BELGISCHE
PRIVAATRECHTSGESCHIEDENIS
D. Heirbaut
Elisa Drubbel
,Elisa Drubbel 2025-2026
EUROPESE EN BELGISCHE PRIVAATRECHTSGESCHIEDENIS 3
Inleiding 3
A. Wat wordt bestudeerd in de privaatrechtsgeschiedenis 3
B. Verantwoording van de studie van de rechtsgeschiedenis 3
Deel I: Extern recht 5
I. De periodisering van de rechtsgeschiedenis 5
II. De Oud-Romeinse periode (753 - ca. 250 v.C.) 6
A. Rome is nog primitief 6
B. Instellingen 7
C. Rechtsbronnen 9
D. Procedure 10
III. De voorklassieke periode (ca. 250 - 0) 11
A. Rome groeit uit tot een wereldrijk 11
B. Rechtsbronnen 12
C. Procedure 13
IV. De klassieke periode (0 - ca. 250) 15
A. Rome wordt keizerrijk 15
B. Rechtsbronnen 16
C. Procedure 17
V. De naklassieke periode (ca. 250 – Justinianus (527)) 19
A. Rome in crisis 19
B. Rechtsbronnen 19
C. Procedure 20
VI. Justinianus (527 - 565) 22
A. Keizer Justinianus 22
B. Het Corpus iuris civilis 22
VII. De costumiere periode (476 – ca. 1100) 25
A. Het achterlijke West-Europa 25
B. De triomf van de gewoonte van het lokale/regionale recht 25
VIII. Het ius commune (ca. 1100 – ca. 1800) 27
A. Een breuk omstreeks 1100 27
B. Het Europees recht van de rechtsgeleerden: het ius commune 28
C. De confrontatie tussen het ius commune en het lokale/regionale gewoonterecht 32
IX. Triomf en mislukking van de verlichting: het Vernunftrecht (ca. 1800) 41
A. De Verlichting 41
B. De Verlichting en het recht 41
C. De geleidelijke terugkeer van de wetgeving in West-Europa 42
D. De ontwikkeling van het Vernunftrecht 43
E. De zelfmoord van het Vernunftrecht: de codificatie 44
X. Het nationaal recht (19de en 20ste eeuw) 51
A. De ‘verkaveling’ van het recht in Europa en in de wereld 51
B. Het overleven van het ius commune in Duitsland 51
C. Frankrijk na de codificatie 53
D. Engeland 56
E. Het recht in Duitsland, Frankrijk en Engeland: gemeenschappelijk elementen 56
F. 1900: het Duitse Bürgerlische Gesetzbuch: het definitieve einde van het ius commune 56
G. Het Europees recht in de twintigste eeuw 58
XI. De eenentwintigste eeuw: rechtspluralisme 60
A. Van nationaal recht naar rechtspluralisme 60
B. De opkomst van het niet-Europees recht (1): het Amerikaanse recht 61
C. De opkomst van het niet -Europees recht (2): het niet-Westers recht 63
D. In Europa (1): een nieuw ius commune in wording 63
E. In Europa (2): de terugkeer van het regionale recht, het Belgische voorbeeld 67
F. In Europa (3): de hercodificatie van het nationaal recht 68
G. De rechtsvergelijking en de nieuwe evoluties 73
1
,Elisa Drubbel 2025-2026
Deel II: Intern recht 74
I. Personen- en familierecht 74
A. Basisbegrippen bij de studie van het personen- en familierecht 74
B. De rechtsbekwaamheid 74
C. De handelingsonbekwaamheid 75
D. De rechtspersoon 80
E. De familie 80
F. Het huwelijk 82
G. De echtscheiding 85
II. Zakenrecht 88
A. Inleidende begrippen 88
B. Soorten van zaken 89
C. Eigendom, bezit en detentie 91
D. De beperkte zakelijke genotsrechten 100
E. De zakelijke zekerheden 103
III. Verbintenissenrecht 105
A. Inleiding 105
B. Algemeen contractenrecht 106
C. Bijzonder contractenrecht 114
D. Quasi-contracten 115
E. Delicten en quasi-delicten 117
IV. Erfrecht 122
A. Inleiding 122
B. Het Romeins erfrecht 122
C. Intestaatserfrecht in het gewoonterecht 122
D. Het testament in de Middeleeuwen en de Moderne Tijden 125
E. De verwerving van de nalatenschap vóór de Franse Revolutie 126
F. De invloed van het erfrecht op de rest van het recht vóór de Franse Revolutie 126
G. Conclusie 127
H. De Franse Revolutie 127
I. Het Burgerlijk Wetboek van 1804 129
J. De evolutie van 1804 130
K. Het Belgisch Burgerlijk Wetboek 130
L. De toekomst 130
V. Huwelijksvermogensrecht 131
A. Het Romeins recht 131
B. De rechten van de langstlevende in de Frankische periode 131
C. De rechten van de langstlevende na de Franken 132
D. Het Burgerlijk Wetboek van 1804 133
E. De evolutie na 1804 134
F. Het Belgische Burgerlijk Wetboek 134
G. Het probleem van de ongehuwde partners 135
Besluit 135
2
, Elisa Drubbel 2025-2026
Europese en Belgische privaatrechtsgeschiedenis
Inleiding
A. Wat wordt bestudeerd in de privaatrechtsgeschiedenis
Rechtsgeschiedenis: studie van recht doorheen de eeuwen.
Waarom?
→ Recht zou logisch moeten zijn, mensen gaan regels enkel volgen als ze het logisch vinden. Soms heb je
de geschiedenis nodig om die logica te vinden.
Vb. Echtscheiding door onderlinge toestemming: koppel gaat uit elkaar in onderling akkoord (ze zijn het
eens over hoe, wat, waarom, …), maar toch moeten ze naar de rechtbank en niet gewoon naar het
gemeentehuis (niet logisch). Vanuit de geschiedenis kan je het wel begrijpen, de Kerk in de ME wou niet
dat je uit het recht kon scheiden, dus als je van tafel en bed wou scheiden moest je langs de rechtbank,
omdat de kerk dat ook niet zo graag wou. Is blijven hangen ook al heeft de kerk niets meer te zeggen over
het burgerlijk huwelijk.
Vb. Art. 1674 oud BW: je hebt iets verkocht en je kan eisen dat het vernietigd wordt als het gaat om een
stuk onroerend goed en je bent voor meer dan 7/12en benadeeld. (=Als je minder dan de helft hebt
gekregen dan dat het waard is). Om die rare manier van beschrijven te begrijpen moet je opnieuw kijken
naar de geschiedenis.
BW van 1804 = Oud Burgerlijk Wetboek
Belgisch BW (= BBW) = Burgerlijke Wetboek
Soms lijkt het logisch te zijn, maar is het niet logisch.
Vb. Art. 1382 oud BW: fout, schade, causaal verband → schade vergoeden. We vinden dat logisch, maar
dat is het niet.
Je bent afgestudeerd en verliefd geworden op een collega en je hebt een kindje. Je loopt met je peutertje
op straat en ineens komt er iemand met een motor aan 200km/u en die rijdt je kindje dood. Die motorrijder
moet betalen, maar op dat moment is dat niet waar je aan denkt, het is niet logisch. Je eerste reactie is
wraak nemen, je wil de motorrijder doodslaan. Dat is eeuwenlang logisch geweest onder de mensen, en
nu plots niet meer omdat we ‘geïndoctrineerd’ zijn door de maatschappij.
B. Verantwoording van de studie van de rechtsgeschiedenis
1. Extern recht
Om het intern recht te kunnen begrijpen moet je dit kennen, nl. hoe zijn de regels van het intern recht er
gekomen.
→ De bronnen van het recht
- Materiele bronnen
o Veranderingen in de maatschappij leiden tot vernieuwingen/aanpassingen in het recht
Vb. De computer breekt door, dus er komt recht daarover tot stand
- Formele bronnen
o Wetgeving door machthebbers
▪ Algemeen bindende voorschriften uitgevaardigd door degene die de macht heeft
▪ Enge zin: door Belgisch federaal parlement (niet in geschiedenis)
o Rechtspraak door rechters
▪ Opletten met rechters die het recht maken (vandaag professionals, maar
vroeger niet)
o Rechtsleer door geleerden
▪ Opletten (vandaag professoren en onderzoekers, maar vroeger opnieuw niet)
o Gewoonte door de maatschappij
▪ Meest spontane vorm van rechtscreatie
→ Meest voorkomende, maar er zijn er nog
- Kenbronnen
o Informeren over de inhoud van het recht (vandaag niet moeilijk, maar vroeger wel)
Deze cursus → formele bronnen
3