroken bot maar ook altijd weke delen schade)
INLEIDING
Verschillende ontstaansmechanisme van een fractuur:
- Traumatisch (traumatische fractuur)
Direct: direct inwerkende krachten (bv: duwen, trekken, slaan)
Indirect: indirect inwerkende krachten (bv: zwaartekracht, magneetkracht, elektrische
kracht)
Eigen spierkracht
- Pathologisch (pathologische fractuur)
als er bv een uitzaaiing is ve tumor naar een bot en dat daardoor de belastbaarheid vh
bot minder groot w, en bot minder stevig w (à onder normale belasting kan dan fractuur
ontstaan)
- Stress (stressfractuur)
ontstaan wanneer de belasting niet is aangepast aan de belastbaarheid (iemand die bv
ongetraind een marathon gaat lopen) à zijn microfracturen in het bot
Bot = enige weefsel dat in staat is zonder litteken te genezen, dankzij het vermogen tot
remodellering.
Voorwaarden hiervoor zijn:
voldoende vascularisatie vd botfragmenten met aanwezigheid v cellen die nieuw
botweefsel kunnen vormen
mechanische rust (stabiliteit) op de plaats vh fractuurgebied
Contact tss de fractuurdelen is dus geen absolute voorwaarde.
• Bot = levend weefsel dat zich continu omvormt, om zich optimaal aan belasting aan te passen
(wet van Wolf !!!)
, • Leverweefsel: ander weefsel dat ook in staat is om zonder litteken te genezen
• Wet v wolf: bv iemand die veel sport zal ook sterker bot ontwikkelen en iemand die amper
beweegt gaat veel zwakker bot hebben en sneller iets breken
BIOLOGIE
Afhankelijk vd toegepaste fractuurbehandeling en de daarmee samenhangende stabiliteit en
bloedvoorziening vd uiteinden vd fractuurdelen worden twee vormen van fractuurgenezing
onderscheiden:
• directe of primaire fractuurheling
• indirecte of secundaire fractuurheling
Belangrijk concept!! à komt sowieso op examen
DIRECTE FRACTUURHELING
1. 2 fragmenten worden perfect anatomisch gereduceerd
• Geen ‘gap’ tss de fragmenten.
• Door compressie worden de 2 fragmenten zo stevig op elkaar ‘geperst’ à geen enkele
beweging treedt op tss beide (absolute stabiliteit).
• Traag en langdurig proces.
• Er zal geen callus worden gevormd + bot behoudt oorspronkelijke anatomische vorm
INDIRECTE FRACTUURHELING
= de natuurlijke reactie van het lichaam op het breken van bot.
• beperkte gap tussen de fractuurfragmenten.
• Helingsproces verloopt op gelijkaardige wijze als wondheling, namelijk in fasen die elkaar
gedeeltelijk overlappen.
wel callusvorming
Tijdens indirecte heling kunnen vier fasen worden onderscheiden:
inflammatie: enkele dagen: vasodilatatie + hyperemie treden op, gevolgd door migratie +
proliferatie van polymorphonucleaire neutrofielen
• vorming van zachte callus: 2 tot 3 weken: callusvorming begint
• vorming van harde callus: 2 tot 4 maanden: zachte callus w omgevormd tot rigide verkalkt
weefsel (geweven bot)
• remodellering: maanden tot jaren: het geweven bot zal langzaam worden vervangen
door lamellair bot
eerst is er een fractuurhematoom à in 2e fase w fractuurhematoom omgevormd tot zachte callus
Belangrijk!: vd eerste 4-6weken is er weinig intrinsieke stabiliteit in de fractuur aanwezig als gevolg vd
hematoom en vanaf die 4-6 weken ga je die callusvorming krijgen en die geeft zeker stabiliteit
Zie dia 27!
HET BELANG VAN BLOEDVOORZIENING
Factoren die van invloed (kunnen) zijn op de bloedvoorziening:
Letselmechanisme: Grootte, richting en concentratie vd inwerkende kracht bepalen
fractuurtype en wekedelenschade.
• Initiële patiëntenzorg: Verplaatsen vh slachtoffer zonder spalken veroorzaakt bijkomende
verplaatsing van fragmenten à vergroot de initiële schade.
, • Resuscitatie vd patiënt: Hypovolemie, hypoxie en coagulopathie verergeren de schade aan
het bot en de weke delen.
• Comorbiditeiten: Comorbiditeiten zoals perifeer vaatlijden en/of diabetes hebben een
negatieve invloed op de lokale bloedvoorziening.
• Chirurgische toegang: Chirurgische toegang zal steeds bijkomende schade veroorzaken.
• Type implantaat
• Aanwezigheid van dood bot(weefsel)
• Een groot deel vd bloedvoorziening vh bot (en dus de fractuur [callus]) is afkomstig vd
omgevende weke delen. Het is daarom belangrijk bijkomende schade (bv ten gevolge vd
operatieve procedure) te voorkomen.
• Hoe meer schade, hoe meer bloed wegloopt, hoe minder bloedvoorziening, hoe minder bloed
naar botheling kan gaan
BIOMECHANICA EN FRACTUURHELING
Niet-operatieve behandeling van fracturen
• de reductie behouden en mobiliteit vd fragmenten verminderen zonder operatieve ingreep.
• De heling gebeurt door callusvorming.
• De stabilisatie kunnen we bereiken door:
• Tractie: via huid of door metalen pin die we door het bot – distaal vd factuur –
inbrengen. Door een continue lengtetractie uit te oefenen, aligneren we de
botfragmenten (ligamentotaxis) en verminderen we de interfragmentaire beweging.
• Uitwendig splinten/spalken: door uitwendige immobilisatie (bijvoorbeeld gipsverband)
kunnen we een zekere stabiliteit bereiken.
Nadeel v tractie:
• Je bent geïmmobiliseerd + vaak moet je in bed liggen en kan je lange periode niet bewegen
• Risico’s van wonden die ontstaan door continu daarop te trekken (‘gelijkaardig aan
doorligwonden)
Tractie w in België niet meer zo veel gebruikt bij volwassenen (alleen als afwachting van bv
operatie), bij baby’s w het wel nog gebruikt
Operatieve behandeling van fracturen
Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten fixatiemethoden:
• Absoluut stabiele fixatie
• Relatief stabiele fixatie
ABSOLUUT STABIELE FIXATIE
• Geen enkele beweging in de fractuur bij fysiologische belasting.
• Geen ‘gap’ zijn tss de versch fractuurfragmenten na reductie
• Fractuur geneest door directe heling en zonder callusvorming.
• Gewrichtsfracturen worden op deze manier behandeld.
• Vb van fixatietechnieken: interfragmentaire compressieschroeven (oftewel ‘lag screws’),
compressieplaatosteosynthese.
Zie notities dia 34!
A) Legscrew = meest gebruikt voor schuine of spiraal
fractuur
B) Compressieplaatosteosynthese
Wanneer kan je geen plaat gebruiken: bv fracturen thv
vingers of voet à te klein
Concepten zoals compressieplaatosteosynthese, … moet je
kennen en goed kunne herkennen!!
RELATIEF STABIELE FIXATIE
• Microbeweging in de fractuur.