Hoofdstuk 8: preventie maatregelen & voeding
8.1 Voedingsanamnese
= vast onderdeel van de MondGezondheidsAnamnese (MGA)
= afnemen bij nieuwe patiënten, duidelijke klinische veranderingen (cariës,
erosie,…), grote levenswijzigingen (woonplaats, medicatie)
Kan nuttig zijn bij:
Jonge kinderen met tekenen van cariësactiviteit
Bij start van periode met hoog risico (suikerhoudende medicatie,
orthodontie)
Stijgende cariësactiviteit of nieuwe erosieve schade op alle leeftijden
Hoe aanpakken?
Start met open vragen: “Vertel eens hoe een gewone dag eten en drinken
eruitziet?”
Focus op frequentie en tijdstip, minder op hoeveelheden
Aparte vraag naar: drankjes tussen maaltijden, snacks, automatische
gewoonten
Gebruik geen veroordelende taal
Methodes:
Noteren tijdstip, soort eten of drinken, context (maaltijd, snack,…)
Let op: patiënt past gedrag soms aan, men weet waarvoor registratie dient =
Hawthorne effect
1. 24-uurs recall: noteren eten/drinken van de afgelopen 24 uur
= handig in de praktijk, snelle indruk
2. 3-4 dagen dagboek
= voor meer details
Interpretatie van dagboek:
Tellen van suiker-/zuuraanvallen per dag
Speciale aandacht voor sipping (lang drinken van 1 drankje),
avond/nacht (lage speekselstroom)
Vorm voedsel/drinken: kleverig <-> vloeibaar, vast <-> oplosbaar
Ook andere factoren spelen mee
Score op dagboek, hoe hoger de score hoe meer risico op cariës
Sweetners
- Sterke toename van gemaksvoedsel de voorbij decennia
- Er wordt minder gekookt thuis, patiënt heeft weinig controle over hoeveel
suiker wordt toegevoegd
- Suiker zit verborgen in chips, ketchup, brood,… niet enkel in snoep
- “geen suiker toegevoegd” betekent vaak wel nog natuurlijke suikers (vb.
fruit)
, - Voor cariëscontrole volstaat het niet om enkel snoep te beperken
Niet-cariogene zoetstoffen kunnen helpen om suikerpieken te verminderen
Tandarts moet weten welke zoetstoffen cariogeen zijn, welke enkel volume
(bulking) geven
Cariogene koolhydraten Niet-cariogene Niet-cariogene
koolhyraat-bulking zoetstoffen
agents
Mono- en disachariden Fructosepolymeren Intense zoetstoffen
= fructose, sucrose,… = fructanen (inuline)
Sommige zetmelen en Bulkzoetstoffen
zetmeelderivaten Polydextrlse
Bepaalde
oligosacchariden Nutriose
= glucosepolymeren,
fructooligosacchariden
8.2 Alternatieven voor suiker
Cariogene oligosachariden:
- Glucosepolymeren (dextrines, maltodextrines, glucosestroop)
- Isomaltooligosachariden
- Sucromalt
- Fructooligosachariden
Laag of niet-cariogene mono- en disachariden
- Tagatose
- Trehalose
- Sucrose-isomeren: palatinose, trehalulose, maltulose, leucrose
Nieuwe koolhydraten (mono-, di-, oligosachariden) worden gebruikt als
goedkope suikervervanger
Voordelen: meer vezels, minder verteerbaar, lagere energie-inhoud
Veel van deze koolhydraten bereiken de dikke darm en stimuleren dan
lactobacillen en bifidobacteriën = prebiotica, gunstig voor darmflora
Dezelfde bacteriën komen voor in plaque en kunnen in de mond acidogeen
(=zuurvormend) zijn
Producten kunnen suikervrij zijn, maar toch fermenteerbare oligosachariden
bevatten
Cariogene oligosachariden
Glucosepolymeren = mengsel van mono- tot oligosachariden en korte
dextrines. Ze ontstaan door zure hydrolyse van zetmeel.
Ze verhogen de inhoud van energie (sportdranken, desserts, baby
voeding, …)
In de mond zijn de korte ketens direct fermenteerbaar, lange ketens
worden eerst gehydrolyseerd door speekselamylase
Dus: potentieel cariogeen, zeker bij langdurige retentie (= voorkomen
in mond)
Behandel ze zoals vrije suikers