2BA Internationaal recht I
MODULE 1
1. Wat is internationaal recht?
IR is het recht dat bepaalt hoe staten met elkaar omgaan. Het gaat dus niet over het
recht binnen een land, maar over het recht tussen landen. Daarom noemen we dit soms
het tussenstaatsrecht
1.1.De belangrijkste actoren
De belangrijkste spelers in het internationaal recht zijn de staten zelf
Staten waren de eerste subjecten van het IR en zij hebben de volledige internationale
rechtspersoonlijkheid. Dat betekent dat ze alle mogelijke rechten en plichten hebben
onder het IR, en dat ze die ook kunnen afdwingen. Als hun rechten geschonden worden,
kunnen zij een procedure starten voor een internationaal orgaan. En als zij hun plichten
schenden, kunnen ze aansprakelijk worden gesteld
1.2.Nieuwe subjecten in de loop der tijd
In de loop van de geschiedenis zijn er actoren bijgekomen die ook als subjecten van het
IR worden erkend, maar in mindere mate. Dat zijn afgeleide subjecten, zoals
internationale organisaties, volkeren en sinds WO II ook individuen. Ze heten afgeleide
subjecten omdat ze niet automatisch rechtspersoonlijkheid hebben: ze krijgen die alleen
in de mate waarin staten dat toestaan: staten beslissen dus zelf welke bevoegdheden
deze actoren krijgen in het IR
Individuen beschikken maar over beperkte internationale rechten en plichten. We hebben
vooral verplichtingen om bepaalde zware misdaden niet te plegen, zoals
oorlogsmisdaden, genocide of misdaden tegen de mensheid. Als individuen zulke
misdaden toch plegen, kunnen ze voor internationale rechtbanken vervolgd worden
Het Internationaal Strafhof is bv bevoegd om personen te vervolgen die dergelijke
internationale misdrijven hebben gepleegd. Dat zie je vandaag in de actualiteit, waar het
Strafhof aanhoudingsbevelen heeft uitgevaardigd voor enkele Israëlische leiders en
enkele Hamas-leiders omdat er aanwijzingen zijn dat zij misdaden tegen de mensheid of
oorlogsmisdaden zouden hebben begaan. Er loopt onderzoek, en als blijkt dat de feiten
bewezen kunnen worden, kunnen deze personen vervolgd worden voor het Strafhof
2. De brede inhoud van het internationaal recht
Het IR is een zeer ruim rechtsgebied. Er bestaan heel veel verschillende domeinen binnen
het IR. Dat gaat van regels over wat een staat precies is, en hoe het grondgebied van een
staat wordt bepaald, tot luchtrecht, ruimterecht, milieurecht, recht van de zee,
diplomatiekrecht, en het recht van gewapende conflicten
2.1.Invloed op het nationaal recht
Het belang van het IR blijkt ook uit het feit dat ons nationaal recht vandaag in grote mate
geïnspireerd wordt door internationale normen. Ongeveer 80% procent van de wetten die
wij op nationaal niveau aannemen zijn beïnvloed door regels en afspraken die op
internationaal niveau tot stand zijn gekomen
Daar rekenen we ook het Europees recht bij, omdat dat eigenlijk een onderdeel is van het
internationaal recht. Dat toont hoe belangrijk het internationaal recht geworden is. Wij
denken vaak dat wij als staat volledig soeverein beslissen, maar in werkelijkheid is veel
van wat wij op nationaal niveau vastleggen al voor een groot deel bepaald door
internationale afspraken die later worden omgezet in nationale wetgeving
3. Wat internationaal recht niet is
1
,2BA Internationaal recht I
Internationaal recht en vreemd recht zijn niet hetzelfde. Het Duitse recht is bv geen
internationaal recht, net zoals het Nederlandse, het Chinese of het Amerikaanse recht
geen internationaal recht zijn. Dat zijn telkens nationale rechtsstelsels
Ook situaties waarin er een buitenlands element aanwezig is, zoals bij de vraag welk
huwelijksstelsel geldt wanneer een Belg trouwt met een Koreaan, behoren niet tot het
internationaal recht dat wij hier bespreken. Dat is het internationaal privaatrecht, dat
behoort tot het nationaal recht maar bevat een internationaal element. Wij hebben het
hier over het internationaal publiekrecht. Dat is belangrijk om te onderscheiden. We zitten
in het internationaal recht met een verhaal dat enerzijds tussen staten speelt, maar
anderzijds ook een publiek karakter heeft. Het gaat om relaties tussen overheden: staat A
tegenover staat B
Het internationaal recht heeft natuurlijk ook een juridisch element, want het blijft recht,
ook al wordt dat vandaag steeds vaker in vraag gesteld. De reden daarvoor is dat we
momenteel in een periode zitten waarin staten, en vooral de grootmachten, zich minder
en minder laten leiden door het IR. Ze laten zich meer leiden door macht en politieke
belangen dan door juridische regels. Dat zien we al langer, maar de laatste maanden is
dat nog duidelijker geworden
Wanneer iemand als Donald Trump bv zegt dat hij zich niet meer wil bezighouden met de
Wereldhandelsorganisatie, of wanneer een andere staat aangeeft dat bepaalde regels
hem toch niet interesseren, en wanneer Rusland beslist dat een stuk van Oekraïne hen
interesseert en dat ze het dan maar innemen, dan zie je daar duidelijk hoe het IR onder
druk komt
Toch blijft het IR een juridisch domein. Het is belangrijk om een onderscheid te maken
tussen internationale betrekkingen en internationaal recht. Dat zijn 2 verschillende
dingen:
Internationale betrekkingen gaan veel meer over macht, geopolitiek en strategie, en het
recht speelt daarin wel een rol, maar zeker niet de enige en vaak ook niet de bepalende.
Hier zijn we echter met rechtswetenschappen bezig, en dus gaat het in de eerste plaats
om regels, de toepassing van die regels en alles wat daarbij hoort
4. De basiskenmerken van het internationaal recht
Het IR heeft een aantal basiskenmerken. Wanneer je het internationaal recht vergelijkt
met het nationaal recht, merk je dat het IR anders werkt, ook al spreken we in beide
gevallen over recht
1) Het horizontale karakter van het internationaal recht
In het nationaal recht werkt alles eerder verticaal. Je hebt daar een duidelijke hiërarchie.
Er is een duidelijke verhouding tussen wie de normen maakt en wie eraan onderworpen
is. Er is ook een duidelijke hiërarchie tussen de bronnen: de grondwet staat bovenaan,
dan komen de wetten, en daaronder staan KB’s en MB’s. De wetgever beslist, de
bevolking is rechtsonderhorig, en wij moeten die regels toepassen. Bij een juridisch
geschil kijkt men altijd eerst naar de hoogste norm: wat zegt die norm, en zijn de lagere
normen daarmee in overeenstemming?
In het IR werkt dit helemaal anders. Daar bekijken we het recht horizontaal. De reden
daarvoor is dat er in het IR geen hiërarchie bestaat zoals in het nationaal recht. Er is geen
wereldwetgever die boven de staten staat en regels kan opleggen. Staten zijn in het IR
allemaal gelijk aan elkaar
Het uitgangspunt is de soevereine gelijkheid van staten. Dat betekent dat geen enkele
staat boven een andere staat staat, want dan zouden ze niet langer soeverein zijn.
