LES 1. INLEIDING WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
wetenschappelijk onderzoek
= iets wat mensen ondernemen om iets op systematische manier uit te zoeken, waardoor kennis toeneemt
= ‘een menselijke activiteit die erop gericht is tot gesystematiseerde en betrouwbare kennis te komen’
kenmerken van onderzoek:
- systematisch gegevens verzamelen & analyseren
- doel = iets uitzoeken, een vraag beantwoorden
wat is het niet? vaak verkeerd gebruik van term ‘onderzoek’:
- alleen feiten of info verzamelen, zonder een bepaald doel of specifieke vraag
- feiten of info herordenen, zonder interpretatie
- als term om je product of idee te laten opvallen en respectabel te maken
product of uitkomst vn wetenschappelijk onderzoek: ‘geheel vn uitspraken, wetten of theorieën over een
samenhangend probleemgebied -> dus = kennis over een deel vd werkelijkheid, in de vorm van:
- theorieën (bv. prijstheorie: vraag en aanbod, relatieve schaarste verklaren menselijk gedrag)
- uitspraken of beweringen = hypothesen (bv. hogere prijs voor arbeid zal leiden tot minder vraag)
wetenschappers gaan proberen falsifiëren:
onderzoek proberen weerleggen of
checken of het klopt
via eliminatieproces (‘trial and error’) kun je kennis opbouwen
- onsuccesvolle’ falsificatie (= verificatie): als elke studie telkens bevestigt dat de hypothese klopt, heb
je meer kans dat het de waarheid is
- ‘succesvolle’ falsificatie: als meerdere studies de hypothese kunnen omverwerpen, moet je de
hypothese aanpassen of het klopt gewoonweg niet
resultaat: zelfcorrigerend mechanisme leidt tot betrouwbare kennis en zelfs ‘wetenschappelijke consensus’
transparantie over data & methode: falsifiëren kan als je weet hoe ze het onderzoek gevoerd hebben ->
onderzoeker moet publiek maken hoe die ertoe gekomen is, zodat anderen het opnieuw kunnen uitvoeren
FASEN VAN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
iteratief proces = geen vaste volgorde, soms na fase 1 lukt fase 2 niet en moet je terug naar fase 1, of je ziet
bij fase 5 (literatuurstudie) dat het al onderzocht is en je moet terug naar fase 1
1. Keuze en verkenning van een onderwerp: wat is een goed onderwerp? is het maatschappelijk relevant?
welke actoren uit de samenleving hebben belang bij het onderzoek?
2. Identificatie van de belangrijkste topics: bepalen vn wetenschappelijke relevantie vh onderzoek, op
welke manier draagt deze studie bij aan de bestaande kennis? welk research gap wordt erdoor gevuld?
research gaps vinden:
- geeft stand van zaken vh onderzoek (‘state of the art’ of ‘status quaestionis’)
- is gestructureerd (bv. deelthema’s)
- is kritisch (blinde vlekken, discussiepunten…)
- geeft pistes voor verder onderzoek
3. Formuleren van een probleemstelling: onderzoeksdoel & onderzoeksvraag → keuzes in functie van doel
- onderzoeksdoel: beschrijven, verkennen of verklaren
- inductieve en deductieve benadering
- kwantitatief en kwalitatief onderzoek
- fundamenteel en toegepast onderzoek
1
,Onderzoeksdoel
- Beschrijven: beter beeld krijgen vd fenomenen waarover je gegevens wil verzamelen, vaak als
voorfase van verkennend of verklarend (belangrijk maar niet voldoende)
o bv. beschrijf profiel van klanten die achterstallige betalingen van 6mnd of meer hebben op
een hypotheeklening (relevant voor bankmanager)
- Verkennen: vooral nuttig als je een probleem beter wilt leren begrijpen & als je nog geen duidelijke
voorspelling kan doen, maar wel al vermoedens hebt’
o bv. HR-manager wil weten wat de mogelijke redenen zijn voor lage motivatie bij werknemers
- Verklaren: ‘waarom’-vragen, ‘onder welke voorwaarden gebeurt X?’, ‘wat zijn de determinanten van
X?’, ‘Wat is het effect van X op Y?’ (je onderzoekt wat uit de verkennende studie kwam)
o bv. of verkoopcijfers zullen toenemen als het budget voor advertenties wordt verhoogd
- andere: bv. evaluerend, diagnostisch of ontwerpend onderzoek
Inductieve of deductieve benadering: beide belangrijk, ze vullen elkaar aan – denken wat is het meest gepast
voor mijn onderzoek?
