Management en leiderschap
Hoofdstuk 1: Leiding geven
1.1. Statische Leiderschapstheorieën
er bestaat een ideaal type leider die bepaalde persoonseigenschappen bezit waarmee
hij/zij in ALLE situaties effectief is
1) De Trait-theorie
= Leiderschapskwaliteiten zijn aangeboren, een leider bezit deze persoonskenmerken
of traits:
- Capaciteiten (Bv. Intelligentie)
- Prestaties (Bv. Opleiding, kennis)
- Verantwoordelijkheden (Bv. Vertrouwen)
- Participatie: (Bv. Humor, sociaal)
- Status (Bv. Populariteit)
2) De managerial grid van Blake & Mouton
= Taakgerichtheid en relatiegerichtheid bepalen de effectiviteit van een leider
1.1: Streeft enkel naar persoonlijke
doelen
5 types leiders 5.5: Beperkte voor alles
9.9 Ideale leider
1.2. Dynamische leiderschapstheorieën
in een bepaalde situatie is een bepaalde leiderschapsstijl het meest effectief
1) Contingency-theorie van Fiedler
= De effectiviteit van leiderschapsgedrag is afhankelijk van de situatie (taakgericht
gedrag en relatiegericht gedrag)
2) 3D-theorie van Reddin
= een leider moet in functie van omgevingsfactoren kunnen schakelen tussen
leiderschapsstijlen, hoe groter het stijlbereik, hoe effectiever in ≠ situaties
Hoofdstuk 1: Leiding geven
1.1. Statische Leiderschapstheorieën
er bestaat een ideaal type leider die bepaalde persoonseigenschappen bezit waarmee
hij/zij in ALLE situaties effectief is
1) De Trait-theorie
= Leiderschapskwaliteiten zijn aangeboren, een leider bezit deze persoonskenmerken
of traits:
- Capaciteiten (Bv. Intelligentie)
- Prestaties (Bv. Opleiding, kennis)
- Verantwoordelijkheden (Bv. Vertrouwen)
- Participatie: (Bv. Humor, sociaal)
- Status (Bv. Populariteit)
2) De managerial grid van Blake & Mouton
= Taakgerichtheid en relatiegerichtheid bepalen de effectiviteit van een leider
1.1: Streeft enkel naar persoonlijke
doelen
5 types leiders 5.5: Beperkte voor alles
9.9 Ideale leider
1.2. Dynamische leiderschapstheorieën
in een bepaalde situatie is een bepaalde leiderschapsstijl het meest effectief
1) Contingency-theorie van Fiedler
= De effectiviteit van leiderschapsgedrag is afhankelijk van de situatie (taakgericht
gedrag en relatiegericht gedrag)
2) 3D-theorie van Reddin
= een leider moet in functie van omgevingsfactoren kunnen schakelen tussen
leiderschapsstijlen, hoe groter het stijlbereik, hoe effectiever in ≠ situaties