Inleiding in de sociologie
H1. OP ONTDEKKINGSTOCHT DOOR EEN BEKEND GEBIED ?
Sociologie betekend samenlevingskunde, samengesteld uit:
1. Socius: voorwerp van de kennis, in dit geval de sociale context (verbonden
met anderen)
2. Logos: de kunde, studie, leer… (een bepaald systeem)
Emmanuel Joseph Sieyès (1748-1836)
In zijn werk ‘wat is de derde stand’, kloeg hij niet enkel de onderdrukking van het
gewone volk aan, maar hekelde hij ook de zogenaamde Derde stand – in
tegenstelling tot de adel en de geestelijke- op geen enkele wijze
vertegenwoordigd was in de staatsinrichting van het Franse koninkrijk. Daarna
kwam hij met een nieuw concept over de zogenaamde volkssoevereiniteit.
hij wilde de samenleving in zijn tijd vatten:
Hij bekeek de samenleving vanuit een politiek gekleurd standpunt:
sociologie was in zijn ook de leer die een rechtvaardige en
revolutionaire inrichting van de samenleving voorschreef
Doel van de samenleving= dat de derde stand rechten kregen en
meer macht
Van een normatieve benaderingen een empirische benadering
(Comte)
De term sociologie werd twee keer uitgevonden, de tweede keer en een halve
eeuw laten kwam de Franse wetenschapsfilosoof Comte in 1830.
Comte (1798-1857)
Toen hij de term bedacht, gaf de filosoof hem een definitie die het voorzichtige
begin zou inluiden van het tijdperk van een beschrijvende, empirische
wetenschap van de samenleving. Hij vond dat de sociologie wetenschappelijker
moest worden, dus een sociale wetenschap die lijkt op de natuurwetenschappen.
Stelt dat het de taak van de sociologen is om de samenleving op een
objectieve en empirische wijze te doorgronden (=positivistische manier)
Sociologen willen meer weten over de mens, dus ze gaan verschillende visies
bestuderen:
1. Sociale verbanden
2. Kenmerken
3. Wetmatigheden die onze samenleving sturen
De sociale context (contingentie): is de manier waarop de sociale omgeving
invloed heeft op het sociaal fenomeen
betekent dat sociale verschijnselen — zoals gedrag,
normen, of
1
, inleiding in de sociologie
overtuigingen — niet vastliggen, maar
afhankelijk zijn van de
omgeving waarin ze ontstaan.
1.1 E EN BEELD VAN EEN TITEL
Het sociologisch speelveld: we mogen er immers van uit gaan dat de spellen
die we spelen, afspiegelingen zijn van de manier waarom we samenleven en dat
de samenleving het speelveld is waarop die spellen afspelen.
het speelveld is nooit onveranderbaar, doorheen de ruimte en tijd kan het dus
veranderen)
De samenleving is dus een speelveld met spelregels en spelers
Bv. Voetbal, het veld is aangeduid met lijnen en de spelers moeten binnen de
lijnen blijven, buiten het speelveld staan de spelers die niet kunnen meedoen
(blessure, uit vorm..). nog andere mogen niet meedoen omdat ze de regels
hebben overtreden
je moet je aan de spelregels houden voor mee te kunnen spelen in het
speelveld
In de samenleving krijg men specifieke posities, maar die kunnen
veranderen doorheen het leven.
o Positie is een kernbegrip in de sociologie
o Bv. De arbeidsdeling, posities waar productie van goederen worden
voorbereid. Ander posities zorgen dan weer voor de eigenlijke
productie dus de verkoop.
= uiteindelijk zijn we allemaal consumenten van de goederen en
diensten
Specifieke rollen: in de samenleving hebben we verschillende
verwachtingen bij soorten beroep
o Bv. Kunstenaars en schrijvers moeten volgens ons creatief zijn,
terwijl treinbestuurders ons veilig moeten brengen op onze
bestemming
Hoge of lage status: externe appreciatie voor een bepaalde positie
o Bv. Voor advocaten meer aanzien dan voor vuilnismannen, maar
beide zijn belangrijk voor de samenleving draaiende te houden
o Bv. Status in de voetbal
Informatie en communicatie: we zijn voortdurend bezig met
communiceren, we vragen voortdurend informatie voor verder te kunnen
gaan, of we geven informatie.
o Bv. Vergaderen, berichten sturen, bellen…
Taakverdeling en hiërarchie: de taakverdeling kan veranderen als de
omstandigheden daar naar vragen, waardoor er een nieuwe taakverdeling
komt binnen de organisatie. Hiërarchie kan formeel en informeel zijn:
o Ook in instellingen, ondernemingen zijn er formele en informele
leiders.
