Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Economie LWEO Lesbrief Monetaire Zaken

Rating
-
Sold
-
Pages
9
Uploaded on
04-04-2021
Written in
2020/2021

Samenvatting van H1 t/m H5 van de lesbrief Monetaire Zaken van LWEO voor het VWO. Duidelijke, overzichtelijke samenvatting waarin alle belangrijke informatie aan bod komt.

Level
Course

Content preview

Monetaire zaken
H1. Geld

1.1 Geld als ruilmiddel en rekenmiddel
Er zijn twee soorten geld:
• Chartaal geld: een wettig betaalmiddel waarmee iedereen kan betalen, bijv. bankbiljetten of
munten.
• Giraal geld: bijv. pinpas, een app, creditcard of internetbankieren.
- betaalrekening/rekening-courant: rekeningen waarmee je giraal kunt betalen.
Functies van geld:
• ruilmiddel: bij de koop van producten wordt geld gebruikt als ruilmiddel.
• rekenmiddel: de waarde van de producten wordt in geld uitgedrukt, hierdoor is het
gemakkelijker om de waarde van verschillende producten te vergelijken.
• spaarmiddel: zie 1.3


1.2 Betalen is ruilen
Substitutie: het omzetten van de ene geldsoort in een andere geldsoort (bijv. bankbiljetten
opnemen bij een geldautomaat).


1.3 Sparen
Sparen: niet-besteden van inkomen, het geld heeft dan de functie van spaarmiddel.

Manieren om te sparen:
• oppotten: het geld is dan meteen beschikbaar als je het nodig hebt, maar het levert niets op
(bijv. chartaal geld thuis bewaren of giraal geld op je betaalrekening laten staan).
- ontpotten: het opgepotte geld wordt naderhand besteed.
• beleggen: tijdelijk afstand van je geld doen zodat iemand anders het kan gebruiken, hiervoor
krijg je een beloning in de vorm van rente, dividend of koerswinst (bijv. je geld op een
spaarrekening zetten op beleggen in aandelen of onroerend goed).

De hoogt van de rente is afhankelijk van:
• het risico dat degenen aan wie jij geld hebt geleend het niet terug betaald.
• de verandering van de koopkracht van het geld door in atie of de atie
• jouw tijdsvoorkeur: als je een hoge tijdsvoorkeur hebt het je veel waarde aan nu consumeren en
zul je een hogere vergoeding vragen voor het niet zelf kunnen gebruiken van je geld (zowel
persoonlijk als cultureel bepaald).

Vermogen (voorraadgrootheid): de waarde van iemands bezittingen verminderd met zijn schulden
op een bepaald moment. Vermogen ontstaat door te sparen.

Investeren: het aanscha en van kapitaalgoederen door bedrijven.


1.4 Lenen
De vermogensmarkt bestaat uit het geheel van vraag naar en aanbod van vermogen. Bij leningen
tot twee jaar spreken we van de geldmarkt, de vermogensmarkt voor langere termijn noemen we
de kapitaalmarkt.




ff fl fl

, H2. Het ontstaan van geld en banken
Arbeidsdeling: mensen gingen zich toeleggen op de productie van die dingen waar zij het beste in
zijn of het meest mee kunnen verdienen. Bij een directe ruil zijn de transactiekosten hoger dan bij
een indirecte ruil. Een ruilmiddel moet deelbaar, hanteerbaar, houdbaar, waardevast, niet-
reproduceerbaar en algemeen geaccepteerd zijn.


2.1 Munten
Intrinsieke-/materiaalwaarde: hoeveel het materiaal van een munt waard is (hoe hoog het
metaalgehalte is).
Extrinsieke-/nominale waarde: de waarde die op de munt vermeld staat.

Een aanzienlijk verschil tussen de intrinsieke- en de extrinsieke waarde leidt tot omsmelten,
mensen hebben minder vertrouwen in de munten met een lager metaalgehalte en geven deze ook
sneller uit.


2.2 Bankbiljetten
Kooplieden krijgen een ontvangstbewijs als ze hun munten in bewaring gaven bij een goudsmid.
Al snel begonnen mensen met deze ontvangstbewijzen te betalen. De goudsmid merkt dat er
minder goud wordt opgevraagd en begint meer ontvangstbewijzen uit te geven dan geld dat hij in
de kluis heeft.

Op een balans:
• Activa: alle eigendommen van de goudsmid (bijv. goud, woning en andere spullen)
• Passiva: de middelen die geldschieters hebben verschaft om de bezittingen te kunnen kopen.
Een deel komt van de goudsmid zelf (eigen vermogen) en de rest komt van de eigenaren van de
ontvangstbewijzen (vreemd vermogen).
- eigen vermogen = bezittingen - schulden
Door de wildgroei in de uitgifte van bankbiljetten en het grote aantal bankfaillisementen, wezen
overheden in de negentiende eeuw in verschillende landen een centrale bank aan die het
monopolie kreeg op de uitgifte van bankbiljetten. Bankbiljetten worden een wettig betaalmiddel:
ze moeten voor de betaling van schulden tot elk bedrag geaccepteerd worden.
Sinds de invoering van de euro is de Europese Centrale Bank (ECB) verantwoordelijk voor de
uitgifte van bankbiljetten en verricht de DNB uitvoerend werk voor de ECB.


Liquide: een bank die aan haar direct opeisbare verplichtingen kan voldoen.
Fiduciair geld: geld dat zijn waarde ontleent aan vertrouwen.


2.3 Giraal geld
Net zoals bij munten en ontvangstbewijzen, ontdekken banken dat slechts een deel van het girale
geld wordt opgevraagd en dat het niet nodig is het girale geld volledig te dekken met chartaal
geld.

Om overmatige kredietverlening tegen te gaan, heeft de centrale bank girale kredieten aan regels
onderworpen. Een bank moet tegenover haar rekening-couranttegoeden voldoende liquide
middelen en eigen hebben staan, oftewel liquide en solvabel zijn.

Als het gerucht gaat dat een bank in de problemen zit, zal een run op die bank ontstaan. Om het
vertrouwen in banken te versterken is er in Europa een depositogarantiestelsel: de gezamenlijke
banken garanderen het geld dat klanten aan de banken toevertrouwen tot een bedrag van
€100.000. Banken zijn verplicht een rekening-couranttegoed te hebben bij de DNB, zodat ze in
noodgevallen extra liquiditeiten kunnen krijgen.

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
4

Document information

Uploaded on
April 4, 2021
Number of pages
9
Written in
2020/2021
Type
SUMMARY

Subjects

$4.11
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
anoukrensen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
58
Member since
5 year
Number of followers
42
Documents
29
Last sold
1 year ago

4.1

13 reviews

5
7
4
2
3
3
2
0
1
1

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions