Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 91 pages
Summary

Volledige samenvatting van histologie & histopathologie

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 91 pages

een uitgebreide & complete samenvatting over alle hoofdstukken besproken in de lessen histologie & histopathologie

Content preview

HART EN BLOEDVATEN

HART

Hart= holle spier die ritmisch contraheert & bloed in de circulatie pompt.

Hartspierwand is langs binnen bekleed met endocard (losmazig BW & endotheel) grenzend aan het myocard
(hartspiervezels gerangschikt in complexe spiralen) & epicard à hartskelet van dicht BW.

Purkinje-vezels: hartspiercellen gespecialiseerd in prikkeloverdracht. Centraal gelegen kernen, myofibrillen zijn
schaars & liggen in de periferie + rijk aan glycogeen. Slecht ontwikkeld S.R. met veel mitochondriën.

Atriale hartspiercellen < hartspiercellen in ventrikels.

T-buizensysteem nauwelijks ontwikkeld & nexusverbindingen komen frequenter voor + bevatten atriumgranula
met ANF à effect op bloeddruk & elektrolytenhuishouding.

Pericard: 3 dubbel vlies

1. Epicard: sereuze membraan waar het hart mee vergroeid is. Mesotheel gesteund door dunne laag BW.
2. Pericardiale ruimte
3. Pariëtale pericard.

Aerobe metabolisme v.d. hartspiercellen in stand gehouden door vele mitochondriën.

Hartskelet: dicht BW met annuli fibrosi, trigona fibrosa & septum membranaceum allen opgebouwd uit dicht
vezelrijk BW met dikke collagene vezels verlopend in alle richtingen.

Hartkleppen: bestaande uit kern van dicht vezelig BW verbonden met endotheel via dunnere laag losser BW.

Septa in het hart zijn opgebouwd uit kern van fibreus dicht BW à aanhechtingsplaatsen v.d. hartkleppen & de
ermee verbonden chordae tendineae.

Hartspiercellen kunnen spontaan contraheren zonder prikkels van het zenuwstelsel te ontvangen.

Zowel parasympatische als sympatische deel v.h. autonoomzenuwstelsel staat in voor de innervatie van het hart.
Prikkeling van n.vagus (parasympatisch) à vertraging hartslag. Prikkeling sympaticus à versnelling hartslag.

Sensibele innervatie door afferente zenuwuiteinden tussen vezels v.h. myocard.

Hartspierweefsel dat beschadigd is verandert in littekenweefsel à niet meer functioneel.

Goede deel moet compenseren voor de contractie à hypertrofie à lumen verkleind (ejectievolume verkleint




1

,PRIKKELVORMENDE GELEIDINGSSYSTEEM

= zorgt voor de coördinatie v.d. contractie van atria & ventrikels à hart functioneert als efficiënte pomp.

1. Sinoatriale knoop (SA-knoop) of sinusknoop: in wand rechteratrium tussen uitmondingen v. cava superior
& inferior. Cellen in de SA-knoop functioneren als pacemaker v.d. contractie à direct t.o.v. atriale
hartspiercellen & indirect door stimulatie AV-knoop.
2. Atrioventriculaire knoop (AV-knoop): in wand rechteratrium bij het septum.
3. Bundel v. His: ontspringt uit AV-knoop & splitst in septum tussen de ventrikels in twee bundeltakken.

Weefsel v.d. knopen bestaat uit kleine hartspiercellen, weinig myofibrillen & veel mitochondriën + glycogeen.