Soevereiniteit houdt in dat een staat het hoogste gezag heeft binnen zijn eigen domein,
2
,2BA Internationaal recht I
dat er niemand boven die staat staat, en dat die staat dus onafhankelijk is van anderen.
In het internationaal recht bestaat er dus een gelijkheid tussen staten
2) Afwezigheid van centrale wetgever
Omdat die gelijkheid er is, bestaat er geen centrale wetgever die voor alle staten beslist
wat het recht is en die hen verplicht dat toe te passen. Staten zijn in het IR tegelijk de
wetgevers en de rechtsonderhorigen. Zij maken zelf de regels en zij zijn ook degenen die
eraan onderworpen zijn. Er is dus geen hiërarchie zoals in het nationaal recht, waar je
duidelijk ziet wie de regels maakt en wie ze moet volgen
Omdat staten soeverein zijn, kunnen ze ook zelf beslissen of ze zich willen onderwerpen
aan bepaalde regels of niet. In het nationaal recht hebben wij die vrijheid niet: als de wet
er is, moeten wij die volgen. In het IR kunnen staten, juist omdat er niemand boven hen
staat, zelf kiezen welke regels ze al dan niet aanvaarden
Als een staat niet gebonden wil zijn aan een bepaalde regel die in een verdrag staat, dan
wordt die staat gewoon geen partij bij dat verdrag. Door het verdrag niet te ratificeren, is
die staat ook niet gebonden door de inhoud ervan. Andere staten die het verdrag wél
hebben geratificeerd, zijn wel gebonden, maar de staat die er bewust geen partij van
wordt, blijft buiten die verplichtingen
Op dezelfde manier geldt dat alle bronnen van het IR slechts bindend zijn voor een staat
in de mate waarin die staat dat zelf heeft gewild. Het is dus niet zo dat elke internationale
regel automatisch voor elke staat geldt. In werkelijkheid bestaat er een complexe situatie
waarin sommige regels voor bepaalde staten bindend zijn, terwijl andere regels alleen
bindend zijn voor andere staten. Dat heeft allemaal te maken met de keuzes die staten
zelf maken en hun soevereine positie binnen het IR
3) Geen hiërarchie
Er bestaat geen hiërarchie tussen verdragen, gewoonterecht en algemene
rechtsbeginselen. Deze bronnen bevinden zich op hetzelfde niveau, waardoor bij een
geschil waarbij 2 bronnen elkaar tegenspreken niet kan worden teruggevallen op een
hogere norm, zoals in het nationaal recht. Omdat alle normen gelijk zijn, moet het
internationaal recht zulke tegenstellingen op een andere manier oplossen
In plaats van een rangorde te gebruiken, werkt men met interpretatieregels die eigen zijn
aan het IR en kunnen verschillen van de interpretatieregels in het nationaal recht. De
manier waarop met bronnen wordt omgegaan is dus anders, maar dit verandert niets aan
het juridische karakter van het IR; het hanteert enkel andere methoden voor de
toepassing van zijn normen
Het IR onderscheidt zich van het nationaal recht door enkele eigen kenmerken die
voortvloeien uit de soevereiniteit van staten. Staten zijn de belangrijkste subjecten van
het IR en precies om die soevereiniteit bestaat er geen centrale wetgever. Staten bepalen
zelf wat het recht is. Ook al bestaan er organen zoals de Algemene Vergadering of de
Veiligheidsraad, uiteindelijk blijven het de staten die beslissen. Er is geen instantie die
regels kan opleggen waaraan staten automatisch onderworpen zijn
Omdat er geen centrale autoriteit is, functioneert het IR op basis van consensualisme.
Een regel bindt een staat pas wanneer die staat ermee instemt. Een staat die geen
instemming geeft, wordt door de regel niet gebonden
Een voorbeeld hiervan is het Internationaal Strafhof, opgericht via het Statuut van Rome.
Staten die dit verdrag niet ratificeren, zoals verschillende grootmachten waaronder de VS,
zijn niet gebonden aan het Strafhof of aan de verplichtingen die uit het statuut
voortvloeien
3
,2BA Internationaal recht I
Het centrale idee is dus dat staten zelf kiezen of zij zich willen binden aan een regel.
Zonder instemming geldt die regel niet voor hen, al kan hij wel gelden voor staten die wél
hebben ingestemd
Er bestaan echter uitzonderingen op dit consensuele systeem. Een belangrijke
uitzondering is het dwingend recht, het jus cogens. Dit betreft basisnormen die een
hogere status hebben dan andere regels van het IR. Wanneer een rechtsregel hiermee in
strijd is, wordt die als nietig beschouwd. Aan jus cogens kan geen enkele staat afbreuk
doen, en elke regel die ertegen ingaat verliest zijn geldigheid
4) Afwezigheid van centrale rechter
Naast de afwezigheid van een centrale wetgever bestaat er in het IR ook geen centrale
rechter. In tegenstelling tot het nationaal recht, waar altijd een bevoegde rechter
beschikbaar is om een geschil te behandelen, heeft in het IR geen enkele rechter
automatisch bevoegdheid over conflicten tussen staten. Staten moeten zelf instemmen
met de bevoegdheid van een internationaal hof voordat een zaak kan worden behandeld
Het Internationaal Gerechtshof is hiervan een duidelijk voorbeeld. Het hof is niet uit
zichzelf bevoegd; staten moeten die bevoegdheid expliciet erkennen. Dit kan vooraf
gebeuren, bv door een verklaring of een bepaling in een verdrag, maar ook pas nadat een
geschil is ontstaan wanneer beide staten beslissen om de zaak samen aan het hof voor te
leggen
Een manier om de bevoegdheid vooraf vast te leggen is het opnemen van een clausule in
een verdrag die bepaalt dat toekomstige geschillen over de interpretatie of toepassing
van dat verdrag naar het Internationaal Gerechtshof zullen worden verwezen
Het Genocideverdrag bevat zo’n compromissoire clausule: Zuid-Afrika heeft zich daarop
gebaseerd om een zaak tegen Israël in te leiden, omdat het meent dat Israël handelingen
verricht die onder genocide of aanzetten tot genocide vallen. Beide staten zijn partij bij
het Genocideverdrag en hebben daardoor vooraf ingestemd met de bevoegdheid van het
hof. Hoewel Israël de procedure niet wenst, is het door zijn eerdere instemming alsnog
gebonden. Het Internationaal Gerechtshof behandelt de zaak momenteel en zal op een
later moment oordelen of er sprake is van een schending van het verdrag
5) Afwezigheid van een centraal handhavingsmechanisme
Naast het ontbreken van een centrale rechter is er in het IR ook geen centrale instantie
die zorgt voor rechtshandhaving. Er bestaat geen internationale politiemacht die staten
kan verplichten zich aan het IR te houden wanneer zij dat schenden. Dat hangt samen
met het feit dat staten soeverein zijn en dus het hoogste gezag vormen; niemand staat
boven hen om naleving af te dwingen
In tegenstelling tot het nationaal recht, waar de overheid sancties kan opleggen of dwang
kan uitoefenen wanneer een regel wordt overtreden, bestaat die mogelijkheid niet op
internationaal niveau. Handhaving is daar de verantwoordelijkheid van de staten zelf. Zij
bepalen niet alleen de regels en of een geschil aan een internationaal hof wordt
voorgelegd, maar dragen ook zelf zorg voor de uitvoering van die regels
Hoewel er geen centraal mechanisme bestaat, beschikken staten wel over middelen om
andere staten ertoe te brengen opnieuw in overeenstemming met het internationaal
recht te handelen. Voorbeelden hiervan zijn represailles en retorsies, instrumenten
waarmee een staat druk kan uitoefenen om naleving te bevorderen
6) De wisselwerking tussen internationaal en nationaal recht
Een laatste kenmerk van het IR is dat het, hoewel het een afzonderlijke rechtsorde vormt
met eigen regels en principes, moet samenwerken met het nationaal recht om
daadwerkelijk effect te hebben. Het IR kan steeds minder functioneren zonder de
4
,2BA Internationaal recht I
medewerking van staten zelf. Wat op internationaal niveau wordt afgesproken, moet
worden omgezet in nationale regelgeving, zodat die afspraken binnen de staat kunnen
worden toegepast en nageleefd. Zonder die omzetting zou het IR veel van zijn kracht
verliezen
Een duidelijke illustratie hiervan is de aanpak van de opwarming van de aarde. Tijdens
internationale conferenties worden afspraken gemaakt, maar zolang die niet worden
opgenomen in nationale wetten en beleidsmaatregelen, blijft de impact minimaal. Pas
wanneer staten deze verplichtingen in hun interne rechtsordes verwerken, kunnen
nationale rechtbanken ermee werken en wordt het IR in de praktijk effectief
5. Geschiedenis van het internationaal recht
Om te begrijpen hoe het internationale recht is ontstaan, moeten we eerst weten wat
internationaal recht precies is
Internationaal recht is het recht dat de relaties tussen staten regelt. Dus daarvoor heb je
2 dingen nodig:
Recht
Staten
Zonder staten bestaat er geen internationaal recht
Daarom hangt de geschiedenis van het internationale recht samen met de geschiedenis
van staten. Maar er zijn niet altijd staten geweest zoals we die vandaag kennen
Wat is een staat?
