Sociale psychologie:
1 Kennismaking met de sociale psychologie
Eerste indrukken: vormen snel
- Negativity bias = negativiteitsdenkfout: negatieve indrukken hebben meer
impact op het globale beeld dan positieve (van vroeger om te overleven,
op alles voorbereid)
Veel vooroordelen, brein zit vol vooronderstellingen
Mens = sociaal wezen, hebben elkaar nodig (sociaal vangnet)
- Brug in Seoul: veel zm, bedrijf (quotes, foto’s,…) + overheid ook
ingegrepen zm cijfer naar beneden
Sociale deprivatie = sociaal geïsoleerd, andere wegduwen (moeilijk testen door
mensen van elkaar weg te halen, jammer genoeg wel natuurlijk bv. Weeshuizen)
Contact met anderen is cruciaal
Sociale paradox = anderen nodig, maar toch wegduwen (nooit naast iemand
gaan zitten in tram)
Invloed: door anderen beïnvloed
- Impliciet: niet direct, of merkbaar
- Zones: public space, social, personal, intimite
- Als iemand te dicht komt oefenen we invloed uit merkbaar in hersenen,
hartslag
- Hersenen: amygdala (orgaan in hersenen) zorgt voor het reguleren van
emoties, maar ook voor gezond creëren van afstand
o Invloed niet vanuit iets te vragen
1.1 Studieobject van de sociale psychologie
1.1.1 Gebiedsomschrijving
“sociale psychologie is de wetenschappelijke studie van de manier waarop de
gedachten, gevoelens en handelingen van mensen beïnvloed worden door de
feitelijke, voorgestelde of geïmpliceerde aanwezigheid van andere mensen” –
Allport
Wetenschappelijke studie
- = wetenschap, tegenover intuïtieve/ alledaagse
- Systematisch, objectief, gecontroleerd (wetenschappelijk)
- Eenzijdige selectie, subjectief, onderhevig (tegenover)
- Manier van kennisverwerking en kritische reflectie op de methodes
Gedachten, gevoelens en handelingen
- Overt: zichtbaar gedrag
- Covert: bedekt
- ABC-model: affectie (denken), behavior (gedragen), cognitieve (gedachten)
- Non-verbaal gedrag
o Alles met lichaam
o Bepaalde aspecten van het verbale gedrag (= paraverbaal)
Kluger Hans: paard
Bekend omdat hij kon tellen, met hoef kloppen
Oogkleppen opgedaan door kritische wetenschappen
Paarden zijn enorm sensitief voor paraverbaal gedrag
o Soms meer belang aan hechten dan aan verbale
- Communicatie tussen personen
o 7% verbaal
o 38% toon, stem
o 55% lichaamstaal
- Persoonlijkheidspsychologie = dispositionisme
, o = persoonlijkheid mensen, mensen zijn egoïstisch, apathisch,
gedragen naar karakter toeschrijven
- Sociale psychologie = situationisme
o = context, situatie, invloed van andere,…
- Andere invalshoek van gedrag
- Kijken naar interactionisme = ene mens is behulpzamer dan de ander,
maar situatie heeft ook grote impact
- Gedrag verklaren niet gedrag goedkeuren
Feitelijke, voorgestelde of geïmpliceerde aanwezigheid
- Fysiek/feitelijk
o Iemand die er is en iets vraagt, beïnvloed door andere (Bv
rugzaktoeristen)
- Voorgesteld
o Niet altijd aanwezigheid, onder invloed van voorgestelde
aanwezigheid
o Wat zou die ervan denken?
- Impliciet/onrechtstreeks
o Bv reclame, niemand zegt echt dat je het moet kopen, maar je wordt
er wel door beïnvloed + pijlen in IKEA
Aanvullingen
- Beinvloed worden en ook zelf beïnvloeden
- Niet altijd bewuste of intentionele invloed
1.1.2 Methodes van onderzoek
Begrijpende (beschrijvende) methode
- Observatie
o Wachtverzachters: kijken of deze werken, kans groter dat ze
oversteken door rood als ze niet weten hoelang ze moeten wachten
o Ecologische validiteit = meten wat je wilt meten
= komt wat je onderzoekt overeen met de dagelijkse realiteit
o Nadelen
Hoelang duurt het voordat je iets observeert
Geen conclusies mogelijk over oorzaak van gedrag
- Zelfbeschrijvingen
o Mensen ondervragen, vragenlijsten sturen
o Zinvol bij coverte processen: bepaalde gedachten, niet rechtstreeks
zien
o Zeldzame overte gedragingen: iets niet vaak voordoet, heb je dit al
meegemaakt
o Nadelen
Mensen antwoorden in richting wat ze denken dat goed is
Wenselijkheid
o Beperkingen
Soms niet alles beschrijven (lang geleden)
Niet willen beschrijven (te eerlijk, inhouden, te schaamtevol)
The yellow Walkman, 1999
Eerste zwarte walkman, plots geel
Vragen aan groep, wat ze van geel vonden vonden
heel mooi
Bij buiten gaan, namen ze zwarte walkman (konden
kiezen tussen geel en zwart)
Terwijl ze daarvoor zeiden dat het geel hip en trendy
was
, Correlationele methode
- Samenhang, verband tussen 2 variabelen, gedragingen
- Een correlatie is geen causatie
- + verband, - verband of nulverband
o Niet per se oorzaak
- Voorbeeld
o Agressiever worden van series of games spelen
Vragenlijst onderzoek lagere school
En kijken op speelplaats
Positieve correlatie bewegen in dezelfde richting
o Causale conclusie getrokken van hoeveelheid seks en ziekte
Kan extra factor bijzijn of andere uitleg
Experimentele methode (causale methode)
- Enkel hier spreken we van verband en oorzaak en gevolg Causale
samenhang
- OV en AV, controle- en experimentele condities, significante effecten,
manipuleren = key
- Experiment in aula
o Inkkleur zeggen van woorden
- Joben en zijn plantjes op kot
o Kijken naar fles en andere mineralen geven, zo kijken naar verschil
o OV: als dan niet mineralen
o AV: grootte van plantje, hoeveelheid groene blaadjes
o Wat als die bij ene plantje wel praat of niet of zonlicht
o ! om alles constant te houden wat storend zou kunnen zijn bij
experiment
- The pepsi challenge, 1975
o Storende variabelen
o Pepsi deed onderzoek?
o Pepsi lekkerder gevonden
o Storende variabele: glas pepsi in M glas, cola in Q
Kan zijn dat mensen meer positiever staat tegenover m dan q
- Ruth en haar vrijwillige deelname aan onderzoek
o Had psychologische achtergrond, dus kan invloed hebben op
onderzoek
2 Groepsnormen
2.1 Hoe normen ontstaan
2.1.1 Meerderheidsinvloed
Bv. jones town (soort sekte, man verplichte collectieve zelfmoord)
Conformeren = aanpassing, de neiging om de eigen opinies, attitudes of
gedragingen aan te passen aan wat men als norm ervaart binnen de groep
- Impliciet = groep vraagt het niet!
- Pejoratieve bijklank in het Westen (intuïtie): niet altijd negatief, kan zinvol
zijn (bv. Aanschuiven voor trein, netjes in 1 rij)
Sociale normen: ongeschreven regels
Wat handelende persoon uit zichtzelf zou doen vs wat anderen goed lijken te
vinden
(psychologische) reactantie = anti-conformisme (Aronson, 2012) mogelijke
reacties
- Door die partij gewenst gedrag: meegaan met groep, conformisme (doop)
1 Kennismaking met de sociale psychologie
Eerste indrukken: vormen snel
- Negativity bias = negativiteitsdenkfout: negatieve indrukken hebben meer
impact op het globale beeld dan positieve (van vroeger om te overleven,
op alles voorbereid)
Veel vooroordelen, brein zit vol vooronderstellingen
Mens = sociaal wezen, hebben elkaar nodig (sociaal vangnet)
- Brug in Seoul: veel zm, bedrijf (quotes, foto’s,…) + overheid ook
ingegrepen zm cijfer naar beneden
Sociale deprivatie = sociaal geïsoleerd, andere wegduwen (moeilijk testen door
mensen van elkaar weg te halen, jammer genoeg wel natuurlijk bv. Weeshuizen)
Contact met anderen is cruciaal
Sociale paradox = anderen nodig, maar toch wegduwen (nooit naast iemand
gaan zitten in tram)
Invloed: door anderen beïnvloed
- Impliciet: niet direct, of merkbaar
- Zones: public space, social, personal, intimite
- Als iemand te dicht komt oefenen we invloed uit merkbaar in hersenen,
hartslag
- Hersenen: amygdala (orgaan in hersenen) zorgt voor het reguleren van
emoties, maar ook voor gezond creëren van afstand
o Invloed niet vanuit iets te vragen
1.1 Studieobject van de sociale psychologie
1.1.1 Gebiedsomschrijving
“sociale psychologie is de wetenschappelijke studie van de manier waarop de
gedachten, gevoelens en handelingen van mensen beïnvloed worden door de
feitelijke, voorgestelde of geïmpliceerde aanwezigheid van andere mensen” –
Allport
Wetenschappelijke studie
- = wetenschap, tegenover intuïtieve/ alledaagse
- Systematisch, objectief, gecontroleerd (wetenschappelijk)
- Eenzijdige selectie, subjectief, onderhevig (tegenover)
- Manier van kennisverwerking en kritische reflectie op de methodes
Gedachten, gevoelens en handelingen
- Overt: zichtbaar gedrag
- Covert: bedekt
- ABC-model: affectie (denken), behavior (gedragen), cognitieve (gedachten)
- Non-verbaal gedrag
o Alles met lichaam
o Bepaalde aspecten van het verbale gedrag (= paraverbaal)
Kluger Hans: paard
Bekend omdat hij kon tellen, met hoef kloppen
Oogkleppen opgedaan door kritische wetenschappen
Paarden zijn enorm sensitief voor paraverbaal gedrag
o Soms meer belang aan hechten dan aan verbale
- Communicatie tussen personen
o 7% verbaal
o 38% toon, stem
o 55% lichaamstaal
- Persoonlijkheidspsychologie = dispositionisme
, o = persoonlijkheid mensen, mensen zijn egoïstisch, apathisch,
gedragen naar karakter toeschrijven
- Sociale psychologie = situationisme
o = context, situatie, invloed van andere,…
- Andere invalshoek van gedrag
- Kijken naar interactionisme = ene mens is behulpzamer dan de ander,
maar situatie heeft ook grote impact
- Gedrag verklaren niet gedrag goedkeuren
Feitelijke, voorgestelde of geïmpliceerde aanwezigheid
- Fysiek/feitelijk
o Iemand die er is en iets vraagt, beïnvloed door andere (Bv
rugzaktoeristen)
- Voorgesteld
o Niet altijd aanwezigheid, onder invloed van voorgestelde
aanwezigheid
o Wat zou die ervan denken?
- Impliciet/onrechtstreeks
o Bv reclame, niemand zegt echt dat je het moet kopen, maar je wordt
er wel door beïnvloed + pijlen in IKEA
Aanvullingen
- Beinvloed worden en ook zelf beïnvloeden
- Niet altijd bewuste of intentionele invloed
1.1.2 Methodes van onderzoek
Begrijpende (beschrijvende) methode
- Observatie
o Wachtverzachters: kijken of deze werken, kans groter dat ze
oversteken door rood als ze niet weten hoelang ze moeten wachten
o Ecologische validiteit = meten wat je wilt meten
= komt wat je onderzoekt overeen met de dagelijkse realiteit
o Nadelen
Hoelang duurt het voordat je iets observeert
Geen conclusies mogelijk over oorzaak van gedrag
- Zelfbeschrijvingen
o Mensen ondervragen, vragenlijsten sturen
o Zinvol bij coverte processen: bepaalde gedachten, niet rechtstreeks
zien
o Zeldzame overte gedragingen: iets niet vaak voordoet, heb je dit al
meegemaakt
o Nadelen
Mensen antwoorden in richting wat ze denken dat goed is
Wenselijkheid
o Beperkingen
Soms niet alles beschrijven (lang geleden)
Niet willen beschrijven (te eerlijk, inhouden, te schaamtevol)
The yellow Walkman, 1999
Eerste zwarte walkman, plots geel
Vragen aan groep, wat ze van geel vonden vonden
heel mooi
Bij buiten gaan, namen ze zwarte walkman (konden
kiezen tussen geel en zwart)
Terwijl ze daarvoor zeiden dat het geel hip en trendy
was
, Correlationele methode
- Samenhang, verband tussen 2 variabelen, gedragingen
- Een correlatie is geen causatie
- + verband, - verband of nulverband
o Niet per se oorzaak
- Voorbeeld
o Agressiever worden van series of games spelen
Vragenlijst onderzoek lagere school
En kijken op speelplaats
Positieve correlatie bewegen in dezelfde richting
o Causale conclusie getrokken van hoeveelheid seks en ziekte
Kan extra factor bijzijn of andere uitleg
Experimentele methode (causale methode)
- Enkel hier spreken we van verband en oorzaak en gevolg Causale
samenhang
- OV en AV, controle- en experimentele condities, significante effecten,
manipuleren = key
- Experiment in aula
o Inkkleur zeggen van woorden
- Joben en zijn plantjes op kot
o Kijken naar fles en andere mineralen geven, zo kijken naar verschil
o OV: als dan niet mineralen
o AV: grootte van plantje, hoeveelheid groene blaadjes
o Wat als die bij ene plantje wel praat of niet of zonlicht
o ! om alles constant te houden wat storend zou kunnen zijn bij
experiment
- The pepsi challenge, 1975
o Storende variabelen
o Pepsi deed onderzoek?
o Pepsi lekkerder gevonden
o Storende variabele: glas pepsi in M glas, cola in Q
Kan zijn dat mensen meer positiever staat tegenover m dan q
- Ruth en haar vrijwillige deelname aan onderzoek
o Had psychologische achtergrond, dus kan invloed hebben op
onderzoek
2 Groepsnormen
2.1 Hoe normen ontstaan
2.1.1 Meerderheidsinvloed
Bv. jones town (soort sekte, man verplichte collectieve zelfmoord)
Conformeren = aanpassing, de neiging om de eigen opinies, attitudes of
gedragingen aan te passen aan wat men als norm ervaart binnen de groep
- Impliciet = groep vraagt het niet!
- Pejoratieve bijklank in het Westen (intuïtie): niet altijd negatief, kan zinvol
zijn (bv. Aanschuiven voor trein, netjes in 1 rij)
Sociale normen: ongeschreven regels
Wat handelende persoon uit zichtzelf zou doen vs wat anderen goed lijken te
vinden
(psychologische) reactantie = anti-conformisme (Aronson, 2012) mogelijke
reacties
- Door die partij gewenst gedrag: meegaan met groep, conformisme (doop)