BLOEDVATEN

Algemeen bouwplan: bekleed met endotheel aan de binnenzijde, verschillende lagen;

1. Tunica intima: aaneengesloten endotheel & lamina basalis. Endotheelcellen zijn zeer dun, plat &
uitgestrekt. Mitochondriën, GA, & centriolen in cytoplasma.
Bij arteriën wordt de intima v.d. media gescheiden door karakteristieke lamina elastica interna à
samengesteld uit versmolten elastische vezels.
2. Tunica media: bestaat uit circulair gerangschikte gladde spiercellen met ertussen extracellulaire matrix rijk
aan proteoglycanen & elastische & collagene vezels. Soms ligt tussen de media & adventitia een lamina
elastica externa.
3. Tunica adventitia: bestaat uit BW soms met enkele gladde spiervezels, gaat zonder scherpe grenzen over
in omgevend BW. Bij grote bloedvaten verzorgen de vasa vasorum het buitenste deel v.d. vaatwand &
liggen er in de buitenste laag ook lymfevaten (vasa lymphatica vasorum).
Ongemyeliniseerde, vasomotorische zenuwen vormen een netwerk in de adventitia & kunnen eindigen in
gladde spiercellen v.d. media. Norepinefrine als neurotransmitter.

Elastische arteriën: transport bloed vanaf hart (transportarteriën).

Musculeuze arteriën: contractiele eigenschappen à regelbare verdeling bloed over verschillende regio’s & organen
(distributiearteriën).

Macrocirculatie: bloedvaten waargenomen met blote oog.

Microcirculatie: bloedvaten enkel waargenomen met de microsoop.

CAPILLAIREN

= buizen met diameter van 7-9 micrometer gevormd door enkele laag aaneensluitende endotheelcellen à
uitwisseling tussen bloed & omliggende weefsels mogelijk.

Bij aanhechting 2 endotheelcellen à randplooien (marginal folds).

Structuren die het type & functie v.d. capillairen bepalen;

1. Lamina basalis rond capillair gevormd door endotheel & aansluit op omgevende collageen.
2. Fenestrae (poriën), meestal in groepjes gelegen à zeefplaten, zorgen voor porositeit v.d. wand.
3. Fenestrae soms voorzien van diafragma à beperkt doorgang vloeistof en/of kleine deeltjes.


2

,Indeling in 6 typen capillairen;

1. Continue capillairen: meest voorkomend. Ononderbroken endotheellaag & lamina basalis. Gevonden in
spieren, BW, exocriene klieren & zenuwweefsel.
2. Gefenestreerde capillairen: waarin fenestrae een diafragma bevatten & omgeven worden door lamina
basalis. In endocriene klieren & darmkanaal.
3. Gefenestreerde capillairen met fenestrae zonder diafragma: omgeven door dikke lamina basalis à
doorlating vloeistof & kleine deeltjes. In nierglomerulus.
4. Leversinusoïden: bekleed met aaneengesloten laag endotheelcellen voorzien van fenestrae zonder
diafragma, geen lamina basalis à vloeistofdeeltjes kunnen vrij passeren, grote deeltjes hebben geen
toegang. Omgeven door stellate cellen.
5. Discontinue sinusoïden: grotere gaten of spleten tussen endotheel à gemakkelijke uitwisseling van cellen
tussen bloed & weefsel. In hemopoëtische organen (beenmerg & milt).
6. Lymfecapillairen: door niet-gefenestreerd tamelijk los endotheel begrensd zonder basale lamina.

Capillairbedden worden meestal niet volledig met bloed doorstroomd & vormen een anastomoserend netwerk
tussen terminale arteriolen en postcapillaire venulen.

ENDOTHEEL

Endotheelcellen zijn plat & kern puilt uit in lumen, in het cytoplasma komen cisternen v.h. R.E.R., microtubuli &
intermediaire filamenten voor.

Microfilamenten à kunnen contraheren à opbouwen bloeddruk.

Functies v.h. endotheel:

1. Bevat niet-trombogeen oppervlak à geen aanleiding voor bloedstolling & scheidt stoffen uit die het
tegengaan (plasminogeen activator, heparine & Von Willebrand-factor).
2. Bepaald lokale vasculaire tonus via omringende gladde spiercellen via endotheline 1, ACE, NO &
prostacycline.
3. Activeert angiotensine I tot angiotensine II.
4. Inactiveert bradykinnie, serotonine, prostaglandinen, norepinefrine & trombine.
5. Metaboliseert lipoproteïnen d.m.v. lipasen tot triglyceriden & glycerol.
6. Produceert stollingsfactoren & bloedgroepantigenen.
7. Endotheel v. grote vaten bevat lichaampjes van Weibel-Palade à brengen na exocytose P-selectine tot
expressie à witte bloedcellen gaan over naar diapedese (bij lokale ontsteking).
8. Endotheelcellen scheiden groeifactoren uit (VEGF).