De moderne definitie staat in het Montevideo-verdrag. Een staat heeft 4 elementen:
1. Een grondgebied → Een duidelijk stuk land waarover de staat gaat
2. Een bevolking → Mensen die daar wonen en de nationaliteit van die staat hebben
3. Een overheid of regering → De groep die regels maakt en uitvoert
4. Soevereiniteit → De staat is het hoogste gezag op zijn grondgebied
Soevereiniteit: het belangrijkste begrip
Soevereiniteit betekent dat de staat de baas is over zijn eigen grondgebied en dat
niemand boven die staat staat. Niet andere staten, niet internationale organisaties,
niemand
Dit is een van de basisbeginselen van het internationale recht
Zonder soevereiniteit kan het internationale recht niet functioneren
Waarom is soevereiniteit belangrijk?
Omdat alleen een staat die het hoogste gezag heeft, kan deelnemen aan het
internationale recht. In de bekende zaak Island of Palmas werd dat bevestigd: de staat die
het effectief hoogste gezag uitoefent over een gebied, is de soevereine staat
Soevereiniteit leidt tot onafhankelijkheid: Een soevereine staat is onafhankelijk van
andere staten, internationale organisaties, en andere internationale actoren. Hij beslist
zelf over zijn grondgebied en bevolking
5.1.Het ontstaan van staten
Het ontstaan van staten in de moderne betekenis van het woord situeert zich vooral in
het midden van de 17de eeuw. In deze periode vond er in Europa een belangrijke
consolidatie van macht plaats:
Staten begonnen hun bestuur te centraliseren
Kregen steeds meer bevoegdheden
5
,2BA Internationaal recht I
Konden die bevoegdheden ook daadwerkelijk uitoefenen over hun grondgebied
Tegelijkertijd werd het gezag dat boven de staat stond, zoals het kerkelijke gezag
van de paus en het wereldlijke gezag van de Duitse keizer, geleidelijk afgebroken
Pas vanaf deze periode kan men echt spreken van staten zoals we die vandaag kennen
Veel rechtsgeleerden situeren het ontstaan van het moderne IR in 1648, bij het Verdrag
van Westfalen. Dat is echter een eurocentrische visie. Ook buiten Europa bestonden al
eeuwen vormen van internationale relaties:
In het oude Griekenland sloten stadstaten verdragen en wisselden gezanten uit,
In Egypte werden verdragen gesloten met naburige gebieden,
In de Levant en het Midden-Oosten bestonden afspraken tussen politieke
entiteiten,
Het Romeinse Rijk, China en India ontwikkelden eveneens praktijken die
kenmerken vertonen van internationaal recht.
Toch blijft de heersende opvatting dat het moderne internationaal recht in Europa is
ontstaan, omdat het Westfaalse systeem een nieuwe internationale orde introduceerde,
gebaseerd op soevereine staten die onafhankelijk naast elkaar bestaan
Waarom Europa als oorsprong wordt gezien
Het Europese proces verschilt van dat in andere regio’s omdat er in 17de-eeuws Europa
een overkoepelende internationale rechtsorde ontstond die rechtstreeks heeft geleid tot
het IR zoals we dat vandaag kennen. Buiten Europa waren er wel internationale
gebruiken, maar die groeiden niet uit tot een vergelijkbaar, gestructureerd en verder
geëvolueerd rechtssysteem
Het is dus vooral het Europese IR dat zich verder ontwikkelt. Het Indische, Chinese,
Afrikaanse en Midden-Oosterse internationaalrechtelijke denken stopt op een bepaald
moment in zijn evolutie, terwijl het Europese systeem verder groeit en uiteindelijk
wereldwijd wordt
De historische context: 16de–17de eeuw
In de 16de en 17de eeuw centraliseren politieke entiteiten in Europa steeds meer macht.
In die context ontstaat het moderne internationaal recht. De Vrede van Westfalen,
eigenlijk een reeks verdragen, waaronder die van Münster en Osnabrück, beëindigt grote
godsdienstconflicten zoals de 30jarige Oorlog en de 80jarige Oorlog
Deze verdragen markeren een keerpunt om 2 redenen:
1) Loskomen van het kerkelijke gezag van de paus
Voor 1648 werkten politieke entiteiten wel samen en sloten zij verdragen, maar zij
stonden in Europa nog onder het hogere gezag van de katholieke kerk. Daardoor konden
zij niet als volledig soeverein worden beschouwd. Met de Reformatie en de religieuze
oorlogen breken vooral protestantse staten met dit kerkelijke gezag. Zo ontstaan de
eerste echt soevereine staten, die het hoogste gezag over hun grondgebied en bevolking
zelf uitoefenen
2) Afstand van het wereldlijke gezag van de Duitse keizer
Daarnaast wordt ook het gezag van de Duitse keizer (Heilig Roomse Rijk) steeds meer
losgelaten. Ook dit draagt bij tot het ontstaan van moderne staten die onafhankelijk van
een hoger wereldlijk gezag functioneren
Eerste groep moderne staten: de concert of nations
Het proces van staatsvorming blijft aanvankelijk beperkt tot een kleine groep Europese
staten, ook wel de concert of nations genoemd. Deze groep groeit geleidelijk uit: van
6
,2BA Internationaal recht I
een 10tal staten in de 17de eeuw naar een internationale gemeenschap van ongv 200
staten vandaag
5.2.Imperialisme, kolonialisme en de rol van Europa
Het IR heeft voornamelijk een Europese oorsprong. Hoewel het in theorie elders had
kunnen ontstaan, hebben initiatieven buiten Europa niet geleid tot het internationaal
recht zoals we dat vandaag kennen. Dit hangt samen met de historische context waarin
Europese staten imperialistische ambities ontwikkelden en de rest van de wereld wilden
veroveren en onderwerpen
1) Het koloniale tijdperk en de vorming vna het IR
Het koloniale tijdperk heeft een grote invloed gehad op de vorming van het IR. Het
systeem werd niet neutraal opgebouwd, maar diende in belangrijke mate om Europese
belangen te beschermen en het koloniale project juridisch te ondersteunen
Een belangrijk voorbeeld daarvan is het concept terra nullius: het idee dat niet-Europese
gebieden aan niemand toebehoorden, zelfs wanneer daar bevolkingsgroepen woonden
met bestaande sociale en politieke structuren. Omdat iets wat aan niemand toebehoort
juridisch kan worden toegeëigend, konden Europese staten deze gebieden als hun
eigendom beschouwen
Dit denken maakte het voor Europese staten mogelijk om continenten te veroveren. De
ontdekking van Amerika door Europese expedities illustreert dit: ondanks het feit dat er
georganiseerde gemeenschappen leefden, werden deze gebieden als terra nullius
beschouwd. Niet alleen Spanje, maar ook Portugal, Groot-Brittannië, Nederland en later
België pasten deze redenering toe en breidden hun koloniale rijken uit
Binnen de Europese rechtsleer van die tijd werd vaak verdedigd dat het IR niet van
toepassing was op niet-Europese volkeren, of dat deze volkeren zich dienden te
onderwerpen aan het Europees internationaal recht. Sommigen stelden zelfs dat geweld
mocht worden gebruikt om deze onderwerping af te dwingen. Het IR ontwikkelde zich dus
als een instrument ter ondersteuning van Europese hegemonie
2) De eerste uitbreiding buiten Europa
De internationale gemeenschap breidde later uit met nieuwe staten, zoals de VS na hun
onafhankelijkheid in 1776. De onafhankelijkheidsstrijd had zijn oorsprong in het principe
no taxation without representation, waarbij kolonisten belastingen moesten betalen
zonder vertegenwoordiging in het Britse parlement. Na een gewapend conflict riepen de
VS zichzelf uit tot onafhankelijke staat
Toch blijft dit een Europees verhaal: Het zijn niet de oorspronkelijke bewoners van het
continent die de macht uitoefenen, het zijn de Britten en andere Europeanen die naar
daar zijn getrokken en het gezag hebben overgenomen. In die zin is de VS eigenlijk ook
een Europese staat. De concert of nations groeit dus wel en breidt zich uit buiten het
Europese continent, maar blijft beïnvloed door Europese tradities
3) Verdere uitbreiding naar Latijns- en Centraal-Amerika
Begin 19de eeuw ontstaan in Centraal- en Latijns-Amerika nieuwe onafhankelijke staten,
geïnspireerd door hetzelfde verlichtingsdenken dat de Amerikaanse onafhankelijkheid
beïnvloedde. Revolutionaire leiders richtten zich deze keer tegen Spanje en Portugal, van
wie zij zich wilden losmaken
Hoewel de internationale gemeenschap opnieuw groeit, blijft dit ook een Europees
gedomineerd proces. De nieuwe staten worden immers niet opgericht door de inheemse
bevolking, maar door Europese kolonisten (Spanjaarden, Portugezen, Italianen, …) die de
7
, 2BA Internationaal recht I
macht structureel in handen hielden. De uitbreiding van de statengemeenschap buiten
Europa verandert dus weinig aan het Europese karakter van het IR
4) De eerste echte breuk: de Russische Revolutie
Tot het begin van de 20ste eeuw blijft het IR vrijwel volledig Europees van traditie en
inhoud. Dat verandert pas echt met de Russische Revolutie in 1917. Met het ontstaan van
de Sovjet-Unie en de invoering van het communisme ontstaat voor het eerst een
alternatieve visie op het IR, die een duidelijke uitdaging vormt voor de Europese,
klassieke benadering
5.3.Dekoloniseringsbeweging 1950-1960
In de jaren 1950 en 1960 komt een grote dekoloniseringsbeweging op gang. Steeds meer
kolonies worden onafhankelijk en treden toe tot de VN, waardoor de westerse staten hun
vroegere numerieke meerderheid verliezen
Deze nieuwe meerderheid wordt gebruikt om andere belangen naar voren te brengen,
zoals het versterken van het recht op onafhankelijkheid van koloniale gebieden
De traditionele koloniale mogendheden hadden het IR lange tijd vormgegeven en
gebruikt ter ondersteuning van hun koloniale projecten. Maar in de late jaren 50 en
vroege jaren 60 ontwikkelt de Algemene vergadering via belangrijke resoluties een nieuw
internationaal beginsel: het recht op zelfbeschikking
Kolonies gebruiken dit recht om:
Hun internationale status te veranderen
Onafhankelijkheid uit te roepen
Lid te worden van de internationale gemeenschap
De internationale gemeenschap groeit sterk door de toetreding van nieuwe staten. Deze
nieuwe staten zijn vaak derdewereldlanden met een andere visie op het IR dan de
westerse landen
Zij proberen hun alternatieve visie door te zetten maar ondanks hun numerieke
meerderheid slagen zij er niet in het IR fundamenteel te veranderen. Dit komt doordat het
systeem structureel is ontworpen in het voordeel van de oorspronkelijke Europese
mogendheden. Hun visie botst met het bestaande IR, waarbij uiteindelijk het traditionele
internationaalrechtelijke systeem grotendeels overeind blijft
5.4. Einde van de Koude Oorlog en nieuwe staten (1989)
Na WO II ontstaat een langdurige machtsbalans tussen de VS en de Sovjet-Unie
gebaseerd op wederzijdse nucleaire afschrikking. Hierdoor komt er nooit een rechtstreeks
militair conflict tussen beiden: ipdv voeren zij oorlog via tussenpersonen, wat leidt tot
talrijke conflicten in Afrika en Azië
In 1989 eindigt de Koude Oorlog wanneer de Sovjet-Unie de machtsstrijd verliest en
implodeert. Deze implosie leidt tot het ontstaan van talrijke nieuwe staten, zowel op het
voormalige grondgebied van de Sovjet-Unie als daarbuiten. Voorbeelden hiervan zijn:
Het uiteenvallen van Joegoslavië
De splitsing van Ethiopië-Eritrea en
De splitsing van Soedan-Zuid-Soedan
Deze nieuwe staten treden toe tot de VN en de Algemene Vergadering. Vandaag telt de
VN 193 lidstaten, en in totaal bestaan er wereldwijd ongeveer 200 staten
5.5.Co-existentie
Het IR begint als een recht van co-existentie, waarin nieuwe soevereine staten als
gelijken naast elkaar functioneren. Zij ontwikkelen basisregels om ordelijk samen te
8
MODULE 1
1. Wat is internationaal recht?
IR is het recht dat bepaalt hoe staten met elkaar omgaan. Het gaat dus niet over het
recht binnen een land, maar over het recht tussen landen. Daarom noemen we dit soms
het tussenstaatsrecht
1.1.De belangrijkste actoren
De belangrijkste spelers in het internationaal recht zijn de staten zelf
Staten waren de eerste subjecten van het IR en zij hebben de volledige internationale
rechtspersoonlijkheid. Dat betekent dat ze alle mogelijke rechten en plichten hebben
onder het IR, en dat ze die ook kunnen afdwingen. Als hun rechten geschonden worden,
kunnen zij een procedure starten voor een internationaal orgaan. En als zij hun plichten
schenden, kunnen ze aansprakelijk worden gesteld
1.2.Nieuwe subjecten in de loop der tijd
In de loop van de geschiedenis zijn er actoren bijgekomen die ook als subjecten van het
IR worden erkend, maar in mindere mate. Dat zijn afgeleide subjecten, zoals
internationale organisaties, volkeren en sinds WO II ook individuen. Ze heten afgeleide
subjecten omdat ze niet automatisch rechtspersoonlijkheid hebben: ze krijgen die alleen
in de mate waarin staten dat toestaan: staten beslissen dus zelf welke bevoegdheden
deze actoren krijgen in het IR
Individuen beschikken maar over beperkte internationale rechten en plichten. We hebben
vooral verplichtingen om bepaalde zware misdaden niet te plegen, zoals
oorlogsmisdaden, genocide of misdaden tegen de mensheid. Als individuen zulke
misdaden toch plegen, kunnen ze voor internationale rechtbanken vervolgd worden
Het Internationaal Strafhof is bv bevoegd om personen te vervolgen die dergelijke
internationale misdrijven hebben gepleegd. Dat zie je vandaag in de actualiteit, waar het
Strafhof aanhoudingsbevelen heeft uitgevaardigd voor enkele Israëlische leiders en
enkele Hamas-leiders omdat er aanwijzingen zijn dat zij misdaden tegen de mensheid of
oorlogsmisdaden zouden hebben begaan. Er loopt onderzoek, en als blijkt dat de feiten
bewezen kunnen worden, kunnen deze personen vervolgd worden voor het Strafhof
2. De brede inhoud van het internationaal recht
Het IR is een zeer ruim rechtsgebied. Er bestaan heel veel verschillende domeinen binnen
het IR. Dat gaat van regels over wat een staat precies is, en hoe het grondgebied van een
staat wordt bepaald, tot luchtrecht, ruimterecht, milieurecht, recht van de zee,
diplomatiekrecht, en het recht van gewapende conflicten
2.1.Invloed op het nationaal recht
Het belang van het IR blijkt ook uit het feit dat ons nationaal recht vandaag in grote mate
geïnspireerd wordt door internationale normen. Ongeveer 80% procent van de wetten die
wij op nationaal niveau aannemen zijn beïnvloed door regels en afspraken die op
internationaal niveau tot stand zijn gekomen
Daar rekenen we ook het Europees recht bij, omdat dat eigenlijk een onderdeel is van het
internationaal recht. Dat toont hoe belangrijk het internationaal recht geworden is. Wij
denken vaak dat wij als staat volledig soeverein beslissen, maar in werkelijkheid is veel
van wat wij op nationaal niveau vastleggen al voor een groot deel bepaald door
internationale afspraken die later worden omgezet in nationale wetgeving
3. Wat internationaal recht niet is
1
,2BA Internationaal recht I
Internationaal recht en vreemd recht zijn niet hetzelfde. Het Duitse recht is bv geen
internationaal recht, net zoals het Nederlandse, het Chinese of het Amerikaanse recht
geen internationaal recht zijn. Dat zijn telkens nationale rechtsstelsels
Ook situaties waarin er een buitenlands element aanwezig is, zoals bij de vraag welk
huwelijksstelsel geldt wanneer een Belg trouwt met een Koreaan, behoren niet tot het
internationaal recht dat wij hier bespreken. Dat is het internationaal privaatrecht, dat
behoort tot het nationaal recht maar bevat een internationaal element. Wij hebben het
hier over het internationaal publiekrecht. Dat is belangrijk om te onderscheiden. We zitten
in het internationaal recht met een verhaal dat enerzijds tussen staten speelt, maar
anderzijds ook een publiek karakter heeft. Het gaat om relaties tussen overheden: staat A
tegenover staat B
Het internationaal recht heeft natuurlijk ook een juridisch element, want het blijft recht,
ook al wordt dat vandaag steeds vaker in vraag gesteld. De reden daarvoor is dat we
momenteel in een periode zitten waarin staten, en vooral de grootmachten, zich minder
en minder laten leiden door het IR. Ze laten zich meer leiden door macht en politieke
belangen dan door juridische regels. Dat zien we al langer, maar de laatste maanden is
dat nog duidelijker geworden
Wanneer iemand als Donald Trump bv zegt dat hij zich niet meer wil bezighouden met de
Wereldhandelsorganisatie, of wanneer een andere staat aangeeft dat bepaalde regels
hem toch niet interesseren, en wanneer Rusland beslist dat een stuk van Oekraïne hen
interesseert en dat ze het dan maar innemen, dan zie je daar duidelijk hoe het IR onder
druk komt
Toch blijft het IR een juridisch domein. Het is belangrijk om een onderscheid te maken
tussen internationale betrekkingen en internationaal recht. Dat zijn 2 verschillende
dingen:
Internationale betrekkingen gaan veel meer over macht, geopolitiek en strategie, en het
recht speelt daarin wel een rol, maar zeker niet de enige en vaak ook niet de bepalende.
Hier zijn we echter met rechtswetenschappen bezig, en dus gaat het in de eerste plaats
om regels, de toepassing van die regels en alles wat daarbij hoort
4. De basiskenmerken van het internationaal recht
Het IR heeft een aantal basiskenmerken. Wanneer je het internationaal recht vergelijkt
met het nationaal recht, merk je dat het IR anders werkt, ook al spreken we in beide
gevallen over recht
1) Het horizontale karakter van het internationaal recht
In het nationaal recht werkt alles eerder verticaal. Je hebt daar een duidelijke hiërarchie.
Er is een duidelijke verhouding tussen wie de normen maakt en wie eraan onderworpen
is. Er is ook een duidelijke hiërarchie tussen de bronnen: de grondwet staat bovenaan,
dan komen de wetten, en daaronder staan KB’s en MB’s. De wetgever beslist, de
bevolking is rechtsonderhorig, en wij moeten die regels toepassen. Bij een juridisch
geschil kijkt men altijd eerst naar de hoogste norm: wat zegt die norm, en zijn de lagere
normen daarmee in overeenstemming?
In het IR werkt dit helemaal anders. Daar bekijken we het recht horizontaal. De reden
daarvoor is dat er in het IR geen hiërarchie bestaat zoals in het nationaal recht. Er is geen
wereldwetgever die boven de staten staat en regels kan opleggen. Staten zijn in het IR
allemaal gelijk aan elkaar
Het uitgangspunt is de soevereine gelijkheid van staten. Dat betekent dat geen enkele
staat boven een andere staat staat, want dan zouden ze niet langer soeverein zijn.
Soevereiniteit houdt in dat een staat het hoogste gezag heeft binnen zijn eigen domein,
2
,2BA Internationaal recht I
dat er niemand boven die staat staat, en dat die staat dus onafhankelijk is van anderen.
In het internationaal recht bestaat er dus een gelijkheid tussen staten
2) Afwezigheid van centrale wetgever
Omdat die gelijkheid er is, bestaat er geen centrale wetgever die voor alle staten beslist
wat het recht is en die hen verplicht dat toe te passen. Staten zijn in het IR tegelijk de
wetgevers en de rechtsonderhorigen. Zij maken zelf de regels en zij zijn ook degenen die
eraan onderworpen zijn. Er is dus geen hiërarchie zoals in het nationaal recht, waar je
duidelijk ziet wie de regels maakt en wie ze moet volgen
Omdat staten soeverein zijn, kunnen ze ook zelf beslissen of ze zich willen onderwerpen
aan bepaalde regels of niet. In het nationaal recht hebben wij die vrijheid niet: als de wet
er is, moeten wij die volgen. In het IR kunnen staten, juist omdat er niemand boven hen
staat, zelf kiezen welke regels ze al dan niet aanvaarden
Als een staat niet gebonden wil zijn aan een bepaalde regel die in een verdrag staat, dan
wordt die staat gewoon geen partij bij dat verdrag. Door het verdrag niet te ratificeren, is
die staat ook niet gebonden door de inhoud ervan. Andere staten die het verdrag wél
hebben geratificeerd, zijn wel gebonden, maar de staat die er bewust geen partij van
wordt, blijft buiten die verplichtingen
Op dezelfde manier geldt dat alle bronnen van het IR slechts bindend zijn voor een staat
in de mate waarin die staat dat zelf heeft gewild. Het is dus niet zo dat elke internationale
regel automatisch voor elke staat geldt. In werkelijkheid bestaat er een complexe situatie
waarin sommige regels voor bepaalde staten bindend zijn, terwijl andere regels alleen
bindend zijn voor andere staten. Dat heeft allemaal te maken met de keuzes die staten
zelf maken en hun soevereine positie binnen het IR
3) Geen hiërarchie
Er bestaat geen hiërarchie tussen verdragen, gewoonterecht en algemene
rechtsbeginselen. Deze bronnen bevinden zich op hetzelfde niveau, waardoor bij een
geschil waarbij 2 bronnen elkaar tegenspreken niet kan worden teruggevallen op een
hogere norm, zoals in het nationaal recht. Omdat alle normen gelijk zijn, moet het
internationaal recht zulke tegenstellingen op een andere manier oplossen
In plaats van een rangorde te gebruiken, werkt men met interpretatieregels die eigen zijn
aan het IR en kunnen verschillen van de interpretatieregels in het nationaal recht. De
manier waarop met bronnen wordt omgegaan is dus anders, maar dit verandert niets aan
het juridische karakter van het IR; het hanteert enkel andere methoden voor de
toepassing van zijn normen
Het IR onderscheidt zich van het nationaal recht door enkele eigen kenmerken die
voortvloeien uit de soevereiniteit van staten. Staten zijn de belangrijkste subjecten van
het IR en precies om die soevereiniteit bestaat er geen centrale wetgever. Staten bepalen
zelf wat het recht is. Ook al bestaan er organen zoals de Algemene Vergadering of de
Veiligheidsraad, uiteindelijk blijven het de staten die beslissen. Er is geen instantie die
regels kan opleggen waaraan staten automatisch onderworpen zijn
Omdat er geen centrale autoriteit is, functioneert het IR op basis van consensualisme.
Een regel bindt een staat pas wanneer die staat ermee instemt. Een staat die geen
instemming geeft, wordt door de regel niet gebonden
Een voorbeeld hiervan is het Internationaal Strafhof, opgericht via het Statuut van Rome.
Staten die dit verdrag niet ratificeren, zoals verschillende grootmachten waaronder de VS,
zijn niet gebonden aan het Strafhof of aan de verplichtingen die uit het statuut
voortvloeien
3
,2BA Internationaal recht I
Het centrale idee is dus dat staten zelf kiezen of zij zich willen binden aan een regel.
Zonder instemming geldt die regel niet voor hen, al kan hij wel gelden voor staten die wél
hebben ingestemd
Er bestaan echter uitzonderingen op dit consensuele systeem. Een belangrijke
uitzondering is het dwingend recht, het jus cogens. Dit betreft basisnormen die een
hogere status hebben dan andere regels van het IR. Wanneer een rechtsregel hiermee in
strijd is, wordt die als nietig beschouwd. Aan jus cogens kan geen enkele staat afbreuk
doen, en elke regel die ertegen ingaat verliest zijn geldigheid
4) Afwezigheid van centrale rechter
Naast de afwezigheid van een centrale wetgever bestaat er in het IR ook geen centrale
rechter. In tegenstelling tot het nationaal recht, waar altijd een bevoegde rechter
beschikbaar is om een geschil te behandelen, heeft in het IR geen enkele rechter
automatisch bevoegdheid over conflicten tussen staten. Staten moeten zelf instemmen
met de bevoegdheid van een internationaal hof voordat een zaak kan worden behandeld
Het Internationaal Gerechtshof is hiervan een duidelijk voorbeeld. Het hof is niet uit
zichzelf bevoegd; staten moeten die bevoegdheid expliciet erkennen. Dit kan vooraf
gebeuren, bv door een verklaring of een bepaling in een verdrag, maar ook pas nadat een
geschil is ontstaan wanneer beide staten beslissen om de zaak samen aan het hof voor te
leggen
Een manier om de bevoegdheid vooraf vast te leggen is het opnemen van een clausule in
een verdrag die bepaalt dat toekomstige geschillen over de interpretatie of toepassing
van dat verdrag naar het Internationaal Gerechtshof zullen worden verwezen
Het Genocideverdrag bevat zo’n compromissoire clausule: Zuid-Afrika heeft zich daarop
gebaseerd om een zaak tegen Israël in te leiden, omdat het meent dat Israël handelingen
verricht die onder genocide of aanzetten tot genocide vallen. Beide staten zijn partij bij
het Genocideverdrag en hebben daardoor vooraf ingestemd met de bevoegdheid van het
hof. Hoewel Israël de procedure niet wenst, is het door zijn eerdere instemming alsnog
gebonden. Het Internationaal Gerechtshof behandelt de zaak momenteel en zal op een
later moment oordelen of er sprake is van een schending van het verdrag
5) Afwezigheid van een centraal handhavingsmechanisme
Naast het ontbreken van een centrale rechter is er in het IR ook geen centrale instantie
die zorgt voor rechtshandhaving. Er bestaat geen internationale politiemacht die staten
kan verplichten zich aan het IR te houden wanneer zij dat schenden. Dat hangt samen
met het feit dat staten soeverein zijn en dus het hoogste gezag vormen; niemand staat
boven hen om naleving af te dwingen
In tegenstelling tot het nationaal recht, waar de overheid sancties kan opleggen of dwang
kan uitoefenen wanneer een regel wordt overtreden, bestaat die mogelijkheid niet op
internationaal niveau. Handhaving is daar de verantwoordelijkheid van de staten zelf. Zij
bepalen niet alleen de regels en of een geschil aan een internationaal hof wordt
voorgelegd, maar dragen ook zelf zorg voor de uitvoering van die regels
Hoewel er geen centraal mechanisme bestaat, beschikken staten wel over middelen om
andere staten ertoe te brengen opnieuw in overeenstemming met het internationaal
recht te handelen. Voorbeelden hiervan zijn represailles en retorsies, instrumenten
waarmee een staat druk kan uitoefenen om naleving te bevorderen
6) De wisselwerking tussen internationaal en nationaal recht
Een laatste kenmerk van het IR is dat het, hoewel het een afzonderlijke rechtsorde vormt
met eigen regels en principes, moet samenwerken met het nationaal recht om
daadwerkelijk effect te hebben. Het IR kan steeds minder functioneren zonder de
4
,2BA Internationaal recht I
medewerking van staten zelf. Wat op internationaal niveau wordt afgesproken, moet
worden omgezet in nationale regelgeving, zodat die afspraken binnen de staat kunnen
worden toegepast en nageleefd. Zonder die omzetting zou het IR veel van zijn kracht
verliezen
Een duidelijke illustratie hiervan is de aanpak van de opwarming van de aarde. Tijdens
internationale conferenties worden afspraken gemaakt, maar zolang die niet worden
opgenomen in nationale wetten en beleidsmaatregelen, blijft de impact minimaal. Pas
wanneer staten deze verplichtingen in hun interne rechtsordes verwerken, kunnen
nationale rechtbanken ermee werken en wordt het IR in de praktijk effectief
5. Geschiedenis van het internationaal recht
Om te begrijpen hoe het internationale recht is ontstaan, moeten we eerst weten wat
internationaal recht precies is
Internationaal recht is het recht dat de relaties tussen staten regelt. Dus daarvoor heb je
2 dingen nodig:
Recht
Staten
Zonder staten bestaat er geen internationaal recht
Daarom hangt de geschiedenis van het internationale recht samen met de geschiedenis
van staten. Maar er zijn niet altijd staten geweest zoals we die vandaag kennen
Wat is een staat?
De moderne definitie staat in het Montevideo-verdrag. Een staat heeft 4 elementen:
1. Een grondgebied → Een duidelijk stuk land waarover de staat gaat
2. Een bevolking → Mensen die daar wonen en de nationaliteit van die staat hebben
3. Een overheid of regering → De groep die regels maakt en uitvoert
4. Soevereiniteit → De staat is het hoogste gezag op zijn grondgebied
Soevereiniteit: het belangrijkste begrip
Soevereiniteit betekent dat de staat de baas is over zijn eigen grondgebied en dat
niemand boven die staat staat. Niet andere staten, niet internationale organisaties,
niemand
Dit is een van de basisbeginselen van het internationale recht
Zonder soevereiniteit kan het internationale recht niet functioneren
Waarom is soevereiniteit belangrijk?
Omdat alleen een staat die het hoogste gezag heeft, kan deelnemen aan het
internationale recht. In de bekende zaak Island of Palmas werd dat bevestigd: de staat die
het effectief hoogste gezag uitoefent over een gebied, is de soevereine staat
Soevereiniteit leidt tot onafhankelijkheid: Een soevereine staat is onafhankelijk van
andere staten, internationale organisaties, en andere internationale actoren. Hij beslist
zelf over zijn grondgebied en bevolking
5.1.Het ontstaan van staten
Het ontstaan van staten in de moderne betekenis van het woord situeert zich vooral in
het midden van de 17de eeuw. In deze periode vond er in Europa een belangrijke
consolidatie van macht plaats:
Staten begonnen hun bestuur te centraliseren
Kregen steeds meer bevoegdheden
5
,2BA Internationaal recht I
Konden die bevoegdheden ook daadwerkelijk uitoefenen over hun grondgebied
Tegelijkertijd werd het gezag dat boven de staat stond, zoals het kerkelijke gezag
van de paus en het wereldlijke gezag van de Duitse keizer, geleidelijk afgebroken
Pas vanaf deze periode kan men echt spreken van staten zoals we die vandaag kennen
Veel rechtsgeleerden situeren het ontstaan van het moderne IR in 1648, bij het Verdrag
van Westfalen. Dat is echter een eurocentrische visie. Ook buiten Europa bestonden al
eeuwen vormen van internationale relaties:
In het oude Griekenland sloten stadstaten verdragen en wisselden gezanten uit,
In Egypte werden verdragen gesloten met naburige gebieden,
In de Levant en het Midden-Oosten bestonden afspraken tussen politieke
entiteiten,
Het Romeinse Rijk, China en India ontwikkelden eveneens praktijken die
kenmerken vertonen van internationaal recht.
Toch blijft de heersende opvatting dat het moderne internationaal recht in Europa is
ontstaan, omdat het Westfaalse systeem een nieuwe internationale orde introduceerde,
gebaseerd op soevereine staten die onafhankelijk naast elkaar bestaan
Waarom Europa als oorsprong wordt gezien
Het Europese proces verschilt van dat in andere regio’s omdat er in 17de-eeuws Europa
een overkoepelende internationale rechtsorde ontstond die rechtstreeks heeft geleid tot
het IR zoals we dat vandaag kennen. Buiten Europa waren er wel internationale
gebruiken, maar die groeiden niet uit tot een vergelijkbaar, gestructureerd en verder
geëvolueerd rechtssysteem
Het is dus vooral het Europese IR dat zich verder ontwikkelt. Het Indische, Chinese,
Afrikaanse en Midden-Oosterse internationaalrechtelijke denken stopt op een bepaald
moment in zijn evolutie, terwijl het Europese systeem verder groeit en uiteindelijk
wereldwijd wordt
De historische context: 16de–17de eeuw
In de 16de en 17de eeuw centraliseren politieke entiteiten in Europa steeds meer macht.
In die context ontstaat het moderne internationaal recht. De Vrede van Westfalen,
eigenlijk een reeks verdragen, waaronder die van Münster en Osnabrück, beëindigt grote
godsdienstconflicten zoals de 30jarige Oorlog en de 80jarige Oorlog
Deze verdragen markeren een keerpunt om 2 redenen:
1) Loskomen van het kerkelijke gezag van de paus
Voor 1648 werkten politieke entiteiten wel samen en sloten zij verdragen, maar zij
stonden in Europa nog onder het hogere gezag van de katholieke kerk. Daardoor konden
zij niet als volledig soeverein worden beschouwd. Met de Reformatie en de religieuze
oorlogen breken vooral protestantse staten met dit kerkelijke gezag. Zo ontstaan de
eerste echt soevereine staten, die het hoogste gezag over hun grondgebied en bevolking
zelf uitoefenen
2) Afstand van het wereldlijke gezag van de Duitse keizer
Daarnaast wordt ook het gezag van de Duitse keizer (Heilig Roomse Rijk) steeds meer
losgelaten. Ook dit draagt bij tot het ontstaan van moderne staten die onafhankelijk van
een hoger wereldlijk gezag functioneren
Eerste groep moderne staten: de concert of nations
Het proces van staatsvorming blijft aanvankelijk beperkt tot een kleine groep Europese
staten, ook wel de concert of nations genoemd. Deze groep groeit geleidelijk uit: van
6
,2BA Internationaal recht I
een 10tal staten in de 17de eeuw naar een internationale gemeenschap van ongv 200
staten vandaag
5.2.Imperialisme, kolonialisme en de rol van Europa
Het IR heeft voornamelijk een Europese oorsprong. Hoewel het in theorie elders had
kunnen ontstaan, hebben initiatieven buiten Europa niet geleid tot het internationaal
recht zoals we dat vandaag kennen. Dit hangt samen met de historische context waarin
Europese staten imperialistische ambities ontwikkelden en de rest van de wereld wilden
veroveren en onderwerpen
1) Het koloniale tijdperk en de vorming vna het IR
Het koloniale tijdperk heeft een grote invloed gehad op de vorming van het IR. Het
systeem werd niet neutraal opgebouwd, maar diende in belangrijke mate om Europese
belangen te beschermen en het koloniale project juridisch te ondersteunen
Een belangrijk voorbeeld daarvan is het concept terra nullius: het idee dat niet-Europese
gebieden aan niemand toebehoorden, zelfs wanneer daar bevolkingsgroepen woonden
met bestaande sociale en politieke structuren. Omdat iets wat aan niemand toebehoort
juridisch kan worden toegeëigend, konden Europese staten deze gebieden als hun
eigendom beschouwen
Dit denken maakte het voor Europese staten mogelijk om continenten te veroveren. De
ontdekking van Amerika door Europese expedities illustreert dit: ondanks het feit dat er
georganiseerde gemeenschappen leefden, werden deze gebieden als terra nullius
beschouwd. Niet alleen Spanje, maar ook Portugal, Groot-Brittannië, Nederland en later
België pasten deze redenering toe en breidden hun koloniale rijken uit
Binnen de Europese rechtsleer van die tijd werd vaak verdedigd dat het IR niet van
toepassing was op niet-Europese volkeren, of dat deze volkeren zich dienden te
onderwerpen aan het Europees internationaal recht. Sommigen stelden zelfs dat geweld
mocht worden gebruikt om deze onderwerping af te dwingen. Het IR ontwikkelde zich dus
als een instrument ter ondersteuning van Europese hegemonie
2) De eerste uitbreiding buiten Europa
De internationale gemeenschap breidde later uit met nieuwe staten, zoals de VS na hun
onafhankelijkheid in 1776. De onafhankelijkheidsstrijd had zijn oorsprong in het principe
no taxation without representation, waarbij kolonisten belastingen moesten betalen
zonder vertegenwoordiging in het Britse parlement. Na een gewapend conflict riepen de
VS zichzelf uit tot onafhankelijke staat
Toch blijft dit een Europees verhaal: Het zijn niet de oorspronkelijke bewoners van het
continent die de macht uitoefenen, het zijn de Britten en andere Europeanen die naar
daar zijn getrokken en het gezag hebben overgenomen. In die zin is de VS eigenlijk ook
een Europese staat. De concert of nations groeit dus wel en breidt zich uit buiten het
Europese continent, maar blijft beïnvloed door Europese tradities
3) Verdere uitbreiding naar Latijns- en Centraal-Amerika
Begin 19de eeuw ontstaan in Centraal- en Latijns-Amerika nieuwe onafhankelijke staten,
geïnspireerd door hetzelfde verlichtingsdenken dat de Amerikaanse onafhankelijkheid
beïnvloedde. Revolutionaire leiders richtten zich deze keer tegen Spanje en Portugal, van
wie zij zich wilden losmaken
Hoewel de internationale gemeenschap opnieuw groeit, blijft dit ook een Europees
gedomineerd proces. De nieuwe staten worden immers niet opgericht door de inheemse
bevolking, maar door Europese kolonisten (Spanjaarden, Portugezen, Italianen, …) die de
7
, 2BA Internationaal recht I
macht structureel in handen hielden. De uitbreiding van de statengemeenschap buiten
Europa verandert dus weinig aan het Europese karakter van het IR
4) De eerste echte breuk: de Russische Revolutie
Tot het begin van de 20ste eeuw blijft het IR vrijwel volledig Europees van traditie en
inhoud. Dat verandert pas echt met de Russische Revolutie in 1917. Met het ontstaan van
de Sovjet-Unie en de invoering van het communisme ontstaat voor het eerst een
alternatieve visie op het IR, die een duidelijke uitdaging vormt voor de Europese,
klassieke benadering
5.3.Dekoloniseringsbeweging 1950-1960
In de jaren 1950 en 1960 komt een grote dekoloniseringsbeweging op gang. Steeds meer
kolonies worden onafhankelijk en treden toe tot de VN, waardoor de westerse staten hun
vroegere numerieke meerderheid verliezen
Deze nieuwe meerderheid wordt gebruikt om andere belangen naar voren te brengen,
zoals het versterken van het recht op onafhankelijkheid van koloniale gebieden
De traditionele koloniale mogendheden hadden het IR lange tijd vormgegeven en
gebruikt ter ondersteuning van hun koloniale projecten. Maar in de late jaren 50 en
vroege jaren 60 ontwikkelt de Algemene vergadering via belangrijke resoluties een nieuw
internationaal beginsel: het recht op zelfbeschikking
Kolonies gebruiken dit recht om:
Hun internationale status te veranderen
Onafhankelijkheid uit te roepen
Lid te worden van de internationale gemeenschap
De internationale gemeenschap groeit sterk door de toetreding van nieuwe staten. Deze
nieuwe staten zijn vaak derdewereldlanden met een andere visie op het IR dan de
westerse landen
Zij proberen hun alternatieve visie door te zetten maar ondanks hun numerieke
meerderheid slagen zij er niet in het IR fundamenteel te veranderen. Dit komt doordat het
systeem structureel is ontworpen in het voordeel van de oorspronkelijke Europese
mogendheden. Hun visie botst met het bestaande IR, waarbij uiteindelijk het traditionele
internationaalrechtelijke systeem grotendeels overeind blijft
5.4. Einde van de Koude Oorlog en nieuwe staten (1989)
Na WO II ontstaat een langdurige machtsbalans tussen de VS en de Sovjet-Unie
gebaseerd op wederzijdse nucleaire afschrikking. Hierdoor komt er nooit een rechtstreeks
militair conflict tussen beiden: ipdv voeren zij oorlog via tussenpersonen, wat leidt tot
talrijke conflicten in Afrika en Azië
In 1989 eindigt de Koude Oorlog wanneer de Sovjet-Unie de machtsstrijd verliest en
implodeert. Deze implosie leidt tot het ontstaan van talrijke nieuwe staten, zowel op het
voormalige grondgebied van de Sovjet-Unie als daarbuiten. Voorbeelden hiervan zijn:
Het uiteenvallen van Joegoslavië
De splitsing van Ethiopië-Eritrea en
De splitsing van Soedan-Zuid-Soedan
Deze nieuwe staten treden toe tot de VN en de Algemene Vergadering. Vandaag telt de
VN 193 lidstaten, en in totaal bestaan er wereldwijd ongeveer 200 staten
5.5.Co-existentie
Het IR begint als een recht van co-existentie, waarin nieuwe soevereine staten als
gelijken naast elkaar functioneren. Zij ontwikkelen basisregels om ordelijk samen te
8