1
SAMENVATTING GESCHIEDENIS 3E GRAAD
EXAMENCOMMISSIE 2026-27
DEEL I — OUDE BESCHAVINGEN & MIDDELEEUWEN (1–20)
1. Wat is de belangrijkste kenmerk van een civilisatie?
A. Monotheïsme
B. Gestructureerde steden en bestuur
C. Enkel schrift
D. Landbouw
Antwoord: B
Rationale: Een civilisatie wordt gekenmerkt door stedelijke
centra, bestuurssystemen, sociale hiërarchie en georganiseerde
economie.
2. Waarom was Mesopotamië de “woestijn van de
beschaving”?
A. Het had veel steden
B. Het lag tussen rivieren en ontwikkelde irrigatie
C. Het was cultureel rijk
D. Het had grote legers
,2
Antwoord: B
Rationale: De vruchtbare grond tussen de Eufraat en Tigris
maakte landbouw mogelijk, essentieel voor vroege steden.
3. Welke bijdrage hadden de Egyptenaren aan kennis en
wetenschap?
A. Filosofie
B. Geneeskunde, wiskunde en architectuur
C. Democratie
D. Navigatie
Antwoord: B
Rationale: De Egyptenaren ontwikkelden complexe technieken
voor piramides, kalender en geneeskunde.
4. Wat kenmerkt de Griekse polis?
A. Absolute monarchie
B. Zelfstandig stadsstaatje met politiek en cultuur
C. Landbouwgemeenschap
D. Religieus centrum
Antwoord: B
Rationale: De polis was onafhankelijk, met burgerparticipatie,
wetten en militaire organisatie.
,3
5. Waarom is Athene belangrijk voor de Westerse politiek?
A. Monarchie
B. Democratie en burgerrechten
C. Militaire macht
D. Handelsimperium
Antwoord: B
Rationale: Athene ontwikkelde directe democratie, een
fundamenteel concept voor moderne politieke systemen.
6. Welke Griekse filosoof benadrukte rationalisme?
A. Plato
B. Homerus
C. Aristoteles
D. Socrates
Antwoord: A
Rationale: Plato stelde dat kennis aangeboren is en de rede
centraal staat.
7. Wat was het Romeinse recht belangrijk voor later Europa?
A. Filosofie
B. Staatsstructuur en juridische basis
, 4
C. Kunst
D. Religie
Antwoord: B
Rationale: Romeins recht vormt de basis van veel hedendaagse
Europese wetten.
8. Wat betekende het feodale systeem?
A. Handel over land
B. Politieke en sociale hiërarchie op basis van leen en trouw
C. Democratie
D. Religieuze structuur
Antwoord: B
Rationale: Koningen gaven land in leen aan vazallen in ruil voor
militaire dienst en trouw.
9. Waarom speelde de Kerk zo’n dominante rol in de
middeleeuwen?
A. Economisch
B. Politiek, sociaal en cultureel
C. Militair
D. Handelsnetwerken
SAMENVATTING GESCHIEDENIS 3E GRAAD
EXAMENCOMMISSIE 2026-27
DEEL I — OUDE BESCHAVINGEN & MIDDELEEUWEN (1–20)
1. Wat is de belangrijkste kenmerk van een civilisatie?
A. Monotheïsme
B. Gestructureerde steden en bestuur
C. Enkel schrift
D. Landbouw
Antwoord: B
Rationale: Een civilisatie wordt gekenmerkt door stedelijke
centra, bestuurssystemen, sociale hiërarchie en georganiseerde
economie.
2. Waarom was Mesopotamië de “woestijn van de
beschaving”?
A. Het had veel steden
B. Het lag tussen rivieren en ontwikkelde irrigatie
C. Het was cultureel rijk
D. Het had grote legers
,2
Antwoord: B
Rationale: De vruchtbare grond tussen de Eufraat en Tigris
maakte landbouw mogelijk, essentieel voor vroege steden.
3. Welke bijdrage hadden de Egyptenaren aan kennis en
wetenschap?
A. Filosofie
B. Geneeskunde, wiskunde en architectuur
C. Democratie
D. Navigatie
Antwoord: B
Rationale: De Egyptenaren ontwikkelden complexe technieken
voor piramides, kalender en geneeskunde.
4. Wat kenmerkt de Griekse polis?
A. Absolute monarchie
B. Zelfstandig stadsstaatje met politiek en cultuur
C. Landbouwgemeenschap
D. Religieus centrum
Antwoord: B
Rationale: De polis was onafhankelijk, met burgerparticipatie,
wetten en militaire organisatie.
,3
5. Waarom is Athene belangrijk voor de Westerse politiek?
A. Monarchie
B. Democratie en burgerrechten
C. Militaire macht
D. Handelsimperium
Antwoord: B
Rationale: Athene ontwikkelde directe democratie, een
fundamenteel concept voor moderne politieke systemen.
6. Welke Griekse filosoof benadrukte rationalisme?
A. Plato
B. Homerus
C. Aristoteles
D. Socrates
Antwoord: A
Rationale: Plato stelde dat kennis aangeboren is en de rede
centraal staat.
7. Wat was het Romeinse recht belangrijk voor later Europa?
A. Filosofie
B. Staatsstructuur en juridische basis
, 4
C. Kunst
D. Religie
Antwoord: B
Rationale: Romeins recht vormt de basis van veel hedendaagse
Europese wetten.
8. Wat betekende het feodale systeem?
A. Handel over land
B. Politieke en sociale hiërarchie op basis van leen en trouw
C. Democratie
D. Religieuze structuur
Antwoord: B
Rationale: Koningen gaven land in leen aan vazallen in ruil voor
militaire dienst en trouw.
9. Waarom speelde de Kerk zo’n dominante rol in de
middeleeuwen?
A. Economisch
B. Politiek, sociaal en cultureel
C. Militair
D. Handelsnetwerken