Endotheelcellen dragen adhesiemoleculen aan het oppervlak, bv. selectinen à aanhechting aan witte bloedcellen
bevorderen.

Grote moleculen passeren de endotheelbekleding langs 2 wegen;

1. Via opengebleven intercellulaire spleten tussen de occludensverbindingen à kleinere eiwitten of
glycoproteïnen kunnen tussen endotheelcellen passeren (pericellulaire passage).
2. Diacytose of transcytose: p.353




3

, ARTERIËN

Worden volgens toenemende grootte ingedeeld in;

- Arteriolen of kleine arteriën: behoren tot microcirculatie, grote arteriolen hebben 3 lagige bouw (intima,
lamina elastica interna & verschillende lagen gladde spiercellen), nerveuze & hormonale regulatie
beïnvloedt de contractie van de spiercellen net als histamine.
- Musculeuze arteriën: 3 lagige wand, lamina elastica interna is geplooid door contractie v.d. gladde
spiercellen. Spiervezels zijn circulair georiënteerd in de media, ertussen liggen collagene & elastische
vezels.
- Elastische arteriën: lichtgeel door hoge gehalte elastine.
 Intima: afgedekt door endotheel, subendotheliale laag is dik met BW vezels met longitudinale
oriëntatie. Lamina elastica interna niet altijd aanwezig.
 Media: veel lagen concentrisch gerangschikte elastische membranen, ruimte ertussen opgevuld met
schuin lopende gladde spiercellen die met uiteinden aan de membranen gehecht zijn. Contractie
spiercellen à membranen dichter bij elkaar à stijfheid aortawand vergroot.
 Adventitia: soms lamina elastica externa.

Door periodieke volume toename compenseert de wand van elastische arteriën de systolische maxima v.d. output
v.h. hart (windketelfunctie) à verder in vaatsysteem ongeveer constante bloedstroom. Verder van het hart
verwijdert à functie neemt af.

Musculeuze arteriën kunnen door contractie of relaxatie bloedstroom naar de organen beïnvloeden à tonus v.d.
wand & doorsnede lumen verandert.

Endotheelcellen & gladde spiercellen kunnen via openingen in elastica interna contact maken, ook
nexusverbindingen kunnen betrokken zijn.

Eindarterie: geen anastomosen tussen de arteriën, verstopping à infarct à ischemie & necrose v.h. weefsel.

Carotislichaampjes of glomera carotica gelegen tegen a. carotis communis à detecteren veranderingen in 𝐶𝑂2, 𝑂2
en 𝐻+-concentraties in het bloed (functioneren als chemoreceptoren).

Baro-receptoren: in adventitia v.d. a. carotis communis bestaan uit concentratie v. vrije zenuwuiteinden
gestimuleerd door rekking à registreren veranderingen in bloeddruk à doorgeven naar hersenen via n.
glossopharyngeus.

Arterioveneuze anastomosen (AVA): directe verbindingen tussen arteriële & veneuze systeem, sterk geïnnerveerd
door vasomotorische, autonome zenuwen. Wanneer AVA’s openen à shunt (bypass), leidt bloed direct v.d.
arteriole naar de venule.

VENEN

Postcapillaire venulen: rol bij uitwisseling gassen, metabolieten & vloeistof.

Buiten de basaalmembraan v.h. endotheel komen pericyten voor maar gladde spiercellen ontbreken à wel in
venulen (verzamelvenulen).

In musculeuze venulen vormen de gladde spiercellen een aaneengesloten laag.



4

Document information

Study
Uploaded on
February 13, 2026
Number of pages
91
Written in
2023/2024
Type
Summary
$14.40

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
4
Followers
0
Items
15
Last sold
2 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions