1 Ontwikkeling zesjarige
1.1 Ontwikkelingsdomeinen
• 1e leerjaar:
Lichamelijk - 1e strekking = bolle van kleuter gaat eraf
- Tandwisseling begint
- Globaal geleidelijk
- Rustige overloop van groei
Motorisch - Verfijnen van motoriek
- Evenwicht oog-handcoördinatie
- Gedetailleerder werken
- Voorkeurshand: link of recht en hiernaar handelen
- Leren fietsen
- Verdere spelontwikkeling: bouwen
- Creativiteit
Seksueel - Latentiefase = nog niet echt mee bezig
- Stereotiep gedrag
- Vuile mopjes zijn grappig
Cognitief - Concreet-operationele stadium (Piaget)
- Aandachtspuntspanne van 10 minuten
- Geen tijdsbesef: werken met dagritmekaarten
- Aanvankelijk lezen/rekenen/schrijven
- Leergierig en nieuwsgierig
- Zelfstandig werken
Beeldend (tekenen) - Schematisch beginnen tekenen
- Proporties en profiel zijn nog niet van toepassing
Sociaal-emotioneel - Soms grote drempel van KO → LO
- Minder afhankelijk van ouders
- Stemmingswissel
- Belang van leeftijdsgenootjes + éénseksgroepjes
- Leren samenwerken
- Soms bang voor grote wereld
- Werkelijkheid vs fantasie
Taal - Taalverwerving afwerken
- Uitbreiding van woordenschat
- Wel nog regelmatig fouten maken
- Taalspelletjes
- Groeiende bewustwording van taal en structuur van woorden en
zinnen
Identiek - Start van kernconflict: ijver vs minder waardigheid
- Zichzelf beter leren kennen
- Wie ben ik?
Moreel - Empathisch vermogen groeit → conventionele fase
- Conclusies:
, o Vergelijkbare ontwikkeling op eigen manier
o Neem tijd om kind te leren kennen → veilige hechting, veilige leeromgeving
o Sensitief en responsief reageren: respecteren van gevoelens en luisteren
o Reden zoeken achter het gedrag
o Morele ontwikkeling: steeds meer inleven in andere → dit modelleren
o Sterke link tussen sociale, emotionele en morele ontwikkeling
1.2 Levensbeschouwelijke ontwikkeling
• Gevoeligheid:
- Holistisch (minder analytisch bekijken)
- Kennen zonder verantwoording
- Levensbeschouwelijke/goddelijke/heilige op alle mogelijke plaatsen en alle denkbare vormen
- Zin en betekenis uit afbeeldingen en figuren vb: uit verhalen
- Open en nieuwsgierig, natuurlijk vermogen tot verwondering
- Mysterie = vriend. → zoektocht naar betekenis is een gewoon, dagelijks spel
- Op hun gemak bij de kracht van het onzegbare
• Aandachtspunten:
- Concrete ervaringen: geleidelijk van letterlijk naar figuurlijk → zintuigelijk werken
- Verhalen op niveau, beeldrijk brengen
- Apprecieer ongewone en spontane
- Kringgesprek: kort en krachtig met blikvanger
- Aanschouwelijk werken: ontdekkoffer, vertelpoppen, kamishibai
- Integratie rituelen en klashoek
• Sociaal-emotionele en levensbeschouwelijke ontwikkeling:
- Levensbeschouwelijk ontwikkelen → hoe hun denken met betrekking tot grote zingevingsvragen
evolueert en verhouden tegenover datgene wat een mens en de wereld overstijgt
- Rol lkr: begeleider van levensbeschouwelijke ontwikkeling
o In gesprek gaan met kinderen hoe zij naar wereld en naar dat wat wereld overstijgt kijken
o Kinderen nog niet in staat om woorden en taal te geven aan hun religieuze ervaringen en
gedachten
o Begeleiden in zowel cognitieve als emotioneel-affectieve dimensie van religiositeit
- Persoonlijke levensvisie = hoe jij in het leven staat.
o Gevormd door wat je in het leven leert, je emoties, je gedachten, rituelen en keuzes die je
maakt
- Zorgt voor authentieke identiteit
• Stadia in levensbeschouwelijke ontwikkeling:
- Model van Flower: cognitieve religieuze ontwikkeling
Fases Leeftijd Wat?
1) Ongedifferentieerd geloof 0 – 2 jaar Oorsprong van 1e godsbeelden die samenhangen
met manier waarop kind liefde en zorg krijgt en zo
vertrouwen in de wereld. De rest van de
ontwikkeling bouwt hierop verder. Geen ‘bewust’
geloof
2) Intuïtief-projectief geloof 2 – 6 jaar Kind combineert zijn verbeelding met gevoelens
en gewaarwordingen. Ze stelt vragen en komt tot
eigen visies op geloof. Eigen perspectief = enige
mogelijke.