2
, inleiding in de sociologie
oDe formele leiders zijn diegene dat worden aangeduid via een
officiële kanaal voor op de positie terecht te komen. (soms zijn het
de beste, soms niet). Naast hun staan de informele leiders
er zijn veel conflicten tussen formele en informele leiders in het
dagelijks leven.
o Bv. Spelers in voetbal die geen kapitein zijn, kunnen nog altijd
belangrijk zijn doordat ze misschien al langer spelen waardoor ze
veel inzicht hebben
Ruimte rond het speelveld in concentrische cirkels: daar bevinden zich
meer de trainers, bestuursleden, supporters…
Bv. Voetbal
1. Eerste cirkel= andere spelers van de ploeg
2. Tweede cirkel= trainers, mentoren…
3. Derde cirkel= toeschouwers
4. Vierde cirkel= commentators
o Wetenschappers en sociologen zijn bijzonder, ze vallen onder de
categorie van neutrale waarnemers. Ze hebben ook sympathieën en
antipathieën.
Van hedendaagse wetenschappers wordt verwacht dat ze zich bewust uitspreken
over hun positionaliteit die een mogelijke invloed kunnen hebben op de
neutraliteit van hun onderzoek.
1.2. H ET DAGELIJKS LEVEN DOOR DE LENS VAN DE SOCIOLOOG
De sociologische lens verleent betekenis aan de samenleving op micro, meso en
macro niveau, religieuze, politieke economische wereld
de lens beschrijft en geeft betekenis aan de samenleving
o De lens is alleen maar nuttig als ze wordt gehanteerd door iemand
die de waarnemingen ook kan interpreteren of nog in sociologische
verbeelding zit.
Socioloog wil zoveel mogelijk weten over zoveel mogelijk fenomenen een is
daarom een huis met vele kamers
Bv. ISA is grootste vereniging van sociologen(70)
(international Sociological Association)
= soms lopen sub disciplines door in elkaar
C. W. Mills over ‘sociological imagination’ (1959):
= het is niet voldoende om waar te nemen en individuele feiten naast elkaar te
leggen, maar het is van groot belang die feiten een betekenis te geven en er met
een bepaalde bril naar te kijken
4 pijlers waarop de verbeelding wordt gebouwd:
• Geschiedenis= grote historische ontwikkelingen
• Biografie =het individu ontwikkeld is
3
, inleiding in de sociologie
• Sociale structuur= is wie beslist welke spelers er op het veld staan
hoe meer publiek hoe meer geld er is
= daar in zijn ook cirkels te vinden
• Wisseling van perspectieven (procesmatige component)= je kan niet
aan sociologie doen als je enkel vanuit je eigen perspectief kijkt, dus
je moet je perspectief veranderen en kijken met de bril van iemand
anders om een grotere kans te hebben op een neutraler beeld
De sociologische verbeelding houdt het vermogen in om van perspectief te
wisselen door afstand te nemen van de actuele toestand en een alternatief
standpunt in te nemen.
1.2.1 SELECTIEVE WAARNEMING
Het gewicht van routineus denken en handelen : hier berust de verstelling
op om het vermogen om een ander perspectief aan te nemen. Ze zijn diep
ingebed in het dagelijks leven dat zij de enige geldige waarheid schijnen
uit te maken.
Fysische en sociale beperkingen: we kunnen niet iedereen en alles in de
samenleving kennen waar we aanwezig zijn. We zijn ook gebonden aan
materiële en sociale ruimte waar we de samenleving vanuit een bepaalde
sociale positie bekijken. Daardoor ik de kans ook groot dat we stukken
informatie missen, of kunnen we ze juist makkelijker verkrijgen.
Belangen: we hebben bepaalde belangen te verdedigen.
o Lees eens aandacht een krantenverslag van een sociale
gebeurtenis, een staking. Het verhaal zal verteld worden verschilt
naargelang de positie van de verteller. Ook zullen de verslagen zelf
verschillen naargelang de belangen die de krant heeft en meent te
moeten beschermen.
je eigen interpretatie van wat je leest, hangt af van je eigen
positie.
Kennis en informatie (en onderwijs): de informatie die je hebt over een
persoon of toestand, is bepalend voor wat he waarneemt.
o Waarnemen gebeurt vanuit kennis die we al hebben. De uitdrukking
‘iemand of iets met andere ogen bekijken’. Dat heb je als je
informatie krijgt over iemand of een situatie waar je eerst een
andere kijk op had.
o Bv. Positieve beeld van geestelijke hoogwaardigheidsbekleders is
omgedraaid na informatie over seksueel misbruik.
Onderwijs is ook een prominente rol
4