- Deductief: theorie → hypothese → toetsing met empirische gegevens → theorie aanvaarden /
verwerpen / aanpassen (vertrekken vanuit bestaande theorie)
o hypothese, antwoorden standaardiseren, goed conceptualiseren & operationaliseren
- Inductief: empirische gegevens → observatie vn patroon → generaliseren → theorie (vertrekken
vanuit observaties)
o diepte-interviews, aandacht voor gevoelens en ervaringen, conceptualiseren ligt minder
rigide vast, ook hier theorievorming
Kwantitatief of kwalitatief onderzoek: hangt af van je doel en of je inductief of deductief werkt
Kwantitatief:
- gebaseerd op betekenissen die van getallen zijn afgeleid
- verzamelen resulteert in numerieke en gestandaardiseerde gegevens
- analyse gebeurt met diagrammen en statistische methoden
Kwalitatief:
- gebaseerd op betekenissen die door woorden worden uitgedrukt
- verzamelen resulteert in niet-gestandaardiseerde gegevens, die in categorieën worden ingedeeld
- analyse wordt uitgevoerd door middel van conceptualisatie
keuzes voor benaderingen moeten consistent zijn, hangt vaak samen:
• verkennend ~ inductief ~ kwalitatief
• verklarend ~ deductief ~ kwantitatief
Fundamenteel of toegepast onderzoek
Fundamenteel: bv. relatie tussen de werkdruk en het welzijn van een individu
- kennis omwille van de kennis
- generalisatie, algemene kennis belangrijk
- van algemeen belang voor de maatschappij
Toegepast: bv. hoe kun je het aantal vrouwelijke sollicitanten in je bedrijf verhogen?
- zorgt voor een concrete oplossing voor een specifiek probleem
- situeert zich bv. in problemen oplossen voor het management van een bedrijf
- nieuwe kennis wordt opgedaan, specifiek enkel voor dit probleem
goede onderzoeksvraag is:
- eenduidig - gekoppeld aan theorie en/of methodologie
- goed afgebakend - intern logisch en consistent (deelvragen)
- doelgericht
2
, 4. Opmaak van een onderzoeksdesign
5. Grondige literatuurstudie
6. Verfijnen onderzoeksvraag en design
7. Tussenstand, onderzoeksethiek en toegang
8. Verzamelen van gegevens
9. Analyseren van gegevens
10. Rapporteren en actualiseren
LES 2. INLEIDING INFORMATIEVAARDIGHEDEN
informatierevolutie = exponentiële groei van wetensch publicaties (scientific output doubles every 9 years)
informatievaardigheden = informatieverwerving: hoe verzamel ik efficiënt wetensch info over mijn
onderwerp? + informatieverwerking: hoe beoordeel ik de bronnen? hoe kan ik de nodige info eruit halen?
Hoe doe je je onderzoek? Wat doe je allemaal om deze vraag te beantwoorden? Hoe ga je te werk?
conceptualisering van begrippen: wat is een energiezuinige woning?
Primaire bronnen: je gaat ze zelf maken (verdiepend)
- interviewen: beperkt aantal mensen = kwalitatief, diepgaand en zoeken naar verklaring
- enquêtes: bij grote groep mensen = kwantitatief
- waarnemingen
Secundaire bronnen: al bestaande info
literatuur: is het onderwerp al besproken?
wetenschappelijke artikels, boeken
voorgaande masterproeven
Tertiaire bronnen: algemene handboeken & encyclopedieën (verkennend)
Waarom literatuur bestuderen? Inzicht krijgen, research gaps identificeren, vermijden bestaand onderzoek
over te doen, bestaande theorieën testen
Bronnen zoeken
wetensch artikel: 1 onderzoeksvraag diepgaand
bespreken
review: 1 onderwerp met meerdere
onderzoeksvragen
meta-analyse: 1 onderzoeksvraag uitspitten met
versch analyses
working paper: niet gepubliceerde papers
wikipedia gebruiken? hangt er van af: gebruiken om jezelf in
te lezen, maar je moet checken of de bronnen kloppen
wanneer is bron relevant? auteur controleren, aantal
citaties, of de theorie weerlegd is, wijze van reviews
(overzichtsartikel), gepubliceerd in tijdschriften…
peer reviewed: mensen die ook wetenschappelijke artikels schrijven, gaan andere artikels nalezen &
feedback geven, moet niet perse zelfde onderwerp zijn als dat waarin persoon gespecialiseerd is
kenmerken van een goed overzichtsartikel: (fase 2: review)
• geeft een stand van zaken (state of the art)
• is gestructureerd (bv. per deelthema)
• is kritisch (bv. blinde vlekken, discussiepunten, ongepaste onderzoeksmethoden)
• geeft pistes voor verder onderzoek (“research gaps”)
3