Ba1 FAR
Algemene chemie (Prof. dr. Wouter Herrebout)
Hoofdstuk 3: massaverhoudingen in chemische reacties → allemaal praktijk
Hoofdstuk 4: reacties in een waterig milieu
1.Molariteit
Bij chemische reacties botsen moleculen met elkaar. Hiervoor moeten ze bewegingsmogelijkheid
hebben, vandaar dat vaak een oplossing wordt toegevoegd. Een hoeveelheid stof in een oplossing,
ook wel een concentratie, wordt gedefinieerd in mol per liter ofwel mol/L.
molariteit (concentratie) = # mol opgeloste stof per liter oplossing
★ oplossing: homogeen mengsel van stoffen
★ opgeloste stof: stof die wordt opgelost in solvent
★ solvent: oplosmiddel, hoofdcomponent van oplossing
2.Verdunning
geconcentreerde oplossing + solvent = verdunde oplossing
★ # aantal mol opgeloste stof blijft constant
★ volume oplossing → verandert (neemt toe) → concentratie vermindert
3.Elektrolyten in een waterige oplossing
elektrolyt: stof die opgelost in water tot de vorming van een elektrisch geleidende oplossing van
ionen → dissociatie in negatieve en positieve ionen
sterke elektrolyten: stof waarvan grootste deel van de moleculen dissociëren tot ionen bij oplossen
in water (70% - 100% dissociëren)
Stoffen zoals NaCl en KBr dissociëren in water → tot vorming geleidende ionen, ze worden
elektrolyten genoemd
Stoffen zoals ethyl of alcohol vormen geen geleidende ionen, ze worden niet-elektrolyten genoemd
niet-elektrolyt: stof opgelost in water → geen vorming ionen → geen dissociatie, geen geleiding
Verbindingen die dissociëren in water tot grote hoeveelheden ionen worden sterke elektrolyten
genoemd, terwijl verbindingen die slechts dissociëren tot een kleine hoeveelheid ionen, zwakke
elektrolyten worden genoemd
Dissociatie: dynamisch proces in waterig milieu, waarbij een evenwicht tot stand wordt gebracht
tussen de voorwaartse en de omgekeerde reactie.
uiteindelijk → concentraties reagens en reactieproducten worden constant = veranderen niet meer (
reactie = in evenwicht)