Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 38 pages
Summary

Samenvatting wetenschapsfilosofie

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 38 pages

Dit document bevat een uitgebreide samenvatting van het onderdeel Wetenschapsfilosofie, gedoceerd door prof. Lieselot De Wilde binnen het vak Grondslagen van Wetenschappelijk Onderzoek. De samenvatting bevat zowel de lesnotities als een verwerking van het handboek Waarheid, weten en wetenschap. Ik was geslaagd bij mijn eerste examenpoging.

Content preview

Intro: Wat is filosofie? ................................................................................................................................... 3
1. Inleiding .................................................................................................................................................... 3
1.1. weten, waarheid en wetenschap? ................................................................................................. 4
De epistemologische kwestie ................................................................................................................ 4
1.1. Weten, waarheid en wetenschap?................................................................................................. 5
1.2. wetenschap en wetenschappelijkheid? .................................................................................................. 6
1.2. Eisen voor wetenschappelijkheid .................................................................................................. 6
1.2.2. ZIJNSLEER EN KENNISLEER .................................................................................................... 6
1.3. De Verlichting: zoektocht naar de fundamenten en grenzen van het weten ................................... 7
2. Grondslagen van epistemologisch denken ............................................................................................ 9
Interesse in het ontstaan, zekerheid & reikwijdte van de menselijke kennis ......................................... 10
2.1 Descartes en het rationalisme! .......................................................................................................... 10
Daarvoor gebruikt hij zijn ..................................................................................................................... 11
2.1.1 Radicale twijfel............................................................................................................................ 11
2.1.2 Cartesiaans dualisme ..................................................................................................................... 12
1.2 Locke, Hume en het empirisme ......................................................................................................... 12
2.2.1. Causaliteit of oorzakelijkheid ..................................................................................................... 14
2.2.2. Probleem van inductie ............................................................................................................... 14
2.2.3. God is een aardbei .................................................................................................................... 15
2.2.4. Bacon als compromis 938.......................................................................................................... 16
Immanuel Kant (1724-1804) ....................................................................................................................... 18
2.3. Kant en het idealisme .......................................................................................................................... 18
(1) Epistemologische zoektocht ........................................................................................................ 18
(2) Zoektocht naar ethisch handelen ................................................................................................ 20
2.3.1. De goede wil .............................................................................................................................. 21
2.3.2. De categorische imperatief ........................................................................................................ 22
2.4 Kuhn en het paradigmatische denken ............................................................................................... 23
2.4.1 Begripsbepaling paradigma ........................................................................................................ 24
3. Wetenschapsfilosofie in de menswetenschappen ................................................................................... 25
3.1.1. DE SPREIDSTAND VAN DE SOCIALE WETENSCHAPPEN .................................................... 25
3.1.2. DISCUSSIE OVER ONDERZOEKSOBJECT (HET WAT) .......................................................... 26
3.1.3. DISCUSSIE OVER ONDERZOEKSMETHODE (HET HOE) ...................................................... 27
3.2. Empirisch-formele benadering (Gemodelleerd nr natuurwetenschappelijke methode)...................... 27
3.2.1 HEMPEL EN THE LAWS OF NATURE ....................................................................................... 28
3.2.2 VAN WERTFREIHEIT TOT SURVEYS: KIJKEN, METEN EN VERKLAREN .............................. 28
3.2. Interpretatieve benadering ............................................................................................................... 29
3.3.1. TRYING TO MAKE SENSE OF... ............................................................................................... 30
3.3.2. VAN VERSTEHEN TOT VELDWERK: KIJKEN, LUISTEREN EN BEGRIJPEN ......................... 30
3.3.1. TRYING TO MAKE SENSE OF... ............................................................................................... 30
3.4 Kritisch- Emancipatorische benadering ............................................................................................. 31
3.4.1 Karl Marx: Maatschappijkritiek .................................................................................................... 32
Dialectische methode volgens Marx ................................................................................................. 32
3.4.1 Karl Marx: Maatschappijkritiek .................................................................................................... 33
1

, 3.4.2 Westerse Marxisten: Lukács en Gramsci .................................................................................... 33
3.4.3 Frankfurther Schule en de Kritische Theorie ............................................................................... 34
3.4.3 Frankfurther Schule en de Kritische Theorie – Dialectiek van de verlichting ........................ 34
3.4.3 Frankfurther Schule en de Kritische Theorie – Cultuurindustrie................................................ 35
3.4.3 Frankfurther Schule en de Kritische Theorie ............................................................................... 35
3.4.4 Kritische Theorie ......................................................................................................................... 36
Kritisch-emancipatorische of waardegedreven benadering samengevat .............................................. 37
4. Durf twijfelen........................................................................................................................................ 37




2

,Wetenschapsfilosofie:
Intro: Wat is filosofie?
Geen wetenschap -> geen oplossingsmethode voor
• Gaat over vragen waarvoor (nog) geen oplossingsmethode is: bv zin van het leven-> kan je
geen onderzoek naar doen
• Wetenschappen te maken met: vraag – onderzoeksmethode – betrouwbare kennis
= enige consensus over de antwoorden
bv.: student farmacie test de werking van een nieuwe pil door een dubbel blind placebo
gerandomiseerde proef
- centrale vragen die eigen zijn aan mens-zijn

Filosofische vraagstukken hebben vaak geen methode
- We willen iets weten over de mensen, op een eiland gedropt gaan we nature willen zoeken naar iets
dat we weten, herkennen (verraders). ‘alle mensen verlangen van nature naar kennis’ Aristotles
- zo redelijk mogelijk op zoek gaan naar een antwoord
- antwoord niet gebaseerd op dwang, omdat anderen het denken (groepsdruk), traditie
(werkvloer), intuïtie, waarschijnlijkheid, dogma, autoriteit(omdat ik het zeg),…
- het gaat om het wikken en wegen van x argumenten
- Heel veel filosofische vragen van vroeger zijn nu wetenschappelijke vragen.
(Waarom als ik iets laat vallen valt het naar beneden) of bv.: is euthanasie voor
mensen met dementie toelaatbaar? Wat is de zin in het leven?
- Nadenken over de aard van wetenschap (wetenschapsfilosofie zit tussen filosofie en
wetenschap)-> Wanneer weten we iets?

- Filosofie begint met verwondering, met twijfel-> we willen betrouwbaarheid, zekerheid maar dat is er
niet altijd.
- Ze willen dat je vertraagt en in vraag stelt wat je dacht te weten en met verwondering
terugkijken naar een wereld die je dacht al heel goed te kennen.
- Ultieme vragen staan centraal
- cf. vragen van kinderen-> zijn goed in fundamentele vragen te stellen: waarom is geel geel?
Laten ons terugvallen op de fundamentele dingen die we aannemen als zeker.
- Voorbeelden? Wij nu niet zeker of we dit willen studeren.
- Voorgaande of oude ideeën blijven relevant (moest eindtermen bestaan van de 17e eeuw zou je je
vragen stellen-> in de filosofie werkt men anders, ze bouwen verder, ze blijven relevant.)
voortschrijdend inzicht
- Westerse traditie (Zie tekst Sami Zemni): vragen aan de mens zijn nog even eigen aan vragen van
de mens vandaag.
!!!heel veel van de ideeën worden meegenomen
- Tijdsgeest, hoe de wereld toen in elkaar zat: verlichting-> mannelijk perspectief: verlichte
denkers waren ook veel vrouwen, werden wel minder opgepikt-> Filosofie een selectie van
bepaalde personen die mogen spreken. Wie heeft recht op kennis constructie?
-  Prioriteit /focus van de filosofie worden
kennistheoretische vragen 
kennisleer/ epistimologie?


Opdracht: things i know to be true
Schrijf voor jezelf op: ik ben 18 jaar??
- Kan je het bewijzen dat het zeker is: a.d.h.v. 2 argumenten
- Wat we denken iets te weten, kan bewijzen, kan er ver in gaan.
- Zintuigen zeggen iets-> René Ricard-> niet mee akkoord; miss droom je en weet je dat niet
John Lock: niet nadenken zonder de wereld gezien of ervaren hebt
Immanuel Kant: veel belangrijk dat wat we doen ethisch verantwoord is.
 Heel veel wegen naar kennis.

1. Inleiding
3

, Durf Denken: dat is het credo/ motto van de Universiteit Gent. -> Komt van de verlichting
Kritische en onafhankelijke breinen studeren, onderzoeken, werken aan de UGent.
Als je iets wil durven denken, moet je iets leren denken en over wat kan je nadenken.


1.1. Weten, waarheid en wetenschap?
Michel Foucault: (ook anderen)
• Kernidee: onderscheid tussen weten (savoir) en kennis (connaissance) (nauwkerig zijn met welk
woord te gebruiken)
• Weten (ruimer) omvat kennis, valt er niet mee samen (betrouwbare kennis zit er nog meer in)
• Veld van wat in bepaalde periode als waar wordt ervaren
• Ruimer dan rationele kennis → omvat ook impliciete ervaringen en formuleringen
• Afhankelijk van de epistèmè (denkstructuur/tijdskader) van die periode
• Kennis
• Product van wetenschappen die in een periode als gezaghebbend gelden
• Expliciet, rationeel en wetenschappelijk gevalideerd
• Belangrijk:
• Foucault geeft specifieke betekenissen aan termen als: kennis, waarheid, waar, weten
• In dagelijks taalgebruik lopen deze door elkaar → in wetenschapsfilosofie nauwkeuriger

Je kan niet zomaar van mensen dingen aannemen, aannames vragen, meedenken, weten dit is
betrouwbare kennis.

Woorden objectief en subjectief: krijgen verschillende betekenissen bij verschillende filosofen. Niet
proberen iedereen aan elkaar te linken, de logica begrijpen.
De epistemologische kwestie
“They don’t know that we know they know?”
• Leer van de kennis
• Funderingsproblematiek als je iets denkt te weten hoe kan je het funderen, bewijzen dat het waar is
• Zoektocht naar de fundamenten en de grenzen van het weten: vragen die centraal staan in de
epistemologische kwestie:
• Hoe weten we dat we iets weten?
• Hoe weten we zeker dat iets waar is?
• Kunnen we ooit iets met zekerheid weten?
• Wat onderscheidt kennis van mening of geloof? In wetenschapsfilosofie is er veel twijfel;
door te twijfelen kan je dingen beter weten, opent een ruimte die niets te maken hebben met
betrouwbare kennis: mening, geloof,.. dus wetenschappelijke kennis-> enige bron van
zekere kennis.
• Hoe kom je tot betrouwbare kennis? (module 2 en 3)

 het gaat eigenlijk altijd over vragen naar het fundament en de zoektocht of de reikwijdte van wat
weten is.

Knowledge=? https://www.youtube.com/watch?v=r_Y3utIeTPg (tot 6:10)
Drang en zoektocht naar het funderen van kennis (centraal wetenschapsfilosofen volgend hoofdstuk)
• hoe ‘kennis’ definiëren?
~the nature of knowledge itself?(wetenschapsfilosofie voor sociale wetenschap cruciaal)
gaat over hoe kun je iets zeggen wat kennis is, dat je iets zeker weet en dat definiëren?
• ‘iets’ weten, wat is iets?, regent het buiten?
• kennis verbind je met feiten (iets dat waar is)
• gerelateerd aan ‘waarheid’
• weten (moet waar zijn and factual) vs. Geloven (wat we geloven is soms echt en soms vals)
• waar vs. Onwaar niet= hoe op theoretisch niveau onderscheid erin maken
• gebaseerd op…?

• Komt op moment dat ze Onvrede krijgen met mythische of dogmatische aanpak
Wouden ze echt iets vinden dat waar was!!-> taak onderzoeker: wat je denkt te weten,leest, hoort:
kritisch bij stilstaan= is dit wel waar?
4

Table of contents

  1. 01 Intro: Wat is filosofie? 3
  2. 02 1. Inleiding 3
    1. 1.1. Weten, waarheid en wetenschap? 4
    2. 1.1. Weten, waarheid en wetenschap? (1) 5
  3. 03 1.2. wetenschap en wetenschappelijkheid? 6
    1. 1.2. Eisen voor wetenschappelijkheid 6
    2. 1.3. De Verlichting: zoektocht naar de fundamenten en grenzen van het weten 7
  4. 04 2. Grondslagen van epistemologisch denken 9
    1. Interesse in het ontstaan, zekerheid & reikwijdte van de menselijke kennis 10
    2. 2.1 Descartes en het rationalisme! 10
    3. 2.1.2 Cartesiaans dualisme 12
    4. 1.2 Locke, Hume en het empirisme 12
  5. 05 Immanuel Kant (1724-1804) 18
  6. 06 2.3. Kant en het idealisme 18
    1. (1) Epistemologische zoektocht 18
    2. (2) Zoektocht naar ethisch handelen 20
    3. 2.4 Kuhn en het paradigmatische denken 23
  7. 07 3. Wetenschapsfilosofie in de menswetenschappen 25
    1. 3.1.1. DE SPREIDSTAND VAN DE SOCIALE WETENSCHAPPEN 25
    2. 3.1.2. DISCUSSIE OVER ONDERZOEKSOBJECT (HET WAT) 26
    3. 3.1.3. DISCUSSIE OVER ONDERZOEKSMETHODE (HET HOE) 27
    4. 3.2. Empirisch-formele benadering (Gemodelleerd nr natuurwetenschappelijke methode) 27
    5. 3.2. Interpretatieve benadering 29
    6. 3.4 Kritisch- Emancipatorische benadering 31
  8. 08 4. Durf twijfelen 37

Document information

Study
Uploaded on
February 16, 2026
Number of pages
38
Written in
2025/2026
Type
Summary
$12.00

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
0
Items
3
Last sold
